psychologie aandacht graag

Hoogleraar cognitieve psychologie Stefan van der Stigchel: ‘Het is niet bewezen dat we ons vermogen tot concentratie aan het verliezen zijn’

Beeld Studio V

Trillende mobieltjes, piepende tablets; er is een ongekende strijd om onze aandacht gaande, aldus hoogleraar cognitieve psychologie Stefan van der Stigchel. Daarom is het belangrijk te snappen hoe concentratie werkt.

Het duurde even voordat hij het publiekelijk durfde toe te geven, maar daar gaat-ie: Stefan van der Stigchel (39) doet elke dag aan meditatie. Sinds kort pas, want jarenlang stond hij er ronduit sceptisch tegenover. Brandende wierookstokjes, vaag hippiejargon als ‘zonneknoop’ en ‘energiebaan’: hij moest er niks van hebben.

Maar de laatste jaren las hij wetenschappelijke studies over het effect van meditatie die hij ‘behoorlijk overtuigend’ vindt. En dus ging hij het zelf proberen. Je elke dag tien minuten afsluiten van de buitenwereld met al z’n geluiden, beelden en andere prikkels, maar óók van afleidingen die van binnen komen, zoals afdwalende gedachten. Je tien minuten lang puur focussen op één enkele lichaamssensatie, zoals je ademhaling. ‘Daarmee train je jezelf in het je concentreren op één taak, zonder onderbreking. Wie dat goed kan, kan zich vervolgens ook beter focussen op andere taken, bijvoorbeeld op het werk.’

Van der Stigchel hield onlangs zijn oratie aan de Universiteit Utrecht. Hij richt zich onder meer op het visueel bewustzijn: hoe mensen iets te zien krijgen, maar het toch niet bewust waarnemen. Hij houdt daarbij vernuftige experimenten waarbij hij proefpersonen in het ene oog bijvoorbeeld bewegende koeienvlekken toont, en in het andere oog een stilstaand plaatje van een groene stip. Eerst zien proefpersonen alleen de koeienvlekken, maar na verloop van tijd zien ze ook de groene stip. Het opmerken van de groene stip gaat een stuk sneller als mensen bijvoorbeeld wordt gevraagd om aan iets groens te denken. 

Naast fundamenteel onderzoek naar hoe aandacht werkt, stapt Van der Stigchel ook nadrukkelijk uit zijn laboratorium. Hij schreef populairwetenschappelijke boeken over aandacht en concentratie, en geeft geregeld zijn mening als deskundige over actuele concentratiekwesties, zoals appen in het verkeer.

Bekend fenomeen: proberen een boek te lezen om binnen een minuut je mobieltje te pakken. Verschrompelt ons concentratievermogen?

‘Er is absoluut een ongekende strijd om onze aandacht gaande. We leven in een tijd waarin er meer informatie beschikbaar is dan ooit tevoren, en waarin we de hele dag rondlopen met apparaatjes waarmee iedereen ons op elk moment van de dag kan proberen te bereiken. Toch betekent dat ook weer niet dat we ons vermogen tot concentratie aan het verliezen zijn. Er bestaan geen langlopende onderzoeken die onze concentratie meten, dus er is geen wetenschappelijk bewijs dat daar echt iets grondig misgaat.’

Hoe meten wetenschappers concentratievermogen?

‘Meestal met heel saaie taken. Dan kijk je naar een computerscherm met een stipje dat stapsgewijs over het scherm beweegt. Soms slaat-ie een stapje over, dan moet je op de spatiebalk drukken. Als je dat lang volhoudt zonder fouten te maken, dan geldt dat als een teken van concentratie. Dat meditatie de concentratie bevordert,  blijkt ook uit dat soort experimenten. Hersenscans geven ook aanwijzingen. Wanneer we maar wat zitten te dagdromen, zijn hersendelen actief die we samen het default network noemen. Tijdens concentratie wordt dat netwerk beduidend minder actief: een teken dat concentratie het tegenovergestelde is van dagdromen, waarbij je gedachten juist alle kanten op schieten.’

Dat zijn van die studies waarbij ik denk: o jee, volgend jaar gaan collega-wetenschappers het experiment herhalen en dan komt er vast iets totaal anders uit.

‘Een terechte zorg. Ook andere vakgebieden bevinden zich in een replicatiecrisis, waarbij beroemde experimenten andere resultaten opleveren als collega-wetenschappers ze herhalen. Enige argwaan bij het beoordelen van onderzoeksresultaten is verstandig. Hebben ze wel genoeg proefpersonen ingezet? Zijn dit niet veel te stellige conclusies op basis van een kleine proef? Neem dat meditatie-onderzoek: wat zegt zo’n saai computertaakje nou echt over je concentratievermogen? Bij een saai gesprek haak je binnen een minuut af, op een boeiend gesprek kun je je moeiteloos concentreren. Er zijn ook wetenschappers die zeggen: je moet concentratie in de praktijk meten, bijvoorbeeld door mensen te observeren op kantoor. Maar ja, dat zegt dan vooral iets over de mensen op dat ene kantoor in die ene situatie. Sociale wetenschappers moeten zich misschien soms iets bescheidener opstellen in wat ze al snappen van complexe menselijke eigenschappen als creativiteit of concentratie. Zelf zie ik de replicatiecrisis als een zegen: eindelijk gaan we letten op kwaliteit, eindelijk krijgen we zicht op welke inzichten echt kloppen en welke dubieus zijn.’

Stefan van der Stigchel.

Sommige mensen zeggen dat ze prima om kunnen gaan met al die prikkels van de moderne tijd, omdat ze goed kunnen multitasken.

‘Dát is nou net iets waar de wetenschap wél uit is: goed kunnen multitasken is een illusie. Ja, wandelen en praten, dat gaat wel samen. Maar niemand kan tegelijkertijd een rekensom maken en een gesprek voeren. We doen ingewikkelde taken achter elkaar, niet simultaan. Sommige mensen kunnen wel wat sneller switchen tussen taken dan anderen, maar effectief is het zelden. Je kunt beter eerst de ene taak afronden om dan pas door te gaan naar de volgende taak.’

Nog meer tips voor wie zich beter wil concentreren?

‘Zet notificaties op je telefoon zo veel mogelijk uit. Geen piepjes of vlaggetjes bij nieuwe mails. Leg je telefoon niet naast je toetsenbord, waardoor je ogen bij het minste geringste signaal afdwalen naar je mobieltje. We zijn geen willoze slaven van die apparatuur, we kunnen ons er juist goed tegen weren. Er is sinds kort een appverbod voor fietsers. Ik heb het idee dat het aanslaat: niet appen op de fiets begint de sociale norm te worden, zoals dat eerder ging met onuitroeibaar geachte gewoontes als roken in het openbaar.’

Beeld Studio V

Waar sla ik het op?

Wanneer onthouden we iets zelf en wanneer vertrouwen we op een extern geheugen, zoals pen en papier of een computer? Op die vraag wil Van der Stigchel zich de komende jaren gaan richten. ‘Ik ben ook erg benieuwd of hier grote variatie in zit tussen mensen. Misschien dat mensen die de buitenwereld wantrouwen, zoals mensen met schizofrenie, wel zwaarder leunen op hun eigen geheugen.’

Dit zijn onze beste stukken over concentratie in tijden van mobieltjes en kantoortuinen:

Met zijn allen in een open kantoortuin werken wordt het nieuwe normaal, maar er is nogal wat op aan te merken.

Heb je ook een haat/liefde-verhouding met je smartphone? Deze Gids helpt je meer controle te krijgen

Berichten verspreiden zich razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Vandaag: e-mails verstoren de concentratie bijna een half uur lang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden