Nieuws Proefdieren

Honderdduizenden minder proefdieren nodig

Voor het eerst in 25 jaar wordt de richtlijn voor het testen van medicijnen op schadelijkheid bij zwangerschap aangepast. Daardoor zijn voortaan veel minder proefdieren nodig.

Tot nu toe moest elk nieuw medicijn op zo’n 1.000 konijnen en 1.500 ratten worden getest. Beeld Getty Images / EyeEm

Farmaceuten moeten nu nog in twee diersoorten, doorgaans ratten en konijnen, aantonen dat medicijnen niet schadelijk zijn voor een ongeboren kind. Binnenkort is in het begin van het onderzoekstraject nog maar één diersoort nodig, in combinatie met alternatieve laboratoriumtests. Dat staat in een nieuwe richtlijn van internationaal regelgevingsorgaan ICH, waar naast de Europese Unie onder andere de Verenigde Staten en Japan bij zijn aangesloten.

Veel winst

De maatregel kan wereldwijd jaarlijks zo’n 300 duizend tot 400 duizend proefdieren schelen, schat onderzoeker Peter Theunissen van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), vanuit Nederland betrokken bij de veranderingen. De wijzigingen gelden alleen voor de beginfasen van medisch onderzoek. Voor zogeheten fase 3-studies met grote groepen proefpersonen blijft de dubbele dierenproef vereist, maar driekwart van de experimentele middelen komt zo ver niet. In het begin van het traject valt dus al veel winst te behalen.

Voorheen zetten onderzoekers in die beginfasen per medicijn zo’n vijftienhonderd ratten en duizend konijnen om schadelijkheid bij zwangerschap te bepalen. Voortaan mogen bedrijven in plaats daarvan op één diersoort testen in een kleinere proef met zo’n tweehonderd dieren. De tweede diersoort moeten ze vervangen door een in-vitrotechniek, zoals testen op kweekcellen uit dierlijk of menselijk materiaal. Ze moeten aantonen dat hun alternatief een goede voorspellende test is voor schadelijkheid bij zwangerschap, maar zeker grotere farmaceutische bedrijven hebben die kennis al in huis: zij doen meestal al vijftien à twintig jaar eigen vooronderzoek met in-vitrotechnieken.

Hoewel het niet verplicht is, verwacht Theunissen dat veel farmaceuten voor de in-vitrotests gaan kiezen. Het kan goedkoper uitpakken, kan rekenen op positieve publieke reacties en in cellen in een petrischaaltje zijn allerlei gerichte testjes te doen die met dieren niet kunnen.

‘Zeer goede ontwikkelingen’

De nieuwe richtlijn bevat meer regels om het aantal proefdieren terug te schroeven. Voor stoffen uit medicijngroepen waarvan bekend is dat ze schadelijk zijn bij zwangerschap, is voortaan alleen een in test in een petrischaaltje nodig. Toont die de giftigheid aan, dan is dat voldoende om het middel met een waarschuwing voor zwangere vrouwen op de markt te brengen. Zo niet, dan volgen voor de zekerheid alsnog dierproeven. Hetzelfde geldt voor medicatie voor ziekten die alleen voorkomen bij ouderen of ernstig zieken van wie niet valt te verwachten dat ze kinderen krijgen.

Zeer goede ontwikkelingen, vindt Merel Ritskes-Hoitinga, hoogleraar evidence-based laboratory animal science bij het Radboudumc. Wel zou ze graag meer onderzoek zien naar hoe voorspellend laboratoriumtests zijn voor het menselijk lichaam. ‘We hebben goed wetenschappelijk bewijs nodig, of het nu gaat om dierproeven of andersoortige tests.’ Ze wijst erop dat ratten, nog steeds de hoofdrolspelers in alle onderzoeksfasen, maar weinig representatief zijn voor hoe een middel uiteindelijk uitpakt op menselijke embryo’s.

Theunissen heeft goede hoop dat de nieuwe richtlijnen extra kennis opleveren. ‘Data die farmaceuten al verzamelden over in-vitrotests hoefden ze voorheen niet te leveren aan registratieautoriteiten als het CBG. Als ze die data ter ondersteuning van klinische studies gaan gebruiken, krijgen wij die informatie wel.’ Als nieuwe technieken betere voorspellers blijken voor de uitwerking van middelen op mensen, kan dat leiden tot nog minder of zelfs geen dierproeven meer. En, hoopt Theunissen, misschien blijken ook meer medicijnen dan gedacht veilig tijdens de zwangerschap.

Waarom twee diersoorten?

De dubbele dierentest bestaat sinds in de jaren vijftig tienduizend baby’s wereldwijd misvormd geboren werden door Softenon, een pil tegen onder andere zwangerschapsmisselijkheid. In rattenstudies was destijds niets geks aangetroffen, al bleek jaren later uit de data dat de babyratjes uit die studie wel eerder doodgingen, vertelt Peter Theunissen van het CBG. ‘Dat werd destijds niet meegewogen, tegenwoordig wel.’ De afgelopen decennia rezen vragen over het nut van testen op twee diersoorten. Theunissen analyseerde samen met onderzoeksinstituut RIVM vele dierproeven en concludeerde: meestal zijn middelen even schadelijk voor zwangere ratten als zwangere konijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden