Hond en baasje lijken werkelijk op elkaar

We kiezen voor een viervoeter met herkenbare ogen

Hondeneigenaren lijken inderdaad op hun viervoeter, en andersom. Uit onderzoek blijkt dat de gelijkenis vooral in en rond de ogen zit. Hoe dat kan? Eigenliefde is een van de verklaringen.

Beeld Sebastian Magnani / HH

De lijken griezelig precies op elkaar, de honden en hun baasjes uit de reclamecampagne van hondenvoermerk Cesar. Neem bijvoorbeeld de langharige spaniël en het sproetenmeisje met de golvende rossige krullen. De lange oren van de hond vallen op exact dezelfde manier op de schouders als de kronkelende manen van het meisje. Het tweetal lijkt zelfs met eenzelfde vroegwijze blik in de lens te kijken.

De campagne speelt slim in op het algemeen geaccepteerde idee dat honden op hun baasjes lijken en andersom. De norse kale man met het ronde hoofd en de Engelse buldog; de poedel en de chique dame met de zilvergrijze krullen; de spitse greyhound en de man met het langwerpige hoofd en de uitpuilende ogen - bij ieder paar zien we ons vooroordeel meteen bevestigd: dubbelgangers.

De veronderstelling dat mensen op hun honden lijken (en vice versa) is veelvuldig terug te vinden in de popcultuur. Op YouTube staan talloze compilaties en in de eerste scène van de Disneyfilm 101 Dalmatiërs (1961) lopen honden en baasjes als elkaars evenbeelden over straat. Maar lijken ze echt op elkaar of wíllen we dat vooral zien? En kiezen mensen een hond op de gelijkenis uit of zouden ze na verloop van tijd naar elkaar toe groeien?

De wetenschap heeft zich al vaak over deze vragen gebogen. Een Japans onderzoek stelde vorig jaar vast dat honden en baasjes inderdaad op elkaar lijken en dat de overeenkomst in de oogopslag ligt. Althans, de gelijkenis zou rond de ogen zitten - precies in het balkje dat normaal bij verdachten bedekt wordt. Dat betekent dat de Cesar-campagne grotendeels onzin is. De blik klopte, maar de bewering dat honden en baasjes ook haarkleur, de grootte van het lichaam of de vorm van het hoofd delen, wordt door het onderzoek weerlegd.

Sceptisch

Al in 2009 constateerde psycholoog Sadahiko Nakajima dat honden en baasjes werkelijk op elkaar lijken. Hij legde een set van twintig echte hond-en-baasjeparen en een set van twintig willekeurige paren aan studenten voor. Ruim tweederde wist de correcte set eruit te pikken. Omdat hij sceptisch was over vergelijkbaar onderzoek uit Amerika en Venezuela wilde Nakajima die experimenten herhalen en aanvullen met eigen werk, mailt de hoogleraar van Kwansei Guikan University. Tot zijn eigen verbazing behaalde hij dezelfde resultaten.

Waar zit die gelijkenis dan precies in, vroeg Nakajima zich vervolgens af. Hij maakte nieuwe sets van neppe en echte combinaties - de rashonden en baasjes vond hij op een hondenfestival - en legde ze voor aan een panel van 502 studenten. Ditmaal kon 80 procent de juiste paren herkennen. Daarnaast bedacht hij vier verschillende 'gemaskerde' tests. De ene keer waren de ogen van het baasje bedekt, dan weer van de hond, een andere keer de mond en bij nog een andere set waren alleen de uitgesneden repen van de ogen te zien.

Wat bleek? Als de mond was bedekt, veranderde er weinig aan het percentage (73 procent) dat de juiste paren raadde. En de studenten die alleen de ogenbalkjes te zien kregen, scoorden zelfs 74 procent. Een controlegroep deed het nog beter: 76 procent. Maar als de ogen bedekt waren, werd het simpelweg een kwestie van wild gokken: de respondenten kwamen nauwelijks uit boven de 50 procent kans op het goede antwoord die ze in eerste instantie toch al hadden. Zo kwam Nakajima tot zijn eindconclusie: It's all in the eyes.

'Hoe vergezocht dit onderzoek ook lijkt, de methode is legitiem', zegt Hal Herzog, hoogleraar psychologie aan Western Carolina University en een autoriteit op het gebied van interactie tussen mensen en dieren. 'Desalniettemin zou ik graag een herhaling van het onderzoek zien.' Het feit dat alle baasjes uit het onderzoek Japans waren en dus soortgelijke donkere ogen hadden, zou bijvoorbeeld van invloed kunnen zijn op de uitkomst - al betekent het ook dat oogkleur juist niet relevant is bij het herkennen van de paren.

'Een hartstikke leuk en goed uitgevoerd onderzoek', zegt Nienke Endenburg, psycholoog op de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. 'Maar wat kan je er vervolgens mee? Wat is de verklaring? Dat vind ik lastig.'

Een van de sets die psycholoog Sadahiko Nakajima aan een testgroep voorlegde met de vraag of het een echt hond-en-baasjepaar betreft. Ruim driekwart wist de juiste paren te herkennen, op voorwaarde dat de ogen zichtbaar zijn. Dit is een niet-bestaand paar. Beeld Sadahiko Nakajima

Dezelfde blik

Nakajima denkt dat de overeenkomst bij de ogen te verklaren is met het zogenoemde 'mere exposure effect', ook wel het louter-blootstelling-effect: dat wat we vaak zien, gaan we leuker of aardiger vinden. 'Onderzoek wijst uit dat we de letters van onze eigen naam prefereren boven andere letters', zegt Nakajima. 'We kijken onszelf natuurlijk erg vaak in de ogen. Het zou daarom niet gek zijn als we een hond uitkiezen die dezelfde blik heeft.'

Endenburg, specialist in de relatie tussen mensen en honden, heeft haar twijfels bij deze hypothese. 'Ik heb veel hondeneigenaren gevraagd waarom ze hun hond uitkozen. Nog nooit heeft iemand tegen mij gezegd dat de oogopslag de reden was.' Dat baasjes honden kiezen op basis van het uiterlijk klopt volgens haar wel. 'Helaas zoeken weinig mensen een hond uit op karakter, wat veel verstandiger is.'
Zelf heeft Endenburg twee cairnterriërs. 'Net als ik hebben ze korte benen en warrig haar. Ik heb ze de afgelopen dagen nog eens een paar keer diep in de ogen gekeken, maar daar herken ik toch echt niets van mezelf in terug.'

Wellicht kunt u de test thuis zelf doen: deelt u een bepaalde oogopslag met uw huisdier, heeft uw hond uw blik? Kijk het beestje nog eens diep in de ogen vandaag, dat kan sowieso geen kwaad op Werelddierendag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.