Homo vinex mist wild groen

Extra kavels voor huizen brengen meer op dan groen. Vinexwijken hebben daardoor maar weinig natuur. Kinderen groeien op zonder wilde planten en dieren...

In het winkelcentrum van de Haagse vinexwijk Ypenburg staat een verplaatsbare kinderboerderij, waar zich de gebruikelijke taferelen afspelen. Kinderen aaien schapen, ouders vereeuwigen dit schouwspel. Een meisje wil een hele appel in de bek van een geit proppen, totdat een omstander ingrijpt en de appel klieft op een punt van het hek.

Deze jonge vinexbewoner is niet vertrouwd met natuur. Ze zal niet de enige zijn. Natuurorganisaties vrezen dat kinderen natuurloos opgroeien. Bewoners van vinexwijken zijn diep ontevreden.

Waar blijft ons park, vragen de bewoners van Ypenburg op posters die voor het raam hangen. In een andere grote vinexwijk, Leidsche Rijn bij Utrecht, zijn de nieuwkomers al evenmin verwend met natuur. Ze eisen van de gemeente op korte termijn verbetering van het groen in de wijk.

‘Groen gaat er in menige vinexwijk als eerste aan’, is de ervaring van landschapsarchitect Lodewijk Baljon. Als lid van het kwaliteitsteam Leidsche Rijn waakt hij erover dat de projectontwikkelaars en de gemeente er geen zooitje van maken. ‘Ik maak me zorgen over het park in het hart van Leidsche Rijn. Aan de randen wordt steeds meer geknabbeld. Wat extra kavels voor woningen, want dan wordt het groen betaalbaar, is het argument’, zegt Baljon.

De nieuwe woonwijken Ypenburg en Leidsche Rijn liggen ingeklemd tussen de snelwegen. Achter de tienduizenden huizen rijst het Groene Hart op. De woonwijken liggen als uitstulpsels tussen de stad en de binnenkant van de Randstad en volgens de heersende natuuropvattingen moeten ze ook ecologisch verbonden worden.

Wateren en groene linten die deze woonwijken dooraderen, bieden planten en dieren mogelijkheden om zich van stad, naar vinexwijk en Groene Hart te verplaatsen. Zo blijft er in een versteende Randstad uitwisseling mogelijk tussen kikkers, libellen, stekelbaarzen, muizen, ijsvogels, zwaluwen, moeras-vergeet-mij-nietjes en drijvend fonteinkruid.

Reiger

Dit alles is nog theorie. Pas na anderhalf uur fietsen duikt in Ypenburg de eerste reiger op. ‘Ook de bewoners klagen over de afwezigheid van vogels’, zegt Aletta de Ruiter van het Haags Milieucentrum. Ze maakte een studie over Ypenburg en de kansen om meer natuur de wijk in te krijgen en de barrières met de snelweg te slechten.

Ypenburg ligt net als Leidsche Rijn in de polder en is gebouwd op het voormalige vliegveld, waar vliegtuigen tussen ‘schuilbossen’ werden gestald. In het villapark Boswijk zijn kleine plukjes schuiIbos bewaard als groen decor. Kinderen kunnen er hun fantasie botvieren langs de plas, waar een uitgelopen boomstam doorgroeit op het wateroppervlak en een dode eend hen confronteert met de rauwere kanten van de natuur.

In Waterwijk echter, waar iets minder gefortuneerde mensen wonen, kan men binnenplaatsen aantreffen die met kunstgras zijn belegd. Levende natuur is hier ver te zoeken en de speelplaatsen staan vol met gecertificeerde wipkippen.

Ypenburg lokte zijn bewoners met de belofte van natuur om de hoek en wonen in een buitenplaats. Dat suggereerde meer dan er wordt waargemaakt.

‘Groenstroken langs de singels zijn gedegradeerd tot decorgroen en hondentoilet. De gazons geven een steriel beeld’, oordeelt De Ruiter. Intensief gemaaide gazons en losse straatbomen zijn niet geschikt voor veel dierenleven in de wijk. Solitaire bomen, waarvan vele met beschadigde stammen aan de voet omdat de grasmaaier en poepzuiger de stam niet wisten te omzeilen, zijn broedplaatsen voor schimmels.

Met wat ingrepen valt hier veel natuur te scheppen, oordeelt De Ruiter. Landschapsarchitect Baljon kent Ypenburg ook en beaamt dit. ‘Het probleem is opnieuw de ruimte. Wil je glooiende oevers met veel planten die dieren aantrekken, dan heb je meters brede waterkanten nodig. Die moet je van meet af aan reserveren, anders komt er niets van terecht.’

De singels zouden glooiende oevers moeten krijgen met struiken en boomgroepen en daardoor ook meer water kunnen bergen, wat met de toenemende wateroverlast door stortbuien geen luxe is.

Langs zulke oevers komen de verschillende biotopen van water- en landmilieus bij elkaar. Daar kan een rijkdom ontstaan van waterplanten (fonteinkruid, krabbescheer, waterranonkel), oeverplanten (riet, kattestaart, grote boterbloem, pinksterbloem, mattenbies), waterdieren (libellen, kevers, spinnen, slakken, wormen), vissen (stekelbaars, rietvoorn, blankvoorn, brasem, snoek, modderkruiper), zoogdieren (dwergmuis, spitsmuis, aardmuis, vleermuis) en vogels (meerkoet, eend, ijsvogel, blauwe reiger, blauwborst).

In Ypenburg zijn twee kinderen verdronken in diep water met harde hoge oevers, schrijft De Ruiter in het rapport Ypenburg, een wijk vol groene kansen. ‘Bij glooiende, natuurvriendelijke oevers met bermen met een paar decimeter water kunnen kinderen niet pardoes in diep water vallen. Daar liggen nog rietkragen en moerasvegetatie tussen land en water’, zegt Baljon.

Veel kinderen zijn bang in de natuur, niet gewend aan het avontuur en boomhutten bouwen. De Amerikaanse schrijver Richard Louv vreest dat veel kinderen gaan lijden aan een tekort aan natuur. In zijn boek The last child in the woods beschrijft hij dat de huidige generatie kinderen opgroeit met computers en niet meer buiten speelt. Juist de confrontatie met natuur leidt tot inventieve, creatieve kinderen, die minder angstig zijn voor spinnen of een dood dier. Verblijf in de natuur werkt heilzaam op ADHD-kinderen, blijkt uit Amerikaans onderzoek.

Vondelpark

In het hart van Leidsche Rijn groeit het park, zo beloven de folders. Maar dat park heeft weinig te maken met een stadspark als het Vondelpark in Amsterdam. In het 300 hectare grote Leidsche Rijn-park, even groot als het oude centrum van Utrecht, voert functioneel groen de boventoon in de vorm van sportvelden, manege, zwembad, tuincentrum en een evenementencentrum.

Iets meer gebruiksnatuur is het Jac. P. Thysselint (gemiddeld 30 meter breed). Een jogger kan via dit 10 kilometer lange slingerpad in alle vinexwijken komen. Baljon wil dit niet afdoen als een klein lapje ‘schaamgroen’.

Gecombineerd met het natuurproject de Binnenhof kan het ecologisch wat gaan voorstellen, meent Baljon. Maar geld is hier de grote hinderpaal. De grondprijs is hoog en daarom dreigt de aandacht voor dit park te verslappen. ‘Het kwaliteitsteam moet permanent de druk op de ketel houden.’

Een garantie dat de Binnenhof van 40 hectare en het Thysselint ook echt voor 100 procent worden aangelegd, wil Baljon niet geven. ‘Voortdurend hoort het kwaliteitsteam dat er weer huizen bij moeten, dan heeft men weer geld en kan men verder met het park.’

In Leidsche Rijn is het misgegaan met het groen, zegt prof. dr. Peter van Wijmen, hoogleraar natuurrecht in Tilburg. ‘Het is een teken van zwak bestuur als niet contractueel vastligt dat de projectontwikkelaar pas een contingent woningen krijgt toegewezen als hij ook groen in de wijk aanlegt. Vervolgens moet de gemeente erbovenop zitten en controleren of de afspraak wordt nagekomen. Zo niet, dan moet een boete worden ingevorderd. Of een projectbureau dat niet meewerkt, onteigenen. In Etten-Leur gebeurde dit en de projectontwikkelaar kreeg toen niet de hoge taxatiewaarde maar een lagere ruwe bouwgrondprijs.’

Ook de Raad voor het Landelijk Gebied signaleerde in een advies aan het kabinet dat het nogal schamel is gesteld met het ‘recht op groen’ in de steden en daaromheen. Sinds kort laat het rijk de regie over de groene ruimte over aan de gemeenten en die hebben weinig oog voor natuurwaarden, oordeelt Van Wijmen. ‘Die willen vooral volbouwen.’

Een nieuw, meer links georiënteerd kabinet moet volgens Van Wijmen groene gebieden aanwijzen en veilig stellen. Daar wordt niet gebouwd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden