Hoeveelheid insecten neemt wereldwijd drastisch af

En dat is slecht voor het hele ecosysteem op aarde

De aantallen insecten nemen drastisch af, en de soortenrijkdom ook. Dat is slecht voor iedereen.

Insectenval voor het tellen van insecten. Foto Henri Bouwmeester

Heeft u soms ook het gevoel dat er minder vliegjes en andere insecten op uw autoruit geplakt zitten dan vroeger? Dat er tegenwoordig minder bijen in de tuin zoemen? Die indruk zou weleens juist kunnen zijn. Uit onderzoek blijkt dat de hoeveelheid insecten in diverse delen van de wereld afneemt, soms ingrijpend. Dit is niet alleen slecht nieuws voor de insecten, maar voor het hele ecosysteem op aarde. Want daarin spelen ze een cruciale rol.

'Rode lijst'

Al bevat de kennis over de ruim een miljoen beschreven insectensoorten op de wereld nog enorme hiaten, verscheidene studies schetsen een alarmerend beeld. Populaties van bekende insecten zoals bijen, vlinders en libellen nemen sterk in omvang af. Ook minder aansprekende soorten zoals motten, kevers en zweefvliegen staan onder druk. De invloed van de mens op het natuurlijke landschap eist zijn tol.

Volgens een overzichtsstudie die in 2014 verscheen in Science zijn de populaties van alle insecten en andere ongewervelde dieren de afgelopen veertig jaar wereldwijd met 45 procent geslonken. Voor vlinders en motten is dit 35 procent.

Als je naar de Europese 'rode lijst' van bedreigde dieren kijkt lijkt het in Europa mee te vallen: er zijn niet zoveel bijen-, vlinder- en libellensoorten uitgestorven.

Twee per kilometer

Om het belang van insecten onder de aandacht te brengen riep bioloog Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit Nederlandse automobilisten in 2011 op om dode insecten op hun kentekenplaten te tellen. Aan de oproep werd gehoor gegeven door 250 chauffeurs, die samen 31 duizend kilometer aflegden. Het leverde om precies te zijn 17.836 geplette insecten op - zo'n twee slachtoffers per gereden kilometer. Op grond van deze cijfers berekenden Van Vliet en zijn collega's dat in Nederland door alle auto's per maand 133 miljard insecten worden doodgereden.

Maar die lijst geeft een vertekend beeld, zegt de Duitse entomoloog Martin Sorg. 'Er zijn weinig soorten geregistreerd als uitgestorven omdat ze nog ergens in Europa voorkomen. Als je naar kleinere gebieden kijkt, zijn er wel degelijk veel soorten verdwenen. Wat hebben insecten eraan als er 500 kilometer verderop soortgenoten leven?'

Sorg geeft leiding aan onderzoek in Noordrijn-Westfalen, waar sinds 1989 op 88 plekken insecten worden gevangen om na te gaan hoeveel daar in de zomermaanden rondvliegen. Dat leidde tot een schokkende ontdekking: in 2014 werden in de insectenvallen - in gewicht uitgedrukt - bijna 80 procent minder vliegende insecten aangetroffen dan in 1995. Onder de slachtoffers veel bijen, vlinders en zweefvliegen. Zelfs in natuurgebieden waar de biologische diversiteit de laatste jaren was toegenomen, bleken de aantallen insecten gedaald.

Ook uit andere delen van de wereld komen verontrustende signalen. Britse onderzoekers constateerden dat in het zuiden van Schotland de hoeveelheid insecten tussen 1970 en 2002 met tweederde is afgenomen. Amerikaanse en Europese imkers maakten de afgelopen jaren herhaaldelijk melding van massale sterfte onder bijenkolonies. Volgens het Amerikaanse ministerie van landbouw zijn de honingbijenpopulaties in de VS de afgelopen vijf jaar met 30 procent gekrompen.

Insecten vervullen een belangrijke functie voor het leven op aarde. 'Zonder insecten zou de mens er niet zijn', zegt Marcel Dicke, hoogleraar entomologie aan de Wageningen Universiteit. 'Van de insectensoorten die we kennen behoort slechts een half procent tot de beesten waarvan we last hebben. De andere 99,5 procent levert ons geen last maar voordeel op.'

Essentiële voedselbron

Dicke wijst op een Amerikaans onderzoek van zo'n tien jaar geleden waarin werd berekend dat in de natuur voorkomende insecten jaarlijks voor 57 miljard dollar bijdragen aan de economie van de VS. Insecten bestuiven gewassen, verwijderen mest en dode dieren en eten elkaar op, zodat er geen insectenplagen ontstaan.

Insecten vormen een essentiële bron van voedsel voor veel andere dieren, zoals vleermuizen, amfibieën en vogels. Die op hun beurt weer prooi zijn voor grotere roofdieren. Volgens een Canadees onderzoek (2010) zijn Noord-Amerikaanse vogelsoorten die zich vooral voeden met vliegende insecten er de afgelopen decennia meer op achteruitgegaan dan vogelsoorten die voornamelijk leven van zaden.

Vliegende insecten zorgen voor de bestuiving van wilde planten en van voedselgewassen als groente en fruit. Dat het lot van de mensheid afhangt van bijen is overdreven, maar dat neemt niet weg dat het uitsterven van bestuivers ernstige consequenties zou hebben voor onze voedselvoorziening.

Driekwart van de voedselgewassen in de wereld wordt bestoven door insecten of andere dieren. In gewicht uitgedrukt ligt dat anders: dan is 40 procent afhankelijk van bestuivers. Dat komt doordat veel verbouwde gewassen als rijst, maïs en tarwe geen bestuivers nodig hebben.

Volgens de Wageningen Universiteit vermindert de voedselproductie wereldwijd met 10 procent als de bestuiving van cultuurgewassen door insecten geheel zou wegvallen. Dat zou her en der leiden tot voedselschaarste, zeker nu er meer voedsel moet worden geproduceerd voor de groeiende wereldbevolking. Bovendien zou het voedselaanbod eenzijdiger worden en zou de mens te maken krijgen met een tekort aan bepaalde vitaminen en mineralen.

Talrijk zijn de factoren die bijdragen aan afname van het aantal insecten: de vernietiging, fragmentatie en verschraling van natuurgebieden, ontbossing, verstedelijking, aanleg van landbouwgebieden, het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw. In grote delen van de wereld bestaat het landschap uit monoculturen waarin insecten niet of met moeite overleven. In de uitgestrekte velden waar maïs, graan of aardappelen worden geteeld ontbreken planten waarvan insecten afhankelijk zijn.

Bestrijdingsmiddelen

'Van alle insectensoorten is 50 procent planteneter. De meeste daarvan zijn gespecialiseerd en eten maar planten van één of twee families. Als die planten verdwijnen, verdwijnen ook de daarmee verbonden insecten', zegt Dicke. 'De biodiversiteit op het platteland is zodanig afgenomen dat het voor bijen tegenwoordig beter is in de stad dan op het platteland.'

Veel aandacht gaat uit naar zogeheten neonicotinoïden, bestrijdingsmiddelen die sinds de jaren negentig worden gebruikt als coating van zaden. Deze stoffen worden door planten opgenomen en komen ook in nectar en het stuifmeel terecht. Neonicotinoïden maken het spuiten van insecticiden overbodig, maar ze zijn in verscheidene studies in verband gebracht met sterfte onder insecten, vooral onder bijen. Dicke erkent dat deze bestrijdingsmiddelen insecten schade kunnen berokkenen, maar betwijfelt of ze de enige doorslaggevende rol spelen in de afname van insectenpopulaties. 'In het verleden zijn in de landbouw ook niet al te fijnzinnige methoden gebruikt. Ik kan me niet voorstellen dat de effecten van neonicotinoïden ernstiger zijn.'

Roy Kleukers, directeur van EIS Kenniscentrum Insecten, maakt zich vooral zorgen over het verdwijnen van tropische regenwouden. Die hebben de grootste rijkdom aan insectensoorten. 'In het regenwoud is een grote diversiteit maar zijn er minder insecten per soort. Ze vormen een complex en kwetsbaar systeem, waarin allerlei soorten van elkaar afhankelijk zijn. Als je soorten verliest krijg je ze nooit meer terug.'

Bij alle verontrustende bevindingen zijn er ook lichtpuntjes - althans in Nederland. Na decennia van achteruitgang is de vlinderstand de laatste jaren zich voorzichtig aan het herstellen, zo blijkt uit cijfers van het CBS en de Vlinderstichting. Tussen 2006 en 2015 is van twintig vlindersoorten het aantal toegenomen.

Ook Kleukers heeft de indruk dat het de laatste tijd wat beter gaat met de insecten in Nederland. 'De kwaliteit van natuurgebieden wordt hoger, bermen worden minder vaak gemaaid, de rivieren zijn schoner geworden. Ik heb het idee dat we een beetje op de weg terug zijn.'

Daarbij komt dat door de klimaatverandering insecten uit zuidelijker streken naar ons land trekken. Kleukers: 'Veel insectensoorten houden van warmte. Sprinkhanen, wespjes en vliegen die je vroeger in Frankrijk zag, zitten nu in Nederland. Dat vind ik een verrijking.'

Meer over