AnalyseVogeltelling

Hoeveel nut de jaarlijkse vogeltelling heeft? Het zijn niet alleen de vogels die tellen

Koolmees en pimpelmees. De koolmees heeft witte wangen op een zwarte kop en een zwart ‘stropdasje’ over zijn gele borst. De lichtere pimpelmees heeft blauw op zijn kop.Beeld Getty

Tienduizenden beleven er komend weekeinde weer een plezierig half uur aan in achtertuin of balkon. Maar heeft de jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling ook zin?

Het zal komende maandag in veel media staan: de merel, die trouwe tuinvriend en vroege voorjaarszanger, is terug. De arme vogel werd in 2016 getroffen door het dodelijke usutuvirus, maar lijkt zich nu weer te herstellen.

Het zal zeer waarschijnlijk het nieuws zijn van de jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling, al sinds 2001 een succesnummer van Vogelbescherming Nederland. Leuk, met het hele gezin een half uurtje naar buiten staren, een sterk staaltje van een citizen science project. Altijd goed voor berichten in de trant van: ‘Huismus het meest geteld’ of ‘Roodborst terug in toptien’. Tellers (vorig jaar ruim 77 duizend) die volgens afspraak dit weekeinde een half uur de vogels in de achtertuin of op het balkon turven en de resultaten doorgeven op tuinvogeltelling.nl, zullen ook dit jaar wel weer het meest huismussen zien. Al was het maar omdat deze sociale (en bedreigde) vogel zich altijd meteen in groepjes vertoont – dat tikt lekker aan.

Kraai en kauw. De kraai is groter, de kauw heeft een grijzere kop met een zwart ‘petje’.Beeld Getty

Het nieuws zit doorgaans in de waargenomen afwijkende trends. Zoals de rentree van de merel. Mooi. Maar is het nieuws? Hoe betrouwbaar zijn die jaarlijkse tellingen eigenlijk? Wat is de zin en onzin ervan?

Een pijnlijk puntje, zegt Ruud Foppen, onderzoeker bij de Sovon, de organisatie voor vogelonderzoek in Nederland. Sovon participeerde sinds het begin van de tellingen en nog steeds sympathiseert Foppen met het project, maar gaandeweg zijn de resultaten voor Sovon steeds minder waardevol geworden. ‘Die jaarlijkse telling geeft een grof en globaal beeld. Heel spannend is dat niet: de topvijf is steevast dezelfde (huismus, koolmees, vink, merel, pimpelmees), hooguit varieert de rangorde. Voor ons heeft dat weinig meerwaarde.’ Dat heeft ermee te maken dat de Sovon zelf inmiddels verschillende tellingen houdt, waaronder de ‘jaarrond-tellingen’ (zie: tuintelling.nl). Daarin turven zo’n 17 duizend vrijwilligers – vaak ervaren vogelkenners – wekelijks wat zij zien. Het geeft een veel betrouwbaarder beeld van trends en ontwikkelingen in de vogelstand dan een jaarlijkse meting. 

Vergisvogels

Sommige vogels lijken nogal op elkaar, voor de leek. Een wilde eend of een kokmeeuw herkent iedereen, maar het gaat makkelijk mis bij de zogeheten kbv’tjes, oftewel ‘kleine bruine vogeltjes’, voor de leek zo ongeveer alle zangvogels op mezen en roodborsten na. Op deze pagina enkele bekende vergisvogels. 

Zo krijgt de tuintelling van Sovon (die hierin samenwerkt met Vogelbescherming) zicht op het dodelijke virus ‘het geel’ dat zich vanuit Engeland aan het verspreiden is onder groenlingen (en vinken). ‘Een jaarlijkse telling geeft daar geen zicht op’, zegt Foppen.

Vermoedelijk zijn voedersilo’s in tuinen een van de besmettingsbronnen. Foppen zelf is daarom al gestopt met bijvoeren. Sovon deelt de resultaten met het RIVM, het is niet onwaarschijnlijk dat daaruit het advies zal volgen om vogels niet meer te voederen, of alleen onder de meest hygiënische omstandigheden.

Volgens Foppen zeggen de uitslagen van de jaarlijkse telling ook niet zoveel over hoe het werkelijk met een vogelsoort gaat. ‘Op deze manier kijk je enkel naar de winterpopulatie, terwijl de jaarrond-telling ook de soms veel belangrijker broedpopulaties meeneemt.’

Niet dat de onderzoeker ook maar iets tegen de jaarlijkse tuinvogeltelling heeft. Hij telt zelf ook dit weekeinde weer vrolijk mee, maar soms fronst hij de wenkbrauwen bij de uitslagen. ‘Dat de huismus elk jaar de meest getelde vogel is, doet mij afvragen of tellers die niet verwarren met bijvoorbeeld een groenling. In onze tellingen staat de huismus in elk geval veel lager.’

Heggenmus en huismus. De huismus komt graag in groepjes, de heggenmus meestal alleen en heeft een grijze kop en dunnere snavel.Beeld Getty

Voor een betrouwbaar beeld zitten er in de jaarlijkse tuinvogeltelling wel erg veel onzekere factoren. Zo varieert het aantal deelnemers per jaar. Ook verschillen uiteraard elk jaar de weersomstandigheden: een dag met harde wind en slagregens levert minder vogels (en tellers) op dan een rustige dag vol zon, net zoals de resultaten anders zullen zijn tijdens of vlak na een langere vorstperiode.

De eerste jaren moesten deelnemers een heel uur tellen, sinds 2009 is dat een half uur. Langer tellen levert doorgaans niet meer soorten op, stelt de Vogelbescherming, en voor veel deelnemers is het halve uurtje een laagdrempelige kennismaking met hun tuinvogels en het tellen. Nog een variabele: de een zal – aangemoedigd door Vogelbescherming – vogels lokken door uitbundig bij te voeren, de ander laat het lot (of de natuur) z’n werk doen.

Daarnaast is de vraag hoe betrouwbaar de opgaven zijn. Deelname staat open voor iedereen, ook voor wie nog geen mus van een mees kan onderscheiden. Elke pestkop kan volop valse gegevens invoeren. Wel gaat de organisatie met een grove kam door de gegevens: onwaarschijnlijk grote aantallen worden eruit gevist. Wie op zijn stadsbalkon vijf visarenden telde, is af wegens dronkemanspraat. Maar wie zegt dat die vijf merels werkelijk merels waren en geen lijsters, kramsvogels of koperwieken?

Vogelbescherming Nederland hecht niet aan zoveel exactheid: hier telt ‘de kracht van de massa’. Vorig jaar zagen de 77.316 tellers 1.271.486 vogels. Foutjes (een boomklever in plaats van een boomkruiper) zijn onvermijdelijk, evenals dubbeltellingen omdat de buren dezelfde mussen afvinken. Maar zulke onnauwkeurigheden worden ‘verdund’ door het aantal juiste waarnemingen, zegt de Vogelbescherming.

Zanglijster en vrouwtjesmerel. De lijster heeft een lichtere en gespikkelder borst dan de vrouwtjesmerel.Beeld Getty

De jaarlijkse telling is volgens woordvoerder Marieke Dijksman nooit een bron voor wetenschap, hooguit een ondersteuning. Trends zijn wel zichtbaar: de verzamelde jaarresultaten tonen precies de verspreiding van de felgroene halsbandparkiet. Begonnen in Den Haag en Amsterdam huist die nu ook veel meer in het oosten van het land.

Het gaat uiteindelijk meer om kennis over het belang van tuinen voor wintervogels, zegt de organisatie. Zo lieten de tellingen zien dat grote bonte spechten en sperwers in strenge winters veel vaker tuinen weten te vinden dan in mildere jaren. Zulke gegevens zeggen iets over het belang van vogelvriendelijke tuinen. Vandaar ook dat de Vogelbescherming projecten begon rond vergroening van tuinen (minder tuintegels) en beplanting met bijvoorbeeld bessenrijke struiken – goed voor merels, spreeuwen en andere zoetekauwen.

Daarnaast: minstens zo belangrijk, erkent de Vogelbescherming eerlijk, is de media-aandacht en de bewustwording over natuur en vogels – daarmee is het project in 2001 ook begonnen.

Die aandacht is er volop, zoals ook dit weekeinde weer zal blijken. Niets mis mee, maar wel een tikje zuur voor de Sovon: hun jaarrondtelling is wetenschappelijk gefundeerder, maar haalt nauwelijks de publiciteit.

Stadsduif en houtduif. De onweersgrijze houtduif is groter en heeft een opvallend witte kraagvlek. De kleinere stadsduif heeft vaak lichtere vleugels.Beeld Getty

Voor Sovon houdt het onderzoek niet op bij de vogels. De organisatie richt de kijker ook steeds meer op de teller. Over die bijzondere species wist Sovon nog te weinig. Zijn of haar belangrijkste drijfveren blijken natuurbescherming en het dienen van de wetenschap, maar ook de pure schik in het tellen. De Sovon-tellers zijn uitgesplitst in types, sommigen stellen prijs op contact per mail, anderen liever niet. Met zulke kennis worden deelnemers gerichter benaderd, wat de inzet en betrokkenheid kan vergroten, en daarmee de betrouwbaarheid van de gegevens. De bergen feiten uit de alom bejubelde vuistdikke Vogelatlas van Nederland, vorig jaar verschenen, wonnen volgens Ruud Foppen aan betrouwbaarheid doordat de kennis over de waarnemers en hun deskundigheid ook als factor kon worden meegewogen.

Ook de Vogelbescherming is zich ervan bewust dat het niet alleen de vogels zijn die tellen. In de winter komen veel vogels af op voedertafels, opgehangen potjes vogelpindakaas (het bestaat) en vetbollen. Tegelijk zijn tuinbezitters bij strengere winters eerder geneigd tot bijvoeren dan in zachte seizoenen.

Waarmee tweemaal is bewezen: vogels kijken (en tellen) zegt niet alleen iets over vogels. Ook – misschien wel minstens evenveel – over mensen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden