INTERVIEW

Hoe worden we productiever? 'Weg met de smartphone'

Interview Cal Newport, schrijver over concentratie en werk

U heeft uw smartphone altijd bij de hand en werkt geregeld over. De sociale media slokken u op. Weg ermee, zegt wiskundige Cal Newport, die een boek schreef over het belang van concentratie.

Foto Imke Ligthart

Een gewetensvraag: wanneer deed u voor het laatst helemaal niets? Waarschijnlijk weet u het niet meer. Want zodra we niets te doen hebben, grijpen we als geconditioneerde labdieren naar ons mobieltje. Even appen, scrollen, klikken.

Doodzonde, vindt Cal Newport. Want 'oefenen met dode tijd', zoals hij het noemt, bevordert ons concentratievermogen en hoe beter we ons kunnen concentreren, des te tevredener, gelukkiger én productiever we zouden zijn.

Newport (37) is docent theoretische informatica aan de universiteit van Georgetown in Washington DC en schrijver van wetenschappelijke zelfhulpboeken over werk. In zijn laatste boek Diep werk, dat onlangs in Nederlandse vertaling verscheen, breekt hij een lans voor concentratie en het 'agressief verdedigen' van je tijd.

Dat kost wel wat training: want concentratie is niet de norm, maar de uitzondering. Ons brein wíl afgeleid worden, zegt Newport. We kunnen dus niet zoveel doen aan onze schermverslaving.

'We zoeken permanent de beloning van afleiding. Ons brein is geprogrammeerd om nieuwe dingen te signaleren.' Ongeacht het levensbelang van de observatie. Ons brein maakt geen onderscheid tussen een auto die je bijna aanrijdt en of een oplichtend sms'je.

De Volkskrant concentratiespecial

Het is oliedom om het, conform de huidige tijdgeest, steeds maar druk-druk-druk te hebben. Wieteke van Zeil biedt hét alternatief: sprezzatura.

Concentratie op de werkvloer: de ervaringen van een neurochirurg, een luchtverkeersleider en een sergeant-majoor.

Het duurt even voor je een interviewafspraak met Cal Newport hebt geregeld, zoveel mag duidelijk zijn. Hij leest zijn mails, als hij ze al beantwoordt, namelijk niet elke dag - want ja, 'diep werk'.

'Ik probeer mijn hoeveelheid afleidende werkzaamheden tot een minimum te beperken, zodat ik me langere perioden achter elkaar op mijn onderzoek en artikelen kan toeleggen. Dat zijn tenslotte mijn belangrijkste werkzaamheden als wetenschapper.'

Het klinkt zo logisch: het werk doen waarvoor je wordt betaald. Toch doen veel hogeropgeleiden dat niet, schrijft u.

'De meeste kenniswerkers zijn de hele dag als een malle aan het communiceren. We laten ons ritme bepalen door onze inbox, onze telefoon en vergaderafspraken. We verplaatsen informatie en noemen dat werk, maar ergens voelen we aan dat het niet klopt. Want aan het einde van een werkdag denken veel mensen: ik ben de hele dag druk beziggeweest maar heb amper iets gedaan. En dan gaan ze 's avonds doorwerken.'

Als wiskundige bent u anders gewend?

'Ik ben gepromoveerd aan MIT, dé technische universiteit van de VS. MIT is een bijzondere biotoop. Het is misschien wel het laatste bolwerk waar het vermogen om diep, lang en geconcentreerd na te denken de kernwaarde is. Hoogleraren reageren niet eens op hun mail. Die hebben wel wat belangrijkers te doen. Nadenken, namelijk.

'Voor mij als beginnend onderzoeker was deze werkhouding vanzelfsprekend. Pas toen ik in de werkende wereld belandde, ontdekte ik dat deze vaardigheid eigenlijk nergens anders op dezelfde wijze wordt gekoesterd. Terwijl dat wel zou moeten, want elk type kenniswerk vraagt om gefocuste breinactiviteit.'

Cal Newport. Foto RV

U adviseert mensen om onnodige afleiding uit hun leven te bannen. Hoe ziet dat eruit?

'Afleiding vind ik een ambigu begrip. We willen het niet, maar hunkeren ernaar. Daarom leg ik de nadruk niet zozeer op de vraag of afleiding goed of slecht is, maar probeer ik mensen te overtuigen van de aantrekkingskracht van het tegenovergestelde, van het onafgebroken diep en geconcentreerd nadenken. Ik denk dat mensen vaak niet eens weten hoe bevredigend het is om je brein in zijn volle capaciteit te benutten. Uit allerlei onderzoek blijkt dat we in die staat van zijn, wanneer we ons cognitieve vermogen uitdagen, gelukzaliger zijn dan tijdens oppervlakkige versnipperde afleiding.'

We moeten 'diep werken' omdat het ons gelukkiger maakt, maar het is ook economisch relevant, schrijft u.

'Het geeft ons het vermogen om snel complexe vaardigheden te leren of kennis te vergaren. Om een complexe taak te volbrengen, heeft die je onafgebroken diepe aandacht nodig.

'En het verhoogt de productiviteit. Je gaat sneller werken en het niveau van je prestaties gaat omhoog. Multitasken bestaat niet. Als je denkt dat je multitaskt, schakel je met je aandacht heen en weer tussen verschillende taken. Telkens als je wegkijkt, naar je inbox of je telefoon, maak je een klein uitstapje uit je concentratiezone en dat zorgt voor wat neurowetenschappers attention residu noemen. Bij elke schakeling blijft als het ware een beetje aandacht bij de vorige taak hangen. Het schijnt dat je zelfs meerdere IQ-punten verliest door deze manier van werken. Als je langere tijd onafgebroken werkt, geef je je brein de mogelijkheid te focussen naar volle potentie.

'Concentratie werkt bijna als doping voor het brein. Ik kan me letterlijk high voelen van het genot om met volle aandacht te werken. Je werkt lekkerder, beter en je produceert meer, dat is zeer bevredigend.'

Maar we zitten op ons werk toch niet de hele tijd te appen?

'Voor de meeste kenniswerkers geldt: ze doen min of meer één ding. Maar tussendoor laten ze zich non-stop afleiden door kleine vonkjes die hun aandacht vragen. Ik denk dat e-mail en telefoon de grootste stoorzenders zijn. Het is dé grote contradictie in onze huidige werkeconomie: dat allerlei technologische trends die ons werk uit handen zouden moeten nemen voor meer afleiding hebben gezorgd.

'Neem die conference calls, of communicatieprogramma's binnen bedrijven, of de gewoonte om mails te cc'en en het feit dat iedereen met een telefoon rondloopt en je dus bij wijze van spreken zelfs op de wc nog bereikbaar bent. Al die zaken werken juist contraproductief.'

U schrijft: een journalist moet niet twitteren. Wij worden door onze bazen aangemoedigd om het wel te doen.

'Dat weet ik, en daarom geef ik het voorbeeld van de journaliste van The New York Times die geregeld berichten op Twitter plaatst. Bijna altijd zijn het verwijzingen naar artikelen van haarzelf of collega's. Zij is geen mediapersoonlijkheid, maar een verslaggeefster. Als journalist heb je een vaardigheid die niet iedereen heeft: je weet informatie boven te halen die anderen niet kunnen vinden, je houdt je bronnen bij, je schrijft goede artikelen. Die goede verhalen worden vanzelf wel verspreid. Ik snap wel dat de krant een eigen Twitteraccount heeft om de artikelen te delen, maar waarom moeten individuele journalisten dat ook nog eens doen? Dat houdt ze af van datgene wat ze echt zouden moeten doen.'

Waarom doen we het dan toch?

'Omdat iedereen het normaal is gaan vinden. Het probleem is natuurlijk dat productiviteit van het werk dat veel hogeropgeleiden doen niet goed meetbaar is. Je kunt dus ook niet duidelijk aantonen dat concentratie iets oplevert.

'We voelen ons bovendien automatisch aangetrokken door zaken die op de korte termijn bevredigend zijn of nuttig voelen: zoals snel een mail beantwoorden of naar de vergadering gaan. Vergadermomenten en een eindeloze digitale communicatiestroom dicteren de dag van veel hogeropgeleiden. Dan kun je naar huis gaan met het idee dat je een drukke werkdag hebt gehad. Op het moment lijkt het ook aangenaam: kijk mij eens druk bezig zijn.

'En dan werken we ook nog vaak in open werkruimten. Bij bedrijven zoals Facebook en Google geloven ze in serendipiteit: werknemers die elkaar toevallig tegenkomen en zo kennis en creativiteit uitwisselen om tot nieuwe ideeën te komen. Maar open werkruimten zijn funest voor de concentratie en daarmee de productiviteit.'

We zijn dus behoorlijk verkeerd bezig, volgens u?

'Zo gaat het vaak bij nieuwe technologische revoluties. De veranderingen zijn zo groot, dat mensen er in het wilde weg enthousiast en ongelimiteerd gebruik van maken. Pas na een tijdje nemen we een stap terug om na te denken. Wat is eigenlijk de beste manier om dit alles te gebruiken? Willen we echt kenniswerkers die de hele dag zitten te mailen?

'Volgens mij hebben we een kantelpunt bereikt. Want zoals we nu bezig zijn, kan het niet doorgaan. Dat kun je puur economisch constateren. We zijn minder productief dan tien, vijftien jaar geleden en we werken meer uren. Dat klopt niet.

'Het idee dat bijna elke hoogopgeleide ongeveer dezelfde werkdag heeft, is idioot. Zelfs het idee dat we een mail gekoppeld aan onze naam hebben, vind ik eigenlijk vreemd. Waarom zijn mailboxen niet gekoppeld aan projecten, producten of teams? Of je nu computerprogrammeur bent of een verzekeringsagent, hoogleraar of journalist, we hebben allemaal een mailadres dat we op dezelfde manier gebruiken - dat is toch niet logisch?

'Als we hersenen, net als elk ander kapitaalgoed, zo nuttig mogelijk willen gebruiken, dan halen we ze weg van hun inbox en telefoon. Bovendien creëer je zo blijere werknemers.'

Dus weg met dat mailadres?

'Niet voor iedereen. Maar computerprogrammeurs zouden geen mailadressen moeten hebben. Als ik de baas van Google was, zou ik denken: ik heb veel geld betaald voor dit brein, dat wil ik ten volle benutten. De baan van deze mensen is het bedenken en kraken van ingewikkelde codes, je zou wel gek zijn om hen van dat werk af te houden door afleidende mailtjes. Desnoods geef je hen een persoonlijke mailassistent of een groepsmail die door een secretaresse wordt gelezen die één keer per dag belangrijke zaken kan doorgeven.

'Ik denk dat we meer van dit soort drastische maatregelen tegemoet kunnen zien, omdat het zoveel meer waarde zou toevoegen. En uiteindelijk is dat wat de economie drijft: waardevermeerdering.'

U werkt zelf maximaal acht uur per dag, soms zes. Wat zegt u tegen mensen die vinden dat dat met hun baan niet mogelijk is?

'We zijn overwerken steeds normaler gaan vinden. Ik probeer uit te leggen dat het grotendeels komt door al dat gecommuniceer en al die vergaderingen. Ik doe dat niet. Ik werk heel geconcentreerd. Ik beperk het oppervlakkige communicatiewerk, ik ben slecht bereikbaar, ik beantwoord mails niet of laat, ik zeg veel nee, ik zit niet in commissies en besturen, zeg nee tegen vergaderingen. Als je je tijd zo agressief verdedigt, is een werkdag van half negen tot half zes best lang en kun je behoorlijk veel doen.

'Ik snap dat niet iedereen het zo kan doen, maar ik denk dat mensen hun dag flexibeler kunnen indelen dan ze zelf denken of beseffen.'

Is het mogelijk om bij elk beroep zo geconcentreerd werken?

Als werk je volle onafgebroken aandacht vraagt en je je vaardigheden tot het maximale inzet, dan ben je echt diep werkend. Het is ook een misvatting dat je op een werkplek moet zitten. Ik ga tegenwoordig vaak wandelen als ik moet nadenken. Je kunt veel meer in je hoofd zonder computer en bureau dan je denkt. Ik heb het moeten trainen, maar ik zou het iedereen die kenniswerker is aanraden.'

U bent wetenschapper en schrijver en heeft twee jonge kinderen. Toch heeft u geen moeite met de combinatie werk en gezin, schrijft u.

'Overdag hebben we een kindermeisje. We staan zelf met de kinderen op. De nanny vertrekt voor het avondeten. We eten elke avond met het gezin en het weekend is ook voor het gezin, vrienden of familie.

'Ik heb een heel overzichtelijk leven. Na zes uur 's avonds leg ik mijn smartphone tot de volgende ochtend weg. Ik werk of mail niet in de avond of in het weekend. We hebben een vaste lijn, als er iets aan de hand is, zijn we te bellen. Ik gebruik internet niet als plaats voor entertainment of verstrooiing en ik lees een papieren krant en boeken.'

Dat klinkt heel gedisciplineerd. Kijkt u nooit eens een tv-serie?

'We hebben geen tv, maar mijn vrouw en ik kijken geregeld een aflevering van een serie op Netflix. Ik lees graag ter ontspanning of luister naar honkbalwedstrijden op de radio. Het zijn gewoonten die ik mezelf heb moeten aanleren. Ik heb bewust gekozen om geen Facebook-, Instagram- of Twitteraccount te hebben. Ik lees online geen stukjes met titels als 'De vijftien ongemakkelijkste tv-optredens'. Ik haal mijn neus er heus niet voor op, want ik weet juist dat ik er net zo goed door verleid zou worden als ieder ander. Daarom heb ik gekozen die afleiding uit mijn leven te bannen en daar voel ik me goed bij.

'Ik kan het iedereen aanraden. Ik denk dat ons brein niet gelukkiger wordt van al die aandachtsversnippering. Surf niet, doe je sociale media weg. Het went. Ik denk dat we er onrustiger van worden, angstiger. Ga liever de natuur in, even wandelen. Kun je nog nadenken ook.'

Cal Newport, Diep Werk. Werken met aandacht in een wereld vol afleiding. Uitgeverij AtlasContact, 19,99 euro.

Productiviteit

Sciencefictionschrijver Neal Stephenson laat zich niet graag afleiden. Daarmee bevordert hij zijn productiviteit.

Stephenson heeft een grote afkeer van moderne communicatievormen en de overdaad aan internetgebruik. Hij heeft geen mailadres en is slecht te bereiken. Op zijn site licht hij dat toe: 'Mensen die mijn concentratie wensen te verstoren, verzoek ik vriendelijk dat niet te doen. Al mijn tijd en aandacht zijn al bezet, meer dan eens. Vraag er dus alstublieft niet om.'

Cal Newport noemt Stephenson in zijn boek en verwijst naar zijn artikel 'Why I am a bad correspondent', waarin de auteur uitlegt dat hij zijn leven zodanig inricht dat hij tijd heeft om in lange gedeelten onafgebroken tijd te kunnen schrijven. Als die stukken tijd van elkaar worden gescheiden en gefragmenteerd raken, neemt zijn productiviteit als schrijver spectaculair af. Newport: 'Neal Stephenson schreef er ook een roman over, Anathem. Het verhaal speelt zich af in een maatschappij waar de intellectuelen in een soort kloosterorde leven, afgesloten van techniek om hun breinvermogen 'schoon' te houden en diep na te denken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.