Hoe voorspel je vluchtgedrag?

Sinds de aanslagen in Parijs staat het onderzoeks-gebied weer vol in de aandacht: vluchtsimulatie. Hoe voorspel je wat mensen doen in een noodsituatie?

DE TU Delft, waar vluchtgedrag wordt onderzocht.Beeld Renate Beense

Het is maandagmorgen en pikdonker in de muffe, raamloze kantoorruimte. Aan mijn tafel in het midden van de kamer zie ik de peinzende gezichten van drie anderen. Ook zij hebben gereageerd op een advertentie in de krant voor een 'spannend onderzoek' in het Gelderse Velp, onder de rook van Arnhem.

Erica Kinkel, calamiteitenpsycholoog en onderzoeksleider van dit experiment, had ons nog zo gewaarschuwd voor onverwachte gebeurtenissen. Nadat ze ons alleen had gelaten met de opdracht een puzzel op de laptop te maken, ging het licht uit en een alarm af. Dat loeit maar door terwijl de vrouw tegenover mij klaagt over onduidelijkheden in de puzzel. Als eerste heb ik de mijne af en voor mijn ogen verschijnt een bericht: 'Maak dat je wegkomt, nu!'

Wij zijn het laatste groepje in een onderzoek van de TU Delft, waaraan 160 vrijwilligers hebben meegedaan. Kinkel onderzoekt hier in Velp, in een bedrijf dat noodverlichting fabriceert, hoe mensen in het donker vluchten uit 'de belevingsruimte'. Een term die goed was voor gegrinnik, en uiteindelijk bleek te slaan op een gangenstelsel waar noodverlichting wordt getest. De vluchtscène begint met een computerpuzzel, zal Kinkel achteraf uitleggen, om ons probleemoplossend vermogen in kaart te brengen.

Beeld Renate Beense

Copingstrategieën

De kans is groot dat alle proefpersonen die Kinkel zag langskomen hun gedachten na afloop even lieten gaan over de recente aanslagen in Parijs. Zouden zijzelf in staat zijn geweest helder te blijven denken in de kogelregen in poptempel Le Bataclan? Of juist verlamd zijn geraakt door stress?

Geen gekke vragen, vindt Kinkel. Mensen reageren verschillend op bedreigende situaties. Neem het vluchten voor brand of een aanslag: sommigen analyseren hun penibele situatie vliegensvlug, om vervolgens doelgericht een uitweg te vinden. Anderen zoeken in de eerste plaats juist steun bij de groep. Weer anderen ontkennen het gevaar, of houden zich stellig voor dat het wel goed komt. Copingstrategieën, noemen psychologen die omgangsvormen met stress.

De hamvraag in Kinkels onderzoek: zouden mensen met een verschillende 'copingstrategie' ook op een verschillende manier uit hetzelfde gebouw vluchten?

Op mijn vlucht rammel ik een tijdje koortsachtig aan de deur die me uit het eerste deel van de belevingsruimte moet helpen. Dat ding gaat niet open! Na hem bijna uit zijn scharnieren te hebben gerukt, lukt het alsnog en beland ik in een donkere, smalle gang.

Beeld Renate Beense

Stressomgang

Kinkel legt alles nauwkeurig vast via infraroodcamera's, zal later blijken. De komende maanden zal ze bij het terugkijken zorgvuldig noteren hoe elk individu zich bij het vluchten gedraagt. Vervolgens koppelt ze die gegevens aan de antwoorden op zestig vragen over de manieren waarop ze in het algemeen omgaan met angst en stress.

Denken de proefpersonen vaak in doemscenario's? Praten ze regelmatig over hun problemen? Op een schaal van 1 tot 4 geven ze het aan. Uit de antwoorden destilleert Kinkel een beeld van ieders copingstrategieën. Voeg daar de analyse van hun puzzeloplossing aan toe en ze heeft een aardig beeld van hun omgang met stress. Het zal Kinkel een jaar kosten om alle gemaakte puzzels en ingevulde vragen aan de camerabeelden te verbinden.

Of de onderzoeksresultaten zullen leiden tot concrete toepassingen in vluchtroutes is nog onduidelijk. Het is moeilijk om daarover te speculeren - dit is de eerste keer dat stressomgang op deze manier in verband wordt gebracht met vluchten, en bovendien speculeert Kinkel niet graag. Eerst alle data maar eens doorpluizen.

Beeld Renate Beense

Virtuele wereld

Er is één frustrerende vraag die calamiteitenpsychologen als Erica Kinkel tegenkomen in hun werk: hoe onderzoek je dat ontsnapgedrag nou in een realistische setting? Proefpersonen dezelfde stress laten ervaren die vrijkomt bij een echte calamiteit is volkomen onethisch. Zelfs voor het gebruik van rook moet een onderzoeker al snel twee jaar lobbyen bij de ethische commissie. Kinkel probeert dat op te lossen door van tevoren bijna niets prijs te geven over wat komen gaat, behalve dan dat het 'spannend' zal worden en dat proefpersonen rekening moeten houden met 'onverwachte zaken'. Hopelijk verhoogt dat het stressniveau iets.

Sommige psychologen ondervangen het probleem door gebruik te maken van een andere wereld: de virtuele. Onderzoekers laten hun proefpersonen met een virtualrealitybril op ontsnappen uit 'levensgevaarlijke' situaties. Zo'n bril wordt bij de psychologie van het ontsnappen ingezet voor twee doeleinden: in kaart brengen hoe mensen vluchten, en onderzoeken of brandveiligheidstrainingen met zo'n bril op enig effect hebben.

Max Kinateder stort zich op dat laatste, en met succes. De Duitse virtualreality-expert wijdt zich op Brown University in de Amerikaanse stad Providence aan het simuleren van brand in autotunnels. Een voorbeeld van zo'n brand is die in de Mont Blanctunnel in 1999. In de bijna 12 kilometer lange buis, die Frankrijk met Italië verbindt, vielen op 24 maart van dat jaar 39 slachtoffers. De ramp begon met een Belgische vrachtauto die in brand vloog, de voornaamste doodsoorzaak was giftige rook.

Beeld Renate Beense

Onderzoeksterrein

Bij dit soort calamiteiten telt elke seconde. Direct naar de nooduitgang, is het devies. Niet terugrijden, en niet uitstappen om naar het begin van de tunnel te rennen. Maar wat bleek bij de brand in de Alpen: 27 van de 39 slachtoffers zaten passief in hun auto, te wachten op hun dood. Twee jaar geleden bekeek Kinateder of een virtualrealitytraining mensen beter wapent tegen de verlammende stress waarmee een calamiteit vaak gepaard gaat.

Drie groepen van in totaal 45 proefpersonen trommelde hij op. De eerste groep mocht oefenen met de simulatie van een tunnelbrand. Die zag er gedetailleerd uit, het ontbrak zelfs niet aan de kilometerteller op het virtuele dashboard. De tweede groep moest het slechts doen met informatie over hoe je moet handelen bij een tunnelbrand. Ten slotte was er de controlegroep, die helemaal geen training of informatie kreeg.

Vervolgens deed Kinateder iets wat niet veel andere psychologen vóór hem hadden gedaan: met zijn team bouwde hij de virtuele opstelling na in het echt. Dé manier om te kijken of zo'n training een beetje zin heeft. De afgesloten Engelberttunnel in het Duitse Gevelsberg deed dienst als onderzoeksterrein.

Beeld Renate Beense

Slagingspercentage

Een week na de virtuele training die ze al dan niet hadden gekregen, stapten de 45 proefpersonen in een Volkswagen Passat. Even later stuitten ze in de bocht van de tunnel op twee in elkaar geklapte trucks - in scène gezet door Kinateder. Met flikkerende lichten, omhuld door welig tierende neprook, leek het of de botsing een vuurzee had veroorzaakt. Bij het omdoen van hun gordel hadden de proefpersonen nog niet geweten dat hun zoiets te wachten stond.

Had de virtuele training van een week daarvoor effect? Jazeker. Alle vijftien virtueel getrainde mensen vertoonden direct het veilige gedrag: uitstappen en wegwezen via de nooduitgang (eerst bellen met de noodtelefoon werd ook gezien als een juiste handelwijze). Van de personen die deze veilige manier van ontsnappen alleen in een klaslokaal hadden gehoord, vertoonde 71 procent dit gedrag toen het erop aankwam. De controlegroep bungelde onderaan de scorelijst met een slagingspercentage van 43.

Van de proefpersonen die het veiligheidsprotocol niet helemaal hadden begrepen, scheurden er een paar in de Passat terug naar de ingang van de tunnel. Anderen bleven in de auto zitten. Een enkeling begon tegen een verkeersbord te praten in de veronderstelling dat het een alarmtelefoon was.

Beeld Renate Beense

Misschien het meest veelbelovende: van alle mensen die netjes naar de nooduitgang renden, lag de uitstaptijd van de getrainde groep gemiddeld 20 seconden onder die van de andere twee groepen. Die tijdwinst redt levens, schrijft Kinateder in het vakblad Transportation Research.

Niet al het virtualreality-onderzoek levert betrouwbare resultaten op, laat hij per mail weten. 'Simulaties hebben alleen zin als ze de werkelijkheid realistisch weergeven.' In sommige onderzoeken kunnen proefpersonen zich slechts bewegen in een tweedimensionale wereld, van bovenaf gezien. 'Mensen zien ruimtes in het echt ook niet van boven.' Wat er ook uit zulk onderzoek volgt, je kunt er weinig mee, volgens Kinateder.

Toch ziet hij vooral de voordelen van virtual reality. 'Als je wilt weten hoe mensen zich bewegen in een kamer vol met rook, wil je dat alle personen precies evenveel rookdeeltjes in hun gezicht krijgen. Zo kun je hun gedrag het best vergelijken. Dat is extreem moeilijk in de echte wereld, maar makkelijk in de virtuele.'

Beeld Renate Beense

Voordelen

Het werk van Kinateder toont aan hoe belangrijk een realistische training is om niet te verstijven wanneer het noodlot toeslaat. Ook uit interviews met 1.444 overlevenden van de aanslagen van 9/11 bleek dat degenen die brandveiligheidstraining hadden gehad veelal direct vertrokken toen het alarm afging. Anderen wachtten tot iemand ze kwam vertellen wat ze moesten doen - gedrag dat hun overlevingskans aanzienlijk verkleinde.

In Velp zag Erica Kinkel de verblindende werking van stress ook. Een deel van haar 160 vrijwilligers moest niet ontsnappen in een totaal verduisterde ruimte, maar kreeg hulp in de vorm van de bekende nooduitgangbordjes. Echter, geen enkele deelnemer had alle vijf de bordjes gezien op weg naar buiten. En dat terwijl de groene lichten in een donkere ruimte duidelijk opvallen, zou je denken.

Dat we moesten rekenen op on-verwachte zaken, heeft tijdens het experiment ook zijn weerslag op mij. Ik verwacht elk moment op een ingehuurde man met een bijl te stuiten, bedoeld om ons stressniveau wat op te krikken. Nadat ik tegen een met schuimrubber bedekte paal ben aangelopen, begeef ik me op de tast door een aantal deuren. Nog een hoekje om, en ik tref Kinkel in haar control room.

Beeld Renate Beense

Van hieruit heeft ze ons constant in de gaten gehouden. Aan de muur hangt een scherm met zwartwitbeelden waarop ik zonet nog te zien moet zijn geweest. Daarnaast een bedieningspaneel voor licht en geluid in de belevingsruimte.

Op mijn gemak kijk ik mee over Kinkels schouder. Op de camerabeelden zien we de anderen stuntelen in het donker. Eén zet er de zaklampfunctie op zijn mobiel aan. 'Ja hallo', verzucht Kinkel, 'dan is het niet leuk meer. Hij is de eerste van de 160 die dit doet.' Zonder problemen wandelt het groepje door. Ging het in het echt ook maar zo soepel.

Beeld Renate Beense

Overleven tegen alle kansen in

9/11: Het wonder van trappenhuis A

Brian Clark, handelaar op de 84ste verdieping van de South Tower, voegt zich op 11 september 2001 bij collega's die voor het raam staan te kijken. In de North Tower is zojuist een vliegtuig gevlogen, mensen springen uit het gebouw om aan de vlammen te ontkomen. Even later vliegt er ook een in hun eigen toren, een paar verdiepingen onder hen. Clark rent op het geschreeuw af van een man die vast zit achter een muur. Samen dalen ze af door trappenhuis A: het enige dat nog intact is. Clark en zijn medevluchter mogen zich gelukkig prijzen: van alle mensen die zich boven het inslaande vliegtuig bevonden - naar schatting rond de 600, wisten er door dit trappenhuis slechts vier te ontsnappen aan de dood.

Tunnelbrand Kaprun: het schoorsteen-effect

Net toen het treintje met 167 passagiers in november 2000 door de tunnel naar boven reed, zag Gerhard Hanetseder een brandje ontstaan in het achterste rijtuig. De 39-jarige Oostenrijker was op weg naar een van de skipistes die het Oostenrijkse plaatsje Kaprun rijk is. In de tunnel kwam de trein tot stilstand en de deuren blokkeerden. Iemand sloeg een ruit in en Hanetseder duwde zijn dochtertje erdoorheen. Op aanraden van een ervaren brandweerman vluchtten ze naar beneden, richting de vlammen. Met twaalf man wisten ze zo aan de dood te ontkomen - de tunnel boven hen vulde zich met giftige rook. De 155 anderen, van wie veel voor de vlammen naar boven vluchtten, kwamen om het leven.

Tsunami: het gat in het plafond

Toen het water van de eerste vloedgolf tegen haar huis in Indonesië aan beukte, besloot Nazariah (44) het met haar kind en haar moeder op een lopen te zetten. Ze bleek verzeild in de tsunami van 2004, waarbij 230.000 doden vielen. Na een tijdje te zijn meegesleurd door het water, werden de drie op het droge getrokken door een politieagent. Niet lang daarna werden ze door een tweede golf overvallen; nu zaten ze klem in het politiebureau. Het water stond al tot aan de tweede verdieping toen de agent een gat in het plafond sloeg. Toen het water eindelijk weer begon te zakken, dankte Nazariah God op het dak.

9/11: Het wonder van trappenhuis A

Brian Clark, handelaar op de 84ste verdieping van de South Tower, voegt zich op 11 september 2001 bij collega's die voor het raam staan te kijken. In de North Tower is zojuist een vliegtuig gevlogen, mensen springen uit het gebouw om aan de vlammen te ontkomen. Even later vliegt er ook een in hun eigen toren, een paar verdiepingen onder hen. Clark rent op het geschreeuw af van een man die vast zit achter een muur. Samen dalen ze af door trappenhuis A: het enige dat nog intact is. Clark en zijn medevluchter mogen zich gelukkig prijzen: van alle mensen die zich boven het inslaande vliegtuig bevonden - naar schatting rond de 600, wisten er door dit trappenhuis slechts vier te ontsnappen aan de dood.

Tunnelbrand Kaprun: het schoorsteen-effect

Net toen het treintje met 167 passagiers in november 2000 door de tunnel naar boven reed, zag Gerhard Hanetseder een brandje ontstaan in het achterste rijtuig. De 39-jarige Oostenrijker was op weg naar een van de skipistes die het Oostenrijkse plaatsje Kaprun rijk is. In de tunnel kwam de trein tot stilstand en de deuren blokkeerden. Iemand sloeg een ruit in en Hanetseder duwde zijn dochtertje erdoorheen. Op aanraden van een ervaren brandweerman vluchtten ze naar beneden, richting de vlammen. Met twaalf man wisten ze zo aan de dood te ontkomen - de tunnel boven hen vulde zich met giftige rook. De 155 anderen, van wie veel voor de vlammen naar boven vluchtten, kwamen om het leven.

Tsunami: het gat in het plafond

Toen het water van de eerste vloedgolf tegen haar huis in Indonesië aan beukte, besloot Nazariah (44) het met haar kind en haar moeder op een lopen te zetten. Ze bleek verzeild in de tsunami van 2004, waarbij 230.000 doden vielen. Na een tijdje te zijn meegesleurd door het water, werden de drie op het droge getrokken door een politieagent. Niet lang daarna werden ze door een tweede golf overvallen; nu zaten ze klem in het politiebureau. Het water stond al tot aan de tweede verdieping toen de agent een gat in het plafond sloeg. Toen het water eindelijk weer begon te zakken, dankte Nazariah God op het dak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden