Hoe vies is het vet dat varkens eten

Door de dioxine-affaire is ook de Nederlandse vethandel in diskrediet gebracht. De controle op de sector is nihil, het systeem is verre van waterdicht....

ECHT plezierig vindt Peter Bakker het niet om zijn fabriekshal te laten zien. Want de onderste schakel in de voedselketen oogt en ruikt weinig smakelijk. 'Maar ik heb niks te verbergen. Dus waarom niet?'

Een zware, vette walm ontsnapt uit de loods naar buiten. Middenin staat een enorme vierkante bak waarin 150 duizend liter oud en donkerbruin gekleurd frituurvet borrelt. Boven de 'pan' hangt een gigantisch vergiet, waarin de vaten vet leeggekieperd worden. 'En hoe moet hier nou dioxine in terecht komen?', vraagt Bakker hoofdschuddend. 'Die lui in België wisten écht niet waar ze mee bezig waren.'

Peter Bakker is directeur van Noba in Lijnden bij Zwanenburg en hij is de grootste vetveredelaar in Nederland. Door de dioxine-affaire in België is ook de Nederlandse vethandel (de grootste in Europa) in diskrediet gebracht. Want er blijkt nauwelijks regelgeving te zijn waaraan de inzamelaars en opwerkers van vetten moeten voldoen. En de controle op de sector is nihil, geven ook de controleurs zelf toe.

Noba, dat jaarlijks 240 duizend ton vet verzamelt, opkoopt, opwerkt en in de Europese voedselketen verspreidt, krijgt één keer per halfjaar bezoek van de Keuringsdienst Diervoedersector. Naar aanleiding van het dioxineschandaal komt er voortaan elke maand bij de vetveredelaars een controleur langs. 'Prima. Laat ze maar komen. Ik ben er klaar voor', grijnst Bakker.

Met één druk op de computer tovert hij een lijst tevoorschijn met recente leveringen: diervet uit Duitsland, kippenvet uit Duitsland, plantaardige vetzuren uit België en vet van een destructiebedrijf. 'Van al die ladingen hebben we monsters geanalyseerd', benadrukt hij. 'En pas als we zeker weten dat in de tankwagen zit wat we besteld hebben, wordt de rekening opgemaakt en betaald.' Op schadelijke PCB's en resten bestrijdingsmiddelen kan Bakker nog niet controleren. Maar met de nauwgezette controle op en administratie van de aangevoerde vetten, steekt Noba al met kop en schouders boven menige concurrent uit.

Noba smelt oud frituurvet en mengt er vervolgens andere vetten doorheen om aan de gewenste vetzuursamenstelling voor de diervoederindustrie te komen. Als de boer zijn varkens alleen 'zachte' vetten zou voeren zoals bijvoorbeeld soja-olie, zouden de hammen en salamiworsten snel uit elkaar vallen. Door varkens ook hardere vetsoorten te voeren krijgt het vlees extra stevigheid.

Op het terrein van Noba staan ook pallets met pakjes roomboter, slasaus en mayonaise die over de houdbaarheidsdatum heen zijn. 'Dat is een prima grondstof voor veevoer', benadrukt Bakker. En dat geldt volgens Bakker ook voor gesmolten vet van slachtafval van gezonde dieren en destructievet van zieke dieren. Die laatste grondstof mag echter alleen gebruikt worden nadat het onder hoge druk langdurig is verhit om alle virussen, bacteriën en mogelijke ziektekiemen uit te roeien.

De consument vindt het niet prettig dat varkens en kippen het slachtafval (inclusief pens en gemalen kippenveren) van elkaar en hun soortgenoten opeten. 'Maar het is nog nooit bewezen dat 't kwaad kan', vertelt Bakker terwijl hij een heuse skyline van grijze silo's showt waarin talloze liters vet warm en vloeibaar worden gehouden.

'En als je niets met die vetten doet, creëer je een gigantisch afvalprobleem', benadrukt directeur Ewald Wermuth van het Productschap Margarine, Vetten en Oliën. 'Want dan moet je het voor driehonderd gulden per ton gaan verbranden.' Dat is een grote schadepost voor een land dat jaarlijks met zo'n honderd miljoen kilo overtollig vet zit.

De vetinzameling kent een groot aantal zwakke schakels. Wie merkt het als een snackbarhouder ook afgewerkte motorolie in het verzamelvaatje dumpt? 'Wij dus', verzekert Peter Bakker met grote stelligheid. 'Motorolie heeft een andere kleur. En het stinkt. In geval van twijfel moeten onze chauffeurs de handel gewoon niet meenemen. Elke maand zet ik een paar van onze chauffeurs bij mekaar en dan instrueer ik ze. Precies op dit punt.'

De inzameling van frituurvet van huishoudens wordt, op last van het Productschap, vanaf volgende week gestaakt. Het risico dat hierbij iets fout gaat is toch te groot, vindt Wermuth van het Productschap. Vooral omdat gemeenten de inzameling van klein chemisch afval en frituurvet doorgaans op hetzelfde tijdstip en dezelfde plek organiseren.

Ook het transport is een zwakke schakel. Het Productschap wil in deze branche alleen nog maar tankwagens toestaan die speciaal bestemd zijn voor levensmiddelen. Te veel transportondernemingen vervoeren zowel chemicaliën als grondstoffen voor de mengvoederindustrie: in dezelfde tankauto's. Het is erg verleidelijk de wagens niet tussentijds te reinigen. 'En de controle daarop is ondoenlijk, gezien de vele tienduizenden tankwagens die er door Europa denderen', aldus Wermuth. 'Wij gebruiken eigen tankwagens hoor', voegt de Noba-directeur er haastig aan toe.

Ook vetafval uit vetputten is voortaan taboe. 'Gelukkig maar', vindt Peter Bakker. 'Heb je dat spul wel eens geroken? Nou, dat wíl je ook niet ruiken. Geloof mij maar.' Om verstopping van het riool te voorkomen, vangen restaurants het vetafval op in een grote put. Maar omdat daar afvalwater en reinigingsmiddelen langsstromen, is dat vet toch minder geschikt om weer terug te komen in de voedselketen, vindt het Productschap nu.

Peter Bakker gaat een branche-organisatie oprichten voor de tien vetveredelaars in Nederland met de bedoeling de kwaliteit van de bedrijven op te schroeven. Het Productschap is zeer tevreden met dat initiatief. 'Om het kaf van het koren te scheiden.'

Want dat er misstanden zijn in de vetveredeling, valt moeilijk te ontkennen. In nogal wat bedrijven wordt gestold vet uit de vaten gehaald door de vaten te 'koken' in heet water. Onderin het bassin kookt het water. Bovenin drijft het vet. Tegelijk laten vuil-, roest- en verfresten los. 'Dat is een praktijk die we eens goed moeten onderzoeken', vindt Wermuth van het Productschap.

Soms wordt zo'n vervuilde vetstroom tijdig onderschept. Cehave in Veghel, het grootste veevoerbedrijf van Nederland, onderschepte vorig jaar een lading vet die vervuild was met zinksulfaat, cadmium en het bestrijdingsmiddel endosulfaan. Toch zijn dat toevalstreffers, want de veevoederbedrijven controleren hun grondstoffen steekproefsgewijs. 'Wel checken we alle vetstromen van nieuwe, onbekende vetleveranciers. Maar niet van de vaste leveranciers, want daar komen we regelmatig over de vloer. Op een gegeven moment werk je ook samen op basis van vertrouwen', aldus directeur Van den Bosch van Cehave.

Van de tien vetveredelaars in Nederland hebben er slechts twee een certificaat dat borg moet staan voor de kwaliteit van het productieproces. De meesten hebben zich niet eens de moeite getroost die kwaliteitsgarantie te bemachtigen. En uit onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat zelfs zo'n GMP-certificaat niet garandeert dat de vetveredelaars weten waar hun grondstoffen precies vandaan kwamen en waar ze naartoe zijn gegaan.

'Blijkbaar zijn de eisen die we voor zo'n certificaat stellen niet hoog genoeg', erkent secretaris Johan den Hartog van het Productschap Diervoeder waar de controle op de vetsector is ondergebracht. 'Dus dat gaan we anders doen.' Er is niet alleen een gebrek aan externe controle en interne kwaliteitssystemen, maar ook aan wettelijke regels. Pas naar aanleiding van het dioxineschandaal hebben de bewindslieden op Volksgezondheid en Landbouw een norm voor dioxines in vetten bepaald.

Hoewel er veel op 'zijn' sector is aan te merken, zijn de meeste 'jongens' wel te vertrouwen, stelt Peter Bakker. 'De meesten hebben nauwe banden met de slagerswereld. Die zijn zich ervan bewust dat hun producten via het mengvoeder weer op het bord van de consument terecht komen.'

Maar de dioxine-affaire heeft wel de ogen geopend voor de rotte plekken in het systeem. 'Eén gek kan dus de hele Belgische voedingsindustrie kapotmaken', concludeert Jos Jongerius van het productschap Vee, Vlees en Eieren. Het systeem is verre van waterdicht. 'Tegen dit soort crimineel gedrag is geen enkel systeem volledig opgewassen.'

Het boek van het dioxineschandaak is nog niet dicht. Ook van Noba worden nog monsters onderzocht op dioxines. Maar Bakker haalt zijn schouders op. 'Er zit niks in, geloof mij nou maar.'

Het is echter de vraag hoelang de vetsector de kans krijgt het vertrouwen terug te winnen. Grote supermarktketens als Casino in Frankrijk en Tesco in Engeland eisen voor sommige vleessoorten dat de dieren louter plantaardig voedsel hebben genuttigd. Ook in Duitsland groeit de weerstand tegen vlees van dieren die zijn vetgemest met vet en eiwitten van soortgenoten. 'Als het om voeding gaat, zetten deze landen vaak de trend', weet Jongerius.

Friki produceert inmiddels kippen die louter plantaardig voer hebben genuttigd. Dumeco heeft een 'plantaardige' varkenslijn voor de Britse markt. En inmiddels willen de grote Nederlandse eierhandelaren dat hun leveranciers overstappen op 100 procent plantaardig voer.

Jongerius zucht diep. 'Het zal de kostprijs enorm opjagen. En dat terwijl. . . ik bedoel het is natuurlijk vooral emotie. Want wat stelde de dioxine-affaire in Nederland nou eigenlijk voor? Er is alleen één soepkip gevonden met te veel dioxine. Dat was die kip in Baarle-Nassau die waarschijnlijk uit België is geimporteerd. Maar ja, als de klant het wil, dan zal het gebeuren. Punt uit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden