AchtergrondWonderkinderen

Hoe vergaat het wonderkinderen als ze opgroeien?

Laurent Simons in een onderzoeksruimte op de Technische Universiteit Eindhoven.Beeld ANP

Ouders van een 9-jarige hoogbegaafde jongen kregen deze week ruzie met de Technische Universiteit over het studietempo. Hij is niet het enige ‘wonderkind’ dat tegen hindernissen aanloopt. Hoe vergaat het extreem hoogbegaafden doorgaans?

Laurent Simons uit het Vlaamse Oostende werd onlangs in één klap wereldberoemd omdat hij op het punt stond zijn bachelor electrical engineering aan de TU Eindhoven te halen. Dat doen er natuurlijk wel meer, maar die hebben niet geboortejaar 2009 in hun paspoort staan. 9 jaar is Simons, en daarmee zou hij in het Guinness Book of Records komen als jongste ooit die zijn universiteitsdiploma haalde. De jongen, die in de media al ‘de nieuwe Einstein’ werd genoemd, heeft waarschijnlijk een IQ van 145 – waarschijnlijk, want de specifieke test die hij maakte mat niet hoger dan dat.

Maar deze week bleek dat dat record in gevaar komt. De TU Eindhoven achtte het onhaalbaar dat Laurent alle tentamens zou halen voor zijn 10de verjaardag, op 26 december. Medio 2020 het bachelordiploma halen, nog steeds extreem snel natuurlijk, zou volgens de universiteit meer recht doen aan zijn ontwikkeling. Zijn ouders zien dat nieuwe tijdspad niet zitten. ‘Maandenlang liep alles volgens schema, maar ineens trekken ze zich terug’, zegt de vader van Laurent telefonisch. ‘Dat is alsof je eerst tegen een kind zegt: je gaat vanavond naar de bioscoop. Om een paar uur later te zeggen: o nee, het wordt toch pas over een paar maanden.’

Volgens de vader had Laurent makkelijk zijn bachelor nog dit jaar kunnen halen. ‘Maar plots kreeg de TU Eindhoven het niet meer voor elkaar om hem op tijd zijn tentamens te geven. Moesten ze eerst de bomen voor het papier nog omhakken? Er zou speciale wetgeving moeten komen voor hoogbegaafden zoals mijn zoon, zodat ze in het tempo kunnen studeren dat bij hen past. Dat is in het geval van mijn zoon erg hoog. Gaat het trager, dan worden zijn prestaties minder omdat hij zich gaat vervelen.’

De universiteit zegt in een verklaring juist enorm veel energie te hebben gestoken in het leveren van maatwerk voor de ‘ongekend getalenteerde jongen, die een exceptioneel studietempo heeft’.  Volgens de TU Eindhoven hebben medewerkers de afgelopen maanden de ouders bovendien regelmatig laten weten dat het door hen gewenste tempo hoogstwaarschijnlijk niet haalbaar was. 

Het verhaal van Laurent laat zien hoe moeilijk het voor hoogbegaafden kan zijn om passend onderwijs te vinden. En het roept de vraag op: hoe loopt het doorgaans af met dit soort jonge hoogvliegers? Worden het Nobelprijswinnaars? Of zit hun hoge IQ juist in de weg, bijvoorbeeld doordat ze te jong in een volwassen wereld leven en werken?

De 9-jarige Laurent Simons.Beeld REUTERS

Keerzijde

Uit onderzoek blijkt dat mensen met een hoog IQ gemiddeld vaker voor een bètacarrière gaan, gemiddeld meer verdienen, gemiddeld vaker promoveren en gemiddeld meer wetenschappelijke studies publiceren. Maar er zit ook een keerzijde aan dat hoge IQ. Uit onderzoek van Feniks Talent, een expertisecentrum voor (hoog)begaafde onderpresteerders, uitvallers, en thuiszitters, blijkt dat er in Nederland per jaar tussen de duizend en drieduizend hoogbegaafde uitvallers op de middelbare school zijn. De kans op uitval en voortijdig schoolverlaten is daarmee bij hoogbegaafde leerlingen hoger dan bij leerlingen met gemiddelde intelligentie. De voornaamste problemen zijn volgens het onderzoek verveling, ‘zingevingsvragen’, communicatieproblemen, onderpresteren en aansluiting missen.

Ook blijkt uit onderzoek dat 60 procent van de hoogbegaafden geen diploma in het hoger onderwijs haalt. Het is niet exact bekend hoe groot de groep hoogbegaafden is, omdat veel van hen zich niet laten testen. Daardoor is het moeilijk te zeggen welk percentage van de groep een bul heeft gehaald. Volgens een schatting van het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV) is eenderde van alle hoogbegaafden in Nederland, zo’n 100 duizend mensen, niet gelukkig in hun werk of zit werkloos thuis. ‘Ze kunnen vaak geen werk vinden waar hun hoogbegaafde eigenschappen tot hun recht komen’, zegt Femke Hovinga, die uit haar eigen ervaring met hoogbegaafdheid Talentissimo oprichtte, een bureau dat begeleiding biedt voor hyperhoogbegaafden (mensen met een IQ van 145-plus).

Dat laat wel zien dat er ook veel hoogbegaafden zijn die worstelen om een plek in de maatschappij te vinden. Hoe kan dat? ‘Een hoog IQ is vaak niet genoeg om die hooggeleerde professor te worden waarmee wonderkinderen worden vergeleken’, zegt Richelle de Deugd, coach voor hoogbegaafde kinderen bij Hobega. ‘Een extra mate van creativiteit en doorzettingsvermogen zijn net zo belangrijk. Als je dat ook bezit, en er een goede invloed van vrienden, je gezin en school aanwezig zijn, kun je als hoogbegaafde uitblinken.’

Op school zijn er veel dingen waardoor hoogbegaafde kinderen kunnen vastlopen: lesstof die niet uitdagend is, het schoolsysteem dat hun niet past, of een omgang met leerlingen en leraren die niet soepel verloopt. ‘Eigenschappen die hoogbegaafden vaak hebben, zoals perfectionisme en een groot rechtvaardigheidsgevoel, worden bijvoorbeeld vaak voor faalangst en bemoeierig gedrag aangezien’, zegt De Deugd. Ook kan het voor hoogbegaafden lastig zijn dat verwachtingen van hun prestaties niet altijd corresponderen met de werkelijkheid. Hovinga: ‘Dat hoogbegaafden iets snel en goed begrijpen, betekent bijvoorbeeld niet dat ze ook goed woordjes kunnen stampen. En als alles makkelijk gaat, heb je totaal niet geleerd hoe je moet doorzetten en met frustratie of tegenslagen moet omgaan. Ook plannen hoefde nooit: wanneer ze moeilijkere opdrachten krijgen, merken ze opeens dat alles op het laatste moment doen niet meer kan.’

Anders-zijn

Die problemen zijn herkenbaar voor ‘wonderkind’ Louk Rademaker (33), die in 2004 in het nieuws verscheen omdat hij op zijn 15de aan een dubbele studie wis- en sterrenkunde begon. Hij werd vroeger op school gepest. ‘Omdat ik anders was. Maar toen ik twee klassen oversloeg, waren er kinderen die meer voor mijn anders-zijn openstonden en toen heb ik een leuke tijd gehad met vrienden.’

Na zijn twee bachelors deed Rademaker een master in theoretische natuurkunde en promoveerde hij op de theoretische beschrijving van quantummaterialen (materialen waarin nieuwe eigenschappen ontstaan uit de samenwerking van een enorme verzameling quantummechanische deeltjes). Inmiddels is hij ‘Ambizione Fellow’ aan de Universiteit van Genève in Zwitserland, waar hij onderzoek doet naar quantummechanica. ‘Goed kunnen leren is handig als je onderzoek moet doen, maar het heeft mij ook lui gemaakt. Toen ik in Santa Barbara in de Verenigde Staten aankwam om als postdoctoraal onderzoeker te gaan werken, begaf ik me opeens tussen de echte wereldtop. In het begin had ik moeite om mee te komen.’

Verstoorde puberteit

Ook Whee Ky Ma (40), die in 2001 in de media verscheen, had in het begin problemen. Op 22-jarige leeftijd promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Groningen op de snaartheorie, een abstracte theorie die quantummechanica en zwaartekracht bij elkaar moest brengen. Ook sloeg hij op de basisschool vier klassen over, hij was 8 toen hij naar het gymnasium ging. Hoewel hij alle aandacht leuk vond, wilde hij vooral normaal zijn. ‘Ik was altijd het kleine jongetje en had nooit echt vrienden in de klas. Als je 12 bent tussen 16-jarige klasgenoten leef je gewoon in een totaal andere wereld.’ Ma zegt twee keer te zullen nadenken voor hij zijn zoontje, nu 20 maanden, ook zoveel klassen over zou laten slaan, mocht dat in de toekomst ter sprake komen. ‘De voornaamste reden is dat je in sociaal opzicht een volkomen verstoorde puberteit tegemoet gaat.’

Ook hadden journalisten alleen aandacht voor Ma’s leeftijd, en niet voor wat hij écht deed. Daarmee doelt Ma op zijn proefschrift, dat hijzelf ‘heel middelmatig’ noemt. ‘Ik heb nooit geleerd me echt vast te bijten in een onderwerp – het bleef bij mij altijd oppervlakkig. Dit brak me op tijdens mijn promotiewerk, waar zo’n houding natuurlijk niet voldoende is. Zo kwam het dat mijn collega-promovendus voor 70 procent verantwoordelijk was voor onze twee artikelen waarop mijn PhD was gebaseerd, en mijn copromotor wist dat ik geen toekomst in de natuurkunde had. Maar dat kwam allemaal niet in de media.’

Na zijn PhD schoolde Ma zich om tot neurowetenschapper, inmiddels is hij hoogleraar neurowetenschap en psychologie aan de New York University. Ook is hij mede-oprichter van de Scientist Action and Advocacy Network: een organisatie van wetenschappers die ngo’s helpen met wetenschappelijke onderbouwing van hun werk, bijvoorbeeld op het gebied van jeugdrechthervorming en milieuregelgeving.

Een geslaagde wetenschappelijke carrière met onderscheidend werk zoals die van Louk Rademaker of Whee Ky Ma is niet voor alle hoogbegaafden vanzelfsprekend. Hoe kan het beter voor deze groep? Ten eerste is omgang met mensen die op hetzelfde ontwikkelingsniveau zitten erg belangrijk. ‘Dan kun je je aan iemand spiegelen. Er is zelfs een verband met het niet hebben van zulke mensen om je heen en depressie en suïcide bij hoogbegaafden’, aldus Hovinga. Kinderen in een plusklas, waar hoogbegaafde kinderen van dezelfde leeftijd in één klas bij elkaar zitten, maken daarmee een goede start. ‘Je hebt als 8-jarige misschien het denkvermogen van een 17-jarige, maar je blijft nog steeds een kind, met kinderlijke behoeftes. Zo zie je bij sommige van onze groepen met hoogbegaafde kinderen dat ze eerst een tijdje discussiëren over hydrothermale kristalgroeitechniek, en daarna tikkertje gaan doen’, aldus Hovinga.

Potentieel

Ten tweede zouden werkgevers meer naar het potentieel van hoogbegaafde sollicitanten moeten kijken en minder naar hun cv, vindt Hovinga. ‘Ik zal nooit vergeten dat ik bij een consultancybureau solliciteerde, en de HR-mevrouw me aankeek en zei: ‘Ik zie dat je havo hebt gedaan. Nou, dan moet je vooral niet teveel ambitie willen hebben.’ Van dat hokjesdenken moeten we echt af.’ Hoogbegaafden kunnen namelijk veel voordelen hebben voor bedrijven: ze kunnen vaak meer werk verzetten, willen verantwoordelijkheid nemen, zijn loyaal en gedreven. ‘Maar er moet wel ruimte voor zijn. Vaak wordt het niet gewaardeerd als een hoogbegaafde extra taken oppakt om het werk uitdagender te maken.’

Het verhaal van Laurent Simons, die op zijn 9de zijn bachelor haalt, stemt Hovinga vrolijk. ‘Maar het zou me nog blijer maken als we dergelijk talent benutten vanuit Nederlandse faciliteiten, en minder afhankelijk zijn van financieel goed bedeelde ouders. Een succes dat niet mede mogelijk gemaakt is door zomercursussen op Stanford.’ Passend onderwijs voor hoogbegaafden met een IQ van boven de 145 is er in Nederland nog te weinig, vindt Hovinga. ‘En dat hebben we nodig als we als maatschappij willen dat zij uitvindingen kunnen doen die klimaatverandering aanpakken en kanker bestrijden – want dat kunnen zij. Dat talent moeten we niet vergooien.’

‘En het hóéft natuurlijk ook niet, iedereen is anders. Ik sprak laatst iemand met een IQ van 145-plus, die buschauffeur is. Maar hartstikke gelukkig.’

En hoe het verder zal gaan met de 9-jarige Laurent? ‘Die gaat eerst lekker op vakantie’, zegt zijn vader. ‘En daarna naar een andere universiteit. Het regent aanbiedingen.’

Laurent gaat eerst op vakantie voordat hij doorstudeert in Amerika.Beeld REUTERS

Internationale toppers

Het record van snelste schoolafronder stond, voordat Laurent Simons hem inhaalde, op de naam van Michael Kearny, een Amerikaan die in 1994 op 10-jarige leeftijd zijn bachelor in de antropologie haalde. De Amerikaan met een IQ van 200 vertelt in een interview met de LA Times dat hij met vier maanden zijn ouders kon vragen wat er die avond op tafel stond. Met acht maanden leerde hij zichzelf lezen en op zijn 6de was hij klaar met de middelbare school. Na zijn studie joeg hij geen carrière in de wetenschap na, maar koos hij voor iets totaal anders: improvisatietheater. 

Ook het Koreaanse wonderkind Kim Ung-Yong vloog door zijn schooltijd: met een IQ van 210 schreef hij op zijn derde essays in het Japans, Engels en Duits en was hij klaar met de universiteit op zijn 7de, waarna hij voor Nasa ging werken. Maar het als een machine uitrekenen van formules maakte hem niet gelukkig, en hij begeleidde veel liever studenten, wat hij tegenwoordig doet aan de Shinhan University in Korea.

Hoeveel (hyper)hoogbegaafden zijn er? 

Lastig aan onderzoek naar de aantallen hoogbegaafden is dat veel slimmeriken zich nooit op hoogbegaafdheid laten testen, waardoor er geen precieze percentages bestaan. Schattingen zijn er wel: zo’n 2 procent van de Nederlanders heeft een IQ van 130 of hoger. Er zijn verschillende subgroepen, en hoe hoger het IQ gaat, hoe zeldzamer. Tussen de 1 op de duizend en 1 op de tienduizend mensen is extreem hoogbegaafd, met een IQ tussen de 145 en 159. Dan kun je ook nog uitzonderlijk begaafd zijn, met een IQ van 160 – 179: scores die zijn weggelegd voor 1 op de tienduizend tot 1 op de miljoen mensen. 

Meer over hoogbegaafden

De bovengemiddelde intelligentie van hoogbegaafden doet hun carrière meer kwaad dan goed. Hoogbegaafde Cor Snijders (54) werd afgewezen bij driehonderd sollicitaties

Zo leuk is het niet om altijd de slimste te zijn. Pas op een speciale school voor gelijkgestemden komen hoogbegaafde kinderen tot hun recht. ‘Mama, ik dacht altijd dat ik raar was, maar dat is helemaal niet zo.’

Omdat hoogbegaafdheid pas sinds eind jaren tachtig serieus wordt genomen, zijn er nogal wat ouderen die de boot volledig hebben gemist. Arie (62) wist niet zo goed wat hij aanmoest met zijn IQ van 150. ‘Ik ben nu verkeersregelaar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden