Hoe tijd al eeuwen voor tirannie zorgt

Verzet tegen de tirannie van de tijd is er al sinds de komst van de zonnewijzer. Twee intrigerende nieuwe boeken buigen zich over tijd, van hoe die te berekenen tot de filosofische vraag of tijd überhaupt wel bestaat.

Beeld anp

De activistische Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin (1945), zoon van een fabrikant van plastic tasjes, wist het in 1987 zeker: spoedig zou de mens aan tijd ten onder gaan. In een ophefmakend boek, Time Wars, voorspelde hij dat de aanstaande digitale revolutie ons voorgoed zou vervreemden van het 'ritme van de natuur'.

Reeds werd de wereld volgens Rifkin beheersd door 'mechanische apparaten en elektronische impulsen', die ons aan een dictatuur van snelheid en efficiëntie onderwierpen; vroeg of laat zouden we veranderen in kille machines. Computers baarden hem de meeste zorgen, aangezien die met nanoseconden werken, 'een snelheid', aldus Rifkin, 'die het menselijk bewustzijn te boven gaat'.

Rifkin was bepaald niet de eerste die zich zorgen maakte over wat je de robotisering van Vadertje Tijd zou kunnen noemen, valt op te maken uit het intrigerende Why Time Flies - onlangs als Waarom de tijd vliegt in het Nederlands verschenen - van Alan Burdick, als wetenschapsjournalist verbonden aan The New Yorker.

****

Non-fictie
Alan Burdick, Waarom de tijd vliegt Vertaald uit het Engels door Pon Ruiter en Frits van der Waa
Meulenhoff; 384 pagina's, euro 22,99.

***

Non-fictie
Simon Garfield, Tijdwachters Vertaald uit het Engels door Bert Meelker
Podium; 352 pagina's, euro 22,50.

De oudst bekende tijdrebel is de Romeinse toneelschrijver Plautus, die in de tweede eeuw voor Christus klaagde over de toenemende populariteit van zonnewijzers, 'die tot mijn grote verdriet de dag in kleine stukken snijden'.

In de Middeleeuwen leidde het gebruik van de kaarsklok, waarbij een ijzeren staaf na een bepaalde brandtijd op de vloer kletterde, tot verdeeldheid, al was dat ook omdat die methode een onbekend aantal kloosterbranden tot gevolg had.

In de 19de eeuw, ten tijde van de tweede industriële revolutie, was de discrepantie tussen de circadiane klok - een in ieder wezen ingebouwd levensritme - en de kunstmatig vastgestelde tijd het grootst, blijkt uit het eveneens onlangs verschenen Timekeepers (Tijdwachters in de Nederlandse vertaling) van de Britse journalist Simon Garfield, die een houteriger pen hanteert dan zijn Amerikaanse collega.

Stand van de zon

De discrepantie ontstond dankzij de ijzerbaan, die steeds meer steden met elkaar verbond; eerst in Groot-Brittanië, daarna in de rest van de wereld. Tot dat moment hield elk oord er zijn eigen tijd op na - ongeveer afgestemd op de hoogste stand van de zon. Zo kon het voorkomen dat de kerkklok van Nottingham tien over drie aangaf, terwijl het in naburige Derby al bijna half vier was.

Om treinen op tijd te kunnen laten vertrekken en botsingen op het spoor te voorkomen, werd een centrale spoorwegtijd ingevoerd, de Londense tijd, afgeleid van het uurwerk van het Royal Observatory in Greenwich, op dat moment de nauwkeurigste klok ter wereld, die op basis van de bewegingen van hemellichamen veelvuldig werd gecorrigeerd.

Man bij een zonnewijzer. Mozaïek uit de 4de eeuw na Chr., uit Daphne in Antiochië (Turkije). Beeld getty

Invoering van die Londense tijd verliep niet vlekkeloos; uit protest voorzagen sommige steden hun klokken van twee grote wijzers, zodat behalve de verplichte nieuwe tijd ook de oorspronkelijke viel af te lezen.

Plaatselijke kranten riepen op tot verzet. 'De tijd, ons beste en dierbaarste bezit, loopt gevaar', schreef Chambers's Edinburgh Journal in 1851. 'Inwoners van talloze Britse stadjes en dorpen worden verplicht te buigen voor de macht van de stoom (...). Bestond er ooit een monsterachtiger en ondraaglijker tirannie?'

De destijds vermaarde Britse epidemioloog dr. Alfred Haviland leverde een schotschrift af: Hurried to Death, or a Few Words of Advice on the Danger of Hurry and Excitement, Especially Addressed to Railway Travellers (1868), waarin hij in alle ernst waarschuwde voor het langdurig bestuderen van een dienstregeling.

Ook in andere geledingen van de moderniserende maatschappij - banken, effectenbeurzen maar bijvoorbeeld ook klokkenmakers - werd de noodzaak van één exacte tijd prangender. De macht van Greenwich groeide; de nulmeridiaan werd getrokken, en de wereld voor het gemak in tijdzones onderverdeeld, waardoor op lokaal niveau allerlei bizarre situaties ontstonden.

Tijd voorgoed tot stilstand

Zo kwam men in de Verenigde Staten dankzij Greenwich met tientallen tijdzones opgescheept te zitten, die op last van de Amerikaanse overheid werden teruggebracht tot vier. 'Wie in de oostelijke helft van de zone woont,' citeert Burdick The New York Herald van november 1883, 'leeft als het ware een deel van zijn leven opnieuw, terwijl de mensen in de andere helft de toekomst in worden geslingerd, soms wel een halfuur.'

Op 15 februari 1894 ontplofte er een bom in Greenwich Park, op het terrein van het observatorium. De Franse anarchist Martial Bourdin, die het te vroeg ontstoken explosief bij zich droeg, liet daarbij het leven; een gebeurtenis waar Joseph Conrad The Secret Agent (1907) op baseerde. Hoewel Bourdins motieven nooit zijn opgehelderd - Garfield wijdt er een interessante passage aan - wordt aangenomen dat hij de tijd voorgoed tot stilstand had willen brengen.

Schrikkelseconde

Greenwich is tegenwoordig niet meer van belang, de exacte tijdsberekening, die onder meer telefoons en laptops wereldwijd van overeenkomstige tijden voorziet, vindt plaats in het Franse Sèvres, waar het internationaal bureau voor maten en gewichten zich bevindt.

Van diverse data - afkomstig van nauwkeurige, femtoseconden van elkaar afwijkende atoomklokken - wordt het gemiddelde berekend dat die ene officiële tijd wereldtijd (UTC) oplevert. 'Doordat atoomklokken steeds nauwkeuriger zijn geworden', schrijft Burdick, 'kunnen we zien dat de draaisnelheid van de aarde langzaam afneemt, zodat elke dag een héél klein beetje langer wordt.' Vandaar dat Sèvres sinds 1972 om de paar jaar een schrikkelseconde toevoegt.

Burdick en Garfield doen pogingen het verschijnsel tijd filosofisch te duiden - is de tijd een afgeleide van de geest of bestaat hij ook daadwerkelijk? - maar hun inzichten borduren slechts voort op wat Aristoteles ('Want als er niemand is om te tellen, kan er ook niets zijn om geteld te worden') en kerkvader Augustinus ('In u, mijn geest, meet ik de tijd') reeds beweerden.

Tot er een betere is gevonden, houden we wat mij betreft de definitie van de Leidse natuurkundige Carlo Beenakker (1960) aan. 'Tijd is datgene wat ervoor zorgt dat alles niet tegelijkertijd gebeurt', zei hij onlangs in een interview.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden