MEDISCHE DOORBRAAKpenicilline

Hoe pech en geluk een ‘gift van de natuur’ opleverden tegen microben

Houd moed. In het verleden wisten wetenschappers gigantische gezondheidscrises te bezweren. Deze week: de dodelijke willekeur van wondinfecties.

Beeld Olivier Heiligers

Wat was het probleem?

Wat een pech. Eerst krast politieagent Albert Alexander zijn gezicht langs een rozendoorn. Daarna beginnen de wondjes te broeien van de bacteriën. De wondinfectie is zo erg dat er pus uit zijn gezicht sijpelt en hij één oog verliest. Als eerste mens ter wereld krijgt hij in 1941 het antibioticum penicilline toegediend. Maar dan raakt de testvoorraad op en overlijdt Alexander een maand later alsnog.

De Griekse arts Hippocrates zag al in de 5de eeuw voor Christus vooral willekeur: grote én kleine wonden kunnen hevig en dodelijk gaan etteren, zelfs na onbenullige ongevallen. Als de medische wetenschap na de Middeleeuwen eindelijk moderniseert, verandert er qua infectiegevaar weinig: elke wond blijft een open uitnodiging voor microben. Dat maakt ziekenhuizen in de 19de eeuw levensgevaarlijk, schrijft Lois Magner in haar standaardwerk A History of Medicine. Wie onder het mes gaat, sterft in de meeste gevallen niet aan zijn ziekte, maar domweg aan de wondinfectie die daarop volgt.

Het keerpunt

Dan, tientallen jaren, stuit de mensheid op een ongelofelijk geluk. Al scheelde het weinig of penicilline, het eerste antibioticum, was überhaupt nooit ontdekt. Te simpel is in elk geval het klassieke verhaal over hoe Alexander Fleming in 1928 een eureka-moment beleefde toen hij de bacteriedodende stof in een schaaltje zag werken. Fleming was in zijn notities opvallend ongeïnteresseerd in de ontdekking, aldus arts-schrijver James Le Fanu op in zijn boek The Rise and Fall of Modern Medicine. Fleming ziet weinig in penicilline omdat het giftig zou zijn, en laat zijn observatie in een bureaulade verstoffen.

Pas tien jaar later struikelt de biochemicus Ernst Chain over Flemings penicilline-aantekeningen, ook zonder de waarde ervan te beseffen. Zijn interesse is vooral scheikundig: samen met zijn baas Howard Florey gaat hij met het goedje priegelen. Daar hoort bij: inspuiten bij muizen en kijken wat er gebeurt. Tot hun verbazing blijven de muizen kerngezond. Dat doet het kwartje vallen: penicilline is veilig voor dier en mens, maar dodelijk voor microben. Dit is een geneesmiddel, een ‘gift van de natuur’.

En zo komt de dag dat politieagent Albert Alexander in 1941 ‘s werelds eerste dosis penicilline krijgt. Die knapt daar zichtbaar van op, zolang de voorraad strekt. Kort erna gaat penicilline in massaproductie. Antibiotica voorkomen niet alleen wondinfecties tijdens en na de oorlog, maar helpen mensen ook andere bacteriën van zich af slaan. ‘Iets als een blindedarmontsteking is dankzij antibiotica ineens niet meer dodelijk’, zegt hoogleraar microbiologie Marc Bonten van het UMCU. En chirurgische ingrepen waar infectiegevaar anders een probleem zou zijn, krijgen massaal groen licht: zo redden de middelen indirect miljoenen levens.

Hoe staat het er nu voor?

Antibiotica hebben hun magische glans een beetje verloren: sommige bacteriesoorten worden resistent tegen bijvoorbeeld het nieuwere antibioticum vancomycine. ‘We dachten in de jaren negentig het begin van het eind te zien’, zegt Bonten. Onbehandelbare MRSA-bacteriën zouden zich snel vanuit andere landen naar Nederland zouden verspreiden. ‘Maar gelukkig gebeurt dat niet zo snel als we dachten.’ Dat scheelt een tegenslag: antibiotica werken eigenlijk nog steeds erg goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden