Reportage

Hoe ongezond is een knapperend haardvuurtje, voor de stoker en de buren?

Richard Schoots heeft een nieuwe kachel, die het binnenmilieu nauwelijks beïnvloedt. Beeld Sabine van Wechem
Richard Schoots heeft een nieuwe kachel, die het binnenmilieu nauwelijks beïnvloedt.Beeld Sabine van Wechem

Hout stoken ligt onder vuur. Zeker sinds onlangs bekend werd dat brandende houtkachels en open haarden meer fijnstof uitstoten dan het wegverkeer. De Volkskrant plaatste een week lang meetkastjes in woningen waar een vuurtje werd gestookt, en bij buren van stokers die zeggen veel last te hebben van de rook.

Wanneer hij de houtkachel aanstak en met zijn vrouw tv ging kijken, werd hij vroeger nog weleens ‘soezelig’, vertelt Richard Schoots uit Leiden. Het vuur trok het zuurstof rechtstreeks uit de kamer. ‘Als we dat merkten, wist ik dat het ventilatiesysteem even wat hoger moest.’

Niet erg gezond natuurlijk, dus schafte Schoots een jaar of vijf geleden een nieuwe kachel aan. Die heeft een speciale buis om verse lucht rechtstreeks van buiten te halen. Het deurtje blijft gesloten, alle rook verdwijnt door de schoorsteen, de lucht in huis blijft onberoerd. Alleen de warmte komt nog de kamer in.

Maar dat is binnen. Juist vanwege de vervuilende rook die in de buitenlucht belandt, zwelt de kritiek op houtstook aan. In februari nog werd bekend dat het RIVM fijnstof is gaan meetellen dat vlak buiten de schoorstenen ontstaat uit de afkoelende rookgassen. Ineens bleken houtkachels en open haarden samen een grotere fijnstofuitstoter dan het wegverkeer. ‘Dat maakt ons houtstokers wel steeds schuldiger’, zegt Schoots schuldbewust.

Al plaatst hij wel een kanttekening. Zijn moderne kachel stoot twee keer minder fijnstof en stikstofoxiden uit dan de Europese ecodesign-norm, die vanaf 2022 voor nieuwe kachels moet gelden. En hij houdt de thermometer in de afvoerpijp scherp in de gaten, om zo efficiënt mogelijk te stoken. ‘Misschien is het een jij-bak, maar ik heb de neiging te wijzen op mensen met oude open haarden en slechte, goedkope kachels die veel vervuilender zijn.’

Wat weten we eigenlijk over hoe schadelijk de rook uit zo’n knapperend haardvuurtje is, voor de stoker zelf én voor de omgeving? Maakt het uit wat voor kachel je hebt? Om daar meer inzicht in te krijgen, plaatste de Volkskrant een week lang meetkastjes in acht woningen van mensen die naar eigen zeggen last hebben van houtstook, en bij elf huishoudens die zelf hout stoken. Zij hielden hun dagelijkse activiteiten die invloed hebben op de luchtkwaliteit bij, en noteerden wanneer ze het vuur aanstaken dan wel merkten dat dit in de buurt gebeurde.

Toename fijnstof

Te beginnen met de kamers waar de vuurtjes knapperen. Het systeem van Schoots lijkt in elk geval te werken: in zijn eigen woning is slechts een minieme fijnstoftoename te zien als de kachel net aangaat en het deurtje even open is.

Bij een meerderheid van de elf aan de meting deelnemende woningen met kachels en haarden is wel een duidelijke fijnstofverhoging te zien als het vuur aangaat. Al valt het effect in veel gevallen mee als je het afzet tegen het effect van koken en brandende kaarsen in diezelfde woningen. Soms slaan de fijnstofmeters flink uit. Vooral open haarden veroorzaken duidelijke pieken, soms tot meer dan tien keer hoger dan de gebruikelijke concentraties. Die pieken ontstaan meestal bij het aansteken van het vuur, maar zijn ook tussendoor te zien, vermoedelijk door het bijvullen van hout of het oppoken van het vuur.

Illustratief is een familie die bij wijze van proef één week wel en één week niet de (gesloten) kachel stookte. In de eerste week waren er de hele dag fijnstofpiekjes zichtbaar op de momenten dat het vuur brandde. In week twee waren die verdwenen.

Inderdaad blijkt ook uit wetenschappelijke studies dat er in huizen waar een houtkachel of open haard brandt, meer ongezonde stoffen in de lucht zitten, schreef het RIVM in 2019. Het gaat om fijnstof, maar bijvoorbeeld ook om polycyclische aromatische koolwaterstoffen, of PAKs, een groep schadelijke organische moleculen. Iets zinnigs zeggen over wat dit concreet betekent voor de gezondheid – een kachel in de huiskamer geeft zóveel meer kans op een longziekte – is volgens het RIVM niet te doen.

Duidelijk is in elk geval wel dat houtstook overlast kan veroorzaken in de omgeving. Zo gaf in een enquête die Nivel hield in opdracht van het Longfonds onder mensen met een longziekte, zoals COPD of astma, 67 procent aan enige of ernstige last te hebben van houtkachels. Ook Bianca Paulussen uit Nuenen, die een meetkastje ophing in haar slaapkamer, heeft last van houtstook in haar buurt.

Bianca Paulussen uit Nuenen heeft last van benauwdheid zodra in haar buurt een haard of houtkachel brandt. Beeld Sabine van Wechem
Bianca Paulussen uit Nuenen heeft last van benauwdheid zodra in haar buurt een haard of houtkachel brandt.Beeld Sabine van Wechem

Als een van de schoorstenen in haar buurt begint te roken, merkt ze dat op windstille winterdagen direct. Hoesten, benauwdheid – ze slaapt er soms slecht van, zegt ze. ‘En dan ben je in je eigen slaapkamer, waar het veilig zou moeten zijn.’

Allergisch astma

Paulussen heeft allergisch astma, waardoor ze erg gevoelig is voor luchtverontreiniging. ‘Daar kunnen die eigenaren van houtkachels niks aan doen. Maar als ze alleen al zouden stoppen met stoken op windstille dagen, zou het mensen als ik enorm helpen.’ Toen ze met haar klachten naar de gemeente stapte, gaf die aan dat ze dit zelf moet bespreken met de buren. ‘Dat durf ik niet. Neem de Rijdende Rechter: buren hebben een prima relatie, en dan gebeurt er iets en is het ruzie. Dan doe ik het raam maar dicht.’

Ook in de week dat het meetkastje hing, had Paulussen een avond last van houtstook. En ja, de fijnstofconcentratie was die avond verhoogd. Maar dat gold ook voor enkele avonden waarop ze geen houtgeur waarnam. Overlast terugzien op fijnstofmetingen in huis bleek bij alle acht deelnemers die noteerden wanneer ze een houtgeur roken, buitengewoon lastig. Hogere fijnstofconcentraties en de geur van rook vallen niet eenduidig samen.

Niet voor niets ontbreekt er nog altijd een standaardmethode waarmee gemeenten overlast door houtstook kunnen aantonen. Zo van: steek een meet­apparaatje in de lucht, springt dat op rood dan is ingrijpen terecht. Aan een dergelijke meetmethode wordt, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, wel gewerkt, onder meer door Arjan Plomp en Paula Bronsveld van TNO.

Als geen ander weten zij hoe lastig overlast door houtrook zich laat meten. Neem Plomps onderzoek van vorig jaar. Op tien meter afstand van een rokende schoorsteen waren duidelijke pieken zichtbaar, van fijnstof, maar ook van koolstofmonoxide, formaldehyde en zwarte koolstof, een component van roet. Bij een meting op 80 meter afstand pikte de meetapparatuur weer niets op, terwijl de onderzoekers zelf duidelijk een brandgeur roken.

Gevoelige neus

Mogelijk waren de concentraties te laag voor de sensoren om op te pikken, zegt Plomp: de menselijke neus kan simpelweg gevoeliger zijn voor sommige stofjes dan de apparaten. En misschien werden de meetresultaten wel beïnvloed door de veranderende windrichting.

Het is nu aan Paula Bronsveld van TNO om, samen met IRAS, GGD Amsterdam en het RIVM, de vervolgstap te zetten: onderzoeken of je concentraties van verschillende stoffen kunt koppelen aan klachten. Met een zwik meetapparatuur en een groep proefpersonen die aangeeft wanneer ze last krijgen van stank door houtrook. Of dat uitmondt in een eenduidige meetmethode om overlast mee vast te stellen, is volgens haar nog niet te zeggen.

Bij de vraag hoe ongezond houtrook is, moet je twee dingen uit elkaar houden, leggen Plomp en Bronsveld uit. Er zijn grootschalige effecten, en effecten in de directe omgeving.

Naar die grootschalige effecten is veel onderzoek gedaan. Volgens het RIVM sterven er in Nederland elk jaar zo’n twaalfduizend mensen vroegtijdig door luchtvervuiling. Dit komt onder meer door fijnstof: een hogere concentratie hiervan leidt op de lange termijn tot een grotere kans op aandoeningen, veelal aan de longen en luchtwegen.

Het fijnstof van de bijna miljoen actieve houtkachels en haarden die Nederland volgens het CBS telt, verspreidt zich en voegt zich bij de fijnstofdeken die over het hele land ligt. Zo’n 23 procent van de binnenlandse fijnstofuitstoot komt van houtstook in huis, aldus het RIVM.

Hoe het zit met de gezondheidseffecten voor mensen die met enige regelmaat in de rook van de buren zitten, is veel minder bekend, zegt Paula Bronsveld. Volgens haar weten we dat individuele stoffen in houtrook in elk geval op de lange termijn schadelijk zijn, maar kunnen de samenstelling van houtrook, de afstand tot de bron en de blootstellingsduur enorm variëren. Dat maakt het lastig om harde uitspraken te doen over hoe ongezond herhaaldelijke, maar kortdurende blootstelling aan houtrook nou is.

Dat hier nog relatief weinig onderzoek naar is gedaan, komt volgens haar doordat de focus lange tijd op andere vervuilingsbronnen lag, zoals auto-uitlaten en fabrieksschoorstenen. De laatste decennia werden die in hoog tempo schoner, de kachels en haarden bleven achter. Daardoor is de relatieve bijdrage van houtstook nu zoveel groter dan twintig jaar geleden.

In elk geval maakt het uit hóe je stookt. Het scheelt veel als het gestookte hout goed is gedroogd, liefst twee jaar. Een moderne kachel stoot minder fijnstof uit dan een oude open haard, volgens Plomp. In Nederland staan nog altijd veel oude kachels en haarden: zo zijn er volgens het CBS meer dan een kwart miljoen open haarden in gebruik, waarvan ongeveer de helft ouder is dan 25 jaar. Er is in Nederland geen plicht oude kachels en haarden te moderniseren, zoals in Duitsland.

Wie een elektrostatisch filter plaatst, trekt nog eens 70 tot 90 procent van de fijnstof uit de rook, blijkt uit Plomps onderzoek. Dat type filter vangt vaste deeltjes af door ze een elektrische lading te geven, waardoor ze blijven plakken als een opgewreven ballon aan een trui. Zulke filters zijn te koop, maar zitten niet standaard bij een nieuwe kachel.

Geert Verstegen uit Sint Hubert stopt met stoken zodra zijn houtvoorraad op is. Beeld Sabine van Wechem
Geert Verstegen uit Sint Hubert stopt met stoken zodra zijn houtvoorraad op is.Beeld Sabine van Wechem

Schoon stoken

Maar helemaal nul is de uitstoot nooit. Bestaat er dus niet zoiets als schoon stoken? ‘Dat is een waardeoordeel’, reageert Plomp. Zo’n oordeel kan zijn meetapparatuur niet geven, dat laat hij aan de samenleving en de politiek.

Voor Geert Verstegen uit Sint Hubert, die ook meedeed aan het meetproject, is de impact van houtstook reden om zijn inzethaard te laten voor wat het is, zodra zijn huidige houtvoorraad op is. Hij is betrokken bij de Brabantse milieubeweging. ‘Ik bemoei me met de stank van de boerderijen hier. Dan kan ik wel smoesjes verzinnen over mijn eigen stookgedrag, dat de eerstvolgende buur 150 meter verderop woont bijvoorbeeld, maar daar moet ik gewoon mee uitscheiden. Bovendien is aan het knopje van de thermostaat draaien een stuk makkelijker.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden