Hoe Mussolini de fascistische staat uitvond: zelfs de democraten hielpen een handje

Hij geldt als de uitvinder van de fascistische staat. Maar over hoe hij precies die macht vestigde, is niet zoveel bekend. Rients Verschoor (28) dook in de archieven en ontdekte: zelfs democraten hielpen Mussolini een handje.

Benito Mussolini tijdens de Mars op Rome in 1922.Beeld Hollandse Hoogte / World History Archive

Benito Mussolini: zijn naam is algemeen bekend. Net als zijn schepping, het fascisme. Maar aan de manier waarop hij de, uiteindelijk absolute, macht in Italië verwierf, wordt betrekkelijk weinig aandacht besteed.

Volgens het gangbare beeld stampten met knuppels bewapende zwarthemden in 1922 een fascistische staat uit de grond. In feite vestigde Mussolini (1883-1945) - anders dan zijn tovenaarsleerling Adolf Hitler - zoekend, tastend en improviserend zijn regime. Daarbij moest hij de eerste jaren na de Mars op Rome, de manifestatie die Mussolini aan de macht bracht, een (relatief) sterke oppositie trotseren.

Over hoe Mussolini de parlementaire oppositie wist te overreden zijn dictatuur te aanvaarden, heeft de Groningse historicus Rients Verschoor (28) een masterscriptie geschreven. De Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, het oudste 'geleerde genootschap' in Nederland, kende hem hiervoor de Jan Brouwer Scriptieprijs toe - goed voor veel eer en 2.000 euro.

Rients Verschoor (28) dook in de archieven.

Parlementaire oppositie in fascistisch Italië, daar denk je niet meteen aan.

'Toch was ze er. De partij van Mussolini, de PNF, domineerde weliswaar het Huis van Afgevaardigden, maar in de Senaat had ze niet de meerderheid. Om zijn regime te kunnen vestigen, was Mussolini afhankelijk van de oppositie. Na de moord door fascisten op de socialistische oppositieleider Giacomo Matteotti in 1924 zag het er niet naar uit dat hij die steun zou krijgen.'

Hoe is het hem dan toch gelukt?

'Door behendig te manoeuvreren. Eerst nam hij gas terug en vervolgens ging hij met veel retorische en strategische inventiviteit een stap verder met het inperken van burgerrechten en persvrijheid. Op verschillende manieren: in de eerste plaats presenteerde hij zichzelf niet als iemand die het bestel grondig op de schop zou nemen, maar als iemand die het proces van nationale eenwording dat in de 19de eeuw was begonnen - het Risorgimento - zou voltooien. Hij respecteerde dan ook de grondwet die uit die tijd stamde. Verder appelleerde hij aan de algemene behoefte aan rust en orde na een paar jaar van politieke en maatschappelijke chaos. En hij bediende zich van dissociatieve overredingstechnieken. Hij maakte bijvoorbeeld een onderscheid tussen absolute, ontwrichtende vrijheid van meningsuiting en gereguleerde, ordelijke vrijheid van meningsuiting. En tussen oneerlijke, egoïstische journalisten en eerlijke, dienstbare journalisten.'

En daar trapte de oppositie in?

'Ja. Ik heb, ongeveer als eerste historicus, de verslagen bestudeerd van de debatten die over de invoering van de fascistische wetten zijn gevoerd. En daaruit bleek, ook tot mijn verbazing, dat een beknotting van de vrijheid bespreekbaar werd geacht. Ook door senatoren die persvrijheid als hoeksteen van de burgerrechten hadden aangemerkt. Voor hen was dit hoge goed toch ondergeschikt aan de doelmatigheid van de regering, de eer van het land en het prestige van de journalistieke professie.'

Moest uitgerekend persbreidel die dan herstellen?

'Zo bracht Mussolini het natuurlijk niet. De pretentie was dat de journalistiek, een beroep dat Mussolini zelf ooit had uitgeoefend, zou worden geprofessionaliseerd. Door de invoering van beroepskwalificaties, collectieve arbeidsovereenkomsten en een kostenloze journalistenopleiding, aangeboden door de staat. Met deze maatregelen werd de beroepsgroep juist onder controle van de overheid gebracht, maar daar hadden maar weinig mensen problemen mee. U moet ook niet vergeten dat Italië nog een jonge staat was, met een korte geschiedenis van burgerlijke vrijheden.'

Toch klinkt het ook actueel.

'Iets van de manier waarop Mussolini verdeeldheid zaaide, zie je ook bij Trump en zijn categorisering van echt nieuws en nepnieuws, en oneerlijke en eerlijke journalisten. De Poolse mediawet lijkt zelfs woordelijk op die van fascistisch Italië: ze maakt een onderscheid tussen geloofwaardige, objectieve journalisten die het nationaal belang bij professionele afwegingen betrekken, en journalisten die hun individualistische neigingen volgen. En dan heb ik het nog niet eens over landen als Rusland en China.'

Rients Verschoor, The Abolition of Italian Democracy. A rhetorical discourse analysis of the design and adoption of two fascist laws in Italy, 1924-1925.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden