Drie producten Bijen helpen

Hoe kun je de bijen helpen? Een expert vertelt wat je (niet) moet doen

De bijen in Nederland hebben het zwaar. Wie daar bezorgd over is en ze wil helpen, kan allerlei producten kopen. Maar werken die echt? David Kleijn, hoogleraar plantenecologie en natuurbeheer aan de Wageningen Universiteit, beoordeelt er drie.

Een bij Beeld ANP

Product 1: Het bijenhotel

Te koop in vrijwel elk tuincentrum voor ongeveer 10 euro. Een bijenhotel is een kastje waarin bamboe en riet liggen opgestapeld of een houten blok waarin gaten zijn geboord. Het exemplaar dat we Kleijn voorleggen komt van de Intratuin en heeft kamers die gemaakt zijn van holle bamboestengels. Kleijn ziet meteen al wat er mis mee is. ‘Als je er doorheen kunt kijken, dan hebben bijen er niks aan. De bijen maken een nestje in een holletje, maar aan de achterkant moet de holte wel gesloten zijn. Ze vertikken het om zelf een achterwand te maken.’ De hotelgasten hebben nog een tweede verzoek, dat zelden wordt ingewilligd. Ze willen gladde holtes, niet van die rafelige stengels als in dit hotel. Want, legt Kleijn uit, ‘de scherpe rafels beschadigen hun vleugels’.

Bijenhotel.

Maar zelfs als je als hotelier aan alle bijenwensen voldoet, zullen de meeste bijen je hotel voorbijvliegen. In Nederland leven naast de gedomesticeerde honingbij 357 wilde bijensoorten. Van de wilde bijensoorten zijn er maar ongeveer 30 die in bestaande holtes nestelen. De overige soorten leven in de grond. Kleijn vindt bijenhotels dan ook ‘hartstikke leuk, maar vooral voor de bewustwording’. Zelf heeft hij er ook eentje in zijn tuin hangen die hij met veel toewijding heeft gebouwd. Om onduidelijke redenen zijn de meeste kamers onbewoond. Wilde bijen laten zich niet zo makkelijk manipuleren.

De grondnestelende bijen kun je op een andere manier helpen, bijvoorbeeld met een verwaarloosd gazon. Kleijn: ‘Ik heb zelf een niet al te groen gazon waar de buren van zullen zeggen: moet je daar niet eens wat aan doen?’ Maar kale plekken in het gras zijn voor bijen juist heel fijn om te nestelen. En de paardebloemen die overal de kop opsteken? Lekker laten staan, is het advies van Kleijn, want de bloem is een belangrijke voedselbron voor vlinders, bijen en andere insecten.

Wie geen tuin heeft of het gazon niet wil offeren, kan met leem een broedplek voor bijen maken. Je vult bijvoorbeeld een groentenkistje met leem en zet dat op zijn kant of hangt het tegen de muur. Zo creëer je als het ware een bijencamping. Kleijn: ‘Dat werkt vaak heel goed. De bijen graven zelf hun holletje daarin uit.’

Product 2: Bloemzaad voor bijen

Bijen hebben bloemen nodig. Ze drinken de nectar en gebruiken het stuifmeel om het nageslacht te voeden. Wie bijen een plezier wil doen, zaait dus bloemen. Het tuincentrum verkoopt voor bijen een speciale zadenmix, maar Kleijn is niet erg onder de indruk van de gekozen plantensoorten in de mix.

Bijen hebben bloemen nodig.

De honingbij is een generalist en zal zich voeden met alle bloemen uit de mix. Maar juist de bijensoorten waarmee het slecht gaat, zijn een stuk kieskeuriger. Deze kwetsbare soorten hebben niet zoveel aan deze zaden, helaas. De topdrie van planten die je volgens Kleijn zou moeten zaaien, zijn: rode klaver, rolklaver en slangenkruid. Hij adviseert om bijenzaad te kopen bij zaadtelers die gespecialiseerd zijn in inheemse plantensoorten, omdat zij weten welke bijensoorten een duwtje in de rug verdienen en welke planten in Nederland aanslaan. Dat die zaden duurder zijn, is onvermijdelijk. Kleijn: ‘Voor kwaliteit moet je wat betalen.’

Product 3: Knuffelbijen

De honingbij die onderdak en verzorging krijgt van een imker, ligt steeds meer onder vuur. Het is de kip onder de bijen, gekweekt om aan menselijke wensen te voldoen. Steeds meer onderzoeken tonen aan dat de gedomesticeerde honingbij het voor de wilde soortgenoten moeilijker maakt om genoeg nectar en stuifmeel te vinden. Als imker draag je dus niet bij aan het beschermen van de biodiversiteit. Wie toch graag bijen wil houden, kan sinds een paar jaar zogenoemde knuffelbijen kopen. Dat zijn in feite rosse metselbijen, een wilde bijensoort die het prima doet in Nederland. Ze worden bezorgd in een kartonnen koker, samen met een houten hotel waarin gaten zijn geboord. De bijen zijn op dat moment nog in winterrust en slapen in cocons. In de bijgeleverde instructies staat dat ze eerst in de koelkast moeten. Half maart verplaatsen we de koker naar buiten en halen de dop eraf. 7 april ontwaken de eerste mannetjes. Ze knagen zich uit hun cocons en vliegen naar buiten. Onrustig blijven ze rond het bijenhotel hangen om de vrouwtjes op te wachten die, als ze ook eenmaal uit hun cocons gekropen zijn,  direct door de mannetjes bevrucht worden. In het bijgeleverde hotel kunnen ze hun eitjes leggen,  maar ze kunnen ook net zo goed voor een gaatje in de muur kiezen.

Knuffelbijen in cocons.

Knuffelbijen, dat klinkt toch als een sympathiek en onschuldig product? Daar denkt David Kleijn als bijenexpert heel anders over. Zijn advies aan consumenten die deze bijen willen kopen: ‘Niet doen. Echt niet doen. Het is veel beter dat je je eigen populatie bedient dan dat je gaat slepen met een soort, waardoor je genetisch materiaal introduceert wat er helemaal niet hoort.’ In het ergste geval kunnen de knuffelbijen ziekten verspreiden waar hun wilde soortgenoten nog geen last van hebben. Maar zonder knuffelbijen te kopen, kun je ook genieten van deze bijensoort. Kleijn: ‘Als je de juiste omstandigheden in je tuin creëert, krijg je zeker metselbijen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden