Column Ionica Smeets

Hoe kan het dat het getal 1.300 soms als veel wordt ervaren en soms als weinig?

Het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel stuurde me een bericht. Afgelopen donderdag, op de Europese dag tegen Mensenhandel, presenteerde het een onderzoek naar wat Nederlanders weten over seksuele uitbuiting. Toen ik hun onderzoeksrapport las, bleek ik zelf weinig over mensenhandel te weten. Zo dacht ik bij die term automatisch aan mensensmokkel, maar dat blijkt er juist níét onder te vallen – omdat de gesmokkelden doorgaans vrijwillig meegaan. Bij mensenhandel worden slachtoffers gedwongen tot onvrijwillige seks, werk of andere ellende en verdient de dader geld aan deze uitbuiting.

Het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel mailde mij specifiek over een getal: naar schatting zijn er jaarlijks ruim 1.300 minderjarige meisjes in Nederland het slachtoffer van seksuele uitbuiting. Hoe kan het dat het getal 1.300 soms als veel wordt ervaren en soms als weinig?

In hun onderzoek had het centrum aan ruim duizend mensen gevraagd wat ze van dit aantal vonden. Voor 49 procent van de ondervraagden was dit meer dan ze hadden verwacht, voor 21 procent was het juist minder en voor 30 procent was dit min of meer wat ze verwachten.

De vraag is natuurlijk niet of die 1.300 meisjes er meer of minder zijn dan we verwachten, maar waarom we hier niet collectief enorm boos over zijn. Elke dag tussen de drie en vier meisjes die in de ellende belanden. Elke week een complete schoolklas erbij – uitgebuit in kelderboxen en smoezelige hotelkamers. Per maand honderd meisjes zonder naam of gezicht.

Want dat is natuurlijk het probleem. Het is moeilijk om boos te worden over 1.300 tamelijk abstracte meisjes die we niet kennen. Sterker nog, eigenlijk hebben deze meisjes bijna alles tegen als je kijkt naar factoren die een rol spelen bij hoe boos mensen worden over hun situatie. In het vakgebied risicocommunicatie is er veel bekend over welke factoren ervoor zorgen dat mensen iets onacceptabel vinden.

Catastrofes met veel slachtoffers op één plaats en één tijd maken veel meer indruk dan een gestage stroom van slachtoffers op verschillende locaties. Eenmalige gebeurtenissen komen bovendien sneller in het nieuws en meer media-aandacht zorgt al snel voor grotere verontwaardiging. De massa-ontvoering van honderden Nigeriaanse schoolmeisjes door Boko Haram leidde bijvoorbeeld tot veel meer protesten dan het sluipende verdwijnen in de prostitutie van honderden meisjes. Bij die 1.300 minderjarige meisjes is niet zo duidelijk tegen wie je zou moeten protesteren. Tegen al die losse daders? Tegen het systeem dat dit toestaat?

Het is daarbij makkelijker om boos te worden over één concreet verhaal dan over een statistisch feit. Ik ga de namen hier niet noemen, omdat dat zowel goedkoop als pijnlijk voelt, maar ik weet zeker dat iedere lezer zich een paar voorbeelden kan herinneren waarbij het nieuws over de dood van één iemand een enorme impact had. Ook al kende je die persoon niet, maar je kon je zo voorstellen dat dit jou of een van je geliefden was overkomen. En ook daar hebben die 1.300 meisjes pech, want de meeste mensen kunnen zich niet voorstellen dat zijzelf of iemand in hun omgeving slachtoffer zou worden van seksuele uitbuiting, volgens het onderzoek van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel.

Dus ja, 1.300 kan soms als veel voelen en soms als weinig. Maar 1.300 minderjarige meisjes die het slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting, dat zijn er hoe dan ook te veel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden