biologie

Hoe het korhoen vergeefs behouden wordt voor Nederland (en intussen als maal voor haviken dient)

De hanen spreiden hun witte staartveren, steken de kop ver in de lucht en fladderen op om indruk te maken op de bruingrijze hennen. Beeld Getty
De hanen spreiden hun witte staartveren, steken de kop ver in de lucht en fladderen op om indruk te maken op de bruingrijze hennen.Beeld Getty

Het korhoen komt in Nederland alleen nog voor op de Sallandse Heuvelrug, en dan puur omdat daar elk jaar exemplaren uit Zweden worden uitgezet. Tot nog toe zijn ze vooral voer voor roofdieren. En zo werd de vogel een splijtzwam in de natuurbescherming.

Jean-Pierre Geelen

Op toeristische sites over het heidegebied de Sallandse Heuvelrug schijnt altijd de zon. ‘Het korhoen is een bekende standvogel die je ongetwijfeld tegenkomt bij een wandeling of fietstocht in dit natuurgebied’, jubelt toeristisch marketingplatform VisitOost.nl. De kop is al even uitnodigend: ‘Het korhoen, heb jij ’m al gespot op de Sallandse Heuvelrug?’

Voor het antwoord op die vraag hoef je het heidegebied niet te betreden. Want waar de toeristische sector een kip met gouden eieren ziet, is de kans om er het korhoen te zien vrijwel uitgesloten. Weliswaar is de Sallandse Heuvelrug de enige plek in Nederland waar deze ‘ruigpoothoender’ nog voorkomt, het is er wel het bekende zoeken naar de speld in een hooiberg, zegt iedere deskundige die het gebied kent.

De vogel is van nature al schuw en houdt zich laag bij de grond op tussen heidestruikjes. Soms vliegt hij de bomen in, om er berkenknoppen te eten. Actiever is hij in het voorjaar: van half maart tot in mei, de baltstijd. Het zwartgekleurde mannetje is dan geheel in de ban van de vrouwtjes, hormonen gieren door het lompe lijf. De hanen spreiden hun witte staartveren, steken de kop ver in de lucht en fladderen op om indruk te maken op de bruingrijze hennen. ‘Zwaar over de top, maar super romantisch’, zoals een website beschreef.

‘Een zwaarlijvig zwart kippenbeest met hagelwitte vlaggen aan de vleugels en staart en twee kersen op zijn kop. Een korhaan is bijna belachelijk’, typeerde schrijver Koos van Zomeren de vogel eens. Logisch dat die opzien baart onder vogelaars en fotografen. Praktisch probleempje: hij is in Nederland vrijwel uitgestorven. Alleen door kunst- en vliegwerk leven op de Sallandse Heuvelrug nu zo’n twintig exemplaren, schatten ecologen. Import-hoenen, aangevoerd vanuit Zweden.

Vogelrichtlijn

Intussen worden hier bossen gekapt, akkerveldjes aangelegd en hondenverboden uitgevaardigd om het gebied geschikter te maken voor het korhoen. Niet uit hobbyisme, maar vanuit een verplichting. De Sallandse Heuvelrug is beschermd Natura 2000-gebied, waarmee de overheid de plicht heeft zich tot het uiterste in te spannen voor bedreigde soorten.

Het korhoen staat vermeld in de Europese Vogelrichtlijn en is daarmee in het jargon van beheerders en ambtenaren ‘een prioritaire doelsoort met uitbreidingsdoelstelling’, waarvoor alles uit de kast wordt getrokken om hem te behouden, tegen de verdrukking in.

Daarmee werd het korhoen niet alleen het paradepaardje voor de toeristische sector, maar ook symbool voor de zo gewenste maakbaarheid van de natuur. Terwijl die laatste zijn eigen weg baant door de omstandigheden, vat de mens de natuur in regels en dromen, die bepalen hoe die zich dient te gedragen.

Gedeputeerde Staten van Overijssel stellen dat nog zo’n vijf tot tien jaar nodig is voor natuurherstel. Tot die tijd zijn bijgeplaatste korhoenders offers op het altaar van een hoger doel. Met een hoge symboolfunctie, erkennen beschermers: voor het behoud van de klokjesgentiaan gaat de subsidiekraan niet open, voor een ‘aaibare’ soort als het korhoen wel. Dat mag wat kosten: de bijplaatsingen van het korhoen vergden naar schatting al zo’n acht ton.

Stikstofuitstoot

Ooit was alles anders. Rond 1940 leefden zo’n vijfduizend korhoenders verspreid over Nederland. Oudere gesprekspartners voor dit artikel herinneren zich nog hoe schoolkinderen in de jaren vijftig werden aangespoord de vogels uit akkervelden te jagen, om de oogst van de boeren te beschermen. Eind jaren zeventig waren er nog zo’n 450, op de Veluwe en in Noord-Brabant. Sinds 1997 leeft de vogel alleen nog op de heidevelden rond de Holterberg.

Mede door inteelt kwamen steeds minder eieren uit en waren er in 2012 nog slechts twee hanen en enkele hennen over. Klimaatverandering, versnippering van zijn leefgebied, achterstallig heidebeheer en ‘predatie’ door vossen, haviken en marters doen het korhoen de das om. Maar het grootste kwaad is de stikstofuitstoot. Die leidt tot verzuring van de bodem, waardoor waardevolle mineralen oplossen en uitspoelen. Met dramatische gevolgen voor plant en dier: hoewel het volwassen korhoen een vriendelijke vegetariër is, leeft een kuiken op louter insecten. Die zijn onder andere door de verzuring verdwenen, waardoor de kuikens binnen enkele weken sterven aan voedselgebrek.

Stikstof heeft nog een neveneffect, zegt Fred Prak, vogelaar en werkzaam voor Natuurmonumenten (een van de beheerders van de Sallandse Heuvelrug): ‘Een korhoenjong eet veel rupsen. Die bevatten relatief veel stikstof. De fysieke uitwerking van stikstofconsumptie is dat ze sneller het signaal naar de hersenen krijgen dat ze voldoende gegeten hebben, terwijl dat in werkelijkheid te weinig is. Door te weinig en te kleine rupsen krijgen de korhoenkuikens uiteindelijk te weinig voedsel binnen.’

Uit Zweden

Om de soort voor Nederland te behouden, laat Staatsbosbeheer, na een experiment in 2013, sinds 2016 jaarlijks 25 wilde exemplaren vangen in Zweden, om ze uit te zetten op de Sallandse Heuvelrug. In Zweden zijn er nog zoveel, dat er duizenden per jaar worden geschoten door jagers, zonder noemenswaardige gevolgen voor de populatie.

Korhoenen in Rusland in gevecht bij het aanbreken van de dag. Beeld Getty
Korhoenen in Rusland in gevecht bij het aanbreken van de dag.Beeld Getty

Het vangen is ‘een uitdaging’, beschrijft dierecoloog Hugh Jansman van de Wageningen Universiteit in het boek Gewilde dieren over uitzettingsprojecten. De vogels worden gevangen in het begin van de baltsperiode, wanneer de vrouwtjes naar de baltsplaatsen komen om zich te laten bevruchten. Dan kan het in Midden-Zweden nog bevroren of besneeuwd zijn, terwijl het bij dooi een soort moeras is. Volgens Jansman hervatten de mannetjes hun baltsgedrag al tijdens het transport in kistjes naar Nederland. De paardrift is groter dan de eventuele verwarring van vangen en transport. ‘Baltsend liepen ze hun nieuwe natuur in’, beschrijft Jansman uit eigen waarneming.

Het project wil nog niet erg vlotten: zo’n 150 vogels zijn de afgelopen tien jaar bijgeplaatst, de meeste eindigden tussen de kaken van roofdieren. Afgelopen drie jaar overleefden slechts twee kuikens de paar weken.

Bijplaatsingen

De eerste jaren van het project wist 50 tot 60 procent van de vogels de eerste maanden (altijd de gevaarlijkste, omdat ze het gebied en de gevaren nog onvoldoende kennen) te overleven, beschrijft Jansman. De meeste hennen raakten dat jaar nog aan de leg. In 2018 en 2019 bleven de resultaten achter, onder meer door extreme warmte en droogte. In 2020 werd bijplaatsing vanwege corona afgeblazen.

Zolang de leefomstandigheden van het gebied niet sterk verbeteren, zullen ook de resultaten niet verbeteren, volgens betrokkenen. Terwijl daaraan wordt gewerkt, gaan de bijplaatsingen door: de provincie heeft voor de komende vijf jaar bijgetekend. Pas wanneer 40 hanen in het gebied overleven, heeft de populatie als geheel kans van slagen, stellen onderzoekers. Het is dweilen met de kraan open, zeggen tegenstanders.

Met de komst van Zweedse vogels op de Hollandse heide verrees ook een splijtzwam onder natuurbeschermers. Is het project nog zinvol en moreel verantwoord, of is de strijd vergeefs en verloren? Nu de overlevingskansen voor kuikens zo minimaal zijn en volwassen vogels vooral voer voor roofdieren blijken, hebben kritische geesten moeite met de praktijk.

De meest uitgesproken tegenstander is vogelkenner Rob Bijlsma, een van de grootste critici van de hedendaagse natuurbescherming, die hij vooral beschouwt als vorm van werkverschaffing en geldverspilling. In zijn dit jaar verschenen boek Kerken van goud, dominees van hout beschrijft hij ‘de flop’ met het korhoen als voorbeeld van doorgedraaid natuurbeheer. ‘Frenetiek frutten’, noemt hij het. Bijlsma constateert na literatuurstudie dat in de laatste paar decennia niet één herintroductie van korhoenders is geslaagd. Conclusie: ‘Het korhoen is een gepasseerd station.’

‘De pogingen tot verbetering van het leefgebied van korhoenders zijn futiel’, aldus Bijlsma. ‘Net als de jaarlijkse aanvoer van nieuwe hoentjes. Dat vindt het korhoen zelf ook; dat blijft verdwijnen, ongeacht boskap en aanleg van verbindingszones en wat niet al.’ Dat desondanks pogingen worden ondernomen, illustreert volgens hem alleen maar de onwil van mensen zich neer te leggen bij het onvermijdelijke: ‘In een grondig verpest landschap heeft het korhoen niets te zoeken.’

Steenmeel

Ook Vogelbescherming Nederland zet vraagtekens. ‘Wij hebben destijds ingestemd met bijplaatsen. Nu zijn we tien jaar verder en niet enthousiast meer over het zonder meer bijplaatsen’, zegt een woordvoerder. Eerst moet de natuur voldoende hersteld zijn, vindt Vogelbescherming. Dan pas kan bijplaatsing weer overwogen worden. Voor het Nederlandse korhoen is het overigens al te laat: de kans dat er nog een oorspronkelijk ‘Nederlands’ korhoen bestaat, is volgens Vogelbescherming nihil.

Alle betrokkenen beamen dat natuurherstel de belangrijkste voorwaarde moet zijn voor het behoud van het korhoen. Daar wordt dan ook aan gewerkt, onder meer door het uitstrooien van steenmeel (deze winter over zo’n 80 hectare) om verzuring tegen te gaan, het kappen van bos voor heide en het aanleggen en verbinden van akkerveldjes. Probleem is dat de effecten op zich laten wachten. Ook nadat de hoeveelheid stikstof verminderd is, kan het nog vele jaren duren eer de natuur zich herstelt, zo blijkt uit onderzoek.

Bijkomende complicatie is dat de vogel na overplaatsing niet overleeft in een gebied zonder soortgenoten, zo leert de ervaring. Het korhoen is een sociaal dier, dat zich aansluit bij soortgenoten. Wanneer ze in een ‘leeg’ gebied worden uitgezet, fladderen ze letterlijk alle kanten op en zijn zo extra kwetsbaar voor roofdieren.

Hugh Jansman, betrokken bij de bijplaatsingen vanuit Zweden, maakt een vergelijking met Nationaal Park Weerribben Wieden. Daar werden bijzondere plantensoorten en de vuurvlinder bedreigd. ‘Dat klinkt niet erg sexy, dus daar kwam geen cent voor beschikbaar. Door er de otter boven te zetten, hebben we een geweldig natuurherstelprogramma weten te realiseren waar die soorten van meeprofiteren. Voor die otter had dat niet gehoeven: wanneer een leefgebied verbetert, keert die uit zichzelf wel terug.’

Zo ook met het korhoen in Salland. ‘Beschermingsmaatregelen voor het korhoen zijn ook goed voor andere beknelde soorten’, zegt onderzoeker Paul ten Den. ‘De nachtzwaluw is hier de afgelopen twintig jaar vertienvoudigd. De veldleeuwerik en de boomleeuwerik profiteren ook van het brand- en maaibeheer voor het korhoen. De zandhagedis leeft op, ook de insectenstand gaat de laatste jaren weer iets vooruit. We zijn op de goede weg, maar er moet nog veel meer gebeuren.’

Havik

Zowel op de Hoge Veluwe als op de Regte Heide, bij Tilburg, zijn afgelopen decennia ook al korhoenders uitgezet. Zonder succes. Onderzoeker Frank Majoor van Sovon Vogelonderzoek was er beide keren bij betrokken: hij zenderde de vogels om ze nauwgezet te kunnen volgen. In 2009 zette Brabants Landschap 43 korhoenen uit op de Regte Heide, waarvan er 26 een zendertje kregen omgebonden. Alle 26 gezenderde (en een deel van de ongezenderde) korhoenders werden binnen enkele weken dood teruggevonden. Ze bleken voer voor de havik, een roofvogel die de uitzetgebieden in één klap zag transformeren tot filialen van de poelier.

Achteraf ziet Majoor de fout: ‘Deze vogels waren zelfgekweekte kippetjes, geen gevangen wilde vogels zoals die uit Zweden. Gekweekte vogels missen vermoedelijk iets van het instinct om te vluchten voor gevaar.’ Onderzoek leert ook dat gekweekte korhoenders een kortere darmlengte en andere bacterieflora hadden dan wilde. Door een minder efficiënte spijsvertering verkeerden ze in een slechtere conditie.

Hoe verdrietig ook voor de betrokken vogels, Majoor ziet het experiment nog altijd als positief: ‘Het korhoen hebben we niet kunnen behouden, maar als je ziet welke beheersmaatregelen op de Regte Heide rond 2009 zijn uitgevoerd voor het korhoen, zie je dat veel andere dieren en planten daarvan profiteren.’

Uit ander onderzoek blijkt het afschieten van vossen tamelijk zinloos: in de vrijgekomen territoria duiken snel nieuwe op. Op de Sallandse Heuvelrug worden daarom vossen alleen in het voorjaar bejaagd, wanneer het korhoen baltst. Om diezelfde reden werden haviken na de uitzettingen op de Veluwe wel ‘weggevangen’.

Onderzoeker Paul ten Den, die de Zweedse vogels op de Sallandse Heuvelrug monitort, is voor het wegvangen van ‘probleemhaviken’ om een korhoenpopulatie te kunnen opbouwen. ‘Probleemhaviken’ zijn exemplaren die zich lijken te concentreren op het korhoen. Logisch, zegt Ten Den: ‘Eenmaal met succes een korhoen gepakt, gaan ze het opnieuw proberen. Er zit veel vlees aan die prooi, en vooral in het vroege voorjaar is er weinig anders te eten.’

Kwekelingen

Wegvangen en verplaatsen, is een van Ten Dens oplossingen. Ook experimenteerde hij met het uitbroeden van eieren van wilde korhoenders. De kwekelingen hadden een niet veel hogere kans op overleven, maar toch iets hoger dan die van geheel gekweekte vogels. Ten Den: ‘Mochten we dat experiment voortzetten, dan weten we nu beter hoe dat moet.’

Op basis van zenderinformatie en kleurringen denkt hij niet dat er op de Sallandse Heuvelrug nog Zweedse korhoenders leven uit het eerste jaar 2016. ‘Maar wel uit 2017. Het volwassen korhoen heeft dus best een redelijke overlevingskans. Vooral de vrouwtjes dan. De hanen zijn wat groter en opvallender, ze gedragen zich anders en vallen dus eerder ten prooi aan roofdieren.’

Intussen worstelen beschermers en betrokkenen met wat Fred Prak van Natuurmonumenten ‘een wrang dilemma’ noemt: ‘Als je niet bijplaatst, weet je zeker dat het korhoen voorgoed zal verdwijnen uit Nederland. Dan maar enkele vogels per jaar opofferen voor een hoger doel op de langere termijn.’

Een mannetjeskorhoen toont zijn verentooi, van achteren vastgelegd.  Beeld Edwin Giesbers / nature picture library
Een mannetjeskorhoen toont zijn verentooi, van achteren vastgelegd.Beeld Edwin Giesbers / nature picture library

Corné Balemans, projectleider Natuurherstel van Staatsbosbeheer vond het in 2013 nog ‘onethisch’ om de vogels bloot te stellen aan verhuizingen. Nu ziet hij de dilemma’s, maar heeft hij vertrouwen in het project. Dat er dieren doodgaan, moeten we accepteren volgens hem: ‘Dat gebeurt altijd bij herintroducties en bijplaatsingen.’ Zijn conclusie: ‘Op dit moment zeg ik: we kunnen ervoor gaan. Als het zinloos was, zouden we de stekker er wel uittrekken.’

Fred Prak: ‘Er wordt wel aan natuurherstel en stikstofvermindering gewerkt, maar het gaat traag. Veel te traag. Om een kentering teweeg te brengen, is een systeemverandering nodig. Daar moet de politiek keuzes in maken. Wij als terreinbeheerder hebben daar geen macht over.’

Intussen danst het korhoen zijn balts op een flinterdun koord. Mocht zijn bestaan in Nederland vervagen tot slechts herinnering, dan zal ook die verdwijnen, voorspelt Rob Bijlsma in zijn boek: ‘Nu al is het merendeel van de vogelaars opgegroeid zonder ooit op een mistige ochtend in april blauwbekkend in de heide te hebben gelegen, op de voorgrond het geluid van bolderende hanen, erachter een baltsende wulp, kraaiende patrijzen. Bij het lichter worden stegen aan alle kanten veldleeuweriken op, een zingende paraplu, als ontworpen voor lyrische natuurpoëten.’

Geslaagde herintroducties

Niet alle pogingen om verdwenen diersoorten te herintroduceren in het Nederlandse landschap zijn vergeefs. Een paar geslaagde voorbeelden.

Otter

Tot begin vorige eeuw algemeen in Nederlandse wateren. Door verkeer, jacht, verdrinking in visfuiken en watervervuiling werd in 1988 de laatste otter dood gevonden. In 2002 werden de eerste wilde otters uit Letland uitgezet in de Weerribben, later volgden Duitse weesotters. Nu is de marterachtige terug in de noordelijke provincies, de Nieuwkoopse en Reeuwijkse Plassen en het Oude IJsselgebied rond Doesburg. Onderzoekers schatten de otterpopulatie in 2019/2020 op zo’n 450 exemplaren, een ‘levensvatbare populatie’.

Bever

In 1826 uitgeroeid door de jacht. In 1988 zetten het Wereld Natuur Fonds, terreinbeheerders en overheden bevers uit de Elbe uit in de Biesbosch en bij Lelystad. Mede door een illegale herintroductie in de Belgische Ardennen (en uitzetting in de regio zelf) herrees de bever ook in Zuid-Limburg. Volgens de Zoogdiervereniging leefden in het voorjaar van 2021 ongeveer 4.500 tot 5.000 bevers van minimaal 1 jaar oud in Nederland. De keerzijde: het gaat de soort zo goed, dat hij hier en daar weer bejaagd wordt om de schade die hij zou toebrengen aan dijken.

Lepidostoma basale

Worden alleen ‘aaibare’ soorten geherintroduceerd? Nee: in 2014 zetten wetenschappers in de Heelsumse Beek op de Veluwe de eerste waterinsecten uit. De kokerjuffer Lepidostoma basale was in West-Europa sterk achteruitgegaan door slechte waterkwaliteit en afname van leefgebied. 2.400 larven uit Limburg werden overgeplaatst naar Heelsum. Vier jaar later werden 879 exemplaren aangetroffen over drie kilometer beek. Het werkelijke aantal is ‘vermoedelijk vele malen groter’, aldus onderzoekers. Waarmee volgens hen is aangetoond dat ook waterinsecten zich laten herintroduceren, onder juiste omstandigheden.

Bron: onder meer Gewilde dieren, door Mark Zekhuis, Louis van Oort, Luc Hoogenstein e.a. Uitgeverij KNNV, 2021

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden