Hoe gelukkig kun je zijn in een vervallen flatgebouw?

Kan architectuur een mens gelukkiger maken? Vraag het prins Charles. Jaren geleden wist hij de gevestigde orde der architecten en stedenbouwers vakkundig op de kast te jagen....

Nell Westerlaken

De moderne bouwmeesters moesten vervolgens - zout in de wonde - met ledeogen aanzien hoe onder Charles' supervisie een dorp verrees met eenmiddeleeuws stratenpatroon en uit voorbije eeuwen geleende bouwstijlen.

De sfeer van dit dorp, Poundbury, wordt in het nieuwe boek van Alain deBotton, De architectuur van het geluk, als volgt omschreven: 'Het leek opeen oud familielid met wie je als kind een bijzonder sterke band had, maardie niets meer begreep van de volwassene die in de tussentijd (...) doorhet leven was gevormd.'

Een interessante constatering, gegeven het thema van het boek: DeBotton onderzoekt hierin de rol die architectuur inneemt in het dagelijksleven, en de vraag of architectuur invloed heeft op ons geluk.

Hij doet dit volgens de inmiddels beproefde De Botton-formule die hijeerder toepaste op de thema's liefde, filosofie, reizen en status: met eenreis door de geschiedenis, langs dichters, denkers, filosofen, schrijvers,theologen, en in het laatste boek natuurlijk veel architecten - een reisdie hij doorspekt met persoonlijke beschouwingen en observaties.

De Botton is zich de beperkingen van zijn missie bewust. 'Hoewel eenmooi gebouw soms een positieve uitwerking op het humeur kan hebben, komthet ook voor dat de fraaiste locatie niet in staat is onze neerslachtigheidof mensenhaat te verdrijven.' Het is eerder andersom, meent de schrijver:'Nog afgezien van alle andere voorwaarden is het wellicht nodig dat we eenbeetje ongelukkig zijn voordat we werkelijk door de schoonheid van gebouwenkunnen worden geraakt.'

Vervolgens neemt hij de lezer bij de hand - hij schrijft in de'wij'-vorm - langs een groot aantal historische gebouwen, kunstwerken enbouwmeesters. Op zijn eigen aansprekende manier verklaart De Botton deontwikkeling van bouwstijlen en daarmee van het subjectieve begrip'schoonheid', onder invloed van de tijdgeest en de techniek.

Aan de hand van een waterval van voorbeelden betoogt hij datarchitectuur kan aanvullen wat in het dagelijks leven ontbreekt. Dezelfdeconclusie trok hij mutatis mutandis bij het fenomeen toerisme, in zijnbestseller De kunst van het reizen: we gaan op vakantie om datgene tevinden waar we thuis tekort aan hebben.

Ook laat hij zien hoe bouwwerken een verlangen naar een ideaal kunnenuitdrukken. 'Geloof in het belang van de architectuur gaat uit van (...)de overtuiging dat het aan de architectuur is om ons duidelijk te maken wiewe idealiter zouden kunnen zijn.' Zijn de strakke, dynamische gebouwen vanOscar Niemeyer immers geen oases van rust in het chaotische Brazilië?Spreken de bouwwerken van Albert Speer niet van 'hoogte, massiviteit enduisternis', de visuele metaforen van de macht?

Wie zich laat meenemen door De Bottons toegankelijke stijl, zalvoortaan wellicht anders kijken naar architectuur: de schrijver dwingt jeanders te kijken en na te denken over de gebouwde omgeving. Hij onderzoekthiervoor onder meer de terreinen van de orde, harmonie, elegantie ensamenhang in de architectuur.

Het boek kan dienen als handleiding bij het begrip schoonheid en bij defactoren die bepalen waarom een gebouw of een gebouwde omgeving wel of nietals 'mooi' wordt ervaren. De perceptie van schoonheid is immers onderhevigaan de ontwikkelingen in de tijd, maar evengoed aan persoonlijkeassociaties: 'We kunnen bijvoorbeeld besluiten dat we een hekel hebben aande negentiende-eeuwse gotische stijl omdat die was gebruikt voor een huiswaarin we tijdens onze studie ongelukkig waren.'

De Bottons eruditie wekt bewondering. Hij trekt zijn omzwervingen inhet visuele weleens te ver door, bijvoorbeeld wanneer hij schrijft datvroege theologen het volgende aanvoerden ter verklaring van dekathedralenarchitectuur: 'Wellicht was het eenvoudiger een trouw dienaarvan God te worden door te kijken dan door te lezen.' Dat valt niet teontkennen als je bedenkt dat deze gelovigen vaak konden lezen nochschrijven en bovendien het Latijn niet machtig waren, zodat ze voor hungeloofsbeleving meer hadden aan een gebrandschilderd raam dan aan eenbijbel. Die laatste aspecten laat De Botton echter buiten beschouwing.

Andere beweringen kunnen niet worden losgemaakt van De Bottonspersoonlijke beleving. Of we toegang kunnen vinden tot ons betere ik hangtvolgens hem in 'vernederend hoge mate af van de plek waar we ons toevalligbevinden'. Hij geeft als voorbeeld: 'In een tussen drie snelwegeningeklemde hotelkamer of in een woestenij van vervallen flatgebouwen zullenoptimisme en wilskracht al gauw wegvloeien, als water uit een lek vat.'

Het is een stellige, sombere bewering, waarbij De Botton plompverlorenaanneemt dat de lezer wel in zijn gedachtegang meegaat. Maar kanuitgerekend het ontbreken van schoonheid in de directe leefomgeving nietleiden tot inspiratie en creativiteit? Heel wat meesterwerken zijn totstand gekomen met de gordijnen dicht, zodat de schepper niet zou wordenafgeleid door het mooie dan wel lelijke uitzicht. Eenieder, kortom, sprekevoor zich.

Hoe boeiend De Bottons exercitie vaak ook is, de enige definitieveconclusie die kan worden getrokken na lezing van De architectuur van hetgeluk, is verwoord door de Franse schrijver Stendhal, die door De Bottonwordt geciteerd: 'Er zijn evenveel soorten schoonheid als er ideeën vangeluk bestaan.'

De Bottons gematerialiseerde notie van geluk ligt kennelijk ververwijderd van de architectuur van het Prins Charles-dorp. Dat kun je nietzeggen van duizenden anderen Britten: het dorp is zeer in trek alswoonplaats, en zelfs scherpe critici hebben hun mening over dekroonprinselijke bouwformule herzien.

Nell Westerlaken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden