Hoe een Leidse promovendus opgroeide als Keniaanse nomadenjongen

Wildbeheer - De lange weg van tuqa jirmo huqa

Het opmerkelijke verhaal van Tuqa, of: hoe een Leidse promovendus opgroeide als Keniaanse nomadenjongen, 100 km van huis liep om naar school te kunnen en nu de leeuwen beschermt waartussen hij opgroeide.

Een leeuw in Amboseli Wild Park in het zuiden van Kenia. 'Je kunt de veehouders niet zomaar vragen de leeuwen niet te doden. Daar moet iets aantrekkelijks tegenover staan.' Beeld Getty

De 7-jarige Tuqa houdt zich schuil bij de deuropening van een wit gebouwtje. Hij ziet kinderen aan houten bankjes zitten. Ze zwijgen en luisteren ademloos naar de man die voor hen staat en die met een lange stok naar een grote grijsgroene plaat op houten poten wijst waar witte tekens op staan.

Soms steekt een kind een arm omhoog met de wijsvinger priemend in de lucht. Een jongetje zegt een rijtje getallen op en de man voor de groep leest voor uit een groot boek.

De volgende dag gaat Tuqa weer kijken. 'Kom maar binnen', zegt de man. 'Ik ben de meester en dit is mijn klas.' Tuqa krijgt een potlood, een schrift en een boek met die tekens. Dat zijn letters en getallen. Vanaf dat moment weet hij heel zeker: school is het allerleukste dat hij ooit had meegemaakt.

Tuqa komt 43 jaar geleden ter wereld in het dorpje Obbu in het noorden van Kenia vlak bij de Ethiopische grens, als jongste zoon in een gezin met zes zussen en drie broers. Zijn ouders behoren tot het nomadenvolk de Boran. Lange slanke mensen met verfijnde gelaatstrekken, gekleed in felgekleurde gewaden.

Boran trekken met hun runderen rond op zoek naar vruchtbare aarde en water. Soms wonen ze een paar jaar op een plek, soms slechts enkele maanden. Kinderen van de Boran dragen hun eigen naam, die van hun vader en die van hun grootvader. Vandaar: Tuqa - Jirmo - Huqa.

CV Tuqa Jirmo Huqa

1973 28 maart geboren in het Moyale district in Kenia

1980-1991: lagere en middelbare school (onder meer op de Marsabit jongenschool)

1992: begon als ranger te werken bij Kenya Wildlife Service, onder meer actief in een team tegen olifantenstropers in verschillende wildparken in Kenia

1994-2001: volgde met beurzen diverse opleidingen in natuur- en wildbehoud in Mweka in Tanzania, slaagde cum laude

2003-2006: bacheloropleiding wildlife management aan de Moi Universiteit in Eldoret, met een uitwisseling naar Brazilië

2010-2012: masteropleiding biological conservation aan de Universiteit van Nairobi.

2010-2015: promotie aan de Universiteit van Leiden naar het op peil houden van de leeuwenpopulatie in een gemeenschap van veehouders.

Gemeenschapszin

Boran leren hun kinderen niet lezen of schrijven. Ze leren hen voor hun kostbaarste bezit zorgen: de runderen. Ze leren ze gemeenschapszin, babykalfjes ter wereld brengen, melken, de dieren beschermen tegen leeuwen en hyena's, het weer voorspellen, de vruchtbaarheid van de bodem lezen, water vinden en hutten bouwen.

Dat zijn de zaken die vader Jirmo zijn zoon Tuqa wil leren, zoals hij die weer van zijn vader Huqa heeft geleerd. Tot de regen het gezin op een dag naar een nieuwe vlakte brengt, waar het witte gebouwtje met het kruis staat.

Een jaar lang gaat Tuqa elke dag naar het missieschooltje. Hij leert lezen en schrijven en maakt tekeningen. Maar de regen blijft uit en zijn vader besluit met de stamoudsten dat het tijd wordt naar een nieuwe plek af te reizen.

Tuqa wil niet weg. Hij huilt. Zijn vader belooft dat Tuqa weer naar school zal gaan, later. In een schriftje waarin hij oefent met schrijven telt Tuqa de dagen die hij niet naar school kan. Elke ochtend voordat hij met de andere kinderen en de kalveren op pad gaat, zegt hij tegen zijn vader: ik moet weer naar school. Die knikt dan en zegt: 'Heb geduld, zoon.'

Het wildpark Amboseli in het zuiden van Kenia, waar Tuqa Jirmo Huqa als parkwachter werkt. Op de achtergrond de Kilimanjaro. Beeld getty

Haast

Na honderd dagen naar het knikkende hoofd van zijn vader te hebben gekeken, houdt Tuqa het niet langer. Die ochtend om 6 uur wordt zijn vader, een van de dorpsoudsten, voor een clanvergadering weggeroepen. Tuqa pakt snel zijn rugzak met schoolboeken in en gaat met de andere kinderen en de kalveren op pad zoals andere dagen. Niemand vraagt waarom hij zijn tas op zijn rug heeft. Wanneer ze een mooie graasplek hebben gevonden, zegt Tuqa tegen de buurkinderen dat hij even weg moet en dat ze op zijn kalveren moeten letten.

Snel holt hij met zijn rugtasje om en een speer in de hand de weg op. De school ligt 100 kilometer verderop, dus hij moet haast maken. Maar hij weet helemaal niet hoe hij moet lopen.

Hij rent op goed geluk het bos in. De eerste uren blijft hij rennen tot hij zo moe en buiten adem is dat hij moet stoppen. Bij een riviertje wast hij zich en drinkt water met zijn handen als kuipjes. Daarna valt hij in slaap.

Een paar uur later schrikt hij wakker, springt op en holt verder tot de avond valt. Tuqa klimt in een boom om te slapen, want hij weet dat 's nachts de hyena's tevoorschijn komen en er leeuwen kunnen rondlopen.

De volgende ochtend rent hij door tot hij aan het einde van de dag de school bereikt. Er zijn geen kinderen in de klas, maar de meester is er wel. Met speer en tas loopt Tuqa naar binnen en gaat aan een tafeltje zitten.

Tuqa Jirmo Huqa. Beeld Jolijn Snijders

'Ben je alleen?'

De meester kijkt op uit zijn boek en schrikt: 'Wat doe je hier, Tuqa, ben je alleen? Hoe ben je hier gekomen?' De meester neemt hem mee naar huis en geeft hem melk en rijst.

Op dat moment beseft Tuqa dat hij zijn plan niet goed heeft uitgedacht: waar moet hij gaan wonen?

'Ik dacht alleen maar aan school toen ik daar holde', zegt Tuqa nu, gehuld in een zwart rokkostuum in de lobby van een Leids hotel. Zijn lange, slanke lichaam en jongensachtige gezicht doen vermoeden dat hij amper 25 is, toch werkt hij al twintig jaar, eerst als parkwachter en de laatste jaren als parkbeheerder, bij de Kenyan Wildlife Service (KWS). Hij is gehuwd en vader van vier kinderen.

De man van zijn oudste zus is eropuit gestuurd om Tuqa te zoeken. 'Mijn broers hadden verteld dat ik mijn rugtas bij me had met schoolboeken, dus mijn vader wist meteen waar ik naartoe was. Mijn zwager deed er twee dagen over, hij begroette me in de klas, ik zei dat ik niet weg wilde, dus de volgende dag liep hij weer twee dagen terug.'

Na een paar weken komt een Nederlands katholiek missionarisgezin de school bezoeken. Ze horen van Tuqa's verhaal. Hij mag bij hen komen wonen. Zijn vader komt hem daar bezoeken. 'Zij hebben hem verteld hoe belangrijk onderwijs is. Dat wist mijn vader niet. Zijn doel in het leven was zijn kinderen als goede herders en nomaden groot te brengen. Niemand in de gemeenschap ging naar school. Maar ze vertelden mijn vader over ontwikkeling, over de stad en andere banen die ik zou kunnen krijgen als ik naar school zou gaan en hij werd enthousiast. Hij steunde me.'

Als de missiepost na vier jaar ophoudt te bestaan, zoekt zijn vader vervolgonderwijs voor Tuqa op een andere plek. 'Hij heeft zelfs koeien verkocht om voor me te betalen. Hij wilde per se dat ik een diploma zou halen.'

Beeld getty

KWS

Na de middelbare school sluit Tuqa zich aan bij de club die wilde dieren beschermt (KWS). Met een beurs kan hij gelijktijdig in Eldoret en Nairobi aan de universiteit natuurbescherming studeren. Hij studeert cum laude af. In 2010 kruist zijn pad opnieuw dat van een Nederlander. Het is Hans de Iongh, hoogleraar milieuwetenschappen en natuurbescherming aan de Universiteit van Leiden en Antwerpen, die met een groep rangers uit West-Afrika op bezoek komt in Amboseli Wildpark, waar Tuqa als opzichter werkt. De Iongh is onder de indruk van hem en regelt een onderzoeksplek in Leiden. Vanaf 2011 verblijft hij telkens drie maanden op en af in Leiden om zijn promotieonderzoek te doen naar een beter samenleven van leeuwen en Masai-veehouders - natuurlijke vijanden - in het Amboselipark. Dat doet hij in samenwerking met zowel natuurwetenschappers als antropologen.

Tuqa ontdekt dat het ecosysteem en de biodiversiteit in Kenia onder grote druk staan. De bevolking groeit en daardoor komen er dorpen en landbouwgrond bij. Veel grote herbivoren zoals de Afrikaanse buffel, giraffe, zebra en wildebeest houden minder graasmogelijkheden over. Ook komen extreem droge jaren steeds vaker voor, zoals 2009, dat in zijn onderzoeksperiode viel. 'De Afrikaanse savanne is erg gevoelig voor het uitblijven van regen', legt Tuqa uit. 'Als gevolg van de extreme droogte stierf meer dan de helft van de zebra's en wildebeesten in Amboseli. Daarmee verdween ook het voedselaanbod voor andere wilde dieren.

'De grote prooidieren worden door voedselschaarste verdreven naar andere gebieden. Dat heeft directe gevolgen voor kleinere prooidieren zoals gazelles, struisvogels en wrattenzwijnen, die het slachtoffer worden van leeuwen, cheeta's en hyena's. Maar ook voor de veehouders, want de roofdieren moeten op zoek naar nieuwe prooien en komen bij de runderen, geiten en ezels uit.'

Beeld getty

Dramatische verandering

In zijn werk als parkwachter in het Amboseli-park, een relatief klein wildpark met een oppervlakte van 370 vierkante kilometer in het zuiden van Kenia, zag Tuqa de leeuwenpopulatie dramatisch veranderen. Om hun vee te beschermen doodde de lokale bevolking een groot aantal volwassen mannetjesleeuwen. Mannetjes, omdat vooral die het park verlaten om vee te doden. De leeuwinnen en welpen hebben hun jachtterrein meer in het park en vangen vaker kleinere prooidieren. Uiteindelijk bleven twee volwassen mannetjes over in het park, die alle leeuwinnen domineerden.

In heel Kenia nam het aantal leeuwen van zo'n zevenduizend begin jaren negentig af naar tweeduizend in 2010. Tuqa probeert met de kennis die hij opdeed de leeuwenpopulatie op volle sterkte te houden of in elk geval het aantal sterfgevallen te beperken. Dat doet hij door lokale veehouders financieel te laten meeprofiteren van de inkomsten van de wildparken waar de toeristen komen. 'Voor hen zijn de leeuwen een bedreiging van hun bezit, als zij een leeuw treffen zullen ze hem doden. Mens en leeuw concurreren om dezelfde grond. Je kunt ze niet zomaar vragen dat niet te doen, daar moet iets aantrekkelijks tegenover staan.'

Sinds de invoering van het compensatiesysteem in 2007 worden er minder leeuwen gedood, zegt Tuqa. 'Ik kan goed praten met de mannen van de stam omdat ik zelf een Boran ben. Ze nemen me niet alleen serieus omdat ik autoriteit heb als parkwachter, ze hebben het gevoel dat ik hen begrijp omdat we een vergelijkbare afkomst hebben. Ik zorgde als kleine jongen al voor runderen. Ik snap hoeveel ze waard zijn.'

Beeld getty

Niet de beste oplossing

Toch is het niet de ultieme oplossing, zegt Tuqa. 'Een deel van de leeuwen wordt gedood omdat het voor Masai een traditioneel gebruik is om de mannelijkheid te bewijzen. Ook worden de klauwen en manen van de leeuwen gebruikt bij rituelen.'

Dat Tuqa opgroeide op het platteland, wist zijn begeleider De Iongh wel, maar hoe precies, en welke weg hij aflegde voor hij in Leiden belandde, ontdekte hij pas twee weken geleden. Net voor de verdediging van zijn proefschrift vertelde Tuqa zijn levensverhaal aan De Iongh, die nu als een trotse vader naast hem in de lobby zit. 'Het is ontzettend bijzonder. Zijn stam telt duizenden leden, hij is een van de vijf met een academische titel. Maar hij sprak nooit over zijn afkomst. Ik wist van niets.'

Tuqa kijkt naar zijn handen. 'Ik moest eerst mijn doel bereiken. Dat is nu gelukt.'

Beeld getty
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.