Hoe de wetenschap van burgers kan leren, en burgers van de wetenschap

Citizen science, waarbij burgers zelf wetenschappelijke metingen doen, is in trek. Maar citizen science en de 'echte' wetenschap zijn vaak nog gescheiden werelden. Een Leids experiment moet beide tot elkaar brengen.

Burgers en wetenschappers meten met iPhones en professionele apparatuur luchtvervuiling bij Lopik. Beeld Raymond Rutting

Benieuwd hoe het staat met de luchtkwaliteit rond uw huis? Zet een aardbeienplantje in je vensterbank. Dat blijkt prima geschikt voor het meten van fijnstof, ontdekte Roeland Samson, hoogleraar bio-ingenieurwetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Samson vroeg inwoners van Antwerpen in 2013 aardbeienplantjes aan hun gevel te hangen, na enkele maanden vijf blaadjes af te knippen en die terug te sturen naar het lab, waar de hoeveelheid fijnstof werd geanalyseerd.

Op basis van de honderden plantjes en de plek waar ze groeiden, maakte Samson een kaart waarop gedetailleerd zichtbaar is hoe het staat met de luchtvervuiling in de stad. De gegevens werden gepubliceerd op airbezen.be, waarna burgers uit andere steden zich meldden en het netwerk groeide.

Betrokken burgers

Het initiatief is een voorbeeld van citizen science, een groeiende beweging van betrokken burgers die willen weten wat er in hun omgeving speelt. De opkomst van dit type wetenschap is te danken aan steeds goedkopere sensoren, betere communicatiemogelijkheden en open software die dataverwerking vergemakkelijkt.

Burgerwetenschap kan van grote waarde zijn voor wetenschappers en onderzoeksinstituten als het RIVM, dat in Nederland de officiële luchtmetingen verzorgt. 'Als we data van burgers kunnen gebruiken, krijgen we toegang tot veel meer sensoren', zegt Hester Volten, bij het RIVM verantwoordelijk voor burgerwetenschap. Het werkt twee kanten op, zegt ze. Het RIVM wil graag weten naar wat voor data burgers op zoek zijn en hoe ze die van het instituut willen gebruiken. Beide kunnen van elkaar profiteren, waardoor de kwaliteit van alle metingen verbetert, is het idee.

Citizen Science Lab

Dit gaat niet vanzelf. Want hoe weet je zeker dat aardbeienblaadjes de juiste gegevens tonen? En hoe zorg je dat de data uit goedkope sensoren betrouwbaar zijn? Als je fijnstof met een plakbandje van het keukenraam trekt, weet je dan wel wat je meet? Een andere uitdaging is bijvoorbeeld te voorkomen dat een burgerwetenschapsnetwerk uiteenvalt als de oprichters vertrekken.

Ook hier kunnen universiteiten en burgerwetenschappers van elkaar leren. Maar beide groepen werken nog vaak gescheiden. Reden voor de Leidse sterrenkundige Frans Snik te kijken hoe ze nader tot elkaar gebracht kunnen worden. Met onder meer Waag Society, Design Lab Twente en het RIVM organiseerde Snik afgelopen week het Citizen Science Lab. Daarbij kwamen wetenschappers, knutselaars, programmeurs en hackers, activisten, overheden en ngo's uit diverse landen samen om een week lang nieuwe ideeën te bedenken. 'De bedoeling is het lab te laten uitgroeien tot een 'instituut' dat wetenschappers en niet-wetenschappers samenbrengt om nieuwe citizen science-projecten te ontwikkelen', zegt Snik. Afgelopen vrijdag presenteerden de deelnemers in het Leidse Lorentz Center hun ideeën aan een jury.

Gedetailleerd meetnet

Burgerwetenschapper Lukas Mocek van Luftdaten.info is een van de deelnemers. De website begon in Stuttgart, dat kampt met luchtverontreiniging van met name dieselverkeer, omdat het tussen heuvels ligt, waardoor de vuile lucht blijft hangen. Er zijn wel enkele officiële meetpunten, zegt Mocek, maar die staan maar op een paar plekken en luchtvervuiling kan lokaal sterk variëren. Dus gingen de intiatiefnemers op zoek naar goedkope sensoren en koppelden ze de data aan een website, waardoor een continu en gedetailleerd meetnet ontstond. Deelnemers profiteerden van elkaars kennis: de een bouwde een database, iemand anders maakte een alarm dat gebruikers waarschuwde als de vervuiling op een bepaalde plaats boven een limietwaarde kwam. Het initiatief werd zo populair dat diverse andere steden, ook in Nederland, volgden.

Mocek kwam naar Leiden om te kijken wat hij van anderen kon leren. Hij is enthousiast over het concept. Door met veel mensen te praten, ontdekte hij bijvoorbeeld nieuwe mogelijkheden voor het delen van data. 'Dit is het grote voordeel van bij elkaar komen. Het werkt veel efficiënter dan mailen of skypen.'

Toekomstplannen

Bij de eerste sessie stond luchtvervuiling centraal, in de toekomst willen de organisatoren ook bijeenkomsten organiseren rond taalevolutie en archeologie. Wetenschappers en burgers stimuleren elkaar in het bedenken van nieuwe ideeën en benaderingen, zegt Volten. Want waarom zouden een aarbeienplantje of een schoongewassen raam geen goede sensor kunnen zijn? Of zelfs de mens, die vaak haarfijn aanvoelt of de lucht in zijn omgeving goed of slecht is. Volten: 'Als je dit soort mogelijkheden negeert, gooi je misschien wel veel informatie weg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden