Analyse Goldcases

Hoe de politie oude zaken nieuw leven inblaast met slimme computers

Eindeloze rijen kartonnen dozen, tjokvol coldcases, wachten geduldig totdat ze ooit worden geopend door iemand van de politie. Die dozen bevatten mogelijk aanwijzingen die na vele jaren kunnen leiden tot een doorbraak, net als recentelijk bij de zaak Nicky Verstappen. Maar welke doos moet worden geopend? Dat moet de computer gaan vertellen.

Beeld Erik Smits.

De even briljante als eigenzinnige politieman die zich, achtervolgd door de demonen uit het verleden en voortgestuwd door een flinke portie paranoia, vastbijt in een oude zaak en de muren van zijn woonkamer tjokvol hangt met namen, foto’s, plattegronden, krantenknipsels en krabbeltjes die met elkaar verbonden zijn met pijlen. ­Krimi’s cultiveren dit beeld van de onorthodoxe methoden van de eenling die uiteindelijk leiden tot De Doorbraak. En het is helemaal feest als er een duidelijke steek los zit aan de hoofdrolspeler in kwestie. Denk aan Asperger-detective Saga Norén uit de ­serie The Bridge. Zij ziet verbanden die anderen niet zien.

Dit artikel liever beluisteren? Dat kan hieronder met de door Blendle ingesproken versie:

Maar de wereld zit niet vol met Saga Noréns,  en mede daardoor zijn er vele duizenden dossiers met onopgeloste ­zaken. Minimaal 25 miljoen dichtgetypte pagina’s ongestructureerde data, met mogelijke aanwijzingen. Allemaal leuk en aardig, die briljante geest die ineens dat verband legt met een zaak uit het verleden, maar vooral onbevredigend: het hangt te veel af van toeval. Je moet maar net die ene rechercheur hebben die zich nog die oude zaak kan herinneren. Dat moet beter kunnen, denkt Roel Wolfert, een van de drijvende krachten achter een ambitieus politieproject dat als doel heeft cold cases nieuw leven in te blazen met hulp van kunstmatige intelligentie. 

Algoritmen

Dat klinkt anno 2018 natuurlijk goed: het is kunstmatige intelligentie en machine learning wat de klok slaat. Niet onlogisch bovendien, deze ambitie: waar grote hoeveelheden data zijn, daar komen de zelflerende algoritmen om de hoek kijken die verbanden naar boven halen die het menselijke oog zijn ontgaan. Ja, als het aan Wolfert (oud-journalist, zij-instromer) ligt, behoren al die kartonnen dozen ooit tot de verleden tijd. ‘Als we handmatig door al die ­dozen zouden moeten gaan, dan zijn we daar nog tientallen jaren mee bezig. We weten namelijk niet aan de buitenkant of een zaak een kansrijk spoor bevat. Dit is een groot maatschappelijk probleem.’

Wolfert laat de ruimte zien waarin op enkele planken de dozen staan waaraan nu actief wordt gewerkt. Het is maar een fractie van de totale coldcase-omvang. Deze onvoorstelbare hoeveelheid waar de politie niet aan toekomt, is wat Wolfert en zijn collega’s drijft om nieuwe methoden uit te proberen. ‘Er lopen verkrachters en moordenaars vrij rond terwijl die dossiers ­mogelijk aanwijzingen bevatten. Dat is niet te verkroppen, vooral omdat we nabestaanden uit onzekerheid willen helpen.’ Daarbij zijn juist cold cases heel geschikt voor experimenten, want er is geen tijdsdruk zoals bij ­actuele zaken. De technieken kunnen vervolgens ook weer toegepast worden op actuele zaken. De AI-machine moet dus uitkomst bieden.

Cold cases in cijfers

•Nederland telt ongeveer 1.500 cold cases, waaronder naar schatting 1.000 moordzaken

•Voor cold cases geldt voor de politie dat op het vergrijp minimaal twaalf jaar staat

•Momenteel onderzoekt de politie naar eigen zeggen slechts 130 zaken

•Van de opgepakte cold cases wordt 35 procent alsnog opgelost

•Volgens de politie wordt meer dan de helft opgelost door forensisch onderzoek/dna (en iets minder door nieuwe getuigenverklaringen)

Verwachtingen

Wolfert is de eerste om de verwachtingen te temperen. Eerst moeten veel banaler problemen worden opgelost. Zo’n 85 procent van al die miljoenen pagina’s moet eerst nog worden ingescand, legt hij uit op het bureau in Ede. Hier is het Q-Team gevestigd, een relatief nieuwe afdeling die zich bezighoudt met innovatie, een ‘start-up binnen de politie’. De naam doet een wereld vol James Bond-achtige snufjes vermoeden, maar niets op de tweede verdieping van het anonieme politiegebouw (groot parkeerterrein ernaast, lege ijssalon ertegenover) ­bevestigt dit gedroomde beeld. Een ­tafelvoetbalspel en een koffiemok met daarop ‘Q-Team’ zijn de enige zichtbare frivoliteiten. Het Q-Team in Ede telt zes man, die nauw samenwerken met andere politie-onderdelen, zoals het coldcaseteam.

Die Q-Teams – er zitten er meer verspreid over Nederland – experimenteren met nieuwe technieken en methoden die uiteindelijk breder bij de politie ingezet moeten worden. Zo werd eerder al een coldcase­kalender in gevangenissen verspreid om nieuwe getuigenverklaringen aan te boren. Want ook daarmee worden oude ­zaken opgelost.

De meeste oude zaken worden volgens de politie opgelost door nieuwe forensische technieken waarmee oude sporen kunnen worden onderzocht. Kunstmatige ­intelligentie moet helpen om alle dossiers automatisch door te akkeren op kansrijke sporen. De onderzoekstechnieken om dna-sporen te ontrafelen zijn de afgelopen decennia flink verbeterd. En dus kan het voorkomen dat een dna-spoor – een bloedvlek op een trui bijvoorbeeld – van een oude zaak met die nieuwe technieken wél kansrijk is. Om te bepalen of het zin heeft een zaak verder te onderzoeken maken forensisch rechercheurs nu nog handmatig, per zaak, een zogenoemd sporenbeeld om dat te kunnen afzetten tegen die technieken van vandaag. Dit duurt gemiddeld vijf tot dertig dagen per zaak. Mocht een zaak alsnog kansrijk zijn, dan gaat die oude trui met de bloedvlek opnieuw onder de loep, in de hoop dat er een match is met een dna-profiel in de database.

Archief met coldcases. Beeld Politie

Nieuw systeem

Dat kan dus veel sneller, met hulp van het nieuwe systeem, dat is ontwikkeld door een ­externe ict-partij. Dit systeem maakt een automatische ­samenvatting en structureert de belangrijkste onderdelen: zaak, type delict, status, forensische mogelijkheden en wat eerder onderzoek ­opleverde. Vervolgens maakt de computer een ranglijst van de zaken die het meest kans maken. Deze prioriteiten moeten de politie helpen die zaken op te pakken die daadwerkelijk nieuwe aanknopingspunten bieden. ‘Op deze ­manier kunnen we efficiënter forensisch screenen en uiteindelijk meer zaken oplossen’, hoopt Wolfert, die meerdere malen benadrukt dat alles pas in de beginfase zit.

Nu is het nog redelijk rechttoe-rechtaan tekstanalyse dat de computer doet: samenvatten en prioriteiten aangeven. Een volgende stap is volgens Wolfert dat de zelflerende ­machine nieuwe verbanden ziet die tot dan toe over het hoofd zijn gezien. ‘Dan wordt het écht interessant’, zegt hij. ‘Ik hoop dat we met de inzet van AI minder afhankelijk zijn van toeval. Nu gaat het nog vaak van ‘hé, zo’n zaak komt me bekend voor’. Op ­basis van hun ervaring zien rechercheurs een verband. Maar wat als een jonge collega zonder dossierkennis diezelfde zaak ziet?’ Wie denkt dat mensen door computers zullen worden vervangen op dit terrein, is bij Wolfert aan het verkeerde adres. Hij gelooft heilig in de combinatie mens/machine: ‘Kunstmatige intelligentie is een hulpmiddel.’

Meer over dna-onderzoek en nieuwe opsporingsmethoden

'Als je een aanknopingspunt hebt, zijn aanslagen deels voorspelbaar'. Interview met Peter de Kock. 

Hoe gaan coldcaseteams te werk? Coldcase-expert Peter van Koppen pleit voor eliteteams in plaats van 'uitgebluste rechercheurs'

Hoe haalbaar is een nationale dna-databank

Toon me je dna en ik zeg hoe je eruitziet. Die kant gaat het op, aldus Ate Kloosterman, een van de grondleggers van het forensisch dna-onderzoek in Nederland. De Volkskrant sprak hem onlangs over de stand van zaken.

Peter van Koppen, coldcase-expert van de Vrije Universiteit in Amsterdam, vindt het maar een ‘idioot plan’. ‘Het is de zoveelste nieuwe politiegadget. Daar zijn ze dol op. Het scannen en inlezen van oude dossiers is niet zo spannend, dat had natuurlijk allang moeten gebeuren. Maar daar houdt het wel op.’ Van Koppen ziet meer in menskracht: het inzetten van je beste rechercheurs op cold cases. ‘Begin daar nou eens mee. In Nederland worden coldcaseteams bemand door afgebrande ­rechercheurs. En dossiers liggen in dozen en laden te wachten. Soms zelfs bij rechercheurs thuis.’ Van Koppen gelooft niet dat een computersysteem gaat helpen. ‘Een ­forensisch spoor zegt op zichzelf niets, het is slechts betekenisvol tegen de achtergrond van het hele dossier. Het draait uiteindelijk allemaal om dossierkennis.’ 

Waar Van Koppen ervan overtuigd is dat je dit alles niet kunt automatiseren, daar denkt Piek Vossen (hoogleraar computerlexicologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam) dat dit wel degelijk kan. ‘Ook al is het nog niet zo spectaculair wat de politie nu gaat doen, het is een mooi initiatief. En logisch ook, want ze heeft enorm veel data.’ Universiteiten hadden volgens ­Vossen al veel langer de behoefte om dit te doen, maar de politie heeft altijd de boot ­afgehouden. ‘Wat ik ook wel weer snap, uit privacy-oogpunt. Het belangrijkste is dat het er nu eindelijk van komt.’ Wolfert kijkt ondertussen al naar de volgende stap en ziet daar juridische en ethische uitdagingen. ‘We moeten kunnen uitleggen hoe we ergens toe gekomen zijn. Hoe gaat dat straks als we de algoritmen aan het werk ­zetten? Dat wordt spannend. Ziet AI straks verbanden die wij niet zien? Bijvoorbeeld in een combinatie van geolocatie, familiaire relaties en getuigenverklaringen. En hoe gaat de rechter daarmee om?’

Het Q-Team is niet de enige partij die mogelijkheden ziet in het oplossen van zaken met hulp van kunstmatige intelligentie. Het bedrijf Pandora Intelligence van ex-politiema en filmmaker Peter de Kock gaat nog een stapje verder. Pandora Intelligence maakt software die de politie of opsporingsdiensten moet helpen bij het voorspellen wat er is gebeurd na bijvoorbeeld een plofkraak of een aanslag. Waar vluchtten de daders heen? Met hulp van een grote database en kunstmatige intelligentie moet Pandora Intelligence dit klusje kunnen klaren. De Kock promoveerde in 2014 in Tilburg op een scenariomodel (gebaseerd op filmscenario’s) waarmee opsporingsinstanties op basis van crimineel gedrag uit het verleden kunnen anticiperen op gedrag in de toekomst.

Bekende opgeloste zaken dankzij dna-onderzoek

Sommige oude moordzaken worden dankzij steeds verfijndere en betere dna-technieken toch opgelost. De bekendste is de zaak Nicky Verstappen, waarbij recent alsnog een verdachte werd gevonden met dank aan grootschalig (het grootste ooit in Nederland) dna-verwantschapsonderzoek. Dergelijk onderzoek is sinds 2012 wettelijk toegestaan. Eerdere verwantschapsonderzoeken in de zaak-Marianne Vaatstra en de zaak-Milica van Doorn waren eveneens succesvol. 

‘We zien ieder incident als een verhaal’, vertelt De Kock. ‘Met vaste componenten, ­zoals al in de Griekse tragedies het geval was: een protagonist, een arena, een timeframe, motivatie, een tegenstander.’ Deze aanpak legt Pandora geen windeieren: ‘De opdrachten stromen ­binnen. We hebben de luxe dat we nooit zelf hoeven te bellen. We worden ­gebeld.’ Pandora Intelligence heeft naar ­eigen zeggen een breed arsenaal aan klanten, van ministeries tot de voetbalbond Uefa, die hulp inriep voor een matchfixing-zaak.

Database

De basis van Pandora Intelligence is een database met daarin zo’n 200 duizend terrorisme-incidenten die afkomstig zijn uit openbare bronnen zoals Wikipedia, wetenschappelijke artikelen, kranten, nieuwssites, Twitter of de IS-glossy’s die op het darkweb circuleren. De Kock complementeert dit zelfs met fictie, zoals het integrale werk van thrillerschrijver Frederick Forsyth. ‘Criminelen zijn over het algemeen creatiever dan opsporingsambtenaren. Vandaar dat we ook een creatieve database aanleggen van mensen die nog creatiever zijn. Dat werkt bijzonder goed’, zegt De Kock.

Pandora Intelligence heeft ook andere databases, zoals een moorddatabase. Ook deze wordt gevuld met openbare bronnen, zoals de informatie van de Raad voor de Rechtspraak. Deze informatie is geanonimiseerd, maar gecombineerd met andere bronnen ­– de site van een voetbalclub, een lokale nieuwssite – krijg je volgens De Kock ‘verontrustend complete’ verhalen.

De software gaat zelf op zoek naar nuttige combinaties. De politie zou volgens De Kock zijn voordeel kunnen doen met Pandora Intelligence, bijvoorbeeld bij het oplossen van cold cases. Zeker als de databases van Pandora gecombineerd worden met alle niet-openbare gegevens van de politie. Maar tot een samenwerking is het nog niet gekomen. De Kock: ‘Sommigen reageren enthousiast, anderen zijn bang voor hun baan. Ten onrechte natuurlijk, maar het werk van analisten zal wel drastisch gaan veranderen. Mocht de politie interesse hebben, dan werken we graag samen.’

Wolfert van de politie wil zich naar ­eigen zeggen eerst concentreren op de basis en zoekt daarbij samenwerking met externe partijen. Een samenwerking met Pandora Intelligence of universiteiten zou een logische volgende stap kunnen zijn. Maar eerst maar eens al die dozen inscannen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.