Hoe de Noren onze landbouw redden van de apocalyps

Op Spitsbergen schuilen de zaden voor de apocalyps

Tekst: Eric van den Outenaar
Beeld: Julius Schrank

‘Kom. Hier zijn alle zaden veilig.’ Het schemert deze vrijdagmiddag al op Spitsbergen als Åsmund Asdal stapvoets de berg oprijdt. Overal waar de coördinator van Global Seed Vault om zich heen kijkt is de wereld ingepakt in sneeuw en ijs. Een tot twee keer per jaar sturen zadenbanken vanuit de hele wereld landbouwzaden naar hem op, waarna de Noorse bioloog en zijn mannen ze een plek geven in zijn zadenbunker nabij de Noordpool. Hij manoeuvreert zijn vrachtwagen tot aan de deur, opent de laadklep en trekt vervolgens met een pompwagen de pallets naar binnen.

Later loopt Asdal door een honderd meter lange tunnel, opent hij aan het einde daarvan een stalen deur en wandelt dan een grot in. Zijn adem verandert in koude damp. Verderop opent hij een deur bedekt met ijs, gebiedt iedereen even in de kamer achter die deur te wachten, pakt dan de volgende klink vast en haalt in de witte holte die dan volgt nog een hek van het slot. Hij wijst naar de vele op stellingen gestapelde bakken. Asdal: ‘We blijven hier maar drie minuten. Ik wil het zaad nu niet verstoren.’

Foto Julius Schrank

Opslag

Wie aan oorlogen of natuurrampen denkt, denkt misschien niet meteen aan de opslag van landbouwzaden en dan al helemaal niet aan Spitsbergen, een ver weg gelegen eilandengroep waar nog geen krop sla groeit. Toch is als gevolg van de groeiende politieke spanningen in de wereld en het risico op vaker extreem weer de noodzaak bij landen toegenomen om hun landbouwzaden op te slaan op een veilige plek, het liefst zo ver mogelijk van de bewoonde wereld. De Noren slaan daarom zelf al lange tijd al hun zaden op hun Spitsbergen op. Sinds 2008 hebben ze de ‘zadenschuilplaats’ opengesteld voor andere landen. Kom er maar bij, er is plek genoeg, wij dekken alle kosten, dat is de boodschap van de Noren.

Een van de zadenbanken die meteen al een ‘kopie’ van al zijn zaden naar Spitsbergen bracht, is die van het internationale landbouwinstituut Icarda, dat tot voor kort zijn hoofdkwartier had in Aleppo. Het Midden-Oosten is onder meer de bakermat van tarwe en dit instituut bewaart allerlei unieke en oude varianten daarvan. Bovendien is de zadenbank al meerdere malen andere agrarische bewaarinstellingen in die regio te hulp geschoten. Nadat de zadenbank in Kabul bijvoorbeeld begin deze eeuw was verwoest, heeft Icarda geholpen bij de wederopbouw van de landbouw. Icarda heeft ook een deel van de zadenbank in Irak kunnen redden na de inval van de Amerikanen.

Door de oorlog in Syrië moesten de medewerkers van Icarda vijf jaar geleden zelf op de vlucht en hun zadenbank achterlaten. Dankzij de reservekopie op Spitsbergen kunnen ze die sinds 2015 wel opnieuw opbouwen in Marokko en Libanon. Deze gebeurtenis heeft er mede toe bijgedragen dat al meer dan zeventig nationale en internationale zadenbanken hun zaden naar Spitsbergen hebben gevlogen, zegt bioloog Roland von Bothmer, die Asdal vandaag helpt de bakken op de schappen te zetten. ‘We zijn geen museum voor zaad. De opslag heeft nut.’

Met de jongste lading komt het aantal op Spitsbergen opgeslagen landbouwzaden op bijna 700 miljoen, goed voor een kleine miljoen variaties landbouwgewassen. Zeldzame rijstsoorten uit Laos, duizenden varianten aan pepers uit Midden-Amerika, ‘onze’ Hollandse spruiten, tomaten en boerenkool, ze liggen hier allemaal in vacuüm verpakte zakjes opgeslagen onder een laag permafrost. Asdal: ‘Ik ben geen emotionele man, maar als je al dat zaad hier ziet, daar wordt iedereen toch blij van?’

Met de jongste lading komt het aantal op Spitsbergen opgeslagen landbouwzaden op bijna 700 miljoen, goed voor een kleine miljoen variaties landbouwgewassen. Foto: Julius Schrank.

Nederland

In 2006 beschadigde een tyfoon de rijstcollectie van de Filipijnen. In Nederland heeft het water van de Rijn al eens zo hoog gestaan dat ze zich in Wageningen zorgen maakten dat de dijk zou doorbreken en het Nederlandse landbouwerfgoed zou wegspoelen, zegt bioloog Theo van Hintum, hoofd van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland op een eerder moment vanuit Wageningen. ‘Ik zag al die zakjes in mijn gedachten al voor me weg drijven. Dat zou verschrikkelijk zijn geweest.’

De Nederlandse zadenbank heeft de zaden van meer dan 23 duizend soorten en variaties sla, kool, tomaten en andere land- en tuinbouwgewassen in beheer en verstuurt daarvan jaarlijks duizend zakjes naar plantenveredelaars en wetenschappers over de hele wereld. Van al die zaden ligt er, in de vorm van veertig bakken zaad, eveneens een duplicaat op Spitsbergen. Mocht de zadenbank om welke reden dan ook vernietigd worden, dan kan zij in eerste instantie terugvallen op ‘kopieën’ die zijn gestald in onder meer Engeland, Duitsland en Zweden. Maar stel nu dat heel Europa platligt door een ict-aanval en de landbouw als gevolg daarvan in gevaar komt, zegt Van Hintum. ‘Niet eens een gek scenario in deze tijden. En wat moet je dan?’

De Noorse archipel geldt als de beste locatie ter wereld voor de bescherming van zaden tegen rampspoed, zegt Van Hintum. De zadenbank is ver verwijderd van politiek gekrakeel, heeft geen last van de vulkanen en tropische stormen elders in de wereld en ook al zouden de ijskappen smelten, dan blijven de zaden droog en koud. De schuilplaats bevindt zich op 130 meter boven de zeespiegel.

Zadenbanken bewaren hun zaden in vriezers, het liefst bij een temperatuur van 18 graden onder nul. Als de koeling langere tijd uitvalt, verliezen zaden hun zogeheten kiemkracht en ontspruiten er minder zaden. De Noren koelen de zaden hier eveneens via een vriezer, maar mocht die kapot gaan, dan blijft de temperatuur dankzij de permanent bevroren ijslaag in de berg nog steeds onder de min 3 graden. Van Hintum: ‘Ik vind het een fijn idee dat wij onze zaden er veilig hebben gesteld voor onze kleinkinderen en achterkleinkinderen. Daar slaap ik beter door.’

De Nederlandse zadenbank heeft de zaden van meer dan 23 duizend soorten en variaties sla, kool, tomaten en andere land- en tuinbouwgewassen in beheer en verstuurt daarvan jaarlijks duizend zakjes naar plantenveredelaars en wetenschappers over de hele wereld. Foto: Julius Schrank.

Armageddon

De schatten van de landbouwbeschaving liggen hier dus veilig, zelfs als de aarde wordt getroffen door een asteroïde. Eventuele overlevenden van die wereldwijde ramp zouden in theorie hier kunnen zoeken naar landbouwzaad, filosofeert Van Hintum. Sla, tarwe en andere groenten ontspruiten waarschijnlijk moeilijk in postapocalyptische aarde. De door de impact veroorzaakte stofwolken leiden tot een kouder klimaat. Daarom zal de mens nieuwe gewassen moeten ontwikkelen die daartegen bestand zijn, zegt Van Hintum. Natuurlijk moet de steen uit de ruimte niet boven op de berg neerstorten. In dat geval blijft er alleen een krater over. In de internationale media hebben dit soort toekomstspeculaties over de wereldzadenbank al tot bijnamen geleid als de Doomsday Vault en Noah’s Ark. De Noorse bioloog Asdal vindt zichzelf te nuchter om te fantaseren over het armageddon. Hij lacht: ‘Wie krijgt dan de sleutel? En hoe vinden ze de kluis? Journalisten vragen me er altijd weer naar. Ik weet het niet.’

Een van de mythes rond de wereldzadenbank is dat de zaden er hier ingaan en er pas over duizend jaar weer uitkomen, legt Asdal uit. Wie zo lang niet naar de bank op Spitsbergen zou omkijken, vindt waarschijnlijk dood zaad. De nationale zadenbanken moeten de zaadjes in hun eigen voorraad om de tien of twintig jaar checken. Ze planten dan de zaden die te veel kiemkracht dreigen te verliezen. Na de oogst drogen de biologen de zaden, stoppen ze in luchtdichte zakjes en bergen ze weer voor decennia op. Iedere keer als de zadenbanken hun eigen zaad vervangen, moeten ze dat op Spitsbergen doen, zegt Asdal. ‘Dat ververswerk gaat altijd door.’

Monsanto

Met de zadenbank op Spitsbergen heeft Noorwegen eveneens een wetenschappelijk doel voor ogen. Als gevolg van de opwarming van de aarde krijgen bijvoorbeeld tarwe, maïs en andere gewassen het de komende decennia moeilijk in tropische landen. Zadenveredelaars moeten die gewassen daarom beter bestand zien te maken tegen droogte en hitte. Tevens kunnen onbekende ziekten in de toekomst de wereldwijde landbouw bedreigen, zegt Asdal. Veredelaars zullen daarom steeds vaker moeten speuren in de zadenbanken over de hele wereld naar resistente ‘voorouders’ van de landbouwgewassen. ‘Eén erwt kan onze voedselvoorziening redden. Omdat we niet weten welke, willen we ze wel allemaal hier hebben.’

Het is niet de bedoeling dat de deelnemende landen komen ‘winkelen’ op Spitsbergen, maar dat ze de zaden aan elkaar leveren via hun nationale zadenbanken. Foto: Julius Schrank.

Om de wetenschappelijke uitwisseling van zaden te bevorderen, laat het Scandinavische land alle zadenbanken lid worden van een soort Verenigde Naties van zaden. Het is niet de bedoeling dat de deelnemende landen komen ‘winkelen’ op Spitsbergen, maar dat ze de zaden aan elkaar leveren via hun nationale zadenbanken.

Zijn de voormalige koloniale machten uit het Westen niet gewoon uit op een wereldwijde zadenroof? Ethiopië bijvoorbeeld weigert vanwege die argwaan zijn landbouwschatten over te dragen aan Noorwegen. En wat als er een wereldoorlog uitbreekt en je niet aan de zijde staat van Noorwegen? Dan bevinden je zaadvoorraden zich opeens in vijandelijk gebied. China en Iran slaan hun gewassen daarom liever op binnen eigen grenzen. Ze streven naar soevereiniteit over hun zaad.

Brazilië wil in principe wel landbouwzaden delen met wetenschappers uit andere landen, maar vreest dat Monsanto op Spitsbergen aan de haal gaat met de zaden. Door alle zaden op één plek te bewaren wordt het eenvoudig voor het Amerikaanse gentechbedrijf om te grasduinen tussen de sojabonen, ze genetisch te modificeren en vervolgens te patenteren, luidt het Braziliaanse bezwaar. De Noren geven toe dat Monsanto een mogelijk probleem vormt. Sterker nog: de Noren zijn zelf fel tegen genetische modificatie. De angst voor de toegang van Monsanto tot de kluis is toch ongegrond, zegt Asdal. De zadenbanken blijven volgens hem altijd de eigenaar van de opgeslagen zaden. Asdal: ‘Niemand mag hier zomaar snuffelen.’

Lekkage

De Noren slaan daarom zelf al lange tijd al hun zaden op hun Spitsbergen op. Sinds 2008 hebben ze de 'zadenschuilplaats' opengesteld voor andere landen. Foto: Julius Schrank.

Wat Asdal zelf meer kopzorgen bezorgt, is een vorige zomer ontdekte lekkage. Spitsbergen kampt de laatste jaren namelijk met warmere temperaturen, legt hij uit. Hoewel die extra warmte de permafrost binnen in de berg onbewogen laat, smelt er in de zomer wel meer ijs en sneeuw op de bergwand. Het smeltwater daarvan heeft de tunnel bereikt. ‘We hebben hier water weg staan pompen’, zegt Asdal, terwijl hij wijst naar vochtplekken aan de muur en op de vloer. Noorwegen investeert daarom de komende maanden nog eens miljoenen euro’s in het waterdicht maken van de tunnel. Even later staan Asdal en zijn mannen weer buiten. Het is donker. Asdal: ‘De tunnel is nu nog onze zwakke plek, maar we lossen dat wel op.’

Bijna 700 miljoen zaden vanuit de hele wereld liggen opgeslagen op een plek waar niets wil groeien: Spitsbergen. Zo beschermt Noorwegen de landbouwschatten tegen rampspoed. Foto: Julius Schrank.

Bijzondere collecties zaden op Spitsbergen

•Een ‘kopie’ van alle Noord-Koreaanse landbouwzaden liggen hier in bijna twintig rood geschilderde, houten bakken. De zadenbank van Noord-Korea heeft vijf jaar geleden vanuit het Westen hulp gehad bij het opnieuw conserveren van de nationale collectie van onder meer rijst en maïs. De deal was dat er eveneens een back-up naar Spitsbergen kwam.

•De meer dan 5 duizend variaties gerst, tarwe, maïs, mosterd, rogge en andere vele andere gewassen van het Russische Vavilov-Instituut in Petersburg. De Rus Nikolai Vavilov geldt als de aartsvader van alle zadenbanken in de wereld. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw zaden verzamelde hij onder meer zaden in de Verenigde Staten, Iran, Zuid-Amerika en Ethiopië en legde zo de eerste omvangrijke nationale zadencollectie ter wereld aan.

•In 2015 heeft het Internationale Aardappelcentrum van Peru honderden variaties aan inheemse aardappelen veiliggesteld op Spitsbergen. De boeren hielden bij de overhandiging van het aardappelzaad een ceremonie. Eén van de aardappelen heet ‘Schoonmoeders wraak’, omdat hij moeilijk te schillen is. Het verhaal is dat de moeder deze bobbelige aardappel gaf aan haar nieuwe schoondochter om te testen of ze goed kon schillen.

5 weetjes over de zadenopslag op Spitsbergen

•Er bevinden zich 630 miljoen zaden in ongeveer 2.590 bakken zaad, allemaal gevuld met luchtdicht verpakte aluminium zakjes. In één zakje zit doorgaans tussen de 100 en 400 van dezelfde zaadjes.

•Er kunnen maximaal 2,5 miljard zaden in de bunker.

•Verwacht geen laboratorium, computers of andere technische snufjes. Dat vinden de Noren overbodige luxe. De kluis gaat bovendien maar één of twee keer per jaar open. De ruimte is de rest het jaar gesloten en verlaten.

•Naar schatting bevindt zich tussen de 80 en 95 procent van alle variaties rijst, tarwe en maïs in de wereld op Spitsbergen.

•India is de grootste ‘donateur’ van de zadenbank (meer dan 200 miljoen zaden). De Nederlandse zadenbank staat met een kleine 8 miljoen zaden op plek 12 van de 77 op Spitsbergen vertegenwoordigde zadenbanken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.