RECONSTRUCTIEAnderhalve meter afstand

Hoe de 1,5-meterdoctrine op ons neerdaalde

Het koor The New Choral Singers is onder leiding van dirigent Freek Elbers weer begonnen met de repetities. Op gepaste afstand, in de tuin van de kerk in Wateringen.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Ineens is het een soort wet: houd anderhalve meter afstand, en het virus zal niet tot u komen. Maar heeft de economisch zo hinderlijke maatregel wel zin? Hoe een oude medische vuistregel uitgroeide tot een heuse doctrine.

Het begon met een nogal terloopse mededeling, die zondag de 15de maart. Net hadden premier Mark Rutte en minister Bruno Bruins bekendgemaakt dat de horeca en scholen gesloten zouden blijven, toen ze nog iets toevoegden. 

Iets nieuws: ‘We vragen alle Nederlanders bovendien om, waar mogelijk, gepaste afstand van elkaar te bewaren, ook bijvoorbeeld bij het boodschappen doen’, zei Bruins. ‘U kunt als richtlijn ongeveer 1,5 meter afstand hanteren.’

Eén week later was de toon volledig anders. Ineens bleek de richtlijn uitgegroeid tot een ‘afspraak’ en een ‘regel’, die zelfs kon worden afgedwongen met ‘forse boetes’, zei minister van justitie Ferd Grapperhaus erbij. Of desnoods met winkelsluiting, als ondernemers het vertikten zich eraan te houden.

Nu de ene na de andere maatregelen tegen corona langzaam wegvalt, is het de anderhalve meter die fier blijft staan, tot ergernis van vooral veel ondernemers. Ook in het buitenland is afstand houden een van de fundamenten van de strijd tegen het virus. Die ‘veilige afstand’, zoals Grapperhaus het noemde.

Maar is dat wel terecht? 

1. De oorsprong: waarom eigenlijk anderhalve meter?

Dat men in Spanje twee meter afstand houdt, in Scandinavië één en in de VS zes voet (1,82 meter), verraadt het eigenlijk al. Hier is een vuistregel in het spel. Niet een of andere natuurwet die altijd en overal hetzelfde is.

Dat begon in 1897, aan de Universiteit van Breslau. In dat jaar voerde de Duitse hygiënist en bacterioloog Carl Flügge een wonderlijke reeks experimenten uit. Hij legde een rij bacterie-kweekplaatjes op de grond, liet vrijwilligers de mond spoelen met een fel aankleurende bacterie genaamd Bacillus prodigiosus, en vroeg de proefpersonen om te hoesten, te praten en te schreeuwen – om te zien hoe ver de bacteriën wegvlogen uit hun monden. In de kweekbakjes die verder dan een tot twee meter verwijderd stonden, groeiden de bacteriën zelden, ontdekte Flügge. Al kwam het wel degelijk voor dat ze ook verder weg overleefden.

Decennia van experimenten volgden, met niezende en hoestende vrijwilligers, stroboscoopcamera’s die wolken uitgestoten druppeltjes vastlegden, en speciale vaten die het hoesten en niezen met waterdruppeltjes nabootsen. Met steeds dezelfde, best logische uitkomst: hoe groter de druppels die iemand uithoest, des te dichterbij ze op de grond vallen.

Dat is een glijdende schaal, benadrukt Paul Scheepers, toxicoloog aan het Radboud UMC. Zo zijn er kleinere druppeltjes die verder vliegen. Nog minusculere spatjes die een poosje blijven zweven. Mensen die harder niezen dan andere, en mensen die van nature vochtiger praten.

‘Een beetje arbitrair’ dus waar je de veilige grens precies trekt, zegt emeritus-hoogleraar Peterhans van den Broek (LUMC), als oud-voorzitter van de Werkgroep Infectie Preventie lang betrokken bij de compositie van allerlei richtlijnen. ‘In het ene land houden ze het op één meter. En ergens anders zeggen ze weer: twee meter lijkt ons wat veiliger.’

Gaandeweg kristalliseerde dat uit in verschillende landelijke richtlijnen. Is er sprake van een ziektekiem die zich verspreidt via hoesten en proesten, ‘druppelinfectie’ in het jargon: houd dan afstand. Ten minste één meter, zegt de wereldgezondheidsorganisatie WHO. Twee meter, zegt men in onder meer Spanje. Één meter tachtig (zes voet), vindt men in de Verenigde Staten.

En onze anderhalve meter? Die lijkt terug te gaan op het Nederlandse voorschrift dat er tussen ziekenhuisbedden anderhalve meter tussenruimte moet zitten, denkt Van den Broek. ‘Die anderhalve meter heeft een aardig lange geschiedenis in de richtlijnen.’

2. De maatregel: waarom moeten gezonde mensen afstand houden?

Afstand houden? Het is niet voor het eerst dat we dat advies krijgen. Toen in 2009 de Mexicaanse Griep de wereld overging, raadde de campagne ‘grip op griep’ aan om een paar passen bij grieppatiënten vandaan te blijven. En voor patiënten met taaislijmziekte geldt al jaren: houd anderhalve meter afstand tot andere patiënten, om overdracht van gevaarlijke bacteriën te voorkomen.

Maar dat ook gezonde mensen afstand moeten houden tot elkaar, is nieuw en nog nooit eerder vertoond. Zeker, bij een pandemie is ‘sociaal afstand houden’ een van de standaardmaatregelen uit het draaiboek. Maar doorgaans verstaat men daaronder: schrap evenementen, sluit scholen, werk thuis. Niet het letterlijke: ga een eindje van elkaar staan.

Daar zijn we min of meer zo ingerold. ‘Begin maart ontdekten we dat mensen die geïnfecteerd terugkwamen van wintervakantie hun nauwe contacten bleken te besmetten’, herinnert Aura Timen, hoofd Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, zich. ‘We zijn toen teruggevallen op wat we weten over druppelinfecties, en zijn gaan zeggen: de mensen moet afstand houden.’

Bovendien kun je geïnfecteerden niet zomaar herkennen, bleek toen men het weekeinde vóór de schoolsluiting alle licht verkouden zorgmedewerkers in Noord-Brabant en Limburg testte op corona. Tot wel een op de tien had het virus. Er zat maar een ding op: voor de zekerheid iedereen beschouwen als mogelijke patiënt, zegt Timen. ‘Vanuit de gedachte dat mensen met heel weinig klachten toch besmettelijk kunnen zijn.’

Zo ging een richtlijn voor ziekenhuisbedden en zieke patiënten ook gelden voor gezonde mensen in de winkel, het park en op kantoor. ‘Verruim de fysieke nabijheid in de publieke ruimte’: het is een formulering die vanaf half maart ook opduikt in de beleidsadviezen van de WHO.

Het zonnige weekeinde van 21 maart, toen veel mensen eropuit trokken, gaf het laatste duwtje. De richtlijn kookte in tot een gebod waarop 390 euro boete staat. ‘We houden het virus alleen onder controle als we anderhalve meter afstand houden’, heette het opeens streng.

Het punt, mailt desgevraagd hoogleraar huisartsgeneeskunde Mieke van Driel van de Universiteit van Queensland, is dat ‘niemand ervaring heeft met een pandemie zoals covid-19’. Dus past men wat werkt in het ziekenhuis toe op de buitenwereld. ‘Voor landen zoals Nieuw-Zeeland en Australië lijkt dat, bovenop al het andere dat we in de strijd gooien, te werken’, aldus Van Driel, die meeschreef aan een weging van al het bewijs voor afstand houden.

En nu de horeca weer open is, de school weer in bedrijf en zelfs evenementen weer zijn toegestaan, is afstand houden de voornaamste leerstelling waarop de pandemiebestrijding terugvalt. ‘Als we de versoepelingen een kans willen geven’, zegt RIVM-hoofdwetenschapper Jaap van Dissel, ‘zul je ook maatregelen moeten voortzetten waarvan wij het vertrouwen hebben dat ze effect hebben. En anderhalve meter afstand is zo’n maatregel.’

3. Het effect: hoeveel besmettingen zou anderhalve meter voorkomen?

‘Als je anderhalve meter afstand houdt, is de kans dat ik u kan besmetten echt enorm veel kleiner’, zei Rutte nog vorige week, tijdens zijn laatste persconferentie voor reces. Alleen zit daar wel een dingetje.

Dát afstand houden zin heeft, staat als een paal boven water. Luchtwegvirussen zoals het griep-, sars- en ook het covidvirus besmetten vooral mensen die nauw contact met elkaar hebben, zoals gezinsleden of naaste collega’s. Tijdens de sarscrisis bleken er in ziekenhuizen waar de bedden dicht bij elkaar stonden veel meer besmettingen plaats te vinden dan op ruimer opgezette afdelingen.

Of neem een experiment dat Amerikaanse wetenschappers uitvoerden met 31 onverschrokken vrijwilligers en enkele baby’s met het RS-virus. Een deel van de vrijwilligers moest met de baby’s spelen, een ander deel bleef op een afstandje op een stoel zitten. In de speelgroep werd driekwart ziek; van de stoelzitters niemand.

Maar probeer zulke effecten vast te pinnen op harde getallen, en al snel wordt het lastig. ‘Wie besmet raakt, heeft nu eenmaal in de regel niet met een meetlat de afstand opgemeten’, zegt Van den Broek. Bovendien is de afstandsregel onderdeel van een heel pakket maatregelen, zegt Annelies Verbon, hoogleraar infectieziekten in Rotterdam: van handen wassen tot elkaar niet meer omhelzen. ‘Dat maakt het buitengewoon lastig om het effect van afstand houden apart te onderzoeken.’

Neem de ambitieuze analyse die het internationale onderzoeksconsortium Surge onlangs publiceerde in The Lancet. Alles overziend vermindert afstand houden het risico op besmetting met 80 procent, berekent de groep: dicht bij een coronapatiënt is de besmettingskans 12,8 procent, op 1 meter afstand 2,6 procent en op 2 meter afstand maar 1,3 procent.

Maar direct kwam er kritiek: de studie was veel te algemeen. ‘Het besmettingsrisico is in de zorg groter dan in het dagelijks leven, en binnen groter dan buiten’, beklaagden twee Britse hoogleraren zich in een verhit essay. ‘Wat het bewijs níét kan zeggen, is dat er een of andere meetbare afstand is die het risico vermindert.’

Dat is ook de uitkomst van een vorige week verschenen evaluatie van al het beschikbare bewijs, door het Centrum voor Evidence Based Medicine van de Universiteit van Oxford. De afstandsregels leunen veel te zwaar op een ‘achterhaalde tweedeling tussen virusoverdracht in ofwel grote druppels en kleine zwevende deeltjes’, aldus de groep. Terwijl de overdracht in werkelijkheid ‘veel complexer’ is dan: doe maar anderhalve meter en we zijn veilig. ‘Afstandsregels zouden rekening moeten houden met meerdere factoren, zoals de hoeveelheid virus, ventilatie, het type activiteit, binnenshuis versus buitenshuis, en mondmaskers.’

Dat wordt nog een hele puzzel, vindt ook Scheepers, die in Nederland een werkgroep met de veelzeggende naam ‘Beyond 1.5 Meter Science’ optuigde om het probleem te onderzoeken. Neem alleen al de vraag hoeveel ziektekiemen er in een druppel passen. Een tien keer kleinere druppel zweeft weliswaar verder en kan dieper in de longen doordringen, maar kan duizend keer minder ziektekiemen kwijt, omdat volume zich tot de derde macht verhoudt met de afmeting.

‘De rekenmodellen om hieraan te rekenen liggen al klaar’, zegt Scheepers. ‘Maar we missen nog een aantal ontbrekende elementen om ermee aan de slag te kunnen.’ Met stip op één: van hoeveel virusdeeltjes worden we eigenlijk ziek? Zijn een paar zweefdruppeltjes genoeg, of moet je eerst een halfuur tegenover een hoestende covidpatiënt staan? ‘En ik verwacht dat die gevoeligheid bovendien enorm verschilt per persoon’, zegt Scheepers.

En wat nu?

Daar staat u dan, op anderhalve meter afstand van elkaar. Geen wonder dat zo veel mensen klagen: waarom al die afstand, terwijl het virus ons nu niet direct in klodders tegelijk om de oren vliegt? Scheepers snapt het wel. ‘Je moet een groot risico afdichten. Dus neem je in je maatregel een vrij ruime veiligheidsmarge.’

Zie de anderhalve meter als autogordels in het verkeer: een voorzorg die doorgaans overbodig is en die als puntje bij paaltje komt misschien niet eens helpt – maar die intussen toch de beste voorzorg is die je kunt nemen.

En vlak de symboolfunctie niet uit. ‘Door deze maatregel komen mensen niet meer in de verleiding om handen te schudden, elkaar op de schouder te slaan en elkaar te omhelzen’, zegt Verbon. ‘Alleen al daarom denk ik dat het heel verstandig is dat we de afstandsregel hebben behouden.’

‘Laten we anderhalve meter aanhouden, als een soort referentie’, vindt uiteindelijk ook Scheepers. ‘En daarna ga je de discussie voeren: waar moet het meer, in welke omstandigheden kan het minder?’

Iets om op te kauwen, als u zich weer eens ergens groen en geel staat te anderhalvemeteren.

Beeld de Volkskrant

Door de versoepeling van de coronamaatregelen hebben meer mensen moeite om zich aan de 1,5 meter-maatregel te houden. Dat blijkt uit gedragsonderzoek dat het RIVM en de GGD hebben uitgevoerd. De gedragsregels omtrent handen wassen en geen handen schudden worden het best opgevolgd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden