Medische doorbraakBevallingen

Hoe bevallingen veel minder ­gevaarlijk werden

Houd moed. In het verleden wisten wetenschappers gigantische gezondheidscrises te bezweren. Deze week: levensgevaarlijke bevallingen.

Beeld Olivier Heiligers

Wat was het probleem?

Bevallen kan een flinke aanslag zijn op het lichaam. In de baarmoeder moet de baby goed groeien, op het juiste moment en in de juiste ligging naar buiten willen, maar ook – als het even kan – daarbij het lichaam van de moeder niet gevaarlijk overbelasten.

Gelukkig gaat dat vrijwel altijd goed en komt er beschuit met muisjes, maar rond het jaar 1800 eindigde menige bevalling in een tragedie: moeder of kind stierf, of beiden. Infecties zoals de beruchte kraamvrouwenkoorts sloegen geniepig toe, aldus medisch historicus Irvine Loudon in zijn standaardwerk Death In Childbirth. ‘Een vrouw kon op maandag bevallen, gelukkig en gezond zijn met haar pasgeboren baby op dinsdag, koortsig en ziek op woensdagavond, ijlend met ondraaglijke pijn van de buikvliesontsteking op donderdag, en op vrijdag of zaterdag overlijden.’

In die tijd bezweken er jaarlijks honderden tot duizend vrouwen per 100 duizend bevallingen aan bloedingen, zwangerschapsvergiftiging of dus infecties, afgaande op cijfers in Zweden en Engeland, de eerste landen die het systematisch bijhielden. Door deze complicaties liepen kinderen ook forse risico’s. Mede daardoor stierf een op de dertig kinderen rond de geboorte, ook in Nederland.

Het keerpunt

Aanvankelijk verbetert de situatie die eeuw nauwelijks. De tweede vrouwelijke arts van Nederland, Catharine van Tussenbroek, beklaagt zich in haar boek uit 1911 over het gebrek aan vooruitgang en noteert dat er in sommige geboorteklinieken ‘middeneeuwsche toestanden’ heersen. Frustrerend, want er bestaat bijvoorbeeld al minstens dertig jaar een oplossing tegen kraamvrouwenkoorts: laat het zorgpersoneel tussen de bevallingen door hun handen wassen, opdat bacteriën het geboortekanaal niet infecteren.

Dat kraamvrouwenkoorts iets besmettelijks was, constateerde de arts Alexander Gordon al in 1795, maar het was de Hongaar Ignaz Semmelweis die in 1861 liet zien hoe handen wassen het sterftecijfer eraan zowat deed verdampen. Pas met ontdekkingen rond besmettelijke microben viel het kwartje wél. Langzaam werd vanaf dat punt de geboortezorg hygiënischer.

En dan, vanaf eind jaren veertig, beginnen de sterftecijfers voor moeder en kind flink te kelderen. Artsen gebruiken vanaf dat moment bij complicaties antibiotica tegen infecties. En eind jaren zestig krijgen artsen en verloskundigen nog iets in handen om ruim voor de bevalling problemen te zien aankomen: de echo. Die onthult of het kindje te klein is en of bijvoorbeeld de placenta het geboortekanaal blokkeert.

‘Dan zie je het sentiment vervolgens kantelen’, zegt Eddy Houwaart, emeritus hoogleraar medische geschiedenis van de universiteit van Maastricht. ‘Waar zwangerschapsrisico’s eerst nog werden geaccepteerd, ontstaat nu de wens alle risico’s uit te bannen.’ Dat lukt beter naarmate links en rechts nieuwe behandeltechnieken opkomen, bijvoorbeeld om te vroeg geboren baby’s te behandelen.

Hoe staat het er nu voor?

Inmiddels is een bevalling in Nederland veiliger dan ooit: jaarlijks sterven er slechts 3 moeders per 100 duizend levendgeborenen, zegt hoogleraar obstetrie Kitty Bloemenkamp (UMC Utrecht). De belangrijkste complicatie blijft zwangerschapsvergiftiging, oftewel pre-eclampsie, waarbij de bloeddruk van de moeder gevaarlijk stijgt. ‘Maar met medicatie is dat de afgelopen jaren ook gedaald.’ En dankzij zulke preventie sterven nu ook minder kinderen rond de geboorte: zo’n 8 per 1000 bevallingen, aldus het RIVM.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden