interview Volkskrant-iisg scriptieprijs

Hoe 17de eeuwse wetenschappers aardbevingen probeerden te snappen

Ga er maar aan staan: als zeventiende of achttiende eeuwse wetenschapper de grond voelen trillen en proberen te begrijpen hoe een aardbeving ontstaat. De Utrechtse student Kerrewin van Blanken dook in de archieven om in kaart te brengen hoe Britse onderzoekers samen met ‘doodgewone’ burgers langzaam maar zeker een van de bruutste natuurkrachten begonnen te snappen. Hij won de tiende editie van de scriptieprijs die de Volkskrant samen organiseert met het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG).

Tekening van de ravage na de grote aardbeving van 1615 op Jamaica in de stad Port Royal. Beeld Getty, Jan Luyken, Pieter van der Aa

Hoe ontstond een aardbeving volgens zeventiende eeuwse wetenschappers?

‘De ideeën van Aristoteles en de oude Grieken waren dominant. Aristoteles verklaarde aardbevingen aan de hand van een ondergronds tunnelsysteem, waar winden doorheen razen. Een aardbeving zou vergelijkbaar zijn met een storm, maar dan diep in de bodem. Maar er circuleerden meer theorieën. Bijvoorbeeld dat de bliksem een aardbeving zou kunnen veroorzaken, want als die inslaat op de aarde, dan moet al die energie toch ergens naartoe?’

Met de kennis van nu zijn dat tamelijk absurde theorieën.

‘Ja, maar bedenk wel: wetenschappers kunnen zo’n aardbeving niet even nabootsen in hun laboratorium. Ze waren afhankelijk van getuigenverslagen. Een kennis die van een kennis hoorde dat in een dorp verderop ineens wel heel veel theekopjes tegelijkertijd aan het rinkelen waren op tafel. De seismograaf werd ook nog niet structureel toegepast. Wetenschappers brachten de kracht van de beving in kaart door bijvoorbeeld langs de deuren te gaan en te vragen ‘schudde alleen het porselein, of ook de hele kast?’’

Kerrewin van Blanken, winnaar van de Volkskrant IISG scriptieprijs. Beeld Kerrewin van Blanken

U richtte zich bij uw onderzoek vooral op de correspondentie van de Royal Society in Groot-Brittannië. Dat is niet het eerste land waar ik aan denk bij hevige aardbevingen.

‘Klopt, maar het was wel een belangrijk wetenschappelijk bolwerk, dat hun bevindingen goed archiveerde. Hoewel er verslagen van over de hele wereld binnenkwamen zochten ze hun bronnen toch vaak dicht bij huis, deels uit gemakzucht en wantrouwen jegens niet-Europese ooggetuigen, deels vanuit het idee dat hun bevindingen in Engeland overal toepasbaar zouden zijn. Bovendien vonden in Groot-Brittannië af en toe wel kleine aardbevingen plaats, zoals in 1750 onder Londen. Dat zagen de onderzoekers als een voordeel: bij een grote aardbeving is iedereen in paniek of rent voor zijn leven. Bij een kleine aardbeving zouden mensen beter in staat zijn om op te letten wat er nou eigenlijk precies gebeurt.’

Burgerwetenschap – waarbij burgers meehelpen met het vergaren van onderzoeksgegevens – is nu behoorlijk in de mode. Maar uit uw scriptie begrijp ik dat het toen ook al gebeurde.

‘Klopt. In 1666 rapporteerden de beroemde wiskundige John Wallis en scheikundige Robert Boyle voor het eerst over een aardbeving aan de toen net opgerichte Royal Society. Maar het grappige is: als je hun verslag goed leest, merk je dat ze de aardbeving zelf helemaal niet gevoeld hebben. Ze vertrouwen op de waarneming van hun bedienend personeel, die wél wat voelden. Je ziet duidelijk een hiërarchie in welke getuigen wetenschappers het meest betrouwbaar inschatten. Bij een enorme aardbeving in Jamaica in 1692, waarbij duizenden doden vielen, zit in de archieven van de Royal Society geen enkel getuigenverslag van een van de tot slaaf gemaakte Afrikanen die op het eiland verbleven. Een getuigenis van een vrouw werd ook vaker in twijfel getrokken. Ik vond er een van een grafin, Elizabeth Cornwallis, die alles uit de kast haalt om aan een onderzoeker duidelijk te maken waarom zij de aardbeving wél voelde, en de mannen in het huis niet. Zo bevond zij zich op een hogere verdieping, waar het huis meer schudt. En zij zat op dat moment, waardoor je de trillingen beter voelt dan wanneer je bijvoorbeeld loopt. De onderzoeker controleerde in het dorp of ook anderen iets hadden gevoeld. De vrouw had gelijk, er was echt een aardbeving geweest.’

Wanneer ging men de herkomst van aardbevingen beter begrijpen?

‘Hoewel tijdswaarneming lang niet nauwkeurig genoeg was om het verloop van aardbevingen te bepalen, kon men aan de hand van getuigenverslagen wel ontdekken dat een aardbeving de ene plek heviger trof dan een volgende plek. Zo ontstond langzaam maar zeker het idee van een epicentrum. Vanaf de negentiende eeuw nam het gebruik van seismografen een vlucht, voor gedetailleerde metingen aan de kracht van de beving op verschillende locaties. Dat aardbevingen ontstaan door opbouwende spanning bij het bewegen van aardschollen is een idee dat pas ontstond in twintigste eeuw, dankzij Alfred Wegener’s theorie van continentverschuiving en in de jaren twintig de ontdekking van convectiestromen in de aardmantel; het proces achter het zinken en aanwassen van nieuwe aardkorst.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden