Interview Hoogleraar Lotte Jensen

Historische rampliederen: Band Aid had veel voorgangers

Na een brand of watersnood werd het nieuws in ons land eeuwenlang mondeling verspreid. Per lied, zo ontdekte hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis Lotte Jensen (Radboud Universiteit in Nijmegen). Deze week verschijnt haar publicatie over dit onbekende fenomeen in vakblad BMGN.

Hoogleraar Lotte Jensen Beeld Bert Beelen

Rampliederen?

‘Nederland kent een rijke liedcultuur. Met name in de Gouden Eeuw werd veel gezongen. Vaak gaan de liederen over de religieuze identiteit, of de liefde. Dat er ook frequent bij watersnood en andere rampen werd gezongen, was nieuw voor me. Het blijkt een wijdverbreid genre. Ik heb er nu ongeveer honderd verzameld. Als ik moet uitleggen wat het is, zeg ik altijd: Band Aid, maar dan avant la lettre.’

Waar gaan de liederen over?

‘De meerderheid gaat over watersnoodrampen, die kwamen het meest voor in Nederland. Maar ik heb ook liederen gevonden over droogte, scheepsrampen, een sprinkhanenplaag of grote brand.’

Watersnood in Groningen in 1686. De meeste rampliederen gaan over watersnoodrampen. Beeld Rijksmuseum

Wat was de functie van de liederen?

‘In de eerste plaats dienden ze als nieuwsvoorziening. Beroepszangers zongen ze voor op het marktplein. Veel mensen konden niet lezen, op die manier konden ze toch op de hoogte blijven. Als een verhaal op rijm staat, onthoud je het beter.

‘De liederen zijn heel feitelijk, en soms wel dertig coupletten lang. Neem bijvoorbeeld een lied over een zware mist op 31 december 1790 in Amsterdam en omgeving. Daarin wordt verteld dat er precies 42 mensen in de gracht zijn gevallen of gereden met de koets. Alsof je de krant leest.

‘De toon is vaak sensationeel. Met details die emotioneren. Zoals een dienstmeid met een zuigeling die door het water worden verslonden. Om het nieuws te verkopen – toen al – maar ook om mensen ontvankelijk te maken voor de religieuze en morele les, die in alle liederen zat: dat God straft voor onze zonden en dat dit leed eenieder kan treffen.

‘Andere functies van de liederen waren: het aanwakkeren van een saamhorigheidsgevoel of nationalisme en om geld op te halen voor een ramp, ze wezen mensen op hun christenplicht.’

In een lied over de zware mist in Amsterdam (1970) wordt precies verteld hoeveel mensen in de gracht zijn gevallen of gereden met de koets. Alsof je de krant leest. Beeld Rijksmusuem

Zijn er liedjes die nu nog gezongen worden?

‘Oudere mensen kennen vaak nog wel een ramplied uit Zaltbommel. Ik heb het zelf ook als kinderliedje geleerd. Het gaat zo: ‘In die grote stad Zaltbommel, bommel/ Heerste grote watersnood/ En zo menig arme drommel, drommel/ Die niet zwemmen kon ging dood/ En te midden van die rommel, rommel/ Dreef de torenspits van Bi-Ba, Bommel/ En te midden van die rommel, rommel/ Dreef de torenspits in het rond’.’

Bestaan rampliederen niet meer?

‘In mijn publicatie laat ik de liederenlijst tot 1926 lopen. Maar ik twijfel, want ik heb ook inmiddels ook liedjes gevonden van de watersnoodramp van 1953. En recenter: eentje uit 1995, voor de dijkbreuk die de Betuwe bedreigde. 250 duizend mensen werden geëvacueerd. Daar was een hele tv-actie aan gewijd, met Linda de Mol en Henny Huisman. Marco Borsato zong speciaal een andere versie van zijn hit ‘Waarom nou jij?’: ‘Water waarom?’ (‘Maar nu gaan eeuwenoude dijken, door de overlast bezwijken’) Alleen kwam die ramp niet, de dijken hielden het.’

Hoe vaak werden de liederen gezongen?

‘Dat is het moeilijkste om te achterhalen. Sommige werden nog heel lang herdrukt. Een lied uit 1682 kwam ik bijvoorbeeld nog tegen in een liedboek uit 1884. Er zijn er die in kerken werden gezongen of bij bepaalde festiviteiten of herdenkingen. Ook nu nog. Je kan ze zo naspelen, ze staan bijna allemaal op bladmuziek en er werden vaak bekende wijsjes gebruikt.’

Overstroming in Gelderland, 1770. De meeste rampliederen gaan over watersnoodrampen. Beeld Rijksmuseum

Op de valreep ontdekte u nog een variant op een beroemd ander lied.

‘Jazeker, een watersnood-Wilhelmus. Een zalige ontdekking. Het is opgenomen in het programmaboekje van een watersnoodfeest. Een promovenda, Francien van den Heuvel, wees mij hierop.’

Strofe uit het watersnood-Wilhelmus van 1881

Wilhelmus van Nassauwe/ Ben ick van Dietschen bloet/ Den Waterlant ghetrouwe/ Blijf ick tot in den doedt.

Oranjevorst met eere/ Ben ick vrij onverveert,/ Want plassen groot als meiren/Heb ik geannexeert.

Een watersnoodfeest?

‘Op 18 februari 1881 is er een groot benefietfeest in Amsterdam voor een watersnood georganiseerd. Op de vooravond van de verjaardag van koning Willem III. Grote delen van Brabant en Gelderland stonden onder water. Willem III was geen al te populaire koning en hoopte hiermee zijn populariteit te vergroten. In het lied is de ik-figuur Willem van Oranje vervangen door Koning Willem III – strijdend tegen het water, als held.

‘Er werd 66 duizend gulden opgehaald, maar de koning oogstte ook veel kritiek. Mensen vonden het ongepast om feest te vieren met oesters, champagne, concerten en tombola’s, terwijl elders in het land duizenden onder erbarmelijke omstandigheden verkeerden.’

Aanvulling: aan dit bericht is na publicatie toegevoegd dat promovenda Francien van den Heuvel degene was die hoogleraar Lotte Jensen op het watersnood-Wilhelmus wees.

Zit er een limiet aan het aantal mensen dat je kunt kennen? Wat bewijst de uitslag van een schriftelijke test eigenlijk? In onze Grote Vragen Podcast beantwoorden we ‘vragen waar je nooit over na hebt gedacht maar plotseling dolgraag een antwoord op wilt hebben’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden