Historicus: 'In Nederland was amper revolutionair fascisme'

Waarom kreeg in de jaren dertig het revolutionaire fascisme in Nederland maar weinig voet aan de grond? Historicus Willem Huberts onderzocht het en legt het uit.

Nederlandse fascisten in Zaandam, april 1930. Tweede van links ANFB-voorman Jan Baars. Beeld
Nederlandse fascisten in Zaandam, april 1930. Tweede van links ANFB-voorman Jan Baars.Beeld

Talrijke Nederlanders waren tussen beide wereldoorlogen ontvankelijk voor de valse lokroep van het fascisme. De historicus Willem Huberts (63) telde meer dan zestig 'politieke initiatieven' die als fascistisch kunnen worden aangemerkt. Zo waren er ten minste tien groeperingen die zich tooiden met de naam NSNAP, in de ijdele hoop het succes van de Duitse NSDAP, de partij van Adolf Hitler, te evenaren. In deze veelheid aan onderling wedijverende splinters weerspiegelt zich een typisch Nederlandse trekje, dat bijvoorbeeld ook het protestantisme heeft geplaagd: de neiging tot ideologische scherpslijperij.

En er was nog iets waarin het Nederlands fascisme zich van de hoofdstroming onderscheidde: het wilde zijn idealen niet via de weg van de revolutie bereiken. In zijn op 9 maart te verdedigen proefschrift In de ban van een beter verleden pleit Huberts ervoor de definitie van fascisme dienovereenkomstig aan te passen. Opdat ook de niet-revolutionaire variant erdoor wordt gedekt.

Waarom hecht u zoveel belang aan een sluitende definitie van het begrip fascisme?

'Het fascisme heeft de dood van zeker 60 miljoen mensen tot gevolg gehad. Het is dan wel zaak te weten waarover je het precies hebt. Zeker omdat het in het politiek discours vaak fungeert als containerbegrip voor alles wat verwerpelijk is. Ik heb me niet met iets als naoorlogs fascisme willen bezighouden, omdat daarvoor de definitie van fascisme te veel zou moeten worden opgerekt. Fascisme is geen aanduiding meer voor een politieke ideologie, het is verworden tot scheldwoord.'

Willem Huberts. Beeld
Willem Huberts.Beeld

Maar u pleit er wel voor om die definitie zodanig op te rekken dat ze ook van toepassing is op het niet-revolutionair fascisme in Nederland?

'Uitgaande van de meest gezaghebbende definitie, die van Roger Griffin, stelt het Nederlands fascisme mij voor een methodologisch probleem. Griffin noemt, naast populisme, extreem nationalisme en een streven naar nationale wedergeboorte, een revolutionair karakter dus, als wezenskenmerk van het fascisme. Die karaktertrek ontbrak in het Nederlands fascisme. Het wilde langs democratische weg aan de macht komen om de democratie vervolgens te kunnen afschaffen.'

Dus het zuivere fascisme volgens de definitie van Griffin, kwam in Nederland niet voor?

'Er was eigenlijk maar één organisatie die volgens die definitie fascistisch was, en dat was Zwart Front van Arnold Meijer. Die keek met nauwelijks verholen jaloezie naar de Russische Revolutie en naar de daadkracht die Mussolini in Italië aan de dag legde.'

Maar in Nederland heeft hij daarmee weinig enthousiasme gewekt.

'Nederland was, en is, niet zo revolutiegezind. Revoluties maken geen deel uit van ons nationaal verleden. De revolutie van 1918, die van Pieter Jelles Troelstra, was jammerlijk mislukt. Binnen het Nederlands fascisme tekenden zich twee stromingen af: een activistische, arbeideristische stroming en een burgerlijke stroming.

'De succesvolste representant van de eerste stroming was de Algemeene Nederlandsche Fascisten Bond, de ANFB, van de Amsterdamse marktkoopman Jan Baars. Een begenadigd spreker maar een zwakke organisator. Zodra de ANFB een omvang had bereikt die de regering zorgen baarde, viel ze ten prooi aan geruzie en factiestrijd. Exponent van de burgerlijke stroming was natuurlijk de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert. Die slaagde er veel beter in kiezers los te weken van hun vertrouwde zuil. Dat hij bij de statenverkiezingen van 1935, in de hoogtij van de verzuiling, 8 procent van de stemmen wist te vergaren, was eigenlijk een fenomenale prestatie.'

Maar succesvoller werd hij niet.

'Nee, vanwege die verzuiling en vanwege het optreden van de Nederlandse regering, dat in eerste instantie overigens meer tegen de ANFB dan tegen de NSB was gericht. Ze vaardigde een uniform- en manifestatieverbod uit en ze verbood ambtenaren lid te zijn van een fascistische organisatie. Kerken spraken zich ferm uit tegen het goddeloze fascisme.'

Kunnen wij daar nu wat van leren?

'Dat betwijfel ik, al was het maar omdat er geen naoorlogs fascisme is. Wel komt de huidige maatschappelijke stemming overeen met die aan de vooravond van het fascisme. Net als toen zijn mensen onzeker geworden onder invloed van ontwikkelingen waarop ze geen greep hebben, en zijn ze ervan overtuigd dat de elite heeft gefaald.'

Van Willem Huberts proefschrift In de ban van een beter verleden - Het Nederlands fascisme 1923-1945 verschijnt 9 maart een gelijknamige handelseditie bij uitgeverij Vantilt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden