'Hier zat ik naar een lijk te kijken'

'WANNEER ideologie en geloof wegvallen, worden oude vragen weer als nieuw', schrijft Bas Heijne in een van de essays die zijn gebundeld in De wijde wereld....

Als geen instantie meer voorschrijft hoe die begrippen te verstaan, heeft het individu vrij spel. Het is af te lezen aan interviews, films, boeken, tentoonstellingen: de moderne mens leeft nadrukkelijk in het heden, verwacht niets van de toekomst en weigert het verleden als een menhir op de rug te torsen. Alles is vluchtig en persoonlijk, of wordt dat gemaakt.

Simone Kleinsma bijvoorbeeld (voor Bas Heijne bestaat cultuur uit vele niveaus) was altijd een 'weinig aansprekende theaterpersoonlijkheid die het vooral van haar niet te stuiten olijkheid moest hebben'. Totdat ze een dood kind baarde en dit private drama in interviews uitventte. Toen werd ze ineens voor een echt warm mens van vlees en bloed aangezien.

Over wat iemand presteert, over vorm, over het mysterieuze scharnierpunt waar leven in kunst overgaat, hebben we het liever niet meer. De mensen willen echte emoties zien.

Om het in vlotte showtermen te stellen: een jaar lang is Bas Heijne (1960) de uitdaging aangegaan. Wekelijks berichtte hij in NRC Handelsblad over wat hem persoonlijk had getroffen. De schrijver van twee romans en twee verhalenbundels klom uit de ivoren toren en keek om zich heen.

Waarbij het overigens van beslissende betekenis voor de waarde van De wijde wereld is dát Heijne een schrijver is, die zijn persoonlijke ervaringen nooit vormeloos aanbiedt en ook in deze tamelijk aardse essays de verbaasde interesse van de observator behoudt. Hij houdt van de formulering die zowel zorgvuldig als stellig is. Dat verhoogt de overtuigingskracht van zijn stukken. Zelfs als hij een aanvechtbaar idee oppert, duurt het even voordat je een weerwoord paraat hebt.

Zuivere winst voor een essayist, die optimaal functioneert als hij tot meedenken aanzet. Wie de bundel columns Heilige monsters (1989) er nog eens bij pakt, ziet dat die winst groter is geworden. Elf jaar geleden was Heijne onbesuisder, niet zo vreemd gezien zijn toenmalige beperking tot de literaire wereld.

Nu kan in principe alles ter sprake komen. Daarom is de kaalslag die Heijne in het eerste deel signaleert, van licht huiveringwekkende omvang. Waar hij maar kijkt, overal valt hem op wat er allemaal niet meer is - gedeeld idealisme, respect voor dubbelzinnigheid, eeuwigheidsbesef - en dat er allerwegen merkwaardig weinig vragen worden gesteld. De mens is verslaafd geraakt aan het moment, aan materialisme, het nieuwe (niet aan bezit, maar aan het aanschaffen), aan schaamteloze directheid die op de bedachtzame analyse niets voorheeft - behalve dat zij schaamteloos is en direct.

In het eerste deel, 'We zijn, dus we zijn', wint Heijne's geamuseerdheid het van de regelrechte angst. De verwondering zegeviert over de verontwaardiging. Hij voelt zich niet geroepen als een nieuwe Oswald Spengler de noodklok te luiden. In 'Beeldmateriaal' roept hij John F. Kennedy jr. (die de vorige zomer verongelukte) uit tot icoon van onze lege tijd: een man wiens leven bestond uit een clip van dramatische beelden. Die geen eigen geschiedenis had.

Wat moet een kunstenaar nog in een kunstvijandige tijd? 'Zijn bewustzijn tegenover de wereld zetten. Als hij de wereld dan niet kan vormen, dan kan hij nog wel zijn ervaring met de wereld vormgeven', zegt Heijne aan het slot van zijn ontmoedigende eerste ronde in de wijde wereld.

'Dat is de taak van de kunstenaar', roept hij er achteraan, in kennelijke opgeluchtheid over zijn eigen vondst. 't Is een toverspreuk die in de praktijk toch staat of valt met de kwaliteit van die vormgeving. En als dát zo is, doet het er in wezen niet meer toe of een kunstenaar navelstaart of de deuren en ramen van zijn werkkamer wijd opengooit. De vaagheid van het antwoord dat Heijne heeft bedacht, legt zijn minder sterke kant bloot: zolang het op vragen en onderzoeken aankomt, is hij altijd scherpzinnig en interessant. Betreft het de praktijk en de antwoorden, dan verschuilt hij zich bij voorkeur achter de postmoderne dooddoener dat een radicale keuze te vaak wijst op armoede en kortzichtigheid.

Dat moge zo zijn - maar is het doel nu de 'wijde wereld' met een zo afgewogen mogelijke ziens- en denkwijze tegemoet te treden, met andere woorden: wil Heijne de aspirant-cultuurcriticus een handreiking bieden? Of hoopt hij werkelijk de kunstenaar een uitweg te bieden? Misschien heeft die meer houvast aan het devies dat Charlotte Mutsaers in haar sprankelende bundel Zeepijn (1999) voorstelt: een kunstenaar moet vooral de blik vernauwen. Het gaat om isoleren, uitvergroten, verdichten, het even wegdenken van de ganse wereld. Inzoomen op het sprekende detail. Je niet afvragen of je redelijk bent.

In het tweede deel van De wijde wereld maakt Heijne zich kwaad als hij ziet hoe mensen en media rigoureus voor platheid kiezen. De gotspe dat Joop van den Ende vorig jaar klaagde dat de commerciële televisie louter 'amusement en grofheden' op de buis gooit; Judith Belinfante die de geschiedenis van de joodse diaspora annexeert, een denkwijze die 'rechtstreeks leidt tot de hysterische rancuneleer van de eeuwige verongelijktheid'; of de intellectuelen die zich in het televisieprogramma Het blauwe licht opstellen als 'een soort Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen'. Ze krijgen klappen, raak en met reden. Tegelijk blijft de lezer met de sluimerende onvrede zitten dat Heijne met zo'n beschouwing over Het blauwe licht (dat weer op ándere tv-programma's reageert) niet veel anders doet dan zijn persoonlijke bijdrage leveren aan de meninkjes-cultuur.

Geen tegenzet.

In het derde deel, 'Tussen geest en vlees', had Bas met de billen bloot moeten gaan, maar - zoals de hoofdstuktitel reeds impliceert - hij past ervoor zich al te ondubbelzinnig uit te spreken. Zonder twijfel blijft hij daarmee trouw aan zichzelf, en hij vermijdt de valkuil van zelf met nieuwe dogma's aankomen, terwijl de zegen van ons niemandsland is dat de oude ons niet langer terneer drukken. De gespletenheid en de tussenpositie staan nooit in aanzien, aangezien mensen menselijkerwijs naar duidelijkheid verlangen. Het siert Heijne dat hij hier niet aan tegemoetkomt. Zou de geprikkeldheid die zijn voorkeur voor voorzichtigheid bij onderstaande wekte, voortkomen uit herkenning? Heel wel mogelijk. In elk geval voldoet De wijde wereld als barometer van de geest die boven onze bodemloze tijd zweeft.

'Niemand leeft zonder verbeelding, zonder kunst. Art makes life, zei Henry James. Kunst vormt ook de levens van al die mensen die nog nooit van Shakespeare hebben gehoord', stelt Heijne tegenover de vigerende drogreden dat kunst nutteloos is omdat er zovelen zijn die zonder kunst buitengewoon gelukkig zijn.

Erg mooi is 'Luchtdicht verpakt', waarin Heijne afreist naar Parijs om eindelijk, in het 44ste seizoen, naar De kale zangeres van Ionesco te kijken. Die bedroevende belevenis ('Hier zat ik naar een lijk te kijken') brengt hem op de gedachte dat je kunst niet alleen moet conserveren, maar ook telkens nieuw leven inblazen. Wat goed dat er in Nederland 'steeds weer nieuwe interpretaties en vormen' te bekijken zijn.

Curieus. In Heilige monsters sprak Heijne nog zijn verachting uit over een regisseur die Hamlet achterstevoren laat spelen door dertien doofstomme weesmeisjes, en met retorisch gegoochel over 'behoudzucht' en 'vernieuwingsdrang' aan het oog ontrekt waar het om gaat.

Kwaliteit.

Zo is het. Als die Kale zangeres nog steeds fantastisch werd gespeeld, zou er niets tegen het voortzetten van de traditie zijn geweest! Vernieuwing is alleen interessant als de traditie - dat waar de vernieuwing op volgt - als bekend verondersteld kan worden. En dát is steeds minder het geval. Vandaar dat het conserveren alleen al wel degelijk een behartigenswaardige daad is.

Leven en kunst 'bevruchten elkaar steeds opnieuw. Maar ze vallen niet samen, ze zijn niet hetzelfde', en vele andere oude vragen en wijsheden worden door Heijne in De wijde wereld actueel en levend gemaakt. Dat is de grote verdienste van deze essaybundel, een genre dat door publiek en uitgevers naar een uithoek van de wijde wereld is verbannen. Veel mensen verkiezen een tv-talkshowtje boven een doordacht en stijlvol geschreven krantenartikel van Bas Heijne. Ze weten niet wat ze missen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden