Hier wordt de vroege Noorse geschiedenis bewaard

Door klimaatverandering rotten archeologische vondsten weg in zowel koude als warme gebieden. Opgraven voor het te laat is?

'In enkele decennia hebben we vindplaatsen met huizen van Inuit, gemaakt van steen en zoden, in hun geheel zien wegspoelen.'

Ze liggen in het uiterste noorden van Noorwegen. Restanten van huizen en hutten die duizenden jaren geleden, in de nieuwe steentijd, werden bewoond. Ze vertellen iets over hun bewoners: hoe ze woningen bouwden, waar ze hun eten bereidden en het afval verzamelden. Vuilnishopen met dierenbotten, visgraten en schelpen onthullen wat er op het menu stond. Een belangrijk deel van de vroege Noorse geschiedenis wordt bewaard in de koude en vaak bevroren grond boven de poolcirkel.

Maar dat archief wordt steeds minder veilig.

'Als de somberste scenario's voor klimaatverandering werkelijkheid worden zullen veel archeologische vindplaatsen en daarmee cruciale bronnen van de Noorse geschiedenis in de loop van deze eeuw verloren gaan', zegt archeoloog Vibeke Vandrup Martens, verbonden aan het Noorse Instituut voor onderzoek naar cultureel erfgoed in Oslo. 'Als de bodem warmer wordt en het minder sneeuwt zal organisch materiaal verdwijnen. Hout, huiden en plantenresten gaan rotten als ze uitdrogen en bacteriën vrij spel krijgen. Met het vergaan van organische stoffen verdwijnt belangrijke informatie die archeologische vondsten van hun 'context' voorziet.'

Martens, onlangs aan de Vrije Universiteit gepromoveerd op een proefschrift over de gevolgen van klimaatverandering voor de archeologie in Noorwegen, is niet de enige die de noodklok luidt. Ook collega's in andere delen van de wereld waarschuwen voor de teloorgang van cultureel erfgoed. Klimaatverandering houdt niet op bij de poolcirkel. Maar zijn de klimatologische gevaren overal even ernstig? Heeft klimaatverandering misschien ook voordelen voor de oudheidkunde? En, wat moet een wetenschapper doen als archeologisch erfgoed dreigt te verdwijnen? Snel opgraven?

(Tekst gaat verder onder foto).

'Zonder opwarming zouden wij onze objecten niet hebben gevonden, dat is waar.'

Klimaatverandering

De archeologische frontlinie van klimaatverandering ligt in de kustgebieden rond de Noordpool. Het ontdooien van permafrost en de erosie van kusten vormen daar een acuut gevaar. Wat in Noorwegen dreigt te gebeuren, is in Alaska en Groenland al aan de gang. 'De golven die vanaf de oceaan de kust van Groenland bereiken worden niet meer getemperd door drijvend ijs. Ze beuken in op ruïnes en aardlagen van archeologische vindplaatsen', mailt onderzoeker Bjarne Gronnow van het Nationaal Museum van Denemarken in Kopenhagen. 'In enkele decennia hebben we vindplaatsen met huizen van Inuit, gemaakt van steen en zoden, in hun geheel zien wegspoelen.'

Ook in warmere streken doet de klimaatverandering zich gelden. Corinne Hofman, hoogleraar archeologie van het Caribisch gebied aan de Universiteit van Leiden, maakt zich zorgen over de restanten van nederzettingen van de eerste indiaanse gemeenschappen op de Caribische eilanden. Die kwamen tussen 8000 en 4000 jaar geleden vanuit Zuid- en Centraal-Amerika naar onder meer Curacao, Aruba en Bonaire.

Archeologisch erfgoed

Hofman: 'Er zijn tegenwoordig vaker tropische stormen, waardoor kustafslag en erosie toenemen. Op de lange termijn zal stijging van de zeespiegel dat proces versnellen. Het bedreigt vindplaatsen langs de kust, die toch al onder druk staan door de bouw van hotels en de aanleg van vliegvelden en golfbanen.' Sporen van houten huizen, graven, afvalhopen met voedselresten, gebruiksvoorwerpen en sieraden van steen, koraal, schelpen en klei dreigen volgens Hofman verloren te gaan.

Onder invloed van klimaatverandering kan archeologisch erfgoed verdwijnen, maar juist ook tevoorschijn komen. Albert Hafner, als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Bern, zag de afgelopen jaren hoe het ijs in de Zwitserse Alpen smolt. In de Schnidejoch, een bergpas op 2700 meter hoogte, vond hij honderden objecten. Het waren vooral natuurlijke materialen: houten kommen, pijlen, bogen, schoenen en een broek van leer. 'Als ze waren achtergebleven, waren ze waarschijnlijk binnen een paar jaar verdwenen door de wind en de straling van de zon', zegt Hafner.

Mummie

Een spectaculaire vondst die te danken is aan een slinkende gletsjer is die in 1991 van de ijsmummie Ötzi in de Italiaanse Alpen. Ötzi leefde rond 3300 voor Christus en is de oudste mummie ooit in Europa aangetroffen. Je zou zeggen: het nieuwe klimaat is ook een buitenkans voor archeologen. Hafner: 'Zonder opwarming zouden wij onze objecten niet hebben gevonden, dat is waar. Dan hadden ze nog in het ijs gezeten en waren ze beschikbaar gebleven voor volgende generaties. Maar als veel ijs smelt kunnen objecten ongezien wegrotten. Ik ben niet blij met de klimaatverandering.'

In gebieden waar de woestijn oprukt staan monumenten bloot aan erosie door zand en wind. Zo zijn de geschilderde reliëfs op de zandstenen muren van het 2000 jaar oude tempelcomplex Musawwarat el-Sufra in Sudan, dat ooit in een groene omgeving stond, behoorlijk afgesleten. Nog een voorbeeld: in Mauretanië heeft de architectuur van de Middeleeuwse handelsstad Chinguetti in toenemende mate te lijden van extreme weersomstandigheden - zandstormen en overstromingen.

Claudia Näser, verbonden aan de Humboldt Universiteit in Berlijn, deed twintig jaar onderzoek in Soedan. Daar heeft ze ervaren dat het in de loop der jaren warmer werd en zag ze de omgeving minder groen worden. Ze heeft monumenten, in Soedan vaak gemaakt van zacht zandsteen, zien slijten. Toch is ze huiverig om dit te wijten aan klimaatverandering. 'Niemand kan bewijzen dat dit komt door woestijnvorming en dat dit proces de laatste jaren is versneld. Het is niet onderbouwd met kwantitatieve data. Het is vooral giswerk.'

(Tekst gaat verder onder foto).

'We zijn bezig om aan te geven welke sites prioriteit hebben. Sommige kunnen van de golven worden gered door golfbrekers aan te leggen of door grondlagen vochtig te houden. Andere moeten worden opgegraven om zoveel mogelijk informatie te redden.'

Onaangeroerde vindplaatsen

Klimaatverandering of niet, veel wetenschappers die vrezen dat hun archief aftakelt komen voor vraag te staan wat ze het beste kunnen doen. Opgraven of niet. Volgens het Verdrag van Malta, in 1992 ondertekend door de lidstaten van de Raad van Europa, moet ernaar worden gestreefd archeologische objecten zoveel mogelijk op hun oorspronkelijke plaats - in situ - te laten. Ten behoeve van volgende generaties die wellicht beschikken over betere technische hulpmiddelen. Tegenwoordig wordt bijna alleen nog tot opgraven besloten om vindplaatsen te redden van bouwactiviteiten.

Hofman vindt ook dat archeologische vindplaatsen op de Caribische eilanden zolang mogelijk onaangeroerd moeten blijven. 'We moeten pas gaan opgraven als objecten niet meer in situ bewaard kunnen blijven. Bijvoorbeeld als ze worden bedreigd door kusterosie.'

'Niets doen is niet meer mogelijk', zegt Vibeke Vandrup Martens over de vindplaatsen in Noorwegen. 'Sommige sites kunnen misschien worden gered door er een kleilaag op te leggen zodat het vocht wordt vastgehouden. Een natuurlijke bescherming en niet duur.' Als archeologische overblijfselen langs de kust direct wordt bedreigd door de oprukkende zee, is er volgens Martens maar één optie: opgraven. 'Dan wordt het een kwestie van geld. Hoeveel wil de samenleving betalen voor het redden van haar erfgoed?'

Geld

Geld is er in elk geval niet genoeg om alle bedreigde vindplaatsen in Groenland te redden, zegt Bjarne Gronnow. 'We zijn bezig om aan te geven welke sites prioriteit hebben. Sommige kunnen van de golven worden gered door golfbrekers aan te leggen of door grondlagen vochtig te houden. Andere moeten worden opgegraven om zoveel mogelijk informatie te redden. En een deel van de overblijfselen zullen we vanwege geldgebrek moeten laten vergaan.' Gronnow kan niets positiefs ontdekken in de opwarming van de aarde. 'Die is vooral een vloek. Unieke informatie over vroegere samenlevingen in het poolgebied verdwijnt zo snel dat we het niet kunnen bijhouden.'

Niet iedere archeoloog hijst de stormbal. Emeritus hoogleraar Leendert Louwe Kooijmans vindt dat zijn collega's zich niet al te druk moeten maken over de gevolgen van klimaatverandering. 'We moeten er niet al te dramatisch over doen. De grootste bedreiging voor de archeologie is nog steeds het landgebruik door de mens. Archeologie speelt zich af in een dynamisch milieu. Door het smelten van de sneeuw worden mooie vondsten gedaan. Scheepswrakken raken onder de klei en komen later weer bloot te liggen. Niets is stabiel.'

Archeologen kunnen het klimaat nu eenmaal niet regelen en moeten er daarom maar het beste van maken. Neem de grafheuvels op de Veluwe die verloren gingen nadat een stuk bos was gekapt. In de zandverstuiving die was ontstaan werden daarna pijlpunten gevonden. Louwe Kooijmans wil maar zeggen: 'We moeten leren leven met natuurlijke dynamiek. En zorgen dat we het zelf niet erger maken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden