interview klimatoloog Heleen de Coninck

‘Hier redden we ons wel, zelfs als we land of steden moeten opgeven’

Beeld Manon van der Zwaal

Natuurlijk, zegt klimaatwetenschapper Heleen de Coninck: een beter klimaat begint bij jezelf, maar nog veel meer bij het systeem waarin we met zijn allen meehobbelen. En we hebben haast om er iets aan te doen. ‘Ik dacht echt van: woooh. Dat is erg. Het is veel erger dan ik had gedacht.’

Ze had er weer een in haar postvak, van een veeboer ditmaal. Beste mevrouw De Coninck, volgens mij zit het helemaal anders met dat klimaat. Want klimaatwetenschappers zoals u zeggen nou wel dat het probleem bij de veesector zit, maar intussen is de veestapel gekrompen terwijl de temperatuur verder omhoog is gegaan.

Ja, mevrouw De Coninck van de Radboud Universiteit: hoe zit dat nou?

‘Ik probeer dat soort vragen altijd te beantwoorden. Zo van: er zijn meerdere oorzaken, en het probleem is wereldwijd, niet alleen Nederlands. Ik krijg geregeld van die half aanvallende mailtjes: het is toch allemaal onzin, die wetenschap. Maar dit is gewoon iemand met een oprechte vraag. Ik voel me dan verantwoordelijk om daarop in te gaan.’

Allemaal weten ze Heleen de Coninck (42) te vinden, de klimaatontkenners en de klimaatdrammers en de klimaatbezorgden. Een scholier vroeg haar: ik maak me zorgen om het klimaat, wat voor opleiding moet ik nou doen? Een gepensioneerde heer stuurt haar epistels waaruit moet blijken dat het allemaal reuze meevalt met de klimaatverandering. Anderen sturen haar juist sombere overpeinzingen: wat hebben klimaatregelen eigenlijk voor zin, Rusland en China doen toch niet mee.

Vraagbaak, orakel, praatpaal: de universitair hoofddocent innovatiestudies aan de Radboud Universiteit is het allemaal. Zeker sinds vorig jaar, toen ze wereldnieuws werd als coördinerend hoofdauteur van een invloedrijk rapport van het IPCC, de VN-instantie die de wereldpolitiek voorziet van informatie over klimaatverandering. Stond ze opeens voor de camera’s van de BBC. Of werd ze uitgenodigd, om de Tweede Kamer bij te praten over de stand van zaken met het klimaat.

Die stand van zaken, kort en goed: de wereld is sinds de mens op grote schaal broeikasgassen is gaan uitstoten 1,1 graad opgewarmd. En als we erin slagen onder de 1,5 graad te blijven, is de schade nog een beetje te overzien.

Moeten we alleen wel als de gesmeerde bliksem ophouden de dampkring vol te pompen met warmte vasthoudende broeikasgassen zoals CO2, lachgas en methaan. Anders loopt het uit de hand, smelten de polen, stijgt de zeespiegel en zijn de gevolgen niet te overzien.

Eigenlijk was mijn conclusie na het lezen van het IPCC-rapport: onder de 1,5 graad blijven, dat kunnen we vergeten. We moeten dan vóór 2050 helemaal van het steenkool af, een gebied zo groot als India beplanten met bossen en ook nog eens massaal CO2 ondergronds opslaan.

‘Ja, dat is inderdaad een van de conclusies van mijn hoofdstuk. De snelheid van verandering van de afzonderlijke technologieën is eerder vertoond. Maar de schaal waarop het moet gebeuren, in ongeveer alle landen tegelijk, nog niet. Maar goed, dat het geen precedent heeft, wil niet zeggen dat het niet kan. Technisch kan het. Economisch is het zinvol. Maar er moet wel onmiddellijk wat gebeuren.’

Iemand in mijn omgeving zei: hoe kan die Heleen de Coninck zo optimistisch blijven? Die vraag krijg je vast vaker.

‘Ja, heel vaak. Kijk: het gaat natuurlijk niet de goede kant op met de CO2-uitstoot. Het matigen gaat gewoon nog te langzaam. Dat zie je ook in Nederland, met het huidige kabinet: het zijn moeilijke maatregelen. Dus worden de maatregelen in zo’n klimaatakkoord een beetje uitgesteld. En daar is ons land niet uniek in.

‘Maar ja, ik zie het ook als een soort plicht om hoop te houden. Het is redelijk zinloos om pessimistisch te zijn. En ik denk echt dat we de boel nog kunnen veranderen. Aan het verleden kun je niets meer doen, maar aan de toekomst wel. En daar werk ik aan: het veranderen van de toekomst. Ten goede, waarbij ik ten goede invul met: onder de anderhalve graad blijven.’

Voorlopig koersen we af op een opwarming van een graad of 3 à 4, als je de grafieken uit jullie rapport bekijkt. Wat geeft je hoop?

‘De kosten van duurzame elektriciteit – zon en wind – gaan veel harder naar beneden dan we hadden verwacht, dus dat is een meevaller. En de modellen waarmee we werken houden weinig rekening met de dynamiek van gedragsverandering. De kuddementaliteit. Van mensen die zich opeens duurzamer gaan gedragen, maar bijvoorbeeld ook die van de banken. Want als het in de financiële sector trendy wordt om duurzame projecten te gaan financieren, kan het ineens hard gaan.’

De klimaatwetenschapper is met man Forrest en dochter van 3 in een woonboot gaan wonen, tot hilariteit van haar collega’s. Een knus betimmerd binnenvaartschip, afgemeerd in Waalwater, een stille poel buiten Nijmegen. Al zal de wereld moeten vergaan voor het gezin het ruime sop kan kiezen: de woonark ligt opgesloten achter een metershoge dijk, ‘pas als Antarctica smelt hebben we genoeg zeespiegelstijging om hier weg te kunnen’, grapt ze.

Het milieu zat er al vroeg in bij haar. Ze groeide op in Zeeland, in een gezin van aanpakkers: pa De Coninck klom op van drukker tot directeur in de ouderenzorg, haar moeder was CDA-raadslid, directeur van een kinderopvangstichting en degene die thuis de mouwen opstroopte en de fietsbanden plakte. Toen de dierenliefde in de jonge Heleen ontwaakte, vertaalde zich dat prompt in actie: ze stencilde een zelf geschreven milieukrant, die ze verspreidde in de buurt. Geen woorden maar daden. Mensen, zorg gewoon eens wat beter voor de natuur, punt-uit.

Beeld Manon van der Zwaal

Heleen heeft een sterk moreel kompas, zeggen je collega’s en naaste vrienden. Begaan met de wereld, compassievol: ze omschrijven je haast als een soort moeder Teresa. Het leed van de wereld rust op je schouders?

‘Ik trek me inderdaad snel dingen aan, denk ik. En ik probeer er ook naar te handelen, vandaar ook mijn werk. Maar moeder Teresa ging wel wat verder dan ik. Ik heb, toen ik nog niet zo goed wist wat ik wilde, nog een test gedaan om straaljagerpiloot te worden. Ik houd wel van snelheid. En ik houd ook van...’ Ze schatert. ‘Ik vond het mooie machines. Ik vind machines gewoon mooi.’

Wat doet het met je als je opgroeit als dochter van iemand die de Watersnoodramp bewust meemaakte?

‘Mijn vader vertelde me hoeveel indruk dat op hem heeft gemaakt. Er is geen familie van ons omgekomen, maar hij had het er vaak over hoe hij als 10-jarige met zandzakken heeft gesleept in Goes. Hij was de oudste zoon, alle jongens moesten helpen: zakken vullen.

‘Met Forrest heb ik het er wel eens over gehad om in de uiterwaarden in een normaal huis te gaan wonen. Maar dat zat me toch niet helemaal lekker. Het ontzag voor het water zit er kennelijk toch diep in.’

Vormde het je ook als klimaatwetenschapper?

‘Ik besef wel: vroeger was niet alles beter. Dit soort rampen moet je dus zien te voorkomen. Ik heb ook een periode gehad waarin ik er veel over las. Waarom gebeurde het? Nou: slechte instituties, dus. Er werd weinig in dijken geïnvesteerd. Mensen dachten: laat maar gaan. En tegelijk is het een mooi voorbeeld van hoe ons land zich als een soort Baron Von Münchhausen aan zijn eigen haren uit het moeras heeft getrokken, met veel publieke investeringen en innovatie. Daardoor is onze waterbouwkunde nu zelfs een exportsector geworden.

‘Keynesiaans economie dus. Publieke investeringen, die leiden tot welzijn en groei. Maar met klimaatmaatregelen durft de politiek dat niet aan. Terwijl ik denk: als we zoiets nou ook eens met CO2-maatregelen zouden doen?’

Je kunt ook reageren, zoals sommige oudere ingenieurs van de generatie van je vader doen: ach, als de zeespiegel stijgt, bouwen en innoveren we ons er wel uit.

‘Eerlijk gezegd maak ik me over Nederland ook betrekkelijk weinig zorgen. Wij redden ons wel, met een hoop techniek en organisatiekracht. Zelfs als het betekent dat we land of steden moeten opgeven. Maar voor veel andere plekken in de wereld geldt dat niet. En als het op veel plekken in de wereld niet goed gaat, heeft dat ook consequenties voor Nederland, dus er is wel degelijk een eigenbelang. Nederland is geen geïsoleerd eiland in de wereld.

‘Maar dan nog. Als je denkt aan al dat leed dat we nu nog kunnen voorkomen! Ik kan het niet rijmen met mijn rechtvaardigheidsgevoel om dan te zeggen: in Nederland redden we het wel. Dit probleem wordt vooral veroorzaakt door de rijke landen. Terwijl de kwetsbaarste mensen in de armste landen er de grootste nadelen van ondervinden.’

Heleen heeft het gevoel dat als zij het niet doet, het ook niet gebeurt, zei je oude studievriendin Sandy Litjens.

‘O. Ja. Misschien heb ik wel een beetje last van het reddende-engelsyndroom. Dat zo’n IPCC-rapportbreed wordt opgepakt, geeft me in elk geval een goed gevoel. Dat je merkt dat het de beleidsdiscussie beïnvloedt. Dat iemand als Greta Thunberg, die een enorm bereik heeft, er voortdurend naar verwijst. Dat vind ik ontzettend hoopvol.’

Je bent PvdA-lid, net als je vader vroeger. Is dat niet iets wat je beter gescheiden kunt houden van je werk als wetenschapper? Klimaat is toch al zo’n politiek gevoelig onderwerp.

‘Die vraag stel ik mezelf ook. Maar weet je: ik bestudeer wat voor afspraken je kunt maken om te zorgen dat ook de ontwikkelingslanden broeikasgassen terugdringen. Dat is geen ideologisch vraagstuk. Een vraag die je best los kunt zien van politieke kleur.’

Maar je bent ook een van de vijftien coördinerende auteurs van het IPCC. Moet je dan de schijn van partijdigheid niet vermijden?

‘Natuurlijk, maar ik denk dat je ergens de grens moet trekken. Wetenschappers zijn ook mensen, met een eigen achtergrond en eigen opvattingen. Een objectieve wetenschapper bestaat niet. Ik vind niet dat ik hoef te doen alsof dat wel zo is. Ik ben ook burger, en burgers mogen lid zijn van een politieke partij.’

In maart was je spreker op de klimaatmars in Amsterdam, georganiseerd door onder meer Milieudefensie. Wordt dat niet ongemakkelijk, de klimaatwetenschapper op zo’n demonstratie?

‘Nou, daarom liep ik ook niet mee met de mars. Als je meeloopt, maak je het statement: ik sta achter de doelstellingen van die mars. Ik was er, op uitnodiging, en omdat het me goed leek een wetenschappelijk verhaal te houden. Een minicollege over de stand van de wetenschap, dat was de afspraak met Milieudefensie, dat de mars mede organiseerde. Er stond geen woord in dat niet ook in het IPCC-rapport staat of dat een logisch feit is. Daar heb ik erg op gelet.’

Je zei wel dingen als: de uitstoot moet omlaag, in Nederland moeten we al vóór 2050 CO2-neutraal zijn.

‘…om onder de anderhalve graad te blijven. Je moet het natuurlijk niet uit zijn context halen hè? Nederland heeft het klimaatakkoord van Parijs ondertekend en geratificeerd. In dat verdrag staat dat we de temperatuurstijging in 2100 ruim onder de 2 graden moeten houden, en moeten streven naar 1,5 graad. We weten ook dat om dat te bereiken, de CO2-emissies wereldwijd nul moeten zijn in 2050. En in het verdrag staat dat de rijke landen het eerst aan de beurt zijn. Dus kun je zeggen: Nederland eerder dan 2050.’

Onder een TEDx-talk die je hierover hield staat een anoniem, Engelstalig commentaar: deze professor verlaagt zichzelf tot onheilspraatjes en zelfhaat, ze klinkt niet als een wetenschapper maar als een dominee.

Ze grinnikt. ‘Nou, lekker.’

Raakt zoiets je?

Denkt even na: ‘Nee, dit raakt me eigenlijk niet.’

Waar komt de irritatie vandaan die in dit soort commentaren doorklinkt, denk je?

‘Tja, je kunt de boodschappen van het IPCC alarmistisch noemen, omdat het zo erg ook ís. Ik vind het eerlijk gezegd ook geen fijne boodschap. Dat verschil tussen 1,5 graad en 2 graden opwarming, daar schrok ik zelf echt, écht van. Ik dacht van: woooh. Dat is erg. Het is veel erger dan ik had gedacht.’

Waar zit precies je schrik?

‘Bijvoorbeeld die koraalriffen (die volgens het IPCC bij 2 graden opwarming nagenoeg geheel zouden verdwijnen en bij 1,5 graad niet, red.). Dat is zo absoluut! En al op zo’n korte termijn! En het versneld afsmelten van de polen. Dat is toch best eng.’

Beeld Manon van der Zwaal

Zelf vind ik het lastige altijd: er zijn ook mensen die hun kinderen niet eens kunnen onderhouden. In ons land lopen ruim 35 duizend mensen bij de voedselbank. En dan zitten de klimaatmensen te emmeren over Tesla’s en dat je beter kunt overschakelen op een inductieplaat.

‘Daarom ben ik ook lid van de PvdA en niet van bijvoorbeeld GroenLinks. Ik vind dat je die transitie rechtvaardig moet aanpakken, dat je de mensen erin moet meenemen. En de PvdA begint meer bij de zorgen van mensen, in plaats van die mensen er in tweede instantie bij te halen.’

Maar veel mensen zitten intussen met het gevoel: straks mag ik geen auto meer rijden, geen vlees meer eten en niet meer op vliegvakantie, en intussen zetten ze overal windmolens neer – ‘klimaatminaretten’, zoals De Telegraaf ze al noemt.

‘Wgnntrlknttrgnrdmddlwn.’

Wat zei je daar nou zo binnensmonds?

‘We gaan natuurlijk niet terug naar de middeleeuwen. We hoeven heus niet alle moderniteit af te zweren. Maar als mensen het zo ervaren is dat een probleem. Daar moet een politiek antwoord op komen. Anders is de transitie gedoemd te mislukken. En wat het antwoord precies is, daar doen andere mensen onderzoek naar.’

Kom, dat is wel erg makkelijk.

‘Ik weet het ook niet. Er zijn nu eenmaal verworvenheden die technologisch anders moeten. Die fossiele auto moet er uit, dat is helder. En minder materialisme, dat kan flink helpen. Maar ik moet zeggen: tien jaar geleden was ik wat groengekkiger en wat moraalridderiger. Ik denk dat je helemaal gelijk hebt dat het opgeheven vingertje bij sommige mensen werkt, maar bij een heleboel niet.’

Hoe moet het volgens jou dan wel?

‘Het lukt alleen als de overgang van iederéén is. Daarom is het ook een systeemverandering. Het gaat niet als je op dezelfde manier blijft denken over hoe je steden inricht, hoe je infrastructuur inricht, hoe centrale banken omgaan met investeringen. En misschien ook wel: waar je gelukkig van wordt. Denk aan hoe het roken is aangepakt: in een paar decennia ben je een paria geworden als je nog rookt. Niet door het opgeheven vingertje, maar doordat we het roken met heel veel maatregelen tegelijk steeds verder hebben uitgebannen.

‘Je ziet er ook tekenen van bij het verminderen van de vleesconsumptie. Ik hoor het om me heen. Het groeit zo sterk, met die vleesvervangers. De systeemverandering begint te gebeuren nu ook de grote merken vleesvervangers aanbieden. Dan kun je een vliegwieleffect krijgen, want de grote spelers hebben nu ook belang bij vleesvervangers. Ze gaan innoveren en worden er beter in. Investeerders steken hun geld liever in een sector die groeit dan in een die krimpt. Zo gaat de innovatie naar de goede dingen, in plaats van naar zaken die de bestaande structuren bevestigen en leiden tot meer broeikasgasuitstoot.’

Waarbij het trouwens weer ongemakkelijk is dat een plofkip qua CO2-uitstoot beter voor het klimaat is dan sommige vleesvervangers en kaas.

‘Daarom ben ik maar gewoon vegetariër, anders vind ik het veel te moeilijk allemaal. En ja, ik voel me al de hele tijd schuldig dat ik geen veganist ben.’

Je zei al: het kabinet vindt de energietransitie maar eng. Wat moeten we daarmee?

‘Ik geloof bijvoorbeeld in de kracht van sociale experimenten. In New York hebben ze, in plaats van eindeloos te bakkeleien, gewoon ’s nachts een stuk van een straat in een park omgetoverd. Zomaar. Eens kijken hoe dat gaat. Je kunt altijd weer terug. En het resultaat was heel positief: het was mooi, kinderen konden er spelen, iedereen blij. Het volgende is dat het volgende huizenblok daarnaar kijkt en zegt: dat willen wij eigenlijk ook. Die gingen zelf vragen om die verandering.

‘Het punt is: soms moet je als overheid de moed hebben om eens iets te doen. Duurzaam moet aantrekkelijker worden. Een goed geïsoleerd huis is comfortabeler om in te wonen dan een tochtige woning. Een groene omgeving is prettiger om in te leven dan een van steen. Mensen hebben er heus geen hekel aan om het goede te doen. Maar je moet het ze wel makkelijk maken.’

Zelf ben je zo iemand die als ze ergens een chipszakje ziet liggen…

‘…dat ik het opraap. Penny wise, pound foolish, ik weet het.’

Want laten we eerlijk zijn: intussen wóón je zowat in het vliegtuig.

‘Ja, dat klopt. Ik vlieg echt heel veel.’

Zei ze, met enige vliegschaamte.

‘Ja, natuurlijk, heel erg! Enfin, binnen Europa neem ik, als het enigszins te doen is, de trein. En ik compenseer als ik vlieg met de beste CO2-certificaten die ik kan vinden. Dat deed ik overigens altijd al, ook toen het woord vliegschaamte nog niet bestond.’

Aan de andere kant: als engel moet je soms vliegen. Jouw aanwezigheid in dat vliegtuig maakt natuurlijk geen bal uit.

‘…en vliegen is maar tweeënhalf procent van de werelduitstoot. Maar ook daar geldt: iedereen zit in een systeem. Wetenschap is heel internationaal, we stimuleren onze studenten ook om in het buitenland te studeren. En aan het IPCC zou ik zonder te vliegen niet meer kunnen meedoen. Dat maakt die systeemvragen ook zo interessant. Wat voor verandering in het systeem is er nodig om mijn individuele gedrag te veranderen?’

Nou?

‘Even uit mijn hoofd: Nederlanders leggen zo’n 40 procent van hun afgelegde vliegkilometers af binnen Europa. Daar kun je natuurlijk wat aan doen. Hogesnelheidstreinen! Want elektriciteit is makkelijker te verduurzamen dan kerosine. Of neem het goederenvervoer. Daar kun je een hoop vliegkilometers uitsparen.

‘Maar misschien gaat dit ook wel over de vraag: moet die wetenschap nu zo internationaal? Is dat nog wel vol te houden? Dat vind ik eigenlijk de moeilijkere vraag.’

Beeld Manon van der Zwaal

Intussen heb je aan die internationale wetenschap je man en schoonfamilie te danken: Forrest is een Amerikaanse natuurkundige die je leerde kennen toen je in de VS werkte. Ook niet direct naast de deur.

‘Inderdaad. Zeker eens per jaar vliegen we erheen, en soms met bijzondere gebeurtenissen nog een keer, en twee keer per jaar komen de schoonouders hierheen. Het is een beetje zo gelopen. Ik heb Forrest ontmoet toen ik zelf in Amerika gastonderzoeker was. En in 2010 is hij hierheen gekomen. We wilden met elkaar verder, en net terwijl we een beetje aan het rondkijken waren waar we ons zouden vestigen, kreeg ik een mooie kans om groepsleider te worden bij energieonderzoekscentrum ECN in Petten. Bovendien was Forrest ook geïnteresseerd geraakt in Nederland. Hij kende de taal en het land nog helemaal niet.’

Je bent vrij laat moeder geworden, op de 39ste. Hoe verandert je dochter je leven?

‘Dat leven is anders geworden natuurlijk. Maar ook weer niet. Ik werk nog steeds vijf à zes dagen, reis nog steeds veel. Dankzij Forrest, die vier dagen werkt als natuurkundedocent en thuis het meeste doet. Ik heb er nooit anders over nagedacht eigenlijk. Iemand vroeg me laatst: jij bent niet minder gaan werken? Maar hoe doe je dat dan? Dus stelde ik de standaard wedervraag die je dan stelt: zou je dit ook aan een man vragen?’

Je benadert het nu praktisch. Maar ik bedoel: kinderen veranderen toch ook je uitzicht op het leven?

‘Ik heb me wel afgevraagd: trek ik me het klimaatprobleem nu meer aan dan eerst? Maar dat is eigenlijk niet zo. Ik maakte me er altijd al zorgen over, en ik vond het altijd al onrechtvaardig. Misschien zit er nu een klein elementje bij van: mijn dochter is er misschien nog in 2100, in wat voor wereld leeft ze dan?

‘En ja, ik was ook een beetje bang dat ik mijn werk minder belangrijk zou gaan vinden. Maar dat is gelukkig nog steeds niet gebeurd.’

De reddende engel in je is niet zwakker geworden.

‘Nee, integendeel misschien zelfs. Er is nog een engeltje dat moet worden gered.’

CV Heleen de Coninck

 22 januari 1977 Geboren in Wageningen

1995 Studie scheikunde en milieukunde, Nijmegen

2000-2001 Atmosfeeronderzoek, Max Planck Instituut voor Chemie, Mainz

2001-2012 Onderzoeker, groepsleider, programmaleider bij energieonderzoekscentrum ECN

2002-2005 Technisch secretariaat IPCC

2006 Gastonderzoeker, Princeton Universiteit, VS

2009 ‘Technology Rules!’ Proefschrift, VU Amsterdam

2012 Universitair hoofddocent, milieuwetenschap, Radboud Universiteit

De Coninck is gehuwd (2013) en heeft een dochter (2016).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden