Het verkoolde geheim in de tombe

Het begon met een telefoontje - wat vrij normaal is bij een avontuur. Het was 7 juli 1988 en dr....

Goudsmit dacht inderdaad in die richting, zoals meer onderzoekers. Maar hun gedachtengang riep wél vragen op. Want hoewel het aidsvirus dodelijk kan zijn voor de mens, hebben besmette Afrikaanse apen er geheel geen last van en dat is waarschijnlijk al honderden jaren zo. Aziatische apen daarentegen, die het virus van nature niet hebben, worden er wél ziek van. Sommige raakten begin jaren tachtig besmet en naarmate meer exemplaren dat overkwam, werd het aidsvirus bij hen sneller dodelijker.

Hoe kan dat allemaal? Hoe hebben Afrikaanse apen en aidsvirussen zich aan elkaar aangepast? En hoe ontwikkelt de 'agressie' van de virussen zich als ze op andere soorten worden overgedragen? Is het antwoord te vinden in antieke vormen van het virus van, pakweg, duizenden jaren oud? Misschien schuilt een deel van de oplossing inderdaad in oude apen uit Egypte, overwogen Goudsmit en de zijnen. Zo kwamen ze terecht in Sakkara, de antieke dodenstad, twintig kilometer ten zuiden van Caïro.

Goudsmit doet er verslag van in zijn deze week verschenen boek De vondst van apenmummies in Egypte. Dat lijkt een vreemde titel voor een werk over virologie. Dat is het niet, want de tekst gaat inderdaad voor een groot deel over de archeologische kant van Goudsmits onderzoek. Een oeroud apenvirus werd in het geheel niet gevonden.

En dat terwijl de omgeving zo geschikt leek. Sakkara herbergt behalve piramides - waaronder de oudste van Egypte, de trappiramide van Zoser - een aantal dierenbegraafplaatsen. In verscholen galerijen liggen duizenden mummies van beesten die met cultussen waren verbonden en min of meer als heilig werden beschouwd: stieren, ibissen, valken en bavianen. De apen werden geassocieerd met Thoth, de god van de wijsheid. Ze werden elders in Afrika gevangen om in Egypte als heilige dieren of waakbeest te worden gehouden.

In 1968 ontdekte de Brit Walter Emery in Sakkara twee galerijen met overblijfselen van apen in en buiten nissen in de muren. Er waren maar enkele intacte apenmummies bij; de meeste andere waren kapotgemaakt door grafschenners.

Na jaren van voorbereidingen reisde Goudsmit in 1996 met een gemengd Brits/Nederlands team naar Sakkara. De Britten wilden met name onderzoek doen aan de galerijen zelf. De Amsterdammer hoopte in zachte delen van apenresten origineel DNA te vinden, het erfelijk materiaal dat een schuilplaats kan bieden aan het aidsvirus. Voor dit onderzoek was het wenselijk de manier te achterhalen waarop de apen waren gemummificeerd.

Omdat kapotte mummies weinig bruikbaar zijn voor deze research, zocht het team naar intacte exemplaren en vond er enkele in een nog onontdekte ruimte. De eerste ontdekking van de expeditie.

De tweede, niet onbelangrijke, was dat de intacte apenmummies aan de buitenkant helemaal zwart waren, verkoold. De windsels en de zachte delen kon je tussen je vingers verkruimelen; wat overbleef waren naakte, schone bot jes. Ook de binnenkant van het gips dat in Sakkara om de mummies heen was gegoten, was zwart.

Conclusie van het team: de verkoling was het gevolg van een chemische reactie tussen het gips en natron, het mengsel van natriumzouten waarmee de oude Egyptenaren lijken uitdroogden bij het mummificeren. De chemische reactie veroorzaakte hitte en daar kan DNA niet tegen. Goudsmit moest zijn speurtocht naar het antieke apenvirus opgeven.

Ziedaar het verhaal van de expeditie, waar Goudsmit nog vele verhalen omheen vertelt. Over het oude Egypte onder andere - een heel hoofdstuk wijdt hij aan de manier waarop de Egyptenaren apen afbeeldden. En over het moderne Egypte, de bureaucratie waarmee de onderzoekers te maken kregen, de tact waarmee ze moesten opereren om autoriteiten niet tegen zich in het harnas te jagen.

Zo moest het team heel wat ambtelijke verontwaardiging sussen nadat de krant Al Ahram het onjuiste verhaal had gepubliceerd dat volgens de Nederlandse onderzoekers Egypte het stamland van aids was.

Die vele zijsprongen maken Goudsmits boek breed, maar hebben wél tot gevolg dat het hoofdverhaal, de zoektocht naar het apenvirus, niet zelden naar de achtergrond verdwijnt. Goudsmit wil elk verhaal even grondig vertellen, wat de compositie van het boek wat warrig maakt. Een begenadigd stillist is de schrijver ook niet: hij springt vaak van de hak op de tak en vergeet daarbij soms noodzakelijke toelichtingen.

Ondanks die onvolkomenheden is het boek - 140 bladzijden, rijk geïllustreerd - redelijk toegankelijk voor leken. Willen die er anders tegenaan kijken, dan kunnen ze vanaf vandaag naar de expositie Apen in het oude Egypte - Archeologie en DNA-onderzoek, die tot eind oktober in het Allard Pierson Museum in Amsterdam is te zien. Voor de diehards onder de liefhebbers verschijnt dit najaar de wetenschappelijke uitgave van Goudsmits boek.

En misschien komen er nog meer boeken. Want de verkoling van de mummies heeft Goudsmit allerminst uit het veld geslagen. Immers, het onderzoek heeft tot dusver tot archeologische ontdekkingen geleid en - niet te vergeten - een complete stamboom van Afrikaanse apen. Bovendien: het is wellicht mogelijk in Sakkara alsnog intacte weke delen te vinden met oud apen-DNA en misschien kan uit de gevonden botten ook nog erfelijk materiaal worden gehaald. Voor Goudsmit is er nog reden voor avontuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden