Het Sardijns probeert meer lef te krijgen

Volgens taalkundigen moet er orde op zaken worden gesteld in het Sardijns. Meer eenheid binnen deze taal is nodig om de opmars van het Italiaans op Sardinië tot staan te brengen....

VOOR ZIJN grootste minderheidstaal heeft Italië het minste respect. Vele jaren is het Sardijns behandeld als een taaltje van stommelingen. Kinderen die geen Italiaans kenden en dus sufferds waren, kregen soms zelfs klappen van de meester. Wie op Sardinië vooruit wilde komen, diende zijn eigen taal zo weinig mogelijk te gebruiken.

Mensen met het Sardijns als enige taal zijn er niet meer. Maar het wordt nog altijd gesproken door 80 procent van de 1,6 miljoen inwoners van Sardinië. Voor de helft van die 80 procent is Sardijns nog de eerste taal. Bijna alle kinderen hebben als eerste taal het Italiaans. In steden als Cagliari en Sassari is er van de Sardijnse taal, cultuur en identiteit weinig meer over.

Tegen de klippen op proberen linguïsten en fonologen het Sardijns te redden. Daarvoor was het nodig, een allesomvattende grammatica op te stellen, deze rijk gevarieerde taal te standaardiseren, studenten, docenten en linguïsten uit te wisselen, en druk op Italië uit te oefenen om het Sardijns als minderheidstaal te erkennen. Daarover was al uitvoerig gesproken in septemer vorig jaar in Amsterdam, toen vijftien liguïsten uit Sardinië, Nederland, Engeland, Duitsland en Frankrijk aan de Universiteit van Amsterdam de Sardinian Language Group oprichtten. Een internationaal congres, dat vorig weekeinde op initiatief van de Universiteit van Amsterdam is gehouden op Sardinië, heeft de conclusies van deze groep bevestigd.

Het Sardijns is een volwaardige Romaanse taal, die in de derde eeuw voor Christus is ontstaan uit het volkslatijn. Van het jaar 500 tot 1000 is het Sardijns volledig geïsoleerd geweest. Verschillende dialecten zijn beïnvloed door de eveneens Romaanse talen van de Spaanse en Catalaanse overheersers. Er zijn echter ook leenwoorden uit het Punisch, het Arabisch, het Byzantijnse Grieks en zelfs het Baskisch.

Volgens de traditionele, maar achterhaalde opvatting heeft het Sardijns vier hoofddialecten, elk met een groot aantal varianten: het Campidanees in het zuiden, het Nuorees in het centrum, het Logudorees in het noorden en het Gallurees in het noordoosten. Deze laatste variant wijkt af van de andere drie en is meer een zuid-Corsicaanse taal. Het verschil tussen de overige drie zit vooral in de uitspraak. Hun zinsstructuur is vrijwel identiek en hun woordvorming is redelijk homogeen.

De Sardijn Roberto Bolognesi, die in Amsterdam en op Sardinië fonetisch onderzoek doet, wijst erop dat een grote variatie gewoon is zolang er nog geen standaardisering heeft plaatsgevonden. 'De homogeniteit van een taal', zegt hij, 'is juist het resultaat van standaardisering. Vroeger werden altijd de verschillen tussen de Sardijnse dialecten benadrukt. Maar we moeten juist nagaan wat hen verenigt, zodat we de variëteiten kunnen samenbrengen. De gegevens laten nu al zien dat er een onderliggende homogeniteit is van 80 procent.'

De zinsbouw van de Sardijnse dialecten is homogeen, de woordvorming en de woordenschat niet. De bestaande boeken - een Engels werk over de zinsbouw, een Duits boek over de grammatica - gaan alleen over bepaalde dialecten of varianten daarvan. Het alomvattende boek ontbreekt nog. Dat moet de afzonderlijke dialecten beschrijven en met elkaar vergelijken. En op basis daarvan moeten er één of meer spellingsvoorstellen worden gedaan.

Dat er een eenheidstaal met een standaardspelling moet komen, is duidelijk. Een officiële taal naast de lokale varianten zal het Sardijns prestige geven en dienen als cultureel bindmiddel dat de identiteit en het gevoel voor eigenwaarde zal versterken. Waarschijnlijk is het de enige manier voor het Sardijns om te overleven.

Maar hoe pak je dat aan? Bolognesi: 'We moeten zeker niet de manier van standaardisering van staatstalen gaan naapen: door taalgeleerden die in dienst staan van de machthebbers. Dat kan bij het Sardijns niet. Er moet hier geen staatstaal ontstaan. Eén dialect kan aan de sprekers van andere dialecten niet dwingend worden opgelegd. Ze zouden het afwijzen en naar het Italiaans grijpen.' Het is nu al zo dat de woordvorming, de grammatica en de zinsbouw van het Italiaans het Sardijns zijn binnengeslopen.

'Het Italiaans is ons met bajonetten, politie en schoolmeesters opgedrongen', zegt Bolognesi. 'Dat is begonnen onder het fascisme, en het is voortgezet onder het regime van de christen-democraten. Want Sardinië is altijd behandeld als een kolonie. Domineren is gemakkelijker als iedereen dezelfde taal spreekt. Maar daar zijn wij Sardijnen ons niet van bewust. Op school is ons ingehamerd dat het Sardijns inferieur is.'

De standaardisering van het Sardijns moet het resultaat zijn van een compromis dat de taalkundige verscheidenheid intact laat, maar tegelijk zoveel mogelijk eenheid tot stand brengt. Diversiteit en tolerantie, maar geen anarchie. Er zullen bijvoorbeeld afspraken moeten komen over een uniforme schrijfwijze van de s aan het eind van het lidwoord is. Die kan, naargelang de positie in de zin, op acht manieren worden uitgesproken. Een haast fonetische taal als het Italiaans, dat gestandaardiseerd is door een hoveling en eeuwenlang alleen maar op papier heeft bestaan, kan het Sardijns in ieder geval niet worden.

Bolognesi heeft de laatste vier jaar fonologisch onderzoek gedaan. Dat werk gaat hij verder uitbreiden. Met ongeveer dertig personen, van wie de meesten op het congres zijn geronseld, gaat hij twintig plaatselijke dialecten onderzoeken. 'Je vraagt aan de burgemeester of een winkelier of er in het dorp goede vertellers zijn in het lokale dialect. Je laat ze praten en neemt dat op de band op. Die opnamen moeten dan in fonetische symbolen worden getranscribeerd. En daarna moet er een analytische beschrijving komen die alle dialecten van het Sardijns omvat.' Bolognesi denkt voor dat project een paar jaar nodig te hebben.

De andere spil van het congres was Karijn Helsloot, die verbonden is aan de vakgroep Fonetische Wetenschappen in Amsterdam. Ze bracht verslag uit van een Europees onderzoek naar minderheidstalen. Daaruit blijkt dat van de elf minderheidstalen in Italië het Sardijns door de meeste mensen wordt gesproken en tegelijk het geringste prestige heeft.

Bij een bezoek van president Scalfaro aan de Universiteit van Amsterdam vroeg Helsloot hem in een brief om erkenning van het Sardijns. Ze kreeg van een medewerker van Scalfaro antwoord dat de kwestie van het Sardijnse 'dialect' moet worden gezien in het kader van het debat in Italië over het federalisme.

De behandeling die de Italiaanse staat geeft aan de minderheidstalen, hangt niet alleen af van hun omvang en de vraag of ze autochtoon zijn of niet, maar ook van de graad van strijdbaarheid van de sprekers. Zo militant als de Duitstaligen uit Zuid-Tirol zijn, zo weinig eisend en passief zijn de Sardijnen. 'Wij dwingen geen respect af', klaagde een Sardijn op het congres. 'We zouden de culturele concurrentie met Italië moeten aangaan.'

Maar niet alles is treurigheid. Dichters en schrijvers hebben het Sardijns ontdekt. Er is een levendig debat in het Sardijns op een Internet-site. En in het onderwijs zijn er projecten als dat van de zeventigjarige taalgeleerde Maria Teresa Pinna Catte, die met poppen de scholen afgaat. De poppen spreken uitsluitend Sardijns. En daarmee dwingen ze spelenderwijs de kinderen die alleen maar Italiaans spreken, in het Sardijns te antwoorden.

Jan van der Putten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden