Onderzoek Stokoude muizen

Het Rotterdamse experiment met de muis die 113 werd

Vorig jaar was het wereldnieuws: Rotterdamse onderzoekers hebben een stof ontwikkeld die muizen jonger maakt. Nu, precies een jaar later, zijn de muizen dood en werken de onderzoekers elders. Wat kwam er terecht van het levenselixer Proxofim? De Volkskrant liep een jaar mee achter de schermen bij het opzienbare anti-verouderingsonderzoek. 

Erasmus MC, zes stokoude muisjes die met anti-verouderingsmiddel worden behandeld, maar die niet dood gaan. Beeld Arie Kievit

7 april 2017

115 weken en 80 jaar (leeftijd in mensenjaren)
Een enorm stalen hek. Pasje. Een deur. Nogmaals pasje. Laboratoriumjas aan, mondkapje op, blauwe latex handschoenen aan, hoesjes om de schoenen. Over een plank stappen. Gang, weer een deur.

En daar zijn ze dan. De muizen die de tijd trotseren.

Muis 15-MI10959-05F wordt wakker met een ochtendhumeur. Net lag ze nog heerlijk te slapen in een dotje tissues dat alle muizen in hun plastic kooi hebben. En nou die grote blauwe handen weer. De kleine klauwtjes tasten in het rond, ze zoeken houvast op de onderarm van PhD-student Marjolein Baar. Razendsnel snuffelt het neusje op en neer. ‘Moet je kijken hoe beweeglijk en fit ze nog is’, zegt Baar. ‘Ze zit helemaal rond te lopen op mijn mouw. Terwijl deze muisjes al belachelijk oud zijn. Honderdvijftien weken nou al.’

Dat is een jaar of 80, in mensenjaren gerekend. Niet de leeftijd waarop een mens nog levendig de boel gaat verkennen.

Zoals 05F zijn er zes. Drie muizen die maandelijks een prik krijgen met gewoon fysiologisch zout – de controlegroep. Én drie die maandelijks een prik krijgen met Proxofim. Een stof die vorig jaar maart opeens wereldnieuws werd, omdat hij oude muizen biologisch jonger zou hebben gemaakt.

Nu is het volgende experiment in volle gang. Zomaar zes redelijk normale muizen – redelijk, want ze zijn een beetje genetisch gemanipuleerd om bepaalde cellen zichtbaar te kunnen maken – bij wie de Rotterdammers de placebo óf Proxofim inspuiten. Om te zien of het middel veilig is. En om te verkennen hoe oud de muizen worden, al is dat niet het hoofddoel.

Beeld Rein Janssen

Het oog van Baar valt op een kartonnen labeltje dat aan een van de muizenkooien bungelt. ‘DIK’, heeft een analist erop aangetekend. In het bakje zit inderdaad een best corpulente muis. ‘Kijk naar jezelf’, staat eronder in een ander handschrift. ‘Afzender: de muis.’

Boven, in de werkkamer van de onderzoeksgroep, heerst een ontspannen sfeer. De afgelopen week was de groep middelpunt van een heuse mediastorm. Onderzoeksleider Peter de Keizer, een spraakzame dertiger met vrolijk twinkelende ogen en een dun baardje, stond voor de camera bij EenVandaag, schoof aan bij Humberto Tan, werd geïnterviewd door ­media uiteenlopend van Science in Amerika tot Cosmos in Australië, en van de BBC in Groot-Brittannië tot The Daily Star in Arizona. De Keizer, die man die ‘haargroei herstelt en jeugdige energie teruggeeft’, zoals de Britse boulevardkrant Daily Mail het noemde.

Nou ja, De Keizer. ‘BAAR et al.’, heeft eerste auteur Marjolein Baar pesterig in grote letters op het whiteboard geschreven. Dat is immers de formele aanduiding van het vakartikel waarover het media­circus losbarstte.

Bruisende creativiteit, veel jonge mensen. ‘Dat denk je maar’, zegt De Keizer en hij wijst met een brede grijns naar PhD-studente Hester van Willigenburg. ‘Jij bent toch al in de zeventig?’

12 mei 2017

120 weken en 84 jaar
Eigenlijk had De Keizer ­dierenarts willen worden. Maar dat was voordat hij als tiener in de ban raakte van de cel. Dat wonderlijke, gonzende bouwblokje waaruit al het aardse leven bestaat, tjokvol eiwitten en andere ingewikkelde moleculen. Duizelingwekkend. Fascinerend.

Dus werd het biologie in Utrecht. Hij promoveerde op een beloftevol molecuul dat sommige kankercellen aanzet tot zelfmoord. Trouwde, en verhuisde naar de VS, waar hij tweeënhalf jaar onderzoek deed aan het Buck Institute voor verouderingsonderzoek.

En nu staat hij in Rotterdam voorzichtig met zijn vinger in de buik van een muis te prikken en zegt hij: ‘Kleine dikzak. Het is gewoon vet wat je hier hebt. Gelukkig geen tumoren.’

Peter de Keizer laat zich de media-aandacht welgevallen. Fantastisch dat een molecuul dat je zelf hebt bedacht daar binnen in de cel ook werkelijk iets lijkt te doen, zal hij later zeggen. Proxofim – ‘FOXO4-DRI’, in wetenschapstaal – is dan ook al versie nummer drie van het anti­verouderingsmolecuul, na twee eerdere die hij in de VS ontwikkelde. En nu gonst het rond FOXO4-DRI opeens van de onderzoeksactiviteit: Baar helpt bij het moleculaire onderzoek, Van Willigenburg verkent of het nut heeft na een orgaantransplantatie, promovendus Diana Putavet onderzoekt onder meer of de stof werkt tegen kaalheid en bepaalde kankers.

Voor de muizen in de kelder beginnen de ­jaren inmiddels te tellen. Vooral met 15-MI10959-05F, het onbehandelde vrouwtje dat vorige keer nog zo monter rondklauterde over De Baars arm, gaat het bergafwaarts, zegt De Keizer. Hij pakt het diertje bij haar nekvel en voelt zachtjes in haar buik, terwijl het wijfje gewillig achterover hangt. ‘Ik geloof dat ik hier tumoren voel’, zegt hij. ‘Ik denk dat het niet lang meer duurt voor we de dierenarts moeten laten komen.’ Want als het leed te groot wordt voor de dieren, worden ze uit de proef gehaald, zoals dat heet.

Ouderdom. Wat zou het toch mooi zijn als je daaraan iets kon doen, mijmert De Keizer. Want ouderdom komt met gebreken, en het zijn die gebreken die het leven zuur maken en de maatschappij op kosten jagen. Reuma. Hart- en vaatziekten. Kanker. Dementie. ‘Mensen gaan met pensioen en tien jaar later begint het aftakelen’, zegt De Keizer. ‘Als je dat nou eens kunt vertragen. Zodat je later ziek wordt, en meer gezonde jaren hebt. Dat hopen we eigenlijk te bereiken.’

Dat is minder absurd dan het klinkt. De laatste jaren ontdekten wetenschappers talloze stoffen die verouderende weefsels jong houden, bijvoorbeeld doordat ze cellen in de onderhoudsstand zetten of het gezonde effect van sporten of vasten nabootsen. Dat leidde al tot een opvallende stoet extreem lang levende proefdieren en, binnenkort, de voorzichtige, eerste proef op verouderende Amerikanen, met het middel metformine.

De Keizer mikt op de zogeheten ‘senescente cellen’. Dat zijn lichaamscellen die zijn opgehouden zich te delen, maar die wel allerlei ontstekingssignalen en andere verpestende stoffen afscheiden. Hoe ouder, des te meer senescente cellen zich in onze weefsels opstapelen. Ziedaar een van de hoofdoorzaken van ouderdomsverschijnselen, ontdekte een team onder leiding van de in de VS werkzame Nederlander Jan van Deursen in 2011.

Wég ermee dus. Zo’n twintig stoffen zijn er inmiddels bekend die senescente cellen afbreken – maar de meeste hebben akelige bijwerkingen of zijn om andere redenen onbruikbaar. En toen was er FOXO4-DRI: een simpel eiwit­sliertje genaamd een ‘peptide’ dat senescente cellen influistert om zelfmoord te plegen.

Beeld Rein Janssen

De eerste reeks muizenproeven, van BAAR et al., was in elk geval veelbelovend. De behandelde diertjes hadden meer haar, een betere nierfunctie en waren beweeglijker. Maar de muizen werden wél vroegtijdig geofferd, om hun binnenste te kunnen bestuderen. De muizen die hij nu onderzoekt, verouderen gewoon.

‘Drie per groep is natuurlijk te weinig om harde conclusies aan te verbinden’, benadrukt hij. ‘Maar aan de andere kant: als alle behandelde muizen het beter doen, is dat toch hoopgevend.’

14 juni 2017

125 weken en 88 jaar
‘Er is dus al iemand die dit op zichzelf toepast hè? Om de ouderdom te remmen. En vanochtend kreeg ik alweer e-mail van iemand die zegt: ik wil het gaan gebruiken. Ja, wat moet ik dan doen? De politie bellen?’

Peter de Keizer werpt een nijdige blik over zijn mondkapje. Zojuist heeft hij op zijn telefoon een Chinese website laten zien waar het Rotterdamse middel gewoon al te koop is, voor enkele duizenden euro’s per kuur. Zo gaat dat dus, vertelt hij. ‘Iedereen kan het namaken, de ­details van ons peptide staan immers in het vakblad. Er is vraag naar, en dus maken ze het.’

En ja, De Keizer maar uitleggen: kijk toch uit. ‘Je weet gewoon niet wat voor risico je neemt als je dit inspuit. Stel, je bent 70, en je hebt allemaal van die senescente cellen in je hersenen, vernietig ik dan je herinnering? Heb je daar wel over nagedacht?’

De vragen van wanhopige, dodelijk zieke ­patiënten – die raken hem het meest. Want sinds De Keizer op televisie liet vallen dat zijn middel behalve tegen ouderdomscellen misschien ook kansrijk is tegen bepaalde kankers, weten patiënten hem te vinden. ‘Ik werd laatst gemaild door iemand met eindstadium glioblastoom’, zegt hij. Opeens staan er tranen in zijn ogen. ‘Hij was 31, had een gezin, met twee kinderen. Net als ikzelf. Dat komt binnen, kan ik je zeggen.’

Toch moet hij dan nee zeggen. ‘Als mens zou je zeggen: hier, probeer het. Maar ik ben geen arts, ik weet niet eens of dit wel het juiste molecuul is. En afgezien daarvan, ik ben gewoon strafbaar als ik het zou verstrekken.’

Het wringt, vindt hij. ‘De traditionele route van jarenlang testen op muizen duurt gewoon te lang. Ik vind dat we sneller met klinische tests moeten beginnen. Zeker bij mensen die nog maar kort te leven hebben en er zelf om vragen.’

Om nog te zwijgen van ouderen die de stof via internet kopen, voor zichzelf of zelfs – ja, daarover mailen ze hem ook – voor hun huisdier. ‘Mensen pikken het gewoon niet meer om zo lang te moeten wachten. En geef ze eens ongelijk. Als je 75 bent, heb je de tijd niet meer. Dus kopen ze het zelf, want ze zijn oud en ze hebben het geld. Daar is het huidige systeem totaal niet op berekend.’

6 juli 2017

128 weken en 90 jaar
‘Ik denk dat het een hartaanval was’, zegt Diana Putavet. ‘Het was in elk geval iets plotselings. Hij zat in het hoekje van zijn kooi. En opeens bewoog hij niet meer.’

Dik tweeënhalf jaar oud zijn de muizen nu, en nadat er al twee van de met zoutoplossing behandelde muizen uit de controlegroep overleden – de dikkerd en de mouwklimmer – is nu ook de eerste behandelde muis dood. ‘Ze worden ouder’, constateert Putavet, een kleine, uit Roemenië afkomstige PhD-student. ‘Hun ziektes beginnen zich te manifesteren.’

Zelfs onsterfelijkheid blijkt zo haar grenzen te hebben. Want, zo gaat dat altijd bij medisch onderzoek: na de wonderverhalen in de media blijkt de werkelijkheid toch genuanceerder te liggen.

Even de ouderdomscellen weghalen en, ploef, je bent weer jong? Vergeet het maar. Er gebeurt wel meer in een lijf dat veroudert. Het dna slijt en wordt gevoelig voor kanker. De verjongende ‘stamcellen’ raken op. De energievoorziening in de cel begint te haperen. ‘Er zijn zeven pijlers van veroudering en een van die pijlers pakken we nu aan’, zegt De Keizer. ‘Uiteindelijk zul je altijd meerdere dingen moeten doen. Minder eten en meer sporten. Je spieren trainen, je voorraden op peil houden.’

Maar die muizen dan die we op televisie zagen: de één oud en vol kale plekken, de ander nog redelijk tiptop in orde? Dat waren ­speciale, genetisch veranderde onderzoeksmuizen, vertelt De Keizer, gemaakt om extra snel te verouderen. ‘Ik heb het er altijd wel bij gezegd. Maar op tv ­verdwijnt zo’n nuance.’

Nou ja, er zijn gelukkig nog twee met Proxofim behandelde muizen waar het wél goed mee gaat. Voorzichtig tilt Putavet muisje 15-MI10957-07F uit haar kooi en zet haar op tafel. Hup, meteen gaat ze aan de wandel.

‘Ze is geen veertig meer. Maar ze loopt nog aardig te hinkepinken’, constateert De Keizer.

‘Dit lijkt wel een muis van een halfjaar jonger’, zegt Putavet.

5 oktober 2017

141 weken en 99 jaar
Op weg naar het muizenlab begint Peter de Keizer opeens te zingen. Elton John. ‘I’m still standing, yeah yeah yeah.’

Want inderdaad. De afgelopen weken zijn er nog twee muizen overleden, één behandelde en één uit de controlegroep, maar muis 15-MI10824-03M staat nog. Al kun je dat yeah yeah yeah wel weglaten: het muisje trilt wat, een van zijn oogjes is iets ontstoken en lopen doet hij een beetje wijdpoots, met oudemuizenstapjes. De tijd tikt, zelfs voor een muis die eeuwig probeert te leven.

‘Toch ziet hij er beter uit dan veel van onze jongere muizen’, vindt Putavet, die meer experimenten onder haar hoede heeft.

‘Hij is wel wat grijs. En hij loopt een beetje zó, zie je dat?’, zegt De Keizer.

‘Dat zie je bij oude mensen ook, die lopen een beetje gek’, zegt Putavet.

‘Ik denk sowieso niet dat hij de komende ­weken doodgaat’, zegt De Keizer.

03M moest eens weten. De afgelopen weken is er boven zijn hoofd van alles gebeurd. De universiteit is in zee gegaan met een nieuw, speciaal voor De Keizers peptide opgericht bedrijfje, Numeric Biotech – het woord numeric verwijst naar de ‘numerieke’ leeftijd die Proxofim moet oprekken. En nu wil Numeric de stof klaarmaken voor de eerste proeven op patiënten met bepaalde kankers.

Beeld Rein Janssen

Alleen: Peter de Keizer zelf doet niet mee. De Keizer verbijt zich, hij mag er niet over praten, ‘dat is nu eenmaal zo afgesproken’, zegt hij. Maar ingewijden rond de groep schetsen hoe het is gegaan: met knallende ruzie. Liever had De Keizer het peptide zelf begeleid naar de patiënt, maar hij acht het molecuul nog niet klaar en wil het niet uit handen geven; Numeric vindt De Keizer te terughoudend en heeft hem onder druk gezet om mee te werken.

Gedoe waarover de betrokkenen zelf in het openbaar niets kwijt willen. ‘Wij zijn blij met de samenwerking met Numeric Biotech, omdat er stappen worden gemaakt in het onderzoek’, reageert Erasmus MC in een verklaring. ‘Wat Peter heeft besloten, is aan hem’, zegt desgevraagd projectleider Brian Eisenburger van Numeric. ‘Wat ons betreft staan alle deuren open.’

Maar De Keizer vertrekt. Naar Utrecht, zijn oude alma mater, Putavet en Baar gaan met hem mee. Op zoek naar een herziene versie, een nieuw peptide om de ouderdom tegen te gaan. Want de rechten over FOXO4-DRI zijn van Erasmus MC. Voor De Keizer voelt het als een dolksteek, zeggen direct betrokkenen. Het besef dat ‘zijn’ peptide, dat zijn groep zelfs al liefkozend de naam ‘Proxofim’ had gegeven, niet van hem is maar van zijn werkgever.

Muis 15-MI10824-03M moest eens weten, daar in de kelder. Een beetje onvast stapt hij rond over de tafel, een oud muisje van zo’n 99 jaar in mensenjaren. ‘Dat zegt natuurlijk niets. Het is maar één muis’, benadrukt De Keizer. ‘Maar dat gezegd hebbende, het betekent ook niet het ómgekeerde.’

23 januari 2018

157 weken en 110 jaar
Een enorm stalen hek. Pasje. Omkleden, laboratoriumjas aan, mondkapje op. Gang, weer een deur.

En daar is hij dan. De muis die de tijd vergat.

‘Hij leeft dus nog stééds hè?’, zegt De Keizer.

‘Moet je zien, hij is op zoek naar eten. Dat ziet er heel goed uit’, zegt Putavet.

Muis 15-MI10824-03M blijkt een taaie. Het ruggetje krom, de vacht wat stug, de oortjes bleek. Maar eenmaal uit zijn kooi blijkt de oude baas nog aardig rond te ­kunnen stappen, het muizenneusje nieuwsgierig snuffelend als vanouds. ‘YES’, staat er op het label van zijn kooi. Om aan te geven dat deze muis behandeld is – maar je zou er ook een vreugdekreet in kunnen zien.

‘Een muis die zó lang leeft. Je maakt mij niet wijs dat dit toeval is’, zegt De Keizer. Promovendus Putavet somt de statistieken op: in Rotterdam haalt doorgaans maar één op de drie muizen de twee jaar, en 130 of 140 weken, zo’n levensduur is slechts een enkeling gegund. ‘Nu zitten we op 157 weken. Dat is echt zó’n lange periode. Ik denk het record voor deze faciliteit.’

Eens in de week komt Putavet nog langs om de wondermuis te bestuderen. De Rotterdamse groep is ontbonden. De Keizer en Putavet werken al in Utrecht, Baar en Van Willigenburg volgen waarschijnlijk later. Een vervolgexperiment met nog eens zes muizen heeft De Keizer afgeblazen; 03M is de allerlaatste in zijn soort. En nu scharrelt de muis die van de bron der eeuwige jeugd mocht nippen rond over de tafel en spreekt De Keizer hem liefkozend toe: ‘Ouwe boef. We hebben veroudering opgelost, wat vind je ervan?’

Beeld Arie Kievit

9 maart 2018

163 weken

Epiloog

Er is er één jarig hoera hoera, en dus staan Marjolein Baar, Diana Putavet en Peter de Keizer in de koffiehoek van hun nieuwe gebouw in de Uithof in Utrecht handen te schudden. Een beetje onwennig, want eigenlijk kennen ze de jarige – een buitenlandse promovendus genaamd Chan – nog niet zo goed. ‘Er is hier altijd wel een feestje’, zegt De Keizer. ‘Haast elke week geeft iemand een borrel, om een publicatie te vieren.’

De groep is grotendeels verhuisd naar Utrecht en begint zich te herpakken. ‘Numeric kiest ervoor om met dit project verder te gaan, en wij niet’, zegt hij achteraf. ‘Ik vind het peptide nog niet veilig genoeg.’ Het molecuul is nog ‘te veel een botte bijl’, vindt hij: per tien senescente cellen sleept het ook één gezonde cel de dood in, een verhouding die hij naar één op honderd wil krijgen. ‘Het principe staat nog steeds’, zegt De Keizer. ‘Peptide nummer drie was goed genoeg voor de muis. Maar nu denk ik dat we voor peptide vier, vijf en zes moeten gaan. Misschien is peptide nummer zes pas degene die we zoeken.’

Beeld Rein Janssen

En ja, samen met zijn collega’s Marco Demaria (Rijksuniversiteit Groningen) en Tobias Madl (Medische Universiteit Graz) en biotech­ondernemer James Peyer heeft hij een bedrijf opgericht, Cleara Biotech, om de volgende versie van Proxofim zakelijk in te bedden. Want wat hem in Rotterdam overkwam, dat nooit weer. ‘Dat willen we nu achter ons laten’, zegt hij. ‘Een afgesloten hoofdstuk. We kijken liever naar de toekomst.’

Naar die toekomst kijkt ook Numeric. ‘Onze inzet is om deze stof binnen een of twee jaar in de kliniek te krijgen, voor bepaalde indicaties in het oncologische veld’, zegt projectleider ­Eisenburger. Dat de stof niet zo precies werkt, hoeft daarbij niet uit te maken, denkt hij: ‘Die inschatting moet je maken per situatie: voor welke indicatie pas je het toe, welke dosering ga je gebruiken?’

Een langer en gezond leven is in elk geval géén indicatie waarop Numeric het peptide wil testen. Alleen al omdat ouderdom geen ziekte is, legt Eisenburger uit. ‘We zouden het heel graag willen. Maar je krijgt het in deze ­situatie gewoon niet gefinancierd.’

Beeld Rein Janssen

In de kelder van het Erasmus MC, in zijn ­beveiligde lab, is 03M overleden. In stilte en zonder poespas is dat gegaan: de muis werd te oud en had volgens de richtlijn voor dierenwelzijn zijn ‘humaan eindpunt’ bereikt. Dus werd hij uit zijn kooi getild, zachtjes in een speciale machine gezet en daar met CO2 voorgoed in slaap gesust. Een diervriendelijk einde, ­netjes volgens protocol – De Keizer en Putavet waren er niet eens bij.

En nu ligt hij in de vriezer, het voorlopig laatste tastbare aandenken aan het avontuur met Proxofim. Een klein, zwart muisje, het ruggetje kromgetrokken van ouderdom, de vacht pluizig en dof.

Drie jaar, één maand en één week oud, is 03M uiteindelijk geworden, ofwel 1.133 dagen. Dat is een record: volgens de officiële statistieken hoort het type muis waartoe 03M behoort niet ouder te worden dan duizend dagen. Maar 03M werd zo’n 113 jaar, in mensenjaren gerekend. Een alleszins benijdenswaardige leeftijd.

‘Of het nu twee jaar duurt of tien’, zegt De Keizer, ‘uiteindelijk hebben we iets wat we kunnen toepassen op de mens. Daarvan ben ik heilig overtuigd.’  

Waarom zo weinig muizen?

Je zou zeggen: leuk, zo’n muizenonderzoek, maar doe het meteen even op een paar honderd muizen? Maar nee. In Nederland is het gebruikelijk om zo min mogelijk proefdieren te gebruiken. Zo komt men tegemoet aan het heersende principe ‘vermindering, verfijning en vervanging’: verminder het aantal proefdieren dat je nodig hebt zoveel mogelijk, dring het ongerief zoveel mogelijk terug en doe onderzoek als het even kan op een andere manier. ‘De stelregel in ons land is: nee, tenzij’, zegt De Keizer. Afgezien daarvan kost muizenonderzoek zo’n 3 euro per muis per week. Dat tikt al snel aan, bij grotere proeven.

Ken uw muis

Aan een muizennaam als 15-MI10959-05F kun je van alles aflezen:

15: Geboortejaar (2015)

MI: Geeft de soort aan (‘mice’)

10959: Aanduiding van het nestnummer

05: Muis nummer vijf uit dit nest

F: Vrouwtje (‘female’)

Wat vinden verouderingsexperts van het experiment? 

Reacties op het experiment, van ‘een veelbelovende richting’ tot haalbaarheidsproblemen. Enthousiast, maar ook afwachtend – zo bezien verouderingsexperts die zelf niet direct bij de experimenten met Proxofim betrokken zijn de experimenten van De Keizer. Hét middel tegen veroudering is de stof nog niet, zegt men eensluidend. Maar wat niet is, kan nog komen.

Peter de Keizer: ‘Ouwe boef. We hebben veroudering opgelost, wat vind je ervan?’ Beeld Arie Kievit

‘Ik was altijd een beetje sceptisch’, zegt hoogleraar verouderingsbiologie en directeur van het Groningse onderzoekscentrum voor verouderingsbiologie Eriba Gerald de Haan. ‘Maar wat Peter doet, is geloofwaardig en zeer interessant.’ Dat vindt ook hoogleraar moleculaire biologie Jan Hoeijmakers, in Rotterdam een directe collega van De Keizer: ‘Ik denk zeker dat dit een veelbelovende richting is waarmee we op termijn veroudering kunnen beïnvloeden. Al staan we nog wel helemaal aan het begin.’

Proxofim staat niet op zichzelf: de laatste jaren kwamen wetenschappers meer stoffen op het spoor die de veroudering afremmen en zelfs op onderdelen iets terugdraaien. ‘Vanouds werd veroudering gezien als iets onvermijdelijks. Maar dat standpunt begint achterhaald te worden’, schetst De Haan. ‘Voor het eerst raken we ervan doordrongen dat we kunnen ingrijpen in het verouderingsproces.’

Vooral de precisie van Proxofim is echter nog een probleem, onderschrijft Hoeijmakers. ‘Het lastige van senescente cellen is dat ze, net als kankercellen, voor 99,9 procent overeenkomen met andere, gezonde cellen. Dat maakt het lastig om ze doelgericht op te ruimen.’ Monter: ‘Maar we beginnen net. Het kan ook niet zo zijn dat je meteen in de roos schiet.’

Kritisch is hoogleraar Jan van Deursen van de Mayo Clinic in de VS, als oprichter van het biotechbedrijf Unity Biotechnology een directe concurrent van De Keizer. ‘We hebben naar deze stof gekeken, maar de mensen in ons bedrijf zien te veel problemen met de haalbaarheid van peptides’, zegt Van Deursen, onlangs op werkbezoek in Groningen. Peptides (eiwitsliertjes) zouden niet stabiel genoeg zijn, te duur en te gevoelig voor mutaties, zegt hij. ‘Daarom geeft de farmacie de voorkeur aan een andere klasse stoffen, small molecules.’

Toch ziet ook Van Deursen uit naar het vervolg: ‘Peters waarnemingen sluiten aan bij onze eigen data, die aangeven dat je therapeutische effecten ziet als je senescente cellen elimineert.’

Beeld Rein Janssen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden