Het rothumeur van Marlene Dietrich

Als leerling-redacteur bij Vrij Nederland kreeg Rinus Ferdinandusse in 1959 plotseling een droomopdracht: hij mocht Clark Gable interviewen. 'Jij hield toch zo van films', gaf zijn hoofdredacteur als verklaring....

Het werd een mooi gesprek met de destijds 58-jarige Hollywood-legende, die zijn mond opende om de jonge verslaggever een blik te gunnen op zijn onttakelende gebit. Dat de hoofdredacteur de volgende dag naar een artikel informeerde, daar schrok Ferdinandusse wel van. Een hele ontdekking: je kon sterren niet alleen interviewen, maar er ook nog over schrijven.

Dat is Ferdinandusse sindsdien blijven doen. Als sterren naar de hemel gaan is een verzamelbundel met filmsterportretten die eerder - in iets andere vorm - verschenen in Vrij Nederland. Eenentwintig verhalen over actrices uit een ander tijdperk: de jaren waarin Hollywood nog geen marketingmachine was, maar een goedlopende droomfabriek.

Ferdinandusse schrijft over sterren als Ava Gardner, Bette Davis, Marilyn Monroe en Ingrid Bergman alsof hij hen zelf gekend heeft. Dat leest lekker weg, maar is ook misleidend, want de auteur baseerde zich voornamelijk op (auto)biografieën. Volgens hem is dat geen probleem: 'Wie iets van een andere schrijver overneemt is òf een dief òf een plagiator, maar wie uit àl die boeken iets overneemt, is iemand die gewoon goed is in research. Zie dit boek.'

De lezer is gewaarschuwd. Met de autoriteit van de deskundige die elk feit persoonlijk heeft gecontroleerd, vertelt Ferdinandusse over de inname bij Rita Hayworth ('gigantisch alcoholmisbruik'), het rothumeur van Marlene Dietrich ('een dominant kreng van een wijf'), de gekte van Joan Crawford ('de sergeant-majoor') en het exhibitionisme van Jayne Mansfield ('hoe meer bloot hoe liever').

Vooral over bedgeheimen schrijft Ferdinandusse graag. Het maakt dat de portretten nogal zwaar op de maag liggen; Als sterren naar de hemel gaan achter elkaar uitlezen is geen goed idee. Zelfs de beschaafdste fan is waarschijnlijk een tikje voyeuristisch, maar het genoegen waarmee Ferdinandusse alle mogelijke privé-aangelegenheden opdient, krijgt in te hoge doses iets onsmakelijks.

Dat neemt niet weg dat zijn liefde voor filmheldinnen aanstekelijk is. Met veel overtuiging (en een overschot aan adjectieven, bijzinnen en uitroeptekens) maakt de auteur aannemelijk dat sterren vroeger nog echte sterren waren, met echte karakterfouten, echte uitspattingen en echte katers. Kom daar maar eens om in het gladgepoetste Hollywood van nu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden