Het Rijksmuseum is het huis van Nederland, het Canon de tuin

En toen was het er opeens toch: het Nationaal Historisch Museum (NHM). Niet onder die naam, en niet zo prestigieus als in de plannen van 2006, maar toch: de geschiedenis van Nederland en van de mensen die er hebben gewoond, is zichtbaar gemaakt in objecten, afbeeldingen, films en interactieve installaties. Er lopen kinderen tussendoor. Ze worden niet geacht gedempt te praten. Ze jagen met virtuele speren op een virtueel hert. Ze drijven handel met Romeinse sestertiën. En ze vinden Michiel de Ruyter in het echt cooler dan in de film.

De Canon van Nederland in het Nederlands OpenluchtmuseumBeeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Canon van Nederland, heet de permanente tentoonstelling over 'het dagelijks leven door de eeuwen heen' in het koepelpaviljoen bij de ingang van het Openluchtmuseum in Arnhem. Een compacte versie van het museum dat er na een lang en vreugdeloos niet kwam. Vanavond wordt ze officieel geopend, vanaf morgen is ze toegankelijk voor het publiek.

Dat publiek zal breed van samenstelling zijn, hoopt Willem Bijleveld, directeur van het Openluchtmuseum. De Canon zal de laagdrempelige wederhelft zijn van het Rijksmuseum, zegt Martine Gosselink, hoofd van de afdeling Geschiedenis van het Rijksmuseum - dat talrijke objecten in bruikleen aan de zusterinstelling in Arnhem heeft afgestaan. 'Als het Rijksmuseum, zoals onze vroegere directeur Wim Pijbes het uitdrukte, het huis van Nederland is, dan is de Canon de tuin.'

De laagdrempeligheid zit 'm in de dominantie van beeld en geluid ten opzichte van teksten. De gemotiveerde bezoeker die meer toelichting wil krijgen bij de getoonde beelden, moet op knoppen en panelen drukken: dan worden aanvullende wetenswaardigheden zichtbaar. Iedereen kan, binnen de grenzen van het leuke, afdalen zo diep hij wil.

Bezoekers - op de proefdag vóór de opening zijn dat overwegend scholieren - kunnen ervaren hoe karig het leven van jagers en verzamelaars was, hoe zwaar de lasten waren die leeftijdsgenoten vóór de afschaffing van de kinderarbeid moesten dragen, hoe traag het Wilhelmus vroeger werd gezongen, hoe weinig zij van de Grondwet van 1848 weten, hoe alledaags slavenhandel en slavernij ooit waren, en hoe geruisloos de Joodse Nederlanders tijdens de Duitse bezetting uit de samenleving zijn verdwenen.

Uit alles blijkt dat de samenstellers hun best hebben gedaan om van de Canon geen hoogmis op het nationaal verleden te maken - waar critici van het NHM tien jaar geleden nog beducht voor waren. Hoewel voormalig SP-leider Jan Marijnissen, destijds met zijn CDA-collega Maxime Verhagen de grote aanjager van het NHM, naar eigen zeggen 'een pesthekel' heeft aan moralistische geschiedbeoefening, is hij over de Canon in Arnhem na twee bezoeken best te spreken. 'Om te beginnen vind ik het al een verademing dat ze er geen hutspot van de chronologie hebben gemaakt. Want in de chronologie ligt toch het plot van de geschiedenis besloten.'

Aan de recente debatten over panelen op de Gouden Koets die naar het koloniaal verleden verwijzen, de naamsverandering van het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With en het Nederlands aandeel in de slavenhandel heeft Marijnissen zich in stilte hevig gestoord. 'Al die dingen worden zo uit hun verband gerukt. Laten we de geschiedenis toch gebruiken om de samenhang der dingen te laten zien. Aan de hand van dat paneel op de Gouden Koets of het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen kun je een verháál vertellen in plaats van te betogen hoe goed wij het tegenwoordig allemaal weten.'

Dat verhaal is in Arnhem op een bescheiden oppervlak verteld, 'voor jongeren en ouderen'. Marijnissen heeft de hoop op een volwaardige NHM nog niet opgegeven. 'Vergeet niet dat een overgrote meerderheid van de politiek het plan steunt. Het plan is in 2011 vanwege de crisis van dat moment in de ijskast is gezet. Maar die crisis is nu voorbij, als ik mij niet vergis.' In afwachting van het definitieve museum kan de Canon een bescheiden bijdrage leveren aan het historisch bewustzijn dat bij zoveel Nederlanders zo zwak of zo eenzijdig is ontwikkeld.

Een geschiedenis van de Nederlandse popcultuur in 100 voorwerpen

Ook de naoorlogse Nederlandse popcultuur verdient een geschiedschrijving. Dus beginnen we daar mee. En omdat die vorm zo ontzettend leuk is, doen we het aan de hand van concrete voorwerpen.

Beeld anp

De Canon van Nederland beslaat 50 zogenoemde vensters, verdeeld over 10 tijdvakken, die samen 'het verhaal van Nederland' vertellen. Elk van die vensters licht een aspect van de geschiedenis toe.

1. Verwoest reliëf (onderdeel van het venster Beeldenstorm)
Het resultaat van protestantse geloofsijver in 1578: een wandreliëf met de Heilige Drievuldigheid (uit 1548) uit de Grote Kerk van Wageningen. Het reliëf van zandsteen is ernstig toegetakeld tijdens de late fase van de Beeldenstorm (die in 1566 begon). De daders, protestantse geloofsfanatici, hadden het op devote afbeeldingen gemunt omdat die de aandacht zouden afleiden van het Woord. De beeldcultuur herinnerde aan het katholieke verleden. In de meest puriteinse fase van de Republiek waren muziek en kerkelijke kunst dan ook uit den boze.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

2: Schelpenmozaïek (onderdeel van het venster Willem Drees)
Een cadeau voor Willem Drees, grondlegger van de sociale zekerheid in Nederland: een schelpenmozaïek uit 1967 waarmee de destijds 70-jarige meneer Voois zijn dankbaarheid tot uitdrukking bracht voor de AOW waarvan hij toen al 5 jaar genoot. Drees, minister-president van 1948 tot 1958, kreeg veel van dit soort dankbetuigingen. Ook waren er AOW-gerechtigden die het ongebruikte deel van hun staatspensioen terugstortten. Bij de verkiezing van De Grootste Nederlander in 2004 eindigde Drees op de derde plaats.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

3: Verwoest portret (onderdeel van het venster Indonesië)
Een groot staatsieportret van koningin Wilhelmina dat ooit deel uitmaakte van de inventaris van de Nederlandse ambassade in Jakarta. Indonesische nationalisten drongen in 1960, 11 jaar na de erkenning van de Indonesische onafhankelijkheid, het gebouw binnen en gingen het portret van de vroegere koningin met messen te lijf. Op die manier gaven zij lucht aan hun woede over de Nederlandse weigering om Nieuw Guinea, het laatste restje Nederlands Indië, aan Indonesië af te staan. Onder internationale druk gebeurde dat alsnog in 1962.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden