Biologie Het schubdier

Het mysterieuze schubdier is iets minder mysterieus geworden

Van het schubdier was zo goed als niets bekend. Een vasthoudende onderzoeker in Taiwan bracht het mierenetende zoogdier in kaart - en kan met zijn informatie misschien helpen het voor uitsterven te behoeden.

Een Chinees schubdier. De populatie is in twintig jaar met 80 à 90 procent afgenomen. Beeld RV

Het is al uren donker wanneer Nick Ching-Min Sun en zijn assistent A Yong een smal, steil pad omhoog rijden in de bergen van Dulan, Oost-Taiwan. Takken tikken tegen de ramen, in de koplampen zweven flarden mist. Voor hen schiet een gestreepte slang de bosjes in: een dodelijke krait. A Yong zit achter het stuur, Nick staat achter op de auto. Met één hand houdt hij een radioantenne omhoog, afgestemd op de frequentie van schubdier LF2, een vrouwtje. Door de antenne te draaien kan hij de richting van het signaal bepalen. 

Plotseling stopt A Yong. Ze springen uit de jeep, er ritselt iets tussen de varens. A Yong springt erin met zijn kapmes, Nick volgt. Niets, het signaal komt van verder. Voor hun hoofdlampen verschijnt een bamboebosje. Schubdieren weten dat mensen zich niet gemakkelijk door bamboe kunnen bewegen. A Yong hakt zich naar binnen, Nick volgt. Het signaal blijft stabiel, hier moet ze zitten. Dan zien ze de zender op de grond liggen. Van LF2 is geen spoor te bekennen.

Chinees schubdier

Soort: Chinees schubdier (Manis pentadactyla)

Komt voor in: Nepal, Noord-India, Nepal, Myanmar, Laos, China, Hainan, Hong Kong, Taiwan.

Habitat: primair en secundair tropisch bos, grasland, plantages.

Voedt zich met: mieren en termieten.

Grootte: 40-58 cm, staart: 25-38 cm.

Omschrijving: Het Chinese schubdier is één van de acht schubdiersoorten (vier in Azië, vier in Afrika). Het Chinese schubdier slaapt ondergronds en is te herkennen aan zijn roze, mensachtige oren.

Talenten: Het schubdier rolt zich bij gevaar op tot een perfecte bal. Zelfs tijgers komen er nauwelijks doorheen.

Verwarring: Reptiel, vis of zoogdier? Het uiterlijk van schubdieren veroorzaakt al eeuwen verwarring. Nederlanders noemden het dier in de zeventiende eeuw ‘de duivel van Taiwan’ en ‘visvarken’.

‘Dit gebeurde om de haverklap’, zegt Nick Sun in de mensa van de Pingtung University of Science and Technology, over deze expeditie in de begintijd van zijn onderzoek, in 2009. ‘Het duurde járen voor ik de ideale manier had ontwikkeld om een zendertje aan een schubdier te bevestigen.’ Sun is achter in de 30, lang van stuk en draagt een T-shirt van een eco-filmfestival. Rustig, bijna verlegen vertelt hij over zijn jarenlange queeste. ‘Veel andere diersoorten krijgen halsbanden om, maar schubdieren hebben geen nek. De enige manier om een zendertje te bevestigen, is het vast te schroeven aan een schub. En dan is de kans op verlies groot. Ze leven in holen en klimmen in bomen, bovendien groeien de schubben en schuiven ze over elkaar heen.’

Uiteindelijk vond Sun precies de juiste schroef en aanpak om de dieren langdurig te volgen. Het wordt een publicatie die andere schubdierenonderzoekers in de wereld kan helpen; een van bijna twintig artikelen die zijn onderzoek zal opleveren.

In 2015 vermoedt Sun dat een van de schubdieren drachtig is. Hij plaatst wildcamera’s bij het hol. Na vier weken ziet hij de eerste beelden van het jong, dat vastgeklemd op de staart van zijn moeder naar buiten komt.

Als het onderzoek in Taiwan begint, is er nog vrijwel niets bekend over het gedrag van het Chinese schubdier. Woongebied, territoriumgrootte, eetgewoonten, voortplantingsgedrag – zelfs de basis is niet bekend. Een van de eerste resultaten van het veldonderzoek is dat schubdieren twee soorten holen graven: burchten en foerageergangen.

Nick Sun: ‘We weten nu dat 95 procent van de gaten in schubdierengrond geen holen zijn, maar plekken waar termieten zijn uitgegraven. Het aantal holen is daarom geen geschikte indicator voor populatieschattingen.’

De groene oostkust van Taiwan

De bergen van Dulan, aan de groene oostkust van Taiwan, zijn wereldwijd een unieke locatie om schubdieren te observeren. Het is zo ongeveer de enige plek ter wereld waar hun aantal stijgt. De lokale Bunun-bevolking heeft traditioneel nooit op de schubdieren gejaagd. Uitzonderlijk, want de meeste volkeren in Zuidoost-Azië zijn gek op het vlees, dat medicinale kwaliteiten wordt toegedicht. In China worden de schubben met duizenden kilo’s tegelijk in traditionele medicijnen verwerkt. 

Maar de Bunun vangen liever muntjaks en wilde varkens. In het dorp Luanshan worden zelfs inspanningen gedaan om de lokale schubdieren te monitoren en beschermen. Dit haalt in 2008 het lokale nieuws en bereikt de onderzoeksgroep van hoogleraar Kurtis Pei in Pingtung, ook bekend als de Godfather van de Taiwanese natuurbescherming. Al snel wordt in samenwerking met de lokale bevolking een onderzoeksproject begonnen.

Vanaf dan, acht jaar lang, twee weken per maand, gaat Nick Sun samen met A Yong ’s avonds de bergen in. Om cameravallen te plaatsen, foto’s en video’s te maken en schubdieren te vangen. A Yong is een ervaren Bunun-jager, die de omgeving kent als zijn broekzak. Ze vangen de dieren met de blote hand. Als een schubdier merkt dat het niet kan ontsnappen, rolt het zich op tot een ondoordringbare schubbenbal. Sun deponeert ze in zijn rugzak, zo blijven ze rustig tot hij ze er thuis in Luye uithaalt. Daar kan hij de batterijen in de zenders vervangen, de dieren opmeten en wegen, bloed afnemen en uitwerpselen verzamelen. Met deze data hoopt hij meer te weten te komen over het dieet en de fysiologie van schubdieren. Dierenartsen in opvangcentra hebben die kennis hard nodig om schubdierenlevens te redden. Na een of twee dagen brengt hij ze weer terug.

Babyschubdieren

Het lijkt een ingrijpende manier van veldonderzoek, maar volgens Sun kunnen de dieren ertegen. ‘Wilde schubdieren zijn veel sterker dan dieren in gevangenschap’, zegt hij. ‘Ze kunnen prima een paar dagen zonder eten.’ Het dier dat het langst werd gevolgd door Sun, een oud mannetje van 7 kilo, heeft hij in vijf jaar tijd 22 keer gevangen, om zijn ontwikkeling te documenteren. ‘Dat werd steeds moeilijker. Ze zijn slim. Ze ruiken en horen je al lang van tevoren. Na een paar keer te zijn gevangen, rende hij meteen op de bamboebosjes af.’ Uiteindelijk verzamelde Sun gegevens van 44 schubdieren die hij meerdere jaren volgde. Een primeur in schubdierenonderzoek.

In 2015 vermoedt Sun dat een van de schubdieren drachtig is. Hij plaatst wildcamera’s bij het hol. Na vier weken ziet hij de eerste beelden van het jong, dat vastgeklemd op de staart van zijn moeder naar buiten komt.  Vanaf dat moment verplaatst de moeder zich elke twee of drie dagen naar een ander hol. Dus moet de wetenschapper elke avond de berg op, het dier opsporen, de camera’s opnieuw installeren. Hij houdt het vol tot de moeder op dag 157 het jong achterlaat. Nick Sun registreert alles. In stropersnetten worden geregeld babyschubdieren aangetroffen. Met de nieuwe gegevens kan hun leeftijd en voedselbehoefte voortaan geschat worden, wat de overlevingskansen flink verhoogt.

De camerabeelden leveren nog een verrassing op. Door het onderzoek is inmiddels bekend dat de mannetjes een territorium hebben van ongeveer 100 hectare, dat overlapt met de territoria van vier of vijf vrouwtjes. Op een dag bekijkt Sun de beelden op zijn camera en ziet hoe een mannetje ’s nachts het hol ingaat, het vrouwtje naar buiten duwt en zich daar vastklemt aan haar rug als een veel te groot jong. Het vrouwtje probeert te ontkomen. Romantisch is het niet, maar het is de eerste keer dat schubdierenseks in het wild is vastgelegd.

Bedreigingen

De bergen van Dulan zien er groen en fris uit, maar midden op de dag is het er heet en vochtig. De kans op schubdieren is nu nihil. Nick Sun loopt over bergweg 23, dwars door zijn onderzoeksgebied, en wijst naar het dal. Beneden liggen velden met papaja- en bananenbomen. ‘Langs zulke velden zetten de boeren ijzeren klemmen. Officieel om ongedierte te bestrijden. Maar ook om alles op te eten wat erin loopt. Van de veertien dieren die tijdens mijn onderzoek zijn omgekomen, zijn er zes in zulke klemmen terechtgekomen. Een van de vrouwtjes raakte een achterpoot kwijt, maar overleefde het en kreeg zelfs nog een baby.’

De bedreigingen in Taiwan vallen in het niet bij de bedreigingen in de rest van de wereld. Naar schatting worden er jaarlijks ongeveer 100 duizend schubdieren gevangen door professionele stropers, om naar Vietnam en China te worden verscheept, als peperdure delicatesse en als geneesmiddel tegen reuma, astma en kanker. Alle acht soorten (vier in Afrika, vier in Azië) hebben sinds 2016 de hoogste beschermde status bij de VN. Voor sommige soorten komt dat misschien te laat: het Chinese schubdier, te herkennen aan zijn prominente oortjes, en het Javaanse schubdier – een boombewoner – zijn de laatste twintig jaar gedecimeerd. 

In Taiwan was er gelukkig al eerder een verbod op de schubdierenjacht, zegt Sun. Al in de jaren zeventig werd de commerciële export (voor exclusief leer) verboden en in 1989 werd de lokale consumptie in wildrestaurants verboden. De toenemende welvaart en goed bewaakte havens deden de rest. Zo werd Taiwan, slechts 180 kilometer uit de Chinese kust, het laatste bastion voor de Manis Pentadactyla. Volgens Nick Sun en professor Kurtis Pei zijn de populaties zelfs stijgende – maar cijfers hebben ze niet.

Poepmonsters

In Luanshan zijn de sporen nog overal te vinden, voor wie er verstand van heeft. Sun kruipt door de struiken met de antenne achter zijn rug. Ineens houdt hij stil en wijst. ‘Kijk. Een schubdier. Twee of drie dagen oud.’

Op de grond liggen een paar droge, diepzwarte cilindertjes. Een schubdierendrol. Ze vormen het hart van Suns onderzoek. De afgelopen jaren heeft hij er honderden verzameld. Hij maakte er ruim 100 duizend uitvergrote opnames van. ‘Toen ik begon, wilde ik alleen maar weten hoe ze hun woongebied gebruiken. Nu wil ik achterhalen wat hun rol in het ecosysteem is. Dan kun je namelijk ook uitleggen waarom ze beschermd moeten worden. En de belangrijkste aanwijzingen zitten in het voedingspatroon.’

In een selectie van 132 poepmonsters heeft hij letterlijk alle mieren en termieten geteld en gedetermineerd, ongeveer een miljoen insecten. ‘Het kostte me eerst een jaar om uit te vinden hoe ik ze kon analyseren, want 80 procent van het droge gewicht van schubdierenpoep bestaat uit aarde. Uiteindelijk ontdekte ik dat ik met een luchtpomp de insectenresten kon laten bovendrijven.’

Vervolgens spreidde Sun de resten uit op een glasplaat, om er macrofoto’s van te maken. Ongeveer duizend foto’s per sample, alle termietenkaakjes en mierenkoppen keurig op een glasplaat uitgespreid. Aan de hand daarvan heeft hij ze stuk voor stuk gedetermineerd en geteld. Sun: ‘Per monster vond ik tot tienduizend mieren en tot tweeduizend termieten. Verdeeld over zeventig soorten mieren en zes soorten termieten. Uitgesplitst naar werkers, soldaten, mannetjes en koninginnen.’

De onderzoeker had bij elke drol een rugnummer en een datum; dat leverde hem een staalkaart op van het schubdierenmenu door de seizoenen heen, voor mannetjes en vrouwtjes, voor volwassen dieren en jongen. Het maakte van Sun naast schubdierenexpert ook mieren- en termietenkenner. Delen van zijn data worden nu gebruikt door entomologen. ‘Veel mensen hebben me voor gek verklaard’, zegt Sun droog.

Een tong zo lang als hun torso

Schubdieren zijn de enige zoogdieren met schubben. Vier soorten komen voor in Afrika, vier in Azië. De meeste soorten zijn alleen ’s nachts actief en leven in boomholen of holen in de grond. Sommige Afrikaanse soorten kunnen op twee poten lopen. Alle soorten eten mieren en termieten, die ze oplikken met een tong zo lang als hun torso. Met de klauwen aan hun voorpoten graven ze de nesten uit.

Schubdieren lopen op de zijkant van hun voorpoten. Ze kunnen daarom niet rennen. In Taiwan krijgen de reddingscentra soms gezonde exemplaren binnen, omdat bezorgde mensen ze van de weg plukken in de veronderstelling dat het dier – met zijn voorzichtige tred - gewond is geraakt.

Bij gevaar rollen schubdieren zich op tot een perfect ronde bal. Een prima verweer tegen slangen, luipaarden of jakhalzen, maar mensen kunnen ze zo oppakken. Omdat er binnen de traditionele Chinese geneeskunde steeds meer vraag is naar de schubben, is het schubdier ondanks zijn beschermde status het meest gestroopte zoogdier ter wereld. Wereldwijd zijn de populaties de afgelopen twintig jaar met zo’n 50 procent afgenomen. Voor het Chinese en Javaanse schubdier ligt dat op 80 à 90 procent. (Cijfers: IUCN). Nu de Aziatische schubdieren schaars worden, komen er steeds meer illegale vrachten uit Afrika.

Met de informatie over het voedingspatroon hoopt de promovendus iets aan te tonen wat vaak gezegd, maar nooit bewezen is: dat het schubdier een sleutelsoort binnen zijn ecosysteem is. Hij legt uit: ‘Het schubdier is het enige zoogdier in Taiwan dat mieren en termieten eet. Wanneer een schubdier een mierennest of termietennest openmaakt, komen er meteen andere kannibalistische mierensoorten op af. Als toproofdier binnen zijn voedselpiramide houdt hij vermoedelijk de biodiversiteit in stand.’

In de bergen van Dulan wordt het schemerig. Nick Sun kijkt uit over het dal en vertelt over zijn toekomstplannen. Als hij gepromoveerd is wil hij door naar Vietnam, om zijn methoden los te laten op het Javaanse schubdier. Die soort wordt nog heviger bejaagd dan de Chinese en heeft geen veilige plek als Taiwan. Misschien kan de wetenschap helpen ze te redden. Of in ieder geval ze documenteren, voordat ze definitief verdwijnen.

Tijd om terug te gaan naar het dorp. De zeer giftige kraits, die overdag schuw zijn, worden in het donker bijtgraag. ‘Wacht even’, zegt Sun, als hij al halverwege naar de auto is gelopen. Hij pakt een plastic zakje uit zijn rugzak en loopt terug naar de drol. ‘Voor de zekerheid.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden