Het mes doorsnijdt de hals, de kop knakt voorover

Een vlijmscherp mes, een haal over de keel, bloed dat uit de hals gutst: zo behoort een schaap voor het feest van Aid Aladha gedood te worden....

Het is een komen en gaan op zaterdag van Marokkanen (voor de schapen) en Turken op zondag (voor de koeien). Voornamelijk mannen, sommigen met hun zonen. Twee kraampjes met eten en drinken staan op het terrein. Want een paar uur duurt het minstens voordat ze hun geslacht beest in een plastic zak naar de auto kunnen dragen.

In de tussentijd drentelen ze rond, zoeken het schaap dat ze drie weken geleden hebben uitgezocht, kijken door de open deur hoe dat wordt gekeeld, praten in groepjes bij elkaar, melden zich met hun nummertje bij het uitgifteloket en rijden met het vlees in de kofferbak naar huis om het slachtfeest te vieren.

Slachters in met bloed doordrenkte overalls en bloedspatten op hun gezicht roken buiten in de voorjaarszon een sigaret. In het slachthuis galmen ouwe hits op Sky Radio.

Toch is de sfeer rond de slachterij bijna sereen te noemen. De schapen met nummertjes aan de oren wachten, zoals schapen doen, gelaten op hun beurt. De kop knakt voorover als het mes de halsslagader heeft doorsneden.

Het dier mag het mes niet zien, het mes moet in hooguit twee keer zijn werk doen, want het beest mag niet lijden. En wel hierom, legt de heer O. Kamali uit Den Haag uit met hulp van Khalid Lahri (29 jaar) en Karim Lahri (20), die zijn Arabisch vertalen en er zelf ook nog wat van opsteken.

'Ibraham en zijn zoon, die kent u hè?'

'Ja. Wij, de christenen, noemen hem Abraham en die zoon was Isaäk.'

'Nee dat was Ismaël, Ibrahams eerste zoon. Die hij kreeg bij Hagar en opgroeide tussen de Arabieren.'

'O ja.'

'Nou, Ibraham en zijn vrouw en zijn zoon Ismaël gingen naar Mekka. Daar kreeg Ibraham een droom. God zei dat hij zijn zoon Ismaël moest slachten. Ibraham vond dat erg en hij ging zich reinigen om te bidden. Hij viel weer in slaap en kreeg weer die boodschap van Allah. En een derde keer zag hij een engel en die zei: ''Sta op en doe wat God van je vraagt.''

'Vader Ibrahim maakte zijn zoon wakker en zei tegen Ismaël: ''Ik moet jou offeren, wat vind jij daarvan?'' Ismaël zei: ''Vader, doe wat God zegt.'' En ze gingen de bergen in, zonder de vrouw. Daar kwamen ze iemand tegen, die de duivel was, maar vermomd als mens. Die zei: ''Die droom kan niet waar zijn, dat je Ismaël moet slachten.''

Maar Ibrahim gooide stenen naar de duivel om hem weg te jagen - dat is onze traditie. De satan zei het ook tegen Ismaël en die gooide ook stenen naar hem. En tegen moeder Hagar thuis zei satan het ook.'

Kamali denkt even na, lacht dan, en Khalid verklaart: 'Of het in die volgorde was, weet hij niet precies. Satan kan ook eerst bij de vrouw geweest zijn.'

In ieder geval had Ibrahim de duivel weerstaan. Hij legde Ismaël voor zich neer, pakte het scherpe slachtmes en sneed. Maar hij zag geen snee in de hals van Ismaël. 'Pap, zei Ismaël, je moet de opdracht van God goed uitvoeren en niet verdrietig zijn.'

Ibrahim sneed nog een keer. Weer geen snee in Ismaëls hals. Toen pakte hij het mes heel stevig vast en met grote kracht wilde hij... en toen stond daar opeens de baas van de engelen en die hield het mes tegen en zei: 'Hier heb je een schaap in plaats van je zoon. Je hebt het bewijs geleverd dat je in God gelooft em dat je een groot profeet bent.'

'Zo staat het in de Koran en daarom slacht ieder moslimgezin elk jaar een schaap. Mag ook een geit zijn, een koe als je meer geld hebt, of een kameel, maar kamelen heb je niet zoveel in Nederland. Uit blijdschap en vreugde dat je niet je zoon hoeft te slachten. En zo leert Allah ons ook dat je dieren niet moet laten lijden: vlijmscherp mes en hooguit in twee keer de keel uitsnijden. En Allah leert ons ook dat je moet delen: eenderde van het vlees is voor je eigen gezin, eenderde voor de armen, eenderde voor vrienden en kennissen, moslim of geen moslim.'

De 55-jarige heer Kamali besluit zijn verhaal: 'Het enige jammere van Nederland is dat je het thuis niet mag doen, een schaap slachten te midden van je kinderen.'

Even pauze voor een paar slachters.

'Er zitten veel ouwetjes bij, dit jaar', zegt de een.

'Die mag je wel een week op het vuur zetten en dan is het vlees nog taai', meent de ander. 'En daar hebben ze wel 350 gulden voor betaald.'

De eerste: 'Typisch voor die Marokkanen is dat ze het liefst rammen hebben en alles willen meenemen. Ook de ballen.'

De andere: 'Geef mij maar een karbonaadje of een bal gehakt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden