Het logboek van brave burger D-503

In 1931 schreef Jevgeni Zamjatin (1884-1937) in een beroemde brief aan Stalin: 'Het is geenszins mijn bedoeling mijzelf als de vermoorde onschuld voor te doen....

Aai Prins

Aanleiding voor Zamjatins ongekend vrijpostige brief, waarin hij zijn verzoek tot emigratie kracht bijzette, was de felle hetze die tegen hem werd gevoerd naar aanleiding van zijn roman Wij. Dat het publiceren hem onmogelijk werd gemaakt, beschouwde hij als een doodstraf die langzaam maar zeker aan hem werd voltrokken. Als hij voor zijn 'zeer ongemakkelijke gewoonte' dan toch gestraft moest worden, verkoos hij deportatie uit de USSR, schreef hij.

Zamjatin, die de revolutie van 1917 nooit had afgewezen, lag al langer onder vuur van de communistische scherpslijpers, onder meer vanwege zijn afwijzing van de bolsjewistische dictatuur en de dogmatische verheerlijking van de partij. Dat de bolsjewistische omwenteling van 1917 volgens hem noodzakelijkerwijs zou worden opgevolgd door een eindeloze keten van revoluties, werd hem evenmin in dank afgenomen, zelfs niet door de profeet van de permanente revolutie: Trotski vond hem maar een snob.

Naast het tumult dat de roman veroorzaakte, springt ook de hink-stap-sprong-geschiedenis van de publicatie ervan in het oog. Zamjatin had Wij in 1920 geschreven en in 1921 onverholen, per aangetekende post, naar een Berlijnse uitgever gestuurd, die in 1925 een Engelse en later een Tsjechische vertaling mogelijk maakte. Deze vertalingen, waar Zamjatin geen geheim van maakte, riepen in de Sovjet-Unie geen noemenswaardige protesten op. Niettemin werd al snel duidelijk dat Wij niet op publicatie in de Sovjet-Unie zelf kon rekenen. Hierdoor zag Zamjatin zich gedwongen de publicatie van de roman in het Russisch tegen te houden. Het Tsjechische tijdschrift Volja Rossii trok zich hier niets van aan en publiceerde een ingekorte versie van de roman in het Russisch, terugvertaald vanuit het Tsjechisch (we schrijven inmiddels het jaar 1927, toen onder leiding van de Russische Associatie van Proletarische Schrijvers het socialistisch realisme al bijna tot canon was verheven). Pas nu opende de pers op volle kracht de jacht op de 'aartsbourgeois, extreem individualistische, trotskistische' schrijver.

En waar was het allemaal om te doen? Om de anti-utopie Wij, een roman, geschreven in de vorm van het logboek van D-503, een wiskundige en brave burger van een verre toekomst. Zijn aantekeningen dienen om de bewoners van andere planeten te informeren over het volmaakte leven in de Enige Staat: een bestel van grauwe uniformiteit en naamloze, genummerde wezens die hun hoogste, met absolute macht omklede Weldoener verafgoden. Door middel van een soort lobotomie wordt de fantasie 'als een splinter' operatief uit de hoofden van de nummers verwijderd; cultuur dient tot verheerlijking van de Weldoener en diens almachtige Wakers.

De 'liefde' wordt overeenkomstig de Lex Sexualis volgens een strikt rooster bedreven en dient, naast de voortplanting, slechts een fysiek doel. Rebellie wordt genadeloos afgestraft. Dit laatste ondervindt ook D-503, die zijns ondanks te kampen krijgt met een ziekte die liefde heet. Hij overwint deze aandoening door verraad aan alles wat hem lief is en krijgt zijn beloning in de vorm van een innige tevredenheid en rust, die zijn wezenloze onderwerping aan de Weldoener hem schenkt.

Welbeschouwd is het niet verwonderlijk dat Stalins letterknechten in de roman genoeg overeenkomsten met hun eigen werkelijkheid aantroffen om boek en auteur te verketteren. Verwonderlijk is wel de vooruitziende blik van Zamjatin, die de roman al in 1920 schreef - zoals het ook verwonderlijk is dat men hem in 1931 ongedeerd liet vertrekken.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden