Column Ionica zag een getal

Het kán dus wel, een invloedrijke professor en een 42 jaar jongere studente, zonder dat er in billen wordt geknepen

Hij was 61, ik was 19. Aan de vooravond van zijn pensioen begeleidde wiskundige Jan Aarts de werkcolleges van eerstejaarsstudenten. Hij legde de opgaven helderder uit dan wie ook en al snel zaten we regelmatig met een groepje studenten op zijn werkkamer als we weer eens worstelden met een lastige som.

Uiteindelijk ging hij nooit écht met pensioen, hij bleef lekker doorwerken – zoals zoveel professoren. Zo werkte hij jaren aan de vertaling van Horologium Oscillatorium uit 1673 waarin Christiaan Huygens laat zien hoe nauwkeurig een slingerklok is, in het Latijn. In 2015 verscheen Christiaan Huygens: Het Slingeruurwerk in de vertaling van Jan Aarts.

Nog mooier vind ik zijn boek Topologie door zien uit 2010, waarin hij met tekeningen en korte teksten de lezer meeneemt in zijn vakgebied van de rubbermeetkunde. Waar een donut hetzelfde is als een koffiekopje (want ze hebben maar één gat). Het is niet allemaal even eenvoudig wat er in het boek staat, maar in de inleiding schrijft hij geruststellend dat je het na dit boek echt niet allemaal hoeft te begrijpen: ‘De meeste mensen vinden wiskunde moeilijk. Dat is het ook’.

In zijn boek zitten veel kleine grapjes en precies zo ken ik Jan Aarts. Toen hij geen werkcollege meer begeleidde, ging ik nog steeds graag langs in zijn werkkamer. Hij gaf me niet alleen advies over bewijzen, maar ook over boeken. We hielden allebei van literatuur en spraken net zo lief over de stelling van Jordan als over het werk van Charles Dickens. Ergens rond mijn afstuderen eiste hij dat ik hem voortaan ‘Jan’ zou noemen in plaats van ‘professor Aarts.’

Natuurlijk werd er over ons geroddeld, zowel zijn collega’s als mijn studievrienden vonden het maar raar dat we elke week uren samen in één kamer zaten. Ik dacht daar laatst nog aan terug bij alle #MeToo-verhalen over seksueel misbruik in de wetenschap. Het kán dus wel, een invloedrijke professor en een 42 jaar jongere studente, zonder dat er in billen wordt geknepen of machtspelletjes worden gespeeld. We spraken over wiskunde en romans, wat er speelde in de wereld en de wetenschap en lachten om dezelfde soort grappen. Jan was een mentor in de breedste zin van het woord en ik bedacht dat ik dolgraag oud zou willen worden zoals hij. Want ik vond hem als student natuurlijk wel stokoud.

Deze maand is hij overleden, 80 was hij. En nu ik 38 ben, vind ik dat helemaal niet meer zo oud. In het ziekenhuis tijdens zijn laatste dagen, bleek hij nog precies hetzelfde als vroeger. Op zijn nachtkastje lag Tolstoj naast een schriftje met wiskundige formules. Ook lag daar het net verschenen Darwin in de stad van Menno Schilthuizen. ‘Gekocht toen ik nog hoop had’, grapte hij. Maar zelfs toen zijn ziekte terminaal bleek, las hij dit nieuwe boek toch nog. En terwijl ik onhandig naast hem zat, drong hij erop aan dat ik dat boek echt zou lezen. Hij had trouwens ook nog een aardig wiskunderaadsel waar ik eens naar moest kijken. Toen hij even later moeizaam aan de papegaai boven zijn ziekenhuisbed hing om zijn medicijnen te nemen, grinnikte hij dat hij net Arie Boomsma was.

Zo bleef hij een voorbeeld van hoe ik later zou willen zijn. Met zelfs op je sterfbed nog nieuwe boeken, mooie wiskunderaadsels en grappen om het grote verdriet op afstand te houden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.