'Het is geen sm! Het is een spel!'

Schrijver, dichter en performer Bart Chabot (1954) deed in 1990 mee aan het allereerste Groot Dictee, dat toen nog het Nationaal Dictee der Nederlandse Taal heette en waaraan nog geen Vlamingen deelnamen....

Anciënniteit

‘Grote paniek bij het eerste dictee, in 1990. Er waren zes BN’ers niet komen opdagen. Ik woon om de hoek: of ik wilde invallen. Tweede jaar: zou je reserve willen staan? Ik kom het Buitenhof op en daar is de producente al: Bart, er hebben er négen afgehaakt! Drie keer is scheepsrecht en daarna ben ik gebleven, als een running gag.’

Doodgeboren

‘Ik vond het meteen een topidee. Veel mensen gingen ervan uit dat het een doodgeboren kindje was. Bleek het dus op tv gelijk aan te slaan. Terwijl het eigenlijk anti-tv is. Een Formule 1-race spannend maken is niet zo ingewikkeld. Een dictee van anderhalf uur is wat anders. En het lukt ze wel. Knap.’

Przewalskipaard

‘Eerste dictee, legendarisch. Przewalskipaard. Simon Vinkenoog was de enige die het goed had. ‘Ik kom drie keer per week in Artis!’, zegt ie. ‘Daar lopen ze. Dus als ik dan nóg niet goed had gehad’.’

Appelleert

‘Het dictee is precies goed geprogrammeerd, tussen Sinterklaas en Kerst. Gordijnen dicht, schaatsen uit het vet, de eerste kransjes hangen al. Het is ganzenbord. Een oud-Hollandsch gezelschapsspel. Het appelleert aan een soort saamhorigheidsgevoel.’

Entourage

‘Ook goed: de locatie. Je moet het dus niet doen in Aalsmeer of in het Mediapark. Door de allure van de entourage, de ambiance, krijg je het gevoel: hier wordt iets moois gemaakt. Geen show met kartonnen panels. Nee, de Eerste Kamer der Staten-Generaal.’

Zweem

‘Ze hadden ook meteen de ideale voorlezer, Philip Freriks. Philip doet het met in zijn linkermondhoek een zweem van ironie. Daarmee heeft hij de essentie te pakken. Het is een spel. Het is geen staatsexamen, het is een spel.’

Exploiteren

‘De makers zijn nooit gezwicht voor de verleiding het format te gaan uitmelken. Het Dictee met Beau van Erven Dorens. Voorrondes in een grote hal. Dat ze dat niet hebben gedaan, is heel erg sterk van ze.’

Sadomasochisme

‘Al die kritiek dat het sadomasochisme is: dat is het niet! Het is een spel! Ze zeggen: het is een masochistisch strafritueel, met Philip als strenge bovenmeester. Nee! Is ie niet. Hij dóet alsof hij een strenge bovenmeester is. Hij speelt die rol, is een karikatuur van een bovenmeester. Het is theater. Iedereen een rol. Domkoppen, wijsneuzen. De jury, god met zijn gezellen die het allemaal weten. Moeten het overigens ook opzoeken.’

Bert Chabot

‘Ik heb altijd gemiddeld gescoord, ik ben drie keer in de einduitslag voorgekomen. Mijn beste was 15 fout. Maar dat werd verpest door de juryvoorzitter, Hans van Mierlo, die zei dat Bert Chabot vijftien fout had. Was het toch alsof het niet helemaal telde.’

Participatie

‘De kijkers weten intussen wel dat ze er geen moer van bakken, en dan zien ze dat minister Plasterk er ook niks van maakt. In het totale concept zijn we allemaal gelijk: dat is voor de Nederlander heel belangrijk. Dat het bij de BN’ers ook fout gaat, dat is voor thuis heerlijk. Dat je kunt zeggen: wat een domkop. Dat ie dát niet weet, wat een lul. Het is feelgood-tv van de eerste orde. Dat iedereen er geslagen uitkomt, mogen wij graag zien thuis: ik wist het niet, maar zij ook niet.’

Kippenbouten

‘Vlamingen zijn taalbewuster dan wij. Komt door dat verzet tegen de Fransen. De Vlamingen komen met z’n allen met de bus. Als ze winnen, is dat gigantisch. Hebben ze de Hollanders te kakken gezet. Gaat de champagne open en komen de kippenbouten op tafel, een pandemonium! Dat gunnen wij onze Vlaamse broeders graag.’

Zelfkennis

‘Wat het dictee laat zien is, dat we er met z’n allen verdomd weinig van afweten en dat de taal groter is dan wijzelf. Het leert je een zekere mate van bescheidenheid.’

Prepareren

‘Ik bereid me niet voor. Kan wel, de taalpuristen tegenover ons, die werken gedurende een jaar het hele woordenboek door. Van A naar Z. Mijn leven is zodanig ingericht dat ik dat niet doe.’

Ruggengraat

‘Mensen die zeggen: waarom moet ik ineens pannenkoek schrijven? Of ruggengraat? Er is toch maar één rug en één graat? Die spelling is gecreëerd vanuit de ivoren toren. Mensen ervaren taal als: dat is van mij, blijf er van af. We hebben in Nederland het koningshuis, we hebben het Nederlands elftal en we hebben de taal. Moet je afblijven.’

Guichelheil

‘Waar je bij het dictee op moet letten: dat ene woord waar iedereen het de volgende dag over heeft. Cisterciënzerklooster, antimakassartje, guichelheil. Er moet over gepraat worden.’

Croquet

‘In de Eerste Kamer hebben ze gruwelijk lekkere kroketten. Dus ik zeg tegen de heer Van Bokhoven, hoofd van de culinaire dienst: wat een heerlijke kroketten zijn dit. Sindsdien doen we elk jaar in de pauze van het dictee de nationale krokettentest. Kroket met C-r-o-q-u-e-t.’

Van Dale

‘Je krijgt Van Dale en de pen waarmee je hebt geschreven. Ik voorzie mijn vrouw en kinderen van Van Dales. En toen ze er allemaal een hadden, kwam er een volgende druk uit. Ik móet wel blijven doorgaan. Mijn vrouw spaart pennen. Kom ik thuis, ligt ze al in bed. Zegt ze: hoe was het? Zeg ik: leuk, hier is de pen.’

Ten einde

‘Tien jaar geleden vroegen ze aan Philip: wanneer ga je stoppen? Hij zei: ik ga door tot ik in mijn graf lig en dan stop ik nog niet. Dus toen zei ik: pas als jij stopt, stop ik ook. Als afsluiting zou ik het dictee graag zelf een keer willen schrijven. Eentje waarin al die instinkers nog een keer voorbij komen. Kijken of we er nog iets van hebben geleerd met z’n allen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden