Column Ionica Smeets

Het is best lastig om mensen aan het lachen te maken, zeker als je dat doet in een verhaal over wetenschap of poëzie

‘Ionica mag dan een hoogleraar zijn, maar die kan ook verdraaid grappig uit de hoek komen’, aldus de Strip Vlogger in een recensie van het boek vol fotostrips dat ik met Ype Driessen maakte. Dat vond ik nou grappig – alsof je onmiddellijk je gevoel voor humor moet inleveren zodra je een toga krijgt. Andersom krijg ik soms laatdunkend te horen dat iets waar mensen om lachen geen echte inhoud kan hebben. Alsof een paar grapjes de bespreking van bloedserieuze en slimme ideeën ongedaan maken. Dichter Ester Naomi Perquin vertelde laatst in de podcast De Eeuw van de Amateur dat zij graag mensen aan het lachen maakt bij een voordracht, maar dat een oudere dichter haar eens hooghartig toevoegde: ‘Ja, zó kan ik ook dichter zijn.’

Dat waag ik te betwijfelen. Het is namelijk best lastig om mensen aan het lachen te maken, zeker als je dat doet in een verhaal over wetenschap of poëzie. Daarom was ik ook zo onder de indruk van het pas verschenen boek Wiskunde is overal van wiskundeleraar Ben Orlin. Dat is namelijk zowel heel informatief als heel grappig.

Er is bijvoorbeeld een fantastisch hoofdstuk over de tien soorten mensen die in de rij staan voor een lot. Via beschrijvingen van de geschoolde dwaas en de persoon die niets te verliezen heeft, kom je langs de wiskundige en psychologische aspecten van loterijen. Verder lopen de onderwerpen uiteen van serieuze statistische problemen tot grappen over Star Wars. Ook leerde ik dat in de piramide van Cheops de kamers slechts 0,1 procent van het volume beslaan – ‘alsof de Empire State Building van massief staal zou zijn met uitzondering van één verdieping van 40 centimeter hoog’. 

Ook genoot ik erg van de beschrijving van boter-kaas-en-eieren-de luxe (zelf noemde ik dit spel altijd meta-boter-kaas-en-eieren). Hierbij heb je een groot veld dat bestaat uit negen miniborden waarop je het wat saaie boter-kaas-en-eieren speelt. Als je een klein minibord wint, telt dat als een vakje voor jou op het grote speelveld. Om te winnen moet je drie op een rij maken in dat grote veld. Maar het interessante is dat je niet zelf bepaalt op welk minibord je speelt: je moet steeds naar het minibord dat hoort bij de vorige zet van je tegenstander. 

Zette die een kruisje midden op haar minibord? Dan speel jij daarna op het minibord in het midden van het grote veld. En met die zet bepaal jij dan waar zij daarna moet spelen. Er is nog één extra regel: als je naar een bord wordt gestuurd dat al gewonnen is, dan mag je zelf kiezen op welk minibord je speelt. In deze versie is boter-kaas-en-eieren ineens weer interessant.

Volgens Orlin denken veel mensen bij wiskunde aan iets saais als boter-kaas-en-eieren, terwijl wiskunde eigenlijk die krankzinnige de-luxeversie is. Slim én grappig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden