Interview Marleen Stikker

Het internet is stuk, maar nog niet verloren

Marleen Stikker. Beeld Daniel Cohen

Denkers in binnen- en buitenland zijn klaar met de constatering dat het dertig jaar oude world wide web hartstikke stuk is. Het is nu hoog tijd voor oplossingen, vindt ook Marleen Stikker. En die zijn er ook.

Bij sommigen kwam het misschien met Nina Brink en de beursgang van World Online in 2000, of met die van Google, een paar jaar later: het besef dat het helemaal fout is gegaan met het ooit idealistische world wide web. Voor anderen waren de onthullingen van Snowden uit 2013 (de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA bespioneert wereldwijd alle digitale communicatie) het keerpunt. Voor nog een andere groep ging de ogen pas open bij het Cambridge Analytica-schandaal, toen bleek dat gegevens van Facebook-gebruikers werden gebruikt bij pogingen de Amerikaanse verkiezingen te manipuleren.

Bij internetpionier Marleen Stikker (57) begon het eigenlijk al in 1989 te dagen, voordat het world wide web goed en wel begonnen was. Ze beschrijft in haar boek Het internet is stuk de Galactic Hacker Party, het eerste publieke internationale hackerevenement in Europa. Het evenement werd georganiseerd door onder anderen Rop Gonggrijp, de latere oprichter van XS4ALL. 

Al in 1989 klonk de roep om privégegevens ‘gedegen’ te beschermen en werd gevreesd voor ‘een kaste van bevoorrechte en onverantwoordelijke technocraten’. Lees, met de kennis van nu: Mark Zuckerberg van Facebook, Jeff Bezos van Amazon of Larry Page van Alphabet, het moederbedrijf van Google. Onvoorstelbaar rijke en machtige mannen, dankzij bedrijven die uiterst succesvol zijn met wat critici tegenwoordig ‘surveillancekapitalisme’ noemen. Dat betekent zoveel als gebruikersdata vergaren en ten gelde maken, en tegelijkertijd gebruikers overspoelen met desinformatie, haat, angst en gerichte advertenties.

De cover van Stikkers nieuwe boek Het internet is stuk. Beeld De Geus

‘Wij zijn ook slachtoffers’, stelt Stikker in Het internet is stuk. ‘Onze vrijheid, onze zelfbeschikking en onze democratie hebben we nagenoeg opgegeven om een handvol aandeelhouders onbelemmerd hun gang te kunnen laten gaan.’ Enigszins schuldbewust: ‘Hadden we maar goed geluisterd.’ Al zal het niet aan haar hebben gelegen: vanaf het begin heeft de internetactivist geijverd voor privacy en voor de publieke meerwaarde van een open internet. Zo richtte ze in 1993 De Digitale Stad op, de eerste Nederlandse virtuele gemeenschap, en startte ze onderzoeksinstituut en debatcentrum Waag, waarvan ze nog steeds directeur is.

Maar dat het zo erg zou worden, zal niemand destijds hebben gedacht. De idealisten die een open en vrij internet willen, waarbij burgers onbespied informatie kunnen uitwisselen, hebben plaatsgemaakt voor een handvol bedrijven die er met alle data en geld vandoor is gegaan. 

Ze komen er niet meer mee weg; de kritiek komt tegenwoordig van alle kanten. Neem alleen al de oogst van afgelopen week. Apple-topman Tim Cook die de Amerikaanse politiek oproept dataprivacywetgeving door te voeren, omdat de grote technologiebedrijven daar zelf onvoldoende oog voor hebben. Of world wide web-bedenker Tim Berners-Lee die met een contract komt waaraan zowel bedrijven, overheden als consumenten zich moeten houden zodat het web weer gezond kan worden. Of het rapport van Amnesty International waarin de surveillancepraktijken van Google en Facebook onomwonden als een bedreiging voor de mensenrechten worden genoemd.

Stikker lijkt het tij dus – eindelijk – mee te hebben. Maar ze is er niet gerust op, vertelt ze: ‘Je ziet nu wel een voorzichtige kentering, maar ondertussen dondert alles nog sneller in elkaar. Tegenover elk sprankje licht staan twintig voorbeelden van duisternis.’ Tijd dus om de handen uit de mouwen te steken. Vijf oplossingen voor de hardnekkige problemen die er zijn.

1. Alternatieven

Vooropgesteld: er is geen wondermiddel waarmee in één klap alle problemen kunnen worden opgelost. Stikker houdt in haar prettig leesbare boek, waarin ze ook terugblikt op de idealistische beginjaren van het Nederlandse internet, een hartstochtelijk pleidooi voor een groot aantal maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de macht bij de grote techbedrijven wordt weggehaald. Een van de voorwaarden is de aanwezigheid van alternatieven voor de gratis diensten van Google, Facebook en consorten.

Achteroverleunen is er wat haar betreft niet bij, ook niet voor de consument. Niet voor niets is de ondertitel van haar boek: ‘Maar we kunnen het repareren'. De burger zal dus zelf actie moeten ondernemen, door niet klakkeloos al die apps te gebruiken omdat ze nu eenmaal bekend zijn. Maar ook door zijn kennis en vaardigheden op het gebied van technologie uit te breiden. De passieve consument, die zich laat verdoven door eindeloze feeds, streams en notificaties, zal zo moeten veranderen in een betrokken burger. 

‘Wat ik een goed teken vind, is dat nieuwe initiatieven over elkaar heen buitelen. Er gebeurt nu heel veel.’ Onlangs zagen twee nieuwe sociale netwerken het licht: het Nederlandse Okuna en WT Social van een van de oprichters van Wikipedia. Die nieuwe diensten moeten dan wel minimaal even gebruiksvriendelijk zijn als Facebook, dat is helaas nu nog vaak niet het geval, stelt Stikker. De early adopters die nu experimenteren met diensten als Mastodon moeten volgens haar de weg bereiden voor de massa, door de kinderziekten eruit te halen. 

Maar dikwijls zijn de alternatieven al heel bruikbaar. Neem de privacyvriendelijke browser Brave als uitwijkmogelijkheid voor marktleider Chrome van Google. Brave voldoet voor Stikker aan alle criteria: open, transparant en gebruiksvriendelijk.

2. Overheid moet goede voorbeeld geven

Stikker noemt het ‘bizar’ dat 70 procent van de Nederlandse scholen Google-software gebruikt. De scholen ‘zijn er nog trots op ook, dat ze een Google-school zijn. Alsof je zegt dat je een Coca Cola-school bent. Het besef dat Google níet oké is, is daar nog niet doorgedrongen.’ Terwijl ook hier genoeg alternatieven zijn, benadrukt Stikker nogmaals. ‘Laten we daar eens mee beginnen. Scholen kunnen hun middelen dan besteden aan publieke technologieën.’ Bijkomend voordeel: leerlingen leren op jonge leeftijd dat er meer is dan YouTube, Facebook, Chrome of Google Drive. ‘Als je hetzelfde doet bij omroepen, festivals, bibliotheken en andere instellingen, dan kan het best hard gaan.’ 

Stikker wijst op een initiatief als Public Spaces, waarin partijen als BNNVara, haar eigen Waag, de VPRO, de Koninklijke Bibliotheek en Eye Filmmuseum samenwerken. Doel is alternatieven te verzamelen en zo minder afhankelijk te zijn van commerciële partijen. Public Spaces wil bijvoorbeeld een alternatief onder de aandacht brengen voor het inloggen op sites met je Facebook-profiel. En die zijn er ook gewoon. Zo ontwikkelde de Nijmeegse hoogleraar Bart Jacobs IRMA. Hierbij blijft de inhoud van een digitale kluis eigendom van de gebruiker en wordt alleen het strikt noodzakelijke, bijvoorbeeld het bewijs dat iemand ouder is dan 18 jaar, aan de site overgedragen.

‘Wat mij betreft komt er vanuit de overheid een oekaze: je mag als overheidsorganisatie geen software gebruiken van partijen die zich niet houden aan de privacywetgeving. Het is bijzonder vreemd dat iedereen maar Google Analytics gebruikt of Facebook Pixel. Publieke omroepen, culturele organisaties: iedereen heeft die rommel maar in zijn websites hangen.’

3. Financiering

Allemaal leuk en aardig, die goedbedoelde initiatieven die nu als paddestoelen uit de grond schieten, maar Stikker is er naar eigen zeggen niet gerust op dat die het ook gaan halen. Het punt is: bedrijven als Google en Amazon hebben een goedgevulde oorlogskas, waarmee ze alles kunnen kopen wat ze maar willen, in alle sectoren. Stikker haalt weer het voorbeeld van Brave aan: ‘Ze hebben een solide verdienmodel, maar doen dat niet met het plunderen van gegevens van zijn gebruikers. Maar het wordt heel lastig als je moet gaan concurreren met partijen die vuil spel spelen, zoals Google. Als monopolisten niet aan banden worden gelegd, verlies je op den duur.’ 

Voor beginnende bedrijven is nu de enige manier om kapitaal te verwerven door mee te doen in het perfide systeem van durfinvesteerders. Stikker: ‘Dit soort kapitaal dwingt het verkeerde businessmodel af: geld verdienen met het vergaren en doorsluizen van data.’

Ook goedbedoelde initiatieven worden zo de nek omgedraaid, zegt Stikker. Ze noemt als voorbeeld de wachtwoordmanager 1Password, dat recent 200 miljoen dollar aan durfkapitaal binnenhengelde. ‘Die kunnen we dus afschrijven, want ze worden onderdeel van het spel waarin miljarden heen en weer worden geschoven. Het gaat ten koste van onze soevereiniteit.’ Ze ergert zich aan al die hippe start-ups die overal maar ‘for good’ achter plakken: ‘AI for good’, ‘Blockchain for good’. ‘Zolang het onderliggende model niet klopt met het verkeerde kapitaal en de verkeerde groeistrategie, dan weet je dat het onherroepelijk misgaat.’

Maar hoe dan wel? Hoe komen de bedrijven die publieke waarden aanhangen en niet hun werknemers, de planeet of de gebruikers uitbuiten bovendrijven? Stikker pleit voor alternatieve financieringsvormen zoals crowdfunding, waarbij particulieren kleine bedragen investeren in een te behalen doel. Maar ook de overheid heeft een belangrijke rol. 

Het ging volgens Stikker al halverwege de jaren negentig fout, toen Economische Zaken stelselmatig overheidsgeld pompte in commerciële marktpartijen en de start-upscene. Ook het met belastinggeld gefinancierde wetenschappelijke onderzoek komt nu uiteindelijk terecht bij marktpartijen. Niet goed: ‘Aanbestedingsbeleid en opdrachtgeverschap zou juist moeten bijdragen aan een internet dat publieke waarden centraal stelt.’

4. Regulering

‘Als je de apotheek binnenstapt voor een medicijn, dan kan je ervan op aan dat alles goed is geregeld. Maar als je je telefoon opent, maakt bijna alles wat erop staat gebruik van surveillancetechnologie. Dat is heel merkwaardig.’ Ze spreekt van ‘enorm achterstallig onderhoud’. ‘We zijn uit balans geraakt. Mensen denken dat het allemaal vanzelfsprekend is dat je je privacy kwijt bent zodra je internet gebruikt.’ Stikker wil het omdraaien: het moet weer vanzelfsprekend worden dat data van consumenten niet automatisch met marktpartijen worden gedeeld.

Als voorbeeld noemt ze de hippe deeleconomie. Bedrijven die steden overspoelen met deelfietsen of deelstepjes. Het gaat ze helemaal niet om mobiliteit, betoogt Stikker. Het gaat ze om data. Consumenten betalen niet alleen een klein bedrag om een fiets te mogen gebruiken, ze betalen vooral met hun data. Daaraan moet de overheid paal en perk stellen. ‘De staat moet zorgen dat de burger soeverein blijft en zorgen dat bedrijven geen kwaad doen.’ 

Concreet: als een gemeente toestaat dat een bedrijf deelfietsen plaatst, dan krijgt zo’n bedrijf netjes voor de huur betaald, maar krijgt het geen toegang tot de data. Zo’n model is interessant voor lokale ondernemers, maar niet voor bedrijven die het vergaren van data als verdienmodel hebben. ‘Zo krijg je een normale marktwerking terug’, aldus Stikker.

5. Opbreken en boetes

En als dit allemaal niet werkt, kan er altijd nog keihard worden ingegrepen als techbedrijven over de schreef gaan. Neem de stappen die techbedrijven als Amazon en Google in de gezondheidszorg zetten om daar ook dominant te worden: zeer onwenselijk als het aan Stikker ligt.

Ze wijst naar de aanstaande verkiezingen in de Verenigde Staten. ‘Als de democraten winnen, is het spel op de wagen. Dan gaat Big Tech echt worden opgebroken.’ Ook in Europa gebeuren in Stikkers optiek hoopvolle zaken. ‘Margrethe Vestager (Eurocommissaris voor Mededinging, red.) gaat de druk alleen maar verder opvoeren. Er ligt een stuwmeer aan klachten met de nieuwe privacywetgeving. Dat worden nog meer miljardenboetes. Zelfs voor Facebook en Google gaan dat soort bedragen heel vervelend worden.’

Het is dus nog niet te laat. Maar dan moet er veel gebeuren. Privacy lijkt in 2019 zowaar hip geworden, constateert de internetpionier met enige verbazing. Met dank aan Cambridge Analytica, ironisch genoeg. ‘Daarvoor interesseerde de politiek zich nauwelijks voor privacy. Ze zagen juist enorme kansen dankzij bedrijven als Facebook, omdat ze hiermee hun electoraat direct konden bereiken, buiten de journalistiek om. Totdat ze doorkregen dat ze werden genept door Facebook.’ 

De groene weide van weleer werd door de graaiende techbedrijven een dorre vlakte. Maar nu waait er weer een fris briesje. ‘Alles wat we nodig hebben om het internet te repareren, is al onder handbereik’, luidt dan ook Stikkers slotzin.

Marleen Stikker

Marleen Stikker (1962) richtte in 1993 De Digitale Stad op. Verder richtte ze Waag op (toen nog: ‘Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media’), een onderzoeksinstituut voor kunst, technologie en samenleving. In 2018 was ze Zomergast bij de VPRO en deze maand kreeg ze van Bits of Freedom een privacyprijs voor haar inspanningen op dit gebied.

Kritische techboeken

Stikkers boek Het internet is stuk past in een lange traditie van schrijvers die de donkere kanten van de moderne technologie belichten. Een kleine greep.

Evgeny Morozov: the Net Delusion (2011). Scherpe waarschuwing tegen de ongekende mogelijkheden van surveillance en de macht van de techbedrijven, die juist leidt tot minder vrijheid.

Siva Vaidhyanathan - the Googlization of Everything (2011). Aanklacht tegen de ‘google-isering’ van de wereld en hoe deze de idealen van het world wide web om zeep hielpen.

Jaron Lanier- Who Owns the Future? (2013) Hoe de middenklasse zich overlevert aan de grote internetbedrijven, in ruil voor gratis diensten.

James Bridle - New Dark Age (2018). Een donkere toekomst waarin nieuwe technologieën ons geen vrijheid geven, maar waarin voorspellende algoritmes en surveillance de mens beroven van empathie.

Andrew Keen - How to Fix the Future (2018). Keen schetst - net als Stikker - een aantal puzzelstukken die gezamenlijk kunnen bijdragen aan een betere toekomst waarin de mensheid zijn waardigheid kan behouden in een wereld waarin kunstmatige intelligentie oprukt.

Shoshana Zuboff - the Age of Surveillance Capitalism (2018). Invloedrijk boek waarin haarfijn wordt blootgelegd hoe bedrijven als Facebook en Google schatrijk worden van alle gegevens die ze van ons verzamelen.

Douglas Rushkoff - Team Human (2018). Aanklacht tegen de onmenselijkheid van onze huidige digitale cultuur. En tevens pleidooi voor terugkeer van waardes als saamhorigheid en liefde in tijden van robots en kunstmatige intelligentie.

Meer over het repareren van het internet:

WhatsApp, Instagram, Chrome, Android: de systemen van grootmachten Google en Facebook zijn overal. Want ze zijn goed en ze zijn gratis. Gebruikers betalen in veel gevallen met hun data. Zijn er eigenlijk nog wel alternatieven voor al dit fraais

Van de democratische belofte van het internet lijkt weinig over nu bedrijven als Google en Facebook bepalen wat we zien en overheden gretig meekijken. Wetenschappers droegen ideeën aan om internet terug te krijgen

Interview met internetcriticus Andrew Keen: ‘Facebook is op zijn retour, de volgende Yahoo. Mark Zuckerberg is een totaal visieloze leider, hij heeft echt geen idee. De man had gewoon geluk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden