onderzoek genetica

Het ‘homogen’ bestaat niet, maar homoseksualiteit is wel erfelijk

Een voorstander van het homohuwelijk demonstreert voor de rechtbank in Morehead in de Amerikaanse staat Kentucky. Beeld Getty

Een kwart eeuw na de spraakmakende onthulling van een ‘homogen’ concluderen genetici: dat gen bestaat niet, maar erfelijk is homoseksualiteit wel degelijk.

‘Xq28’, luidde de naam. Een kwarteeuw geleden is het nu dat die letters en cijfers met gejuich werden ontvangen door de internationale homogemeenschap. Eindelijk hard bewijs dat homoseksualiteit geen aandoening is, of erger nog, aangeleerd gedrag! 

De letters verwijzen naar het adres, helemaal op het uiteinde van de ‘q-arm’ van het X-chromosoom, waar wetenschapper Dean Hamer de erfelijke aanleg voor homoseksualiteit had gevonden. ‘Man krijgt homo-gen van zijn moeder’, kopte Trouw op de voorpagina. ‘Nog even en dan ben je geen homo meer, dan héb je homo’, zag een lezer van de Volkskrant er al van komen.

Een loze discussie, blijkt deze week, precies 26 jaar en één maand na de spraakmakende onthulling van Xq28 in vakblad Science. Want wat blijkt: homoseksualiteit is niet af te lezen in de genen, en al helemaal niet te herleiden tot één ‘homogen’. Eerder is homoseksueel gedrag zoiets als goed meekunnen op school of extravert gedrag: een menselijke aanleg die weliswaar deels erfelijk is, maar niet is vast te pinnen op bepaalde genen. De ene homo is de andere niet, simpel gezegd. Tot die uiterst genuanceerde slotsom komt een internationaal wetenschapsteam, na analyse van het dna van liefst een half miljoen mensen, in hetzelfde vakblad Science waar alle gedoe destijds begon.

Dat homoseksueel gedrag voor zo’n 30 tot 40 procent erfelijk is bepaald, wisten genetici intussen al, door familiestambomen door te vlooien, en zorgvuldig eeneiige tweelingen (met identiek dna) met twee-eiige tweelingen (de helft van hun dna hetzelfde) te vergelijken. Al snel begon Xq28 bij zulke onderzoeken te verdampen: dat had Hamer, met de grove onderzoekstechnieken van zijn tijd, te snel geroepen.

‘Er zijn honderden, misschien duizenden genen die een bijdrage leveren aan homoseksueel gedrag’, vertelt gedragsgeneticus Karin Verweij (Amsterdam UMC), een van de deelnemers aan de nieuwe reuzeanalyse. ‘Maar per gen is de bijdrage zó klein, dat die genen afzonderlijk niets voorspellen.’

Er zal dan ook nooit een dna-test komen die homoseksualiteit betrouwbaar kan aanwijzen of voorspellen, zegt Verweij. Zo verklaren de vijf dna-varianten die nog het sterkst verband houden met homoseksualiteit bij elkaar opgeteld nog niet eens 1 procent van alle verschillen in seksuele voorkeuren die je bij mensen ziet. ‘Eigenlijk is het met homoseksualiteit net als met andere persoonlijkheidskenmerken’, zegt Verweij. ‘Het is een normale variatie van menselijk gedrag. En we laten zien dat daarbij heel veel genen een rol spelen.’

Minder opmerkelijk zijn de patronen die de wetenschappers door hun ooghaartjes in het dna ontwaren er niet door. Een greep uit de bevindingen:

1. Lesbiennes en homomannen verschillen

Raar. Afgaand op de genen blijkt homoseksueel gedrag bij vrouwen iets fundamenteel anders dan homogedrag bij mannen. Tussen de genetische ‘homo-signalen’ bij mannen en vrouwen zit maar zo’n 40 procent overlap. Toch een beetje zoiets als ontdekken dat de neus bij mannen door andere genen wordt gevormd dan de neus bij vrouwen. ‘Voor de meeste eigenschappen is de man-vrouwoverlap gewoonlijk hoger’, noteert het team in Science.

2. Homoseksualiteit is geen continuüm

Een oud idee, al in 1948 bedacht door de Amerikaanse bioloog Alfred Kinsey in zijn spraakmakende Kinsey Reports: hoe meer iemand zich aangetrokken voelt tot de ene sekse, des te minder hij (of zij) zich aangetrokken zal voelen tot de andere sekse. Maar seksualiteit is niet simpelweg een ‘schuifje’ tussen de seksen, geven de nieuwe cijfers aan. En homoseksualiteit is geen glijdende schaal die in ‘doseringen’ komt, blijkt uit de genetica. Het beeld van Kinsey was dan ook een ‘oversimplificatie’, schrijft de groep, 71 jaar na dato.

3. Homogedrag is écht biologisch

Biologen zullen zich intussen verlekkeren aan een andere opvallende ontdekking: de dna-varianten die het sterkst samenhangen met homoseksueel gedrag, zitten in genen die te maken hebben met onder meer geslachtshormonen en reukvermogen. Dat onderstreept dat de genetische inkleuringen die een mens homoseksueel maken, hun subtiele invloed inderdaad uitoefenen in de sfeer van seksualiteit en partnerkeuze.

Hoe groot ook, de studie geeft maar een grof beeld, erkennen de onderzoekers zelf. Als vuistregel voor ‘homoseksualiteit’ neemt de groep simpelweg het antwoord op de vraag: ‘heeft u weleens seks gehad met iemand van dezelfde sekse?’ En dat doet geen recht aan trans- of interseksuelen, of aan homo’s die niet uit de kast zijn gekomen, benadrukt het team. Toch is de nieuwe analyse belangrijk als ‘gids’ voor vervolgonderzoek, reageert de Britse socioloog Melinda Mills, in commentaar op de studie.

En die altijd weer wat mysterieus klinkende ­‘om­gevingsfactoren’ die een rol spelen in het smeden van homoseksueel gedrag? De 60 procent van de ­verklaring die níét genetisch is bepaald? Daarvoor denken experts aan zaken als de vraag of iemand wel of niet toegeeft aan zijn of haar gevoel: in de ene ­samenleving makkelijker dan in de andere. Maar denk ook aan meer tastbare zaken, zoals ­hormonen of signaalstoffen die in de baarmoeder het dna van de baby precies ‘inregelen’, en daarmee bepalen of de aanleg voor homoseksualiteit tot wasdom komt. ­‘Genetische varianten alleen bepalen iemands sek­suele gedrag niet’, benadrukt het team in een toelichting.

De homogemeenschap kan zich intussen verheugen in het beste van twee werelden. Glashelder blijkt dat homoseksuele gevoelens toch echt een stevige biologische basis hebben – wie ze heeft, is echt ‘Born This Way’. Maar speculaties over een genetische homotest of zelfs een geneesmiddel tegen homoseksualiteit kunnen ‘volledig en onvoorwaardelijk’ van tafel, aldus Mills.

‘Voor ons zijn dat niet heel verrassende conclusies’, zegt geneticus Verweij. ‘Maar er zijn nog altijd talloze mensen voor wie het een eye-opener is om te horen dat er niet zoiets bestaat als een homogen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden