Het hoge water eist minder levens

De effectievere bestrijding van overstromingen

Het aantal overstromingen dreigt de komende decennia toe te nemen, maar, en nu het goede nieuws: de kans om in het wassende water om te komen wordt steeds kleiner. Mede dankzij de voorspellende waarde van Twitter.

Op een grote wok probeert een Pakistaan weg te komen bij een overstroming in 2014. Foto EPA

Zomaar drie tweets uit de vele honderdduizenden berichten over watersnood die jaarlijks worden verstuurd. Ze komen uit alle delen van de wereld. Het zijn noodkreten, waarschuwingen, klachten. Afzonderlijk bevatten ze maar kleine brokjes informatie, samen vormen ze de belangrijkste grondstof voor Floodtags, een bedrijfje van waterdeskundige Jurjen Wagemaker dat software heeft ontwikkeld om uit massa's tweets gegevens te destilleren die nuttig zijn voor hulpverleners en autoriteiten. Wagemaker: 'Twitter kan helpen levens te redden.'

Sinds het bezit van mobieltjes in de meeste landen wijdverbreid is, worden voor en tijdens overstromingen enorme hoeveelheden tweets verstuurd. 'Die laten precies zien wat er gebeurt en hebben soms een voorspellende waarde. Mensen uiten hun zorgen over het stijgende water al voordat de echte overstroming zich aandient', zegt Wagemaker, die samenwerkt met onderzoeksinstituut Deltares, Radboud Universiteit en de Vrije Universiteit.

Twee Pakistanen op de vlucht voor een overstroming in 2014. Foto EPA

Honderden tweets per minuut

Toen de Indonesische hoofdstad Jakarta vorig jaar en begin dit jaar onder water liep verschenen honderden tweets per minuut. Wagemaker filterde de bruikbare informatie uit de berichtenstroom, 'verrijkte' die met bestaande gegevens over landhoogte en waterbewegingen en stelde zo razendsnel kaarten samen waarop de actuele situatie kon worden afgelezen. Daarmee kon à la minute worden vastgesteld welke gebieden onder water stonden en waar hulp het hardst nodig was. Zo dragen de sociale media bij aan het indammen van de gevolgen van overstromingen.

Overal ter wereld overstromen rivieren, steeds vaker en op steeds grotere schaal. Elk jaar raken miljoenen mensen op drift en vallen duizenden doden doordat rivieren buiten hun oevers treden. De jaarlijkse schade aan woningen, gebouwen, infrastructuur en landbouwgronden loopt in de tientallen miljarden euro's. Door klimaatverandering, bevolkingsgroei en de trek van bewoners naar kustgebieden dreigen watersnoden de komende decennia in omvang en frequentie alleen maar toe te nemen.

Een Pakistaan op de vlucht voor een overstroming in 2014. Foto AP

Waarschuwingssystemen

De wetenschappelijke onheilsscenario's over het wassende water zijn dan ook talrijk. Toch is er een lichtpuntje. In veel landen blijken de gevolgen van overstromingen effectief te worden bestreden. De kwetsbaarheid voor het groeiende gevaar van overstromingen door rivieren neemt wereldwijd af, zeggen wetenschappers van de VU Amsterdam, Deltares en het Rode Kruis. Van het toenemend aantal mensen dat de afgelopen drie decennia te maken kreeg met overstromingen kwam in de loop der jaren een steeds kleiner deel om het leven. Ook de economische schade nam af in verhouding tot de omvang van de bezittingen die blootstonden aan overstromingen.

Meer bewoners van risicogebieden zijn tegenwoordig beter beveiligd, zegt onderzoeker Brenden Jongman van de VU. Dat houdt volgens hem verband met economische vooruitgang in landen waar veel overstromingen voorkomen en met investeringen in risicobeperking. 'Kwetsbaarheid voor overstromingen kan effectief worden verminderd door gerichte maatregelen zoals aanleg van waterkeringen, verbetering van de bouwkwaliteit, het in gebruik nemen van waarschuwingssystemen, verbetering van communicatiemiddelen.'

Pakistanen tijdens een overstroming in 2014 op een grote wok. Foto EPA

Ontwikkelingslanden

Er is een relatie tussen stijging van het inkomen per hoofd van de bevolking en een afname van de kwetsbaarheid, stelt medeonderzoeker Hessel Winsemius van Deltares. De hydroloog neemt een 'vrij sterk patroon van beperking van kwetsbaarheid in ontwikkelingslanden' waar. 'Die landen weten zich aan te passen.'

Toch blijven de gevaren van het water het grootst in ontwikkelingslanden. Mensen in risicogebieden in arme landen lopen gemiddeld bijna twintig keer meer kans om te sterven door overstromingen dan bewoners van overstromingsgebieden in rijke landen. Het goede nieuws is dat ook de arme landen zich steeds beter wapenen tegen het stijgende water. Het - nu nog aanzienlijke - verschil in kwetsbaarheid tussen arme en rijke landen neemt af, constateren de onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS.

Regen

Martijn Booij, universitair hoofddocent hydrologie aan de Universiteit Twente, zegt er niet zeker van te zijn dat er geen verschil zit tussen de computersimulaties van de onderzoekers en de werkelijkheid. 'Uit hun publicatie kan ik dat niet opmaken.' Hij maakt ook een kanttekening bij hun cijfers over doden en economische schade. 'Het zijn vooral relatieve cijfers, gerelateerd aan de groei van de bevolking en van het bruto binnenlands product. Dat kan een vertekend beeld geven.' Desondanks kan Booij zich vinden in de conclusie van zijn collega's dat er een positieve trend is waar te nemen. 'Het gaat waarschijnlijk wel de goede kant op.'

Bangladesh

Ter illustratie van de afnemende kwetsbaarheid vergeleken de onderzoekers de gevolgen van twee cyclonen in het oosten van India die gepaard gingen met overstromingen. De tropische storm Odisha eiste in 1999 meer dan 10 duizend levens, terwijl het dodental bij cycloon Phailin in 2013 onder de 50 bleef. Ondanks de groei van de bevolking in het getroffen gebied. HEt verschil kwam door schuilplaatsen en waarschuwingssystemen.

Een land dat sinds mensenheugenis onderloopt is Bangladesh. De dichtbevolkte en laaggelegen delta - stroomgebied van de Ganges, de Brahmaputra en de Meghna - wordt jaarlijks geplaagd door overstromingen. In een 'gewone' moessontijd loopt al een kwart van het land onder en om de zoveel jaar nemen de waterstromen nog verwoestender vormen aan en komt meer dan de helft blank te staan. De voorspelde stijging van de zeespiegel, waardoor de rivieren hun water moeilijker kwijt zullen raken, maakt de dreiging van watersnood in de toekomst alleen maar groter.

Om de gevolgen van overstromingen het hoofd te bieden zijn in de loop der jaren, mede met buitenlandse hulp, tal van maatregelen genomen. Er zijn dijken en afwateringssystemen aangelegd, huizen en schuilplaatsen op palen gebouwd, er zijn satellietensystemen in gebruik genomen die waarschuwingen afgeven en er zijn evacuatieplannen opgesteld. Die voorzieningen werpen vruchten af: twee grote overstromingen na de eeuwwisseling, in 2004 en 2007, eisten aanzienlijk minder - honderden - dodelijke slachtoffers dan verscheidene watersnoodrampen aan het eind van de vorige eeuw, waarbij elke keer duizenden doden vielen. Dat neemt niet weg dat ook in 2004 en 2007 tientallen miljoenen Bengalezen tijdelijk dakloos werden.

Ondanks de positieve ontwikkelingen waarschuwen Jongman en Winsemius voor te veel optimisme. Als er - vooral in de ontwikkelingslanden - niet meer voorzorgsmaatregelen worden genomen dan tot nu toe is gebeurd kan het jaarlijkse dodental de komende decennia onder invloed van bevolkingsgroei en klimaatverandering alsnog verdubbelen. Jongman: 'We zijn er nog lang niet.'

Maatregelen

Tussen 1990 en 2010 schommelde het jaarlijks aantal doden wereldwijd tussen de 2.500 en bijna 8.000 - daarbij zijn de doden als gevolg van ziekten die verband houden met overstromingen niet meegeteld. De directe economische schade varieerde van een kleine 10 miljard (2001) tot 125 miljard euro (1993 en 1998). Voor de totale schade - directe en indirecte, op langere termijn - kunnen deze getallen grofweg worden verdubbeld.

De voorspellingen van de onderzoekers voor de komende decennia zijn sterk afhankelijk van de mate waarin risicolanden zich verder zullen aanpassen aan de dreiging van het water. Zonder nieuwe maatregelen kan het gemiddelde jaarlijkse dodental in 2040 oplopen tot 10 duizend en de gemiddelde economische schade tot 350 miljard euro. Hoe meer aanpassing, des te positiever de prognoses.

De onderzoekers trokken hun conclusies aan de hand van computermodellen, waarin onder meer meteorologische gegevens (regen), geografische informatie en waterstanden zijn verwerkt. Die modellen zijn vergeleken met werkelijke gebeurtenissen (gevalideerd) om te kijken of ze overeenkomen. Volgens Winsemius is dat niet altijd het geval, maar komen ze over een langere periode 'goed in de buurt'.

De buren op mijn bovenverdieping

Driekwart van Jakarta stond in 2007 onder water. Indonesië-correspondent Michel Maas had het enige droge plekje in zijn straat.

Het hield niet op met regenen, maar dat deed het wel vaker. Langzaamaan begon ook ons straatje vol te lopen. Ook dat was niet gek. Het was maar een doodlopend steegje, eigenlijk niet meer dan een goot tussen de huisjes, waarvan de meeste maar één verdieping telden. Het mijne telde er twee, en stond bovendien ietsje verhoogd als op een terp. Daar kwam het water nooit.

Maar wat het nooit deed, deed het nu: het kroop omhoog tegen de terp en sloop onder de deuren door mijn woonkamer binnen, en daar bleef het stijgen. Je gaat je redden. Na een lange aarzeling geef je toe dat er iets moet gebeuren: je verhuist spullen van de onderste kastjes naar boven. Cd's, boeken, je geluidsinstallatie en tv verhuis je zelfs naar de bovenverdieping. De meubels laat je staan. Je schakelt de stroom uit.

Zal het nog verder?

Toen het ochtend was geworden, dreef de eettafel door de kamer. Midden op het tafelblad zat een volwassen rat. Op de trap stonden mensen te gillen. Ik greep de rat en gooide hem naar buiten, in de rivier waarin mijn straatje was veranderd. Hij kon niet zwemmen. De mensen op de trap waren mijn buren. Allemaal waren zij naar mijn bovenverdieping gevlucht, het laatste droge plekje in de straat. Saamhorig woonden zij daar tussen mijn opgestapelde spullen. Twintig mensen telde ik. Wij groetten ze, en namen onze intrek in een pension. Driekwart van het oppervlak van de metropool Jakarta stond in 2007 onder water. De doden die vielen waren vooral bejaarden en gehandicapten, die in hun slaap werden verrast. Het regenwater kon nergens heen. Alle goten, rivieren, stroompjes en kanaaltjes van de stad bleken verstopt. Bij gebrek aan riolering waren zij volgestort met stront, huisvuil en andere rotzooi.

Een zo'n riviertje lag te stinken tussen de huizen achter mijn straatje. Het was amper een meter breed, maar toen het niet ophield met regenen werd het een meer. Wij moesten met een rubberboot de wijk verlaten.

Mijn buren waren eraan gewend. Hun huisjes stonden lager dan het mijne. Zij liepen elk jaar wel een paar keer onder water. Wij zijn er nooit aan gewend geraakt. Wij zijn verhuisd naar hoger gelegen terrein.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.