Het helpt nog steeds als ik me afvraag: wat zou Latour doen?

Wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt de Volkskrant mensen naar hun inspiratiebron. Wetenschapsfilosoof Huub Dijstelbloem zag tijdens een college een video en wist: ik moet naar Parijs. En hij ging.

'Moet je miljoenen in virusonderzoek gaan steken? Of moet je juist naar de beginnende tumoren kijken?' Beeld Marijn Scheeres
'Moet je miljoenen in virusonderzoek gaan steken? Of moet je juist naar de beginnende tumoren kijken?'Beeld Marijn Scheeres

'De perverse trekjes van het wetenschapssysteem aan de kaak stellen - dat was de afgelopen jaren mijn doel met de Science in Transition-beweging. Wetenschappers praten graag in klassieke termen over hun werk: zoeken naar de waarheid, de gezuiverde versie. Terwijl de waarheid maar een klein onderdeeltje van het werk van een wetenschapper is. Het is óók: wheelen en dealen. Kunnen we dit doen? Nee, de financiering houdt op. Kunnen we dan nu alvast dit publiceren? Ja, maar de redacteur zegt dat - et cetera. De dwang om te publiceren, het gebrek aan maatschappelijke relevantie, de geldstromen, de achterstelling van jonge onderzoekers... Samen met anderen probeerde ik daar verband tussen te zien. De teksten die we daarover schreven, sloegen in als een bom. Veel mensen herkenden het beeld, maar we werden ook verguisd door collega's.

'Een voorbeeld: de preventie van baarmoederhalskanker. Dat gaat over een nobel doel, maar ook over belangen. Moet je miljoenen in virusonderzoek gaan steken? Of moet je juist naar de beginnende tumoren kijken? Allebei stellen ze zich in dienst van de gezondheid, maar het soort medische wetenschap erachter is heel verschillend. De partij die wint, wiens onderzoek gevolgd gaat worden, is spekkoper: die krijgt het gelijk én het onderzoeksgeld. Welke aanpak kies je? Welk risico weegt het zwaarst? En: hoe behoud je intussen het vertrouwen van de burgers? Dat zijn politieke vragen. Van de Franse filosoof en socioloog Bruno Latour heb ik geleerd die vragen te stellen.

'Dat je zo ook zo naar wetenschap en technologie kunt kijken, zag ik niet meteen. Midden jaren negentig was ik na zes jaar pas halverwege mijn studie filosofie - 'op een laag pitje' is nog zacht uitgedrukt. Mijn werk bij studentenbioscoop Kriterion vond ik een stuk boeiender. Enfin: mijn studiefinanciering zat erop, mijn ouders vonden het welletjes. Ik schreef stukjes over film, ik had een radiocolumn, werkte als kok, als copywriter, als broodjessmeerder... Op een gegeven moment besefte ik: wil ik iets zinnigs te vertellen hebben, dan moet ik die studie afmaken. Ik ging in 1994 terug naar de universiteit om dan maar meteen twee studies te doen: filosofie en wetenschapsdynamica.

'Een van de eerste vakken was wetenschapsjournalistiek, van hoogleraar Paul Wouters. Op een dag liet hij een video zien, hij zal het wel zelf van de televisie hebben opgenomen, een uitzending van het VPRO-programma Noorderlicht over de Franse filosoof Bruno Latour. Tegenwoordig is dat bijna een pop-filosoof naar wie kunstenaars verwijzen en die doorlopend geciteerd wordt, maar toen was hij een soort rebel. Die uitzending blies me totaal van de sokken.

'Hij zit in dat programma in het museum van de École nationale supérieure des Mines de Paris (een prestigieuze technische hogeschool waaraan Latour verbonden was, red.) tussen de uitgestalde kristallen en mineralen. En hij vertelt dat al dat zoeken naar 'de waarheid', wat wetenschappers doen, een doodlopende weg is. Hij pakt een kristal en legt uit: dit is geen natuur, geen wetenschappelijke waarheid. Op het moment dat wij er naar kijken is het al veranderd; we hebben we het al uit de grond gehaald, in een wetenschappelijke setting geplaatst en het resultaat noemen we natuur.

'Ik vond het magistraal. Hij was geïnteresseerd in échte dingen, dingen die je vast kunt pakken, in hoe mensen dingen bouwen en maken, in verandering ook. Mijn studenten vinden dit nu vrij normaal, maar je moet bedenken dat wetenschapsfilosofie toen nog vaak heel theoretisch was, naar de dagelijkse praktijk in laboratoria werd niet gekeken. Zelf was Latour als jonge wetenschapsfilosoof juist naar een beroemd onderzoeksinstituut gegaan om dag in dag uit te noteren wat daar gebeurde, hoe mensen lopen te zoeken en te wroeten. Dat is, vond hij, net zo goed deel van wetenschap. Er zat volgens hem helemaal geen kloof tussen een sociologische of journalistieke blik en de filosofische vragen.

(Tekst gaat verder onder video).

Bron: Bruno Latour

Bruno Latour (Beaune, 1947), de 'De Hegel van onze moderne tijd' (aldus Le Monde in 2015) is een invloedrijke Franse filosoof die zich voornamelijk bezighoudt met wetenschap en technologie. Hij is wetenschappelijk directeur van het Sciences Po medialab in Parijs en hij is professor-at-large aan Cornell University. Hij maakte ook tentoonstellingen, zoals Iconoclash (2002) en onlangs Reset Modernity! (2016) in het ZKM Karlsruhe. De afgelopen jaren richt hij zich op klimaatverandering. In 2014 won Latour de Noorse Holberg Prijs, die beschouwd wordt als de Nobelprijs voor de Sociologie.

De aflevering van VPRO Noorderlicht met Bruno Latour uit 1994, 'Wat is wetenschap?' (regie: Wim Schepens), is online te vinden.

'Ik dacht: o, maar dán... is de hele wereld dus filosofie! Ineens begreep ik dat achter hoe wij ons gedragen ideeën zitten die je kunt bestuderen. Dat er een alternatief is voor de 'leunstoelfilosofie', waaraan ik een broertje dood had. Weg van dat denken bij het haardvuur, de maatschappij in.

'Het onmiddellijke effect van die ene videoband was: op naar Parijs. Ik ging naar de receptie van de École des Mines om te vragen of ik een afspraak kon krijgen. Terwijl ik stond te wachten, kwam Latour, twee meter lang, indrukwekkend, aangelopen : 'Hadden wij een afspraak?' Ik moest me zien te redden. Hij zei: stuur maar een voorstel. Een half jaar later kon ik er voor vier maanden naartoe.

'Hij was héél streng. Hij heeft een keer mijn presentatie inhoudelijk helemaal afgebrand, ik werd publiekelijk te schande gemaakt, kon me alleen maar gaan bedrinken. Kort daarna nodigde hij me wel uit om op zijn verjaardag te komen, dat was best verwarrend. Later begreep ik dat hij dit deed om me te prikkelen. Dat veeleisende sprak me aan. Heel intelligente mensen zijn niet zo geduldig, die hebben een missie.

'Mijn onderzoek aan de universiteit is zeker 'Latouriaans'. Het gaat grotendeels over de technologie die wordt gebruikt bij onze grensbewaking. Zowel aan de Europese buitengrens als in onze havens en op Schiphol - te land, ter zee en in de lucht eigenlijk. Die technologie is in grote mate een politieke beslissing: wie komt er binnen en wie niet, wat is er zichtbaar en wat niet?

'In het boek Het huis van Argus, dat net uit is, bepleit ik 'countersurveillance': dat we in een democratie niet alleen bureaucratie hebben om dingen zichtbaar te maken en te controleren, maar dat wij ook kunnen 'terugkijken'.

Veiligheidsindustrie

Huub Dijstelbloem (1969, Breda) is hoogleraar filosofie van wetenschap en politiek aan de Universiteit van Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid). Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en de École des Mines in Parijs. Dijstelbloem onderzoekt het gebied waar technologie, politiek en beleid elkaar raken: van grenscontroles tot voedselbeleid, van gezondheidszorg tot privacyvraagstukken. In de media liet hij zich meermalen uit over de 'veiligheidsindustrie' en hij veroorzaakte opschudding met het kritische project Science in Transition. Na zijn eerdere publicaties Politiek vernieuwen en De Migratiemachine (i.s.m. Albert Meijer) verscheen vorige week zijn nieuwe boek Het huis van Argus, waarin hij uitlegt hoe de burger zijn oog op de macht kan richten.

'Hoe? Nou, Eliot Higgins met zijn Bellingcat-initiatief is een bekend voorbeeld. Higgens is een voormalig werkeloze accountant, die thuis de ramp met de MH17 reconstrueerde door te speuren in online beschikbare gegevens. Websites van wapens, Googlemaps, sociale media en andere openbare bronnen. Hij gaf de overheid het nakijken.

'Maar 'terugkijken' is ook: burgers die al vanaf de jaren negentig lijsten opstellen en landkaarten online zetten over migranten die overlijden op hun tocht naar Europa:door verdrinking, in een vrachtwagen, in een detentiecentrum. Die informatie levert een tegenverhaal op over dat hele idee van 'Fort Europa'. Het laat zien dat hoe beter de grenzen bewaakt worden, hoe slechter de mens af is - direct levensgevaar is het gevolg.

'Als ik midden in zo'n onderzoek zit, met eindeloos veel gegevens en tientallen transcripties van interviews, dan helpt het me nog steeds als ik me afvraag: hoe zou Latour dit doen?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden