Het grote landjepik op een gratis Internet

Gratis Internet? Maar dat kan niet goed zijn! Daar zit iets achter! Typisch Nederlandse reacties, betoogt Francisco van Jole. Hij vergelijkt Internet met nieuw land, dat bezet en bewerkt moet worden, wil het renderen....

HET CLICHÉ BLIJKT weer eens waar: laat op Nederlanders het woord 'gratis' los en ze raken meteen in vervoering. De aankondiging van Nederlandse providers om voortaan gratis Internet aan te bieden leidde dan ook meteen tot rumoer. De reacties van concurrenten, media en gebruikers vallen, voor zover ze niet bestaan uit gretig enthousiasme, grofweg in twee soorten onder te verdelen, die allebei gekenmerkt worden door wantrouwen.

De eerste kritiek is dat gratis natuurlijk nooit echt gratis kan zijn. De consument zou zijn ziel of in elk geval zijn privacy aan de duivel verkopen door op het aanbod in te gaan. Hij zou bestookt worden met reclame die hij nota bene zelf zou moeten betalen met peperdure telefoontikken. Want wat gratis op het scherm verschijnt moet eerst door het koperdraadje van de telefoon geperst worden. De andere houding is er meer een van ongeloof. Als het gratis is, kan het nooit goed zijn. Zal wel niet werken. Is dus niks. Want niks is gratis en andersom. Welkom in Nederland.

Toegegeven: het is even wennen na ruim tweehonderd jaar kapitalisme, maar de 'gratis-economie' die dankzij Internet in razend tempo de wereld verovert is bij nadere beschouwing helemaal zo gek nog niet. En de zekerste manier om in de nieuwe zakelijke wereld in een mum van tijd binnen te lopen is nu eenmaal geen geld te vragen voor producten. Vrijwel alle Internet-bedrijven die aan de top van de Amerikaanse beurs genoteerd staan zijn groot geworden door hun producten gratis weg te geven. Zelfs een bedrijf als Microsoft kon uiteindelijk alleen maar een stevige positie in de nieuwe wereld verwerven door de Internet-software vrij beschikbaar te stellen, een strategische stap die tien jaar geleden ondenkbaar was. En ondanks het gemor van sceptici die denken dat het allemaal niet kan, is de Internet-industrie in de Verenigde Staten ondertussen net zo groot als de automobielindustrie.

Gratis Internet is trouwens nog maar het begin. De volgende stap is bijvoorbeeld gratis computers - waarmee al geëxperimenteerd wordt. Of nog meer. Printerfabrikant Tektronix kondigde deze week aan gratis printers te gaan uitdelen. In ruil voor een verplichte afname van inkt, dat wel. Maar het gratis-virus lijkt de digitale wereld volledig in z'n greep te hebben.

Aan de andere kant is het eigenlijk niet zo vreselijk bijzonder. In de vorige eeuw werd in de Verenigde Staten een ander kostbaar goed gratis weggeven. Eveneens vanuit de overtuiging dat iedereen er uiteindelijk beter van zou worden. In zogeheten land runs werden tienduizenden pioniers letterlijk losgelaten op de gebieden die veroverd waren op de indianen. Het land kwam tegen betaling van een relatief lage inschrijfsom toe aan de eerste die het wist te bezetten en dat leidde tot heuse races. Gratis kostbare grond dus omdat het gebruik ervan de Verenigde Staten op den duur alleen maar welvarender zou maken.

Ook Internet wordt meer waard naarmate er meer mensen aanwezig zijn. Hoe meer mensen, hoe groter de markt en hoe groter de markt, hoe meer winst en hoe meer het gebied waard is. Dat laatste is precies waar het de nieuwe 'gratis-providers' om te doen is. Ze hopen in hoog tempo een enorm abonnee-bestand op te bouwen. Daarna volgt een beursgang die de ondernemingen in een klap een enorme smak geld moet bezorgen.

De Britse gratis-provider Freeserve vertoonde deze stunt al eerder. Deze door elektronica-winkelketen Dixons opgezette dienst haalde binnen een jaar 1,25 miljoen abonnees binnen. Op de eerste dag dat het bedrijf eind juli aan de Londense beurs genoteerd stond bereikte het de recordwaarde van meer dan 6,5 miljard gulden. Freeserve is meer waard dan iedere andere provider die wél geld voor zijn diensten vraagt. Met als gevolg dat nu zelfs de sjieke maar o zo Internet-gerichte omroep BBC - net als vele anderen - zich sinds vorige week op de markt stort en gratis Internet-toegang biedt. Maar ook buiten Groot-Brittannië slaat de rage toe. Het Belgische commerciële tv-station VT4 bijvoorbeeld doet hetzelfde. Evenals de publieke zender Studio Brussel.

Het argument dat een gratis dienst nooit voldoende kwaliteit kan leveren is wellicht meer een wens van de nerveuze concurrentie dan werkelijkheid. Zo werd Freeserve in februari van dit jaar bij een door de Britse Internet Services Providers Association (de concurrentie dus) georganiseerde competitie gekozen tot beste provider voor de consument. Oké, het criterium was 'waar voor je geld', en daar voldoet een gratis provider al snel aan, maar echt belabberd is Freeserve dus niet. En de kritiek op het privacy-beleid - voor zover dat de consument die z'n hele hebben en houwen aan de kassa al voor een paar schamele airmiles en bonuspunten omruilt, een zorg zal zijn - gaat ook voor andere providers op. Zij leggen natuurlijk net zo goed klantenbestanden aan.

Blijft over de reclame. En daar zou voor Nederland nog wel eens een addertje onder het gras kunnen schuilen. Alhoewel reclames op Internet al lang geen controversieel onderwerp meer zijn, moet een deel van de mensen er niets van hebben. Zij installeren bijvoorbeeld software als AdBuster of Atguard die opvallend effectief alle schreeuwerige banners en buttons van het scherm weren. Met als gevolg dat de gebruiker aan snelheid wint, zo niet van de verbinding dan toch wel aan die van de computer zelf omdat de plaatjes immers het systeem belasten. Mochten de Nederlandse gratis surfers massaal overschakelen op dergelijke filtermiddelen dan kan dat een inkomstenderving betekenen voor de providers die een groot deel van de inkomsten uit advertenties halen.

Een andere belangrijke inkomstenbron is de 'winstdeling' die ontvangen wordt van de telefoonmaatschappij. Een deel van het geld dat de gebruiker aan tikken verstookt wordt doorgesluisd naar de provider. Om hoeveel geld het gaat wil niemand in Nederland zeggen. Maar volgens Telinco, de eerste Britse gratis-provider die claimt winst te maken, vormt het geld dat verkregen wordt uit deze zogeheten kick-backregeling ongeveer de helft van de inkomsten.

Een van de weinige dingen die uiteindelijk tegen een gratis provider vallen in te brengen, is het gebrek aan status. Dat klinkt misschien raar, maar net als op de gewone snelweg status afhankelijk is van de kostprijs of originaliteit van het voertuig, geldt iets soortgelijks op Internet. Zij het in mindere mate. Maar wellicht dat de betaal-providers daar de komende tijd nog verandering in weten te brengen. Al zal dat een lastige strijd worden.

Het laatste argument tegen de gratis-providers is dat van de snelheid. Daar zit wat in. Wie er veel geld voor over heeft kan nu reeds surfen op snelheden die een gratis provider niet zal kunnen bieden. Als dat het criterium is, wordt Internet echt zoiets als de gewone openbare weg waar snelheid al sinds mensenheugenis een kwestie van geld is. Wie dat niet wil uitgeven, gaat op de fiets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden