Het gen dat religie zou veroorzaken, beschermt dus wel muizen tegen Parkinson

Het gen VMAT2 lijkt een grote rol te spelen bij het beschermen van hersencellen tegen de schade die verdovende middelen als metamfetamine aanrichten....

Hans van Maanen

Dat is opzienbarend nieuws - vooral voor mensen wie het VMAT2-gen enigszins bekend voorkomt. VMAT2 is namelijk het gen waarvan de Amerikaanse onderzoeker Dean Hamer twee jaar geleden vaststelde dat dit het 'god-gen' was, het gen dat spiritualiteit en religie verzorgde. Dean Hamer was eerder al bekend geworden door de ontdekking van het 'homo-gen'. In een artikel dat al snel naar de wetenschappelijke prullenbak werd verwezen, meende hij de erfelijke basis van homoseksualiteit te hebben gevonden.

Zijn ontdekking van het 'god-gen' was al even spectaculair. Mensen met een bepaalde variant van het VMAT2-gen, aldus Hamer, waren duidelijk spiritueler en religieuzer dan anderen. Daarmee had hij, vond hijzelf, aannemelijk gemaakt dat religie een erfelijke basis had. Het wachten is overigens nog steeds op het wetenschappelijke artikel hierover van Hamer: hij heeft er alleen in 2004 een boek, The God gene, over gepubliceerd.

Dat boek was meteen een bestseller. Zelfs verstandige mensen zagen er een bevestiging in van het idee dat religie inderdaad erfelijk is. Godsdienst smeedt immers saamhorigheid, en in de strijd om het bestaan is dat groepsgevoel, een voordeel. Dankzij de selectiedruk blijven de groepen met een genetische aanleg voor religiositeit over, en inmiddels is religie een wereldwijd verschijnsel - er is geen volk zonder godsdienst, en een van de genvarianten waarop geselecteerd is, is dus VMAT2.

Nu zal niemand ontkennen dat saamhorigheid en samenwerking soms evolutionair voordeel lijken op te leveren. Vampiervleermuizen delen bloed, bonobo's buit, ratten zorgen voor elkaars jongen. Maar dit heeft er niet toe geleid dat vleermuizen, bonobo's en ratten godsdienstig werden. Religieuze gevoelens zijn, voorzover we overzien, typisch menselijk. Zelfs onze naaste verwanten, de mensapen, lijken geen religieuze gevoelens te kennen.

Als we aannemen dat godsdienstigheid evolutionair voordeel oplevert, moeten een paar miljoen jaar geleden mensen met religie betrekkelijk plotseling in het voordeel zijn gekomen ten opzichte van mensen zonder religie. Strikt genomen: niet-religieuzen moeten zoveel nadeel hebben ondervonden dat zij zich slechter konden voortplanten. Het samenwerken op grond van een gedeelde godsdienst moet zelfs meer voordeel hebben opgeleverd dan van, bijvoorbeeld, gemeenschappelijke taal of voorouders of bezittingen.

Is dat al lastig in te zien, nog ingewikkelder wordt het wanneer we ons afvragen op welk niveau dit voordeel zou moeten worden verzilverd. Hadden godsdienstige mannetjes voorrang bij de partnerkeuze zodat zij de vruchtbaarste vrouwtjes troffen? Zijn godsdienstige vrouwtjes het vruchtbaarst? Of konden ongelovige gezinnen minder goed voor hun kinderen zorgen en zodoende hun voortplantingskansen verminderen? Of kunnen stammen die godsdienstig zijn, zich beter tegen natuurlijke vijanden als tijgers en muggen beschermen dan andere?

Zouden sterk religieuze stammen in het voordeel zijn geweest in de strijd tegen andere stammen? Om weinig redenen hebben mensen elkaar vaker de hersens ingeslagen dan om religie, dus in die zin bevordert religie de selectie, maar het is niet aangetoond dat de godvruchtigste stam altijd won.

Ten slotte, dat een eigenschap algemeen menselijk is, betekent allerminst dat die eigenschap genetisch bepaald is. Gevoel voor humor is ook universeel, maar het is moeilijk voorstelbaar dat stammen waar veel gelachen wordt, evolutionair in het voordeel zijn en dat humor dus een genetische component heeft. Misdaad en huwelijk zijn ook overal, maar dat wil niet zeggen dat er een gen voor criminaliteit en een genetische aanleg voor huwelijk (en een nare mutatie voor echtscheiding) moet zijn.

Verklaringen moeten niet moeilijker gemaakt worden dan nodig. De gewone sociologische verklaring lijkt toch nog steeds het simpelst - godsdienst is, net als criminaliteit, een manier om problemen van het samenleven op te lossen, en bijvoorbeeld de verhoudingen tussen machthebbers en onderdanen, tussen insiders en outsiders te reguleren en te legitimeren.

Die hypothese lijkt in ieder geval tot meer interessant onderzoek uit te nodigen dan het geloof in reli-genen. Zeker nu VMAT2 definitief is afgevallen en de evolutionair-psychologen weer op zoek moeten naar nieuwe kandidaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden