ColumnIonica Smeets

Het gedicht ‘Een bijdrage tot de statistiek’ kwam binnen als een mokerslag

Een troost in deze tijd is dat artiesten die ik bewonder ineens op gewone stervelingen lijken. Zij zitten net als ik thuis en proberen er ook maar iets van te maken. Zo presenteert mijn jeugdidool Jarvis Cocker op zaterdagavonden een disco vanuit zijn woonkamer en al het gehannes met kabeltjes en haperende techniek maakt hem menselijker dan ooit.

Gisteren luisterde ik naar David Mitchell, een van mijn favoriete auteurs, in een podcast van het New Yorkse cultuurcentrum 92Y. Mitchell zou daar binnenkort optreden, maar omdat dit niet doorging, las hij vanuit zijn eigen huis stukken voor van schrijvers die hij bewonderde. Veel intiemer dan een optreden in New York – waar ik sowieso niet bij had kunnen zijn.

Het gedicht Een bijdrage tot de statistiek van Wisława Szymborska kwam binnen als een mokerslag. Mitchell las het in de Engelse vertaling, ik zocht daarna de Nederlandse vertaling van Gerard Rasch in het verzameld werk dat hier al maanden op de plank lag. Szymborska beschrijft de mensheid in getallen: ‘Op elke honderd mensen zijn er tweeënvijftig die alles beter weten.’

Onmiddellijk begon ik in mijn hoofd varianten op haar zinnen te maken. En omdat ik een wetenschapper ben en geen dichter, zocht ik getallen die de Nederlandse bevolking beschrijven volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek, onderzoeken en kijkcijfers. Alle echt mooie zinnen (zoals het slot) zijn ongewijzigd overgenomen van Wisława Szymborska.

Een bijdrage tot de statistiek

Op elke honderd mensen

zijn er zestig

die weinig vertrouwen hebben in de Tweede Kamer,

gaan wekelijks naar de kerk

– tien,

zijn lid van een sportvereniging,

al dan niet voor de gezelligheid

– vijfendertig,

werken als vrijwilliger,

(als het niet te lang duurt)

– wel negenenveertig,

hebben vertrouwen in andere mensen

– toch nog 62,

kochten het boek De meeste mensen deugen

- één, nou, misschien twee,

keken vorige week naar Opsporing verzocht

– zes,

hebben een angststoornis

– ruim tien,

hoewel ik me hier liever vergis,

voelen zich wel eens onveilig in hun eigen buurt

– zestien,

beschouwen zichzelf als zeer gelukkig

– ruim twintig, hoogstens,

zijn sterfelijk

– honderd op de honderd.

Een getal dat vooralsnog niet verandert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden