Het acrobatische denken

Voor Peter Sloterdijk (1947) is de filosofie geen academische maar een publieke aangelegenheid. De ‘Denker auf der Bühne’ blijft optimist....

Laten we eens proberen onze indrukken op een rijtje te zetten, zegt een denkbeeldige historicus aan het slot van Schuim – plurale sferologie, het derde deel van het overweldigende ‘sferenproject’ van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. In de vloed van zinnen die bij het lezen over hem heen is gespoeld, heeft de historicus steeds meer de indruk gekregen dat het in die trilogie over bellen, globes en schuim ‘om een zeer krachtig narratief model gaat’.

In een gesprek tussen hem, een literatuurcriticus en een theoloog, waarbij de schrijver van Sferen ook is uitgenodigd maar niet komt opdagen, onderwerpt het geleerd gezelschap, dat zich door de lengte en breedte van het betoog heeft geworsteld, het megalomane project aan een ‘terugblik’. Het is het allereerste commentaar, een soort schot voor de boeg, op die geschiedenis van de mensheid – ‘want om minder gaat het hier niet’, aldus de historicus.

Je zou eigenlijk, vooraleer je die drie kloeke boeken gaat lezen (of de tweedelige ingekorte en schitterend door Hans Driessen vertaalde versie), ook kunnen beginnen met dat slothoofdstuk. Je wordt als onbevangen lezer meegevoerd in een door Sloterdijk zelf verzonnen kritisch debat over zijn eigengereide manier van schrijven en filosoferen. De schrijver wordt de criticus van zijn eigen boek, nog voor beroepscritici en mopperaars zich erover kunnen buigen.

Hij heeft het, bij monde van die twistende historicus, theoloog en literatuurcriticus, over zijn ‘vorm van hybris’, een onmiskenbare filosofische hoogmoed, over zijn barokke stijl, over de vrolijke wetenschap die hij beoefent en over ‘de smaak van complexiteit’ die men tijdens het lezen van die boeken voortdurend op de tong heeft.

Met veel bravoure en woordacrobatiek, talrijke excursies en tussenhoofdstukken, voortdurende woordspelingen en neologismen, vertelt Sloterdijk in Sferen de geschiedenis van de mensen als ‘ruimtegeschiedenis’. Hij wil ‘de ruimte denken’, de plek waar mensen zijn, en hanteert daarbij morfologische begrippen en beelden, een filosofische vormleer van bollen, globes, bellen, cirkels en sferen.

Al eerder konden we in zijn vorige boeken, die allemaal met elkaar verstrengeld zijn, de eerste aanzetten aantreffen voor zijn overrompelende sferologie. De mens, luidt het uitgangspunt, verliest bij zijn geboorte de veilige beschutting van de moederschoot. In de wijsbegeerte is het een thema dat onderbelicht is gebleven, schrijft hij in Zur Welt kommen – Zur Sprache kommen (1988). We komen twee keer ter wereld, eerst uit de bolvormige moederschoot, de tweede keer trachten we onszelf ter wereld te brengen, in het ‘zur Sprache kommen’, met andere woorden, door het lot zelf in handen te nemen.

Het leven is een voortdurende poging die oorspronkelijke behuizing of sfeer te herstellen, op zoek naar geborgenheid, in de terminologie van Sloterdijk, naar een ‘immuunsysteem’: we beschermen ons, zoals tegen bacteriën, tegen alles wat ons bedreigt door ons in sferen te verenigen en af te schermen. Of het nu onder de veilige stolp van een godsdienst of een ideologie is, of binnen het huwelijk, of in de samenhorigheid van een natie, of in een of andere club als goedgelovige of utopist, het gaat telkens om die beschuttende en ook veilige ‘binnenwerelden’.

In het eerste deel, Bellen, vertelt hij over zulke microsferen als de geborgenheid in de baarmoeder; in het tweede, Globen, speurt hij naar ‘de verhouding tot de wereld’, naar de macrosfeer van de historisch-politieke wereld en de globalisering (waarover hij ‘als excursie’ verder filosofeert in Het kristalpaleis – Een filosofie van de globalisering); in het derde nu in vertaling verschenen deel, Schuim, heeft hij het over ‘de polysferische wereld’, de door het extreme individualisme ‘verschuimde’ wereld, de ‘ordelijke chaos’ van onze tijd waarin geen geborgenheid meer is, geen Groot Verhaal – geen God, geen utopie, geen ideologie. De wereld ‘verschuimt’ door ‘het imploderen of exploderen van de allesomvattende sfeer’ in verwarrende netwerken, in veelvormige publieke en persoonlijke sferen.

Hij wil in zijn sferologie de plekken in kaart brengen waar de een de ander vindt, of kan vinden, en waar tussen mensen solidariteit mogelijk is. De mens is een ‘sferenbouwer’, of hij of zij zo’n sfeer nu groots en weids voorstelt als het heelal of de globale wereld, enigszins kleinschaliger in de vorm van religieuze en ideologische genootschappen, nation building of politieke partijen, of nog kleiner vormgegeven in een dorpsgemeenschap, onder vrienden, in het gezin. In zulke sferen zoeken mensen een veilige plek.

Sloterdijks sferische denken, zijn ‘kritiek van de ronde rede’ over het uiteenvallen van een wereld van religieuze of ideologische ordehandhaving en over het verbrokkelen van zekerheden, zijn in de kritiek buitengewoon sceptisch ontvangen. Je ziet, volgens zijn critici, in die 2573 pagina’s van de trilogie, tussen de bomen allang het bos niet meer.

Zijn teksten zijn driftig geschreven, met het grote gebaar van de Duitse metafysici, virtuoos en rijkelijk gelardeerd met tal van fraaie metaforen en toespelingen, anekdotische rekwisieten en cultuurhistorische uitweidingen. Hij is een associatieve denker die de breedste samenhangen schetst. Elke zin is een literaire mokerslag. Hij hanteert, met frenetieke gulzigheid, alle overdrijvingen die men zich in het genre van het essay kan permitteren.

‘In plaats van de geesteswetenschap zou er een eeuw van de cultuurwetenschap moeten worden afgekondigd’, schrijft hij in Het heilig vuur – Over de strijd tussen jodendom, christendom & islam. ‘Haar taak is het te laten zien waarom alleen de weg van de beschaving nog openstaat.’ Zijn boeken zijn een vorm van cultuurfilosofische boulimie: de ene keer beperkt hij zich tot een redevoering of een brief– zij het met het nodige aplomb, zoals zijn veelbesproken en controversiële Regeln für den Menschenpark (1999) – de andere keer dijen de boeken uit tot een lawine van beelden en verwijzingen.

Zijn boeken zijn heel literair, met overstelpend veel metaforiek. Hij is geen academisch filosoof, die zich opsluit in zijn studeerkamer, maar een welbespraakt ‘filosofisch schrijver’. De filosofie is voor hem geen academische maar een publieke aangelegenheid. Daarom kiest hij voor de podia, het forum en de agora, ook voor de televisie, als der Denker auf der Bühne – zoals de titel luidt van zijn essay over Friedrich Nietzsche (1986).

Hoe kun je Sloterdijk lezen? Hoe ga je als lezer om met filosofische bluf? Hoe kun je hem begrijpen? Door veel te oefenen. Hij hanteert voortdurend het oxymoron. Ook die heren van de ‘terugblik’ aan het slot van Schuim brengen dit ter sprake. Een oxymoron is de nauwe verbinding van twee tegenovergestelde begrippen: het is zo’n tegenstelling als ‘bescheiden hybris’, schrijft Sloterdijk in Sferen over hemzelf. Dat werkt vaak op de lachspieren.

De filosoof is geen melancholische of sombere doemdenker, maar een optimistische schrijver. In zijn boeken zul je geen ‘sociologie van onze tijd’ aantreffen, met krantenknipsels vervaardigde analyses, want dat perspectief is voor hem te smal. Hij duikelt in het verleden, desnoods tienduizenden jaren terug, en reist met hink-stap-sprongen en zevenmijlslaarzen door de tijd. Sloterdijk is geen politicus, niet zo iemand die alleen maar denkt over de nabije toekomst.

De lezer of toehoorder wordt uitgedaagd. Sommigen vinden hem een arrogante filosoof, maar in zijn ogen is arrogantie alleen maar een ander woord voor nieuwsgierigheid. Je moet je in dat cultuurfilosofische woud en kreupelhout, bezaaid met parodiërende bespiegelingen, een weg zien te banen. Er kan, schrijft Sloterdijk in zijn jongste boek Du musst dein Leben ändern, niet genoeg geoefend worden. In het door hem duchtig opgeklopte schuim, met veel onverwachte zijsprongen, kun je nu eenmaal niet diezelfde vlotte en strikte oefenrondjes maken als een atleet in een velodroom.

In dat overigens ook weer megalomane boek van meer dan zevenhonderd pagina’s heeft hij het over ‘de acrobatiek van het denken’, de vrolijke wetenschap. Hij beoefent ‘het gevaarlijke denken’ van de roekeloze koorddanser uit Also sprach Zarathustra van Nietzsche: de uitdaging van het zich veranderen en het oefenen gaat hij niet uit de weg, desnoods springt hij op het wiebelende koord van de koorddanser.

De titel van zijn nieuwe boek ontleent Sloterdijk aan de slotregel van het beroemde gedicht ‘Archaïscher Torso Apollos’ van Rainer Maria Rilke. De dichter schrijft zijn sonnet nadat hij dagen geobsedeerd voor de beroemde torso van Milete in het Parijse Louvre heeft gezeten, een antieke ‘kouros’ in onvolkomen staat. Armen ontbreken en van een been is alleen het bovenste gedeelte bewaard gebleven. Rilke is onder de indruk, hij hoort die geamputeerde man voortdurend de aansporing uitspreken: ‘Jij moet je leven veranderen’, het dwingende imperatief dat in alle hoofdstukken van het boek als een mantra wordt herhaald.

Dat kwam al uitdrukkelijk voor in Sferen. De antieke filosofen kozen voor een leven van voortdurende oefening, ‘denkers lieten zich als acrobaten van het optimisme bewonderen en dansten onverschrokken op het-beste-van-alle-werelden-koord’. Wer Menschen sucht, wird Akrobaten finden. En weer gaat Sloterdijk uitweiden, opnieuw de ene na de andere excursie, de ene na de andere verhelderende of voor sommigen versluierende anekdote.

Hij vertelt in het nieuwe boek prachtige verhalen, zoals over de wilskrachtige armloze Carl Hermann Unthan (1848-1929) die met zijn voeten viool speelde en op zijn schrijfmachine de geschiedenis van zijn leven tikte. Daar gaat zijn imperatief over: blijf niet bij de pakken zitten, maar doe iets. Je moet je trainen, als een atleet, oefenen en nog eens oefenen. De lat mag hoog liggen, niet uit competitie maar om zichzelf te overtreffen.

Sloterdijk propageert een uitgesproken Bildungshumanisme: Du musst dein Leben ändern! Sjoerd van Tuinen, die de filosoof zondag in de Amsterdamse Singelkerk interviewt bij de presentatie van Schuim, weet dat wie over hem schrijft zich op gevaarlijk terrein begeeft. Maar ook de schrijver bevindt zich op dat terrein, of liever in het moeras van onze tijd. De drenkeling, die tenslotte elk mens is, zal zich flink moeten bekwamen in vlinderslag of crawl als hij niet wil verzuipen in het haast alomtegenwoordige schuim.

* * * * *

Peter Sloterdijk: Sferen – Schuim/ Plurale Sferologie.

* * * *

Peter Sloterdijk: Het Heilig Vuur – over de strijd tussen Jodendom, Christendom & Islam.

* * * *

Peter Sloterdijk: Du Musst Dein Leben Ändern.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden