Hersenvliesbacterie in het nauw gedreven

Tegen de in Nederland overheersende vorm van nekkramp is een vaccin ontwikkeld, dat in Rotterdam op proef wordt gebruikt. Door de veranderlijkheid van de ziekteverwekker biedt het hooguit tijdelijk soelaas, maar dankzij genetisch onderzoek is er ook uitzicht op een beter middel....

HERSENVLIESONTSTEKING door meningokokken, ook wel bekend als nekkramp, is een verraderlijke ziekte. Jaarlijks worden in Nederland zo'n vijfhonderd personen, hoofdzakelijk kinderen en jong-volwassenen, erdoor getroffen. De bacterie (Neisseria meningitidis) die de hersenvliesontsteking veroorzaakt, is weliswaar goed te bestrijden met antibiotica. Maar soms verloopt de infectie zo snel en heftig dat de diagnose te laat wordt gesteld en de patiënt aan bloedvergiftiging overlijdt.

Vaccineren tegen hersenvloesontsteking zou daarom een betere oplossing zijn. In Nederland wordt al standaard gevaccineerd tegen een andere veroorzaker van hersenvliesontsteking, de Hib-bacterie. Helaas is dat tegen meningokokken nog maar in beperkte mate mogelijk. De meningokok is even wendbaar en verraderlijk als het ziektebeeld dat hij kan oproepen. De bacterie komt uitsluitend bij de mens voor, waar hij zich ophoudt in de slijmvliezen van neus en keel.

Zo'n 5 tot 10 procent van de bevolking draagt de bacterie bij zich, zonder daar overigens ziek van te worden. Slechts onder bijzondere omstandigheden weet de ziekteverwekker door de verdedigingslinies van het lichaam te breken en ontsteking van de hersenvliezen of bloedvergiftiging te veroorzaken.

Bacteriologen kennen vijf hoofdtypen (of serogroepen) meningokokken: A, B, C, Y en W135, onderscheiden naar het soort suikermolecuul dat ze in hun kapsel dragen. In Nederland circuleren hoofdzakelijk B-meningokokken; 89 procent van alle gevallen van meningokokkenziekte wordt door bacteriën uit deze groep veroorzaakt.

Tegen meningokokken van de serogroepen A, C, Y en W135 zijn sinds de jaren zestig vaccins beschikbaar, die antistoffen tegen de verschillende suikermoleculen opwekken. Maar uitgerekend voor serogroep B, die in Nederland overheerst, is het niet gelukt zo'n vaccin te ontwikkelen. Dat komt doordat het suikermolecuul in het kapsel van groep B-meningokokken identiek is aan een molecuul (polysiaalzuur) dat ook in het menselijk lichaam voorkomt. Het afweersysteem reageert er daarom niet op; injectie van het suikermolecuul wekt geen antistoffen op.

Voor de ontwikkeling van een vaccin tegen B-meningokokken moet daarom worden uitgeweken naar andere strategieën. Het Laboratorium voor Vaccinresearch van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven heeft daarbij het oog laten vallen op een vaccin dat is samengesteld uit zes verschillende eiwitten die voorkomen op de celwand van B-meningokokken.

Dit zeswaardige vaccin is vanaf 1996 getest bij zuigelingen in Gloucester (Engeland) en jonge kinderen in Rotterdam. De eerste resultaten zijn 'bemoedigend', aldus dr. Loek van Alphen, hoofd van het RIVM-laboratorium voor vaccinresearch. 'Het vaccin wordt goed verdragen en roept bij de meeste kinderen voldoende antistoffen tegen de bacterie op.

'Of dat echter voldoende zal zijn om in situaties waarin een echte epidemie van B-meningokokken heerst, de kinderen afdoende te beschermen, moet nog worden uitgezocht. We verwachten in 2002 een begin te maken met zo'n effectiviteitsstudie, die dan medio 2005 afgerond zou kunnen zijn', aldus Van Alphen.

Het RIVM heeft intussen een productielijn opgezet voor grootschalige aanmaak van het zeswaardige meningokokken-B vaccin. Nieuw-Zeeland, waar momenteel een epidemie heerst, kan daar ook gebruik van maken, aldus Van Alphen.

Of het RIVM-vaccin ook op de langere termijn bruikbaar zal blijken, is echter de vraag. Van Alphen: 'In de subtypes van meningokokken uit serogroep B treden voortdurend kleine verschuivingen op. Gelukkig gaat dat niet zo snel, wat ons de mogelijkheid biedt het vaccin aan die verschuivingen aan te passen. Maar idealer zou zijn als je een vaccin hebt dat niet voortdurend aan de zich veranderende bacterie hoeft te worden aangepast.'

Daarvoor dient zich sinds kort een nieuwe mogelijkheid aan. Internationale onderzoeksgroepen van het meningokokken-genoom zijn erin geslaagd al het erfelijk materiaal in kaart te brengen, deze week van meningokokken uit serogroep A (Nature van 30 maart) en drie weken geleden van meningokkokken uit serogroep B (Science van 10 maart).

Laatstgenoemde publicatie ging vergezeld van een artikel van onderzoekers van onder meer het biotechnologisch bedrijf Chiron in Siena (Italië), die beschrijven hoe ze de informatie uit het genoom van de B-meningokok hebben gebruikt om te speuren naar 'vaste' elementen in de bacterie, die bij alle subtypen hetzelfde zijn.

De onderzoeksgroep onder leiding van Rino Rappuoli identificeerde 350 verschillende eiwitten die in het genoom van de B-meningokok verankerd liggen en die als uitgangspunt voor een vaccin zouden kunnen dienen. Uiteindelijk kwamen ze uit op zeven eiwitten die onveranderd voorkomen bij zeker 22 subtypes B-meningokokken en daarom ideale kandidaten zijn om een vaccin te ontwikkelen.

Van Alphen: 'Ik kan me voorstellen dat we die vaste elementen toevoegen aan ons vaccin, of dat er een nieuw vaccin mee wordt bereid. In proeven met muizen heeft de Italiaanse groep al laten zien dat de vaste eiwitten van de B-meningokok in ieder geval in staat zijn antistoffen op te roepen. Het zal echter nog wel een jaar of zes, zeven duren voordat we via deze weg een werkzaam en bewezen effectief vaccin tegen B-meningokokkenziekte zullen hebben ontwikkeld.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden